Andries Pels, bankier en assuradeur

 

Gerrit Adriaensz. Berckheyde. De bocht van de Herengracht bij de Nieuwe Spiegelstraat te Amsterdam. 1672.

Andries Pels (Amsterdam 5 september 1655 – begraven Amsterdam 14 februari 1731) was een schatrijke bankier en assuradeur. Hij begon als iemand die zich had toegelegd op de goederenhandel, samen met zijn broer Guillelmo, maar zich na diens overlijden meer en meer concentreerde op de geld- en wisselhandel. In 1707 stichtte hij de Firma Andries Pels & Zonen. Tot 1750 was de firma het voornaamste bankiershuis in Europa, “gehuld in een waas van rijkdom, roem en geheimzinnige macht”.[1][2] Gedurende de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) was de macht van de bank nog steeds aanzienlijk. Het handelde de betalingen van Rusland en Frankrijk af.[3][4]

Inhoud

  • 1  Biografie
  • Kinderen
  • De schoonzonen
  • De familie Pels
  • Nog te plaatsen
  • Varia
  • Referenties
  • Externe links

Biografie

Andries Pels is in 1655 gedoopt in de Noorderkerk (Amsterdam) en genoemd naar zijn grootvader, assuradeur en koopman op West-Indië, woonachtig op Keizersgracht 169 bij de Leliegracht.[5] Zijn vader heette Jean Lucas (1628-1699); zijn moeder was Susanne Noirot (1632-1678) en kwam van de Westermarkt, niet meer dan 300 meter lopen. Zij trouwden in 1654 en kregen na Andries nog zes kinderen: Adriaen (1657-1721), Guilliam of Guillielmo (16 april 1659-1705), Jan Lucas (1661), Jean Lucas (1663-1712), Catharina (1665-1704) en Peterus of Pieter (1668-Velsen, 23 november 1739).[6] In 1669 kochten de broers twee erven op de Keizersgracht waarop drie pakhuizen werden gebouwd.[7] In 1671 kochten zij twee erven op de Prinsengracht in de Vierde Uitleg, waarop zes pakhuizen zijn gebouwd: “Amersfoort”, “Bordeaux”, “Koningsbergen”, “Dantzig”, “Elseneur” en “Frankfort”. Zij waren reders en handelden voornamelijk op de Oostzee, tussen Riga en Bordeaux met wijn, zout, hout, brandewijn, etc. In 1680 werd de samenwerking tussen de twee broers ontbonden.[8]

In 1682 trouwde Andries Pels in Sloten met Agenieta Bouwens, met wie hij acht kinderen kreeg, waarvan drie jong overleden (zie hieronder).[9] In 1689 kocht Andries een huis op de Herengracht 444, met een steeg naar de Keizersgracht. In 1690 investeerde hij voor zijn zoon Pieter in de VOC-Kamer Hoorn. In 1699 erfde Andries de helft van een woonhuis op de Herengracht (438) en de helft in een viertal pakhuizen daarachter op de Keizersgracht (483-491), genaamd Palm-, Eiken-, Linden- en Sparreboom. Vermoedelijk verhuisde hij toen van Herengracht 444 naar 438. Daarnaast hield de zakelijke samenwerking met zijn zonen op.[10] Begin 1701 verkocht hij de helft van een huis op de Herengracht (444) aan zijn broer Jean Lucas. In januari 1702 gaven de Staten van Holland hem toestemming met vijf schepen 2.500 slaven te leveren aan de Franse Westindische Compagnie, die ze voorzien van Franse paspoorten zou afhalen op Curaçao.[11] In 1703 kocht hij de buitenplaats Vredenhoff aan de rivier de Vecht.[12

Vredenhof bij Loenen aan de Vecht

In 1707 stichtte hij de Firma Andries Pels & Zonen; de samenwerking werd voor tien jaar aangegaan en is vervolgens verlengd. In 1709 liet hij zes pakhuizen aan het Oude Entrepotdok bouwen: “Amazoon”, “Batavier”, “Constapel”, “Dam”, “Engelsman”, en “Fransman”.[13] In 1711 ontving hij voor een miljoen gulden aan “traites en geproportioneerde remises”; hetgeen betekend dat Pels zich bezig hield met het slaan van munten.[14] Bovendien tekende hij een petitie dat net als in Frankrijk debiteuren konden worden vervolgd.[15] In de laatste jaren van de Spaanse Successieoorlog(1701-1713) was Pels belast met het overmaken van geld voor het onderhoud van de Engelse troepen in de Zuidelijke Nederlanden en leverde zilver aan de Engelse East India Company.[16][17] In 1712 kocht hij met zijn zonen Jean Lucas en Peterus de brouwerij “de Star” op de Prinsengracht, nu het “Hofje van Brienen”. In 1718 kocht hij een kapitale moutmolen op het bolwerk bij de Leidsepoort. In 1719 kocht hij nog een brouwerij op de Prinsengracht 1029-1033, genaamd “de Arend”, niet ver van de Reguliersgracht.[18] In 1718 bemoeide hij zich met het wisselrecht om bij faillissementen toch uitbetaald te krijgen.[19] In de jaren van John Law heeft Pels veel geld verdiend met de handel in Frans goud- en zilvergeld.[20] (Bedoelde Van Dillen toen het zinkende schip werd verlaten en obligaties werden omgewisseld in edelmetaal?)[21]
 

In 1715 bedroeg de omzet van de firma Pels & Zonen bij de Wisselbank 21 miljoen; 1725 26 miljoen; 1736 20 miljoen; in 1746 20 miljoen; in 1755 20 miljoen en in 1765 18 miljoen.[22] De firma handelde in suiker, tabak, cacao, rijst, rogge, zout en hennep, maar financierde ook bergingen van gestrande schepen. Na de stichting van Sint Peterburg liet Pels schepen in Kronstadt beladen met graan, lijnzaad, talkpotas, juchtleer en teer, maar ook rabarber dat toen als geneesmiddel werd gezien.[23]

Na het overlijden van Andries Pels in 1731 zetten zijn twee zonen de firma voort. Bij de investering in een fluitschip participeerde ook hun moeder.[24] In 1739 was sprake van een lening aan Ernst Johann Biron, de hertog van Koerland, die is afgeblazen. In 1742 was de weduwe Pels, Ageniet Bouwens, de rijkste vrouw in Amsterdam met een geschat vermogen van 1,5 miljoen.[25] In 1745 was zij nog betrokken bij de uitbreiding van de brouwerij “de Star”. Zij stierf in 1749, 88 jaar oud. Waarschijnlijk sleet zij haar laatste jaren op Vreedenhoff aan de Vecht. Het landhuis werd twee maanden na haar overlijden verkocht aan Pieter Trip (1724-1786). Haar twee zonen waren niet meer in leven, zodat de erfenis naar de drie dochters ging. Het familiekapitaal bleef bijeen, want Anna Maria en Johanna Sara waren getrouwd met volle neven.

Kinderen

  • Jean Lucas Pels (1688-7 januari 1741), heer van Hogelandenschepen in 1726, 1729, 1730 gespecialiseerd in Huwelijkse Zaken, is twee keer getrouwd geweest, in 1714 en 1740. Zijn eerste echtgenote was Susanne de Wildt. Zij stierf in 1739.[27][28] Hij hertrouwde een jaar later met Anna Elisabeth Geelvinck, de dochter van burgemeester Lieve Geelvinck. Het paar was vier weken getrouwd toen hij stierf.[29] Hij woonde Herengracht 466 bij de Spiegelstraat. In 1724 kocht hij Akerendam in Beverwijk.[30] In 1740 kocht hij het pakhuis “de Lindenboom” van de erfgenamen van Guilliam Pels.
  •  

    Het Grachtenhuis op Herengracht 386, woonhuis Pieter Pels en Cornelis Munter.[26]
    Mr Pieter Pels Andriesz. (1691-7 februari 1741) was advocaat. In 1720 kocht hij het pand Singel 462, genaamd “‘t Lam”, naast Odeon (in de gevel het familiewapen). Pieter verbleef in 1721 een tijd in Londen. Hij was schepen in 1727 en specialiseerde zich in Zeezaken. In 1728 kocht Pieter Pels “Rooswijk”. Het is nog een vraag of hij ook eigenaar van de buitenplaats “Zuiderwijk” of “Westerwijk” was, want het kan ook om zijn oom Pieter Pels, Lucasz. (1668-Velsen, 23 november 1739) gaan.[31] In 1735 kocht hij Herengracht 386. In 1736 benoemde de ongehuwde Pieter Pels zijn volle neven en nichten tot erfgenaam (en niet zijn broers of zussen). Hij werd ook dijkgraaf van de Zuiderzeedijk ten oosten van Muiden. In 1739 was hij kapitein bij de schutterij.

De drie dochters Anna Maria (1684-1776), Catharina (1687-1736), Johanna Sara (1702-1791) waren getrouwd resp. met Jan Jeronimus Boreel (in 1709), Mr Willem Munter (in 1712) en Jan Bernd Bicker (I) (in 1720). Van hun achterneef Paul van der Veen erfden de kinderen in 1733 een aantal plantages in Suriname, waaronder Boxel, en Sinabo. (Stichtten zij vervolgens de suikerbakkerij op de Prinsengracht bij de Leidsestraat, genaamd “Paramaribo”?)

De schoonzonen

Johanna Sara Pels (1702-1791), echtgenote van Jan Bernd Bicker (1695-1750)
Hendrick Bicker (1722-1783), pastel door Jean-Étienne Liotard

 

  • Mr Willem Munter (1682-1759) was een zoon van Cornelis Munter. Hij was tien keer burgemeester van Amsterdam tussen 1726-1746 en Raad bij de Admiraliteit van Amsterdam. Het is onduidelijk wanneer hij tot de firma toetrad, vermoedelijk nazijn huwelijk. Hij zorgde naar verluid voor gunstige beleggingen. In september 1748 is hij geremoveerd uit de vroedschap vanwege zijn staatsgezindheid, alsmede tien familieleden. Het echtpaar had zeven kinderen en bewoonde Keizersgracht 313.[32]
    • In 1737 werd hun zoon Cornelis Munter (1716-1750) lid van de fa Pels (voor 1/5 deel).[33] Die bewoonde Herengracht 386 en 466; hij was schepen in 1742, trouwde in 1743 Cornelia Margaretha van de Poll, maar stierf kinderloos.
  • Jan Jeronimus Boreel (1684-1738), een zoon van Jacob Boreel, en Anna Maria Pels trouwden in 1709. Als huwelijksgeschenk kreeg zij Herengracht 469 cadeau, een pand dat zij tot het einde van haar leven bewoonde. In 1707 was hij stadssecretaris. In 1722 kocht hij “Hartenlust” in Bloemendaal. Vanaf 1733 via zijn vrouw eigenaar van de plantage Boxel in Suriname. In 1734 was hij schepen. Het echtpaar had twee kinderen: Jacob en Agneta Marie. Jacob werd eigenaar van de brouwerij “de Arend”.
  • Jan Bernd Bicker (1695-1750) was de zoon van Hendrik Bicker en Maria Schaep en trouwde met Johanna Sara Pels. Hij had vele functies, o.a. stadssecretaris, schepen, drossaard van Muiden, baljuw van Naarden en Gooiland en dijkgraaf van Weesp en Weesperkarspel, lid van de fa. Pels. Hij werd eigenaar van Schaep en Burgh na het overlijden van zijn moeder in 1725. In 1725 kocht hij Herengracht 527 van Jacob J. Hinlopen. Bicker werd in september 1748 uit de vroedschap gezet door toedoen van stadhouder Willem IV en Mattheus Lestevenon. Het echtpaar Bicker-Pels kreeg tien kinderen; de broers Hendrik (1722-1783) en Jan Bernd Bicker (II) (1733-1774) kregen in 1750 de leiding over de firma Pels.[34] In 1755 zijn de broers met slechts een kapitaal van een half miljoen opnieuw een compagnieschap aangegaan; in 1771 uitgebreid met Jan Bernd Bicker (III).[35][36] De firma handelde in zilver uit Cadiz, kwikzilver uit Hongarije, lood uit Stockton-on-Tees, pek en teer uit Archangel.

In 1744 leende de bank 15 miljoen aan Frankrijk.[37] Aan het eind van 1748 was de bank betrokken bij de uitbetaling door Frankrijk van de schadeloosstelling van krijgsgevangenen na de Vrede van Aken.[38] De Franse staat gaf Pels & Zoonen opdracht tot het slaan van 25 miljoen dukaten, zodat hij door zijn achterkleinzoon de “Bankier van Frankrijk” werd genoemd.[39] In die jaren heerste er grote verwarring op de geldmarkt. Er circuleerden minderwaardige munten en er was een gebrek aan gouden ducaten.[40]

In 1757 wilde Frederik de Grote een lening van een half miljoen sluiten bij de bank Pels & Zonen. Hendrick Bicker werd naar raadpensionaris Pieter Steynverwezen.[41][42]) Tijdens de financiële crisis in augustus 1763 en er nog steeds een groot gebrek heerste aan contant geld,[43] was het bankhuis Pels & Zonen niet bereid Leendert Pieter de Neufville overeind te houden, maar gaf de voorkeur aan een Deense lening (in de persoon van Heinrich Carl von Schimmelmann).[44] In 1768 protesteerde een aantal invloedrijke Amsterdamse firma’s, waaronder Pels, tegen het monopolie van de Zeeuwse WIC, dat geen concurrentie duldde op Demerary en Essequebo en bang was dat ook de slavenhandel teloor zou gaan.[45][46] In 1772 kwam Pels handelshuis Clifford te hulp. In augustus 1772 leende de bank 1,7 miljoen gulden aan de stad Hamburg.[41] In 1773 is de firma geliquideerd, een gevolg van speculatie in aandelen op de Britse Oost-Indische Compagnie.[47] Ook Clifford redde het niet.[48]

De familie Pels

De familie Pels stamt uit ‘s-Hertogenbosch en was al in de 15e en 16e eeuw betrokken bij het stadsbestuur.[49][50] Aarnout of Arnold Pels (-1575) trok naar Antwerpen in een onbekend jaar, nog voor het Schermersoproer. Zijn kinderen vluchtten waarschijnlijk rond 1585 vanuit Antwerpen naar Duitsland. Via Frankenthal en Hanau-Neustadt kwam een deel van zijn nageslacht uiteindelijk in de Nederlanden terecht. Andere leden van de familie trokken naar Keulen, Hamburg, en Stade.

  • Paulus Pels (ca 1560 – voor 1608) was getrouwd met Barbara Opalfens (ca 1560-Utrecht, 3 juli 1624).[51][52] Hij vluchtte van Antwerpen naar Frankenthal, waar een Waalse gemeente was ontstaan (1591), maar verhuisde via Frankfort (1593) naar Hanau. Daar was in 1596 eveneens een tweetalige, Calvinistische Waals-Vlaamse gemeente ontstaan. Paulus Pels had de leiding over de bouw van de Waals-Nederlandse Kerk (Hanau). Hij behoorde tot de rijkere inwoners.[53] Het echtpaar zou acht kinderen hebben gehad? Vijf zijn aanwijsbaar. Zijn weduwe vestigde zich in Utrecht.
    • Paulus Pels (Frankenthal, 1587-Danzig, 3 september 1659) was getrouwd met Susanne ‘t Kint. (Haar moeder was Catharina Hellemans, in 1571 in Antwerpen getrouwd met Peter ‘t Kint.) Zij woonden in 1617 in Amsterdam en in 1623 in Utrecht. Hij leverde in 1624 30.000 pond buskruit aan Engeland op aanbeveling van Dudley Carleton, hetgeen hem niet in dank is afgenomen.[54] In 1637 werd hij resident voor de Staten-Generaal in Danzig waar hij in 1638 een functie als commissaris verkreeg.[55][56] Het echtpaar had minstens drie kinderen:
      • Pieter (Amsterdam, 1617-‘s Gravenhage, 27 maart 1698) was getrouwd met Antoinette von Sandrart (Frankfort 1627-Den Haag, 1669 of 1675?),[57]een oudere zuster van de kunsthandelaar/etser Jacob von Sandrart; 2e huwelijk in 1680 met Beatrix van der Does (Den Haag, 1644-na 1682). Hij was o.a. secretaris van Grotius, en vanaf 1677 resident (agent) van de hertog van Holstein-Gottorp.[58] Hij had twee zonen:
        • Harald Johannes Pels (Den Haag, 1668-Den Haag, 1727), advocaat.[59]
        • Pieter Hendrik Pels (1682-Den Haag, 12 juli 1743)
      • Susanne (Amsterdam, 1621-) trouwde in 1654 in Utrecht met de weduwnaar Balthasar van der Veen uit Gorkum? Zij hadden een zoon: Paulus van der Veengouverneur van Suriname, en directeur van de Societeit van Suriname.
      • Philips (Utrecht 1623-Danzig, 1682) was diplomaat in Danzig.
    • Andries Pels (Frankenthal? 1591-Amsterdam, 1666) is de zoon van Paulus Pels en de kleinzoon van Aarnout Pels.[60] Andries Pels, Pouwelsz. is in 1620 getrouwd met Catharina Vegelman (1599-1669) in Hanau. Hij was een koopman/assuradeur op zowel Oost- en Westindië, actief in de Straathandel, maar ook op de Baltische Zee. In 1621 handelde hij in suiker.[61] In 1623 handelde hij op Italië; in 1624 was hij op de Frankfurter Messe. In 1631 kocht hij alle Chinese zijde op.[62] In 1639 liet hij salpeter vervoeren uit Danzig.[63] In 1645 bedroeg zijn omzet 600.000 bij de Wisselbank. In 1666 kreeg hij Braziliaans hout aangeleverd vanuit Curaçao.[64] Hij was woonachtig op de Keizersgracht in de “Vergulde spelt” en had vijf kinderen:
      • Keizersgracht 317, woonhuis van Guillelmo Pels, is verkocht aan Christoffel Brants

        Guelmus of Guilelmo (1625-1691) ongehuwd; koopman die samenwerkte met zijn broer Jean Lucas. Hij bezat op de Prinsengracht de pakhuizen “Stockholm”, “Ossen”, “Praag” en “Riga” tegenover de Leidsekruisstraat.[65]

      • Jean Lucas (1628-1699) trouwde in 1654 in Amsterdam met Susanne Noirot. Zij hadden zeven kinderen:
        • Andries Pels (1655-1731), de bankier, trouwde in 1682 met Agenieta Bouwens; zij hadden vijf kinderen:
          • Anna Maria (1684-1776), getrouwd in 1709 met Jan Jeronimus Boreel
          • Catharina (1687-1736), getrouwd in 1712 met Mr Willem Munter, zoon van Cornelis Munter.
          • Jean Lucas Pels (1688-7 januari 1741), heer van de Hogelanden. In 1714 trouwde hij met Susanne de Wildt (-1739). Hij hertrouwde in 1740 met Anna Elisabeth Geelvinck. Geen kinderen
          • Mr Pieter Pels Andriesz. (1691-7 februari 1741) was advocaat, ongehuwd; mogelijk eigenaar van enkele hofsteden bij Velsen.[66][67] Het zou ook om zijn oom kunnen gaan;[68] een 17-jarige kocht geen hofstede ook al was hij schatrijk.
          • Johanna Sara (1702-1791) getrouwd in 1720 met Jan Bernd Bicker (I).[69]
        • Adriaen (1657-1721) trouwde in 1688 met Clara Jacoba Pellicorn. Geen kinderen; in 1718 gescheiden van tafel en bed.[70]
        • Guillielmo of Guilliam Pels (16 april 1659-1705), schepen in Amsterdam, trouwde in 1688 met Susanna Jacoba Valckenier, dochter van Cornelis Valckenier, geboren in Tonkin; zij hadden zes kinderen: Catharina (1689-1761), Cornelis (1691), Jan Lucas (1694), Susanne Cornelia (1695), Guilliam (1701-1769) en Willem (1704).
          • Catharina Pels trouwde in de Waalse kerk in 1711 met Martin Weier, een 23-jarige koopman. Bij de doop van haar dochter in 1715 was Jan van Beuningen, in 1720 gouverneur van Curaçao, getuige. In 1742 rentenierde zij, had twee dienstboden en een inkomen van 2.500 gulden per jaar. Zij woonde op Keizersgracht 460.
        • Jan Lucas (1661-) stierf jong
        • Jean Lucas (1663-1712) trouwde in 1690 met Johanna Schuyt. Ze hadden twee dochters: Johanna Clara (1695-1754), en Alberta Maria (1705-1748). De eerste trouwde in 1713 met Jacob van der Dussen, baljuw en dijkgraaf van Amstelland. De laatste trouwde in 1733 met een zoon van Jonas Witsen, eveneens Jonas genaamd.
        • Catharina Pels (1665-1704) trouwde in 1685 met Joan Bouwens, handelaar in geschut en Zweeds ijzer; zij hadden acht kinderen.
        • Pieter of Peterus (1668-Velsen, 23 november 1739). In 1708 kocht de ongehuwde Pieter de hofstede “Westerwijk” bij Velsen, vermoedelijk ook andere hofsteden en nabijgelegen grond.[71]
      • Andries Pels (1631 – 1681) was advocaat/toneelschrijver, ongehuwd.
      • Johanna (1636-1716) trouwde in 1670 met Antonij van der Nypoort (1635-1710), heer van Hogelanden, burgemeester van Utrecht in 1689 en 1690, later schout; gescheiden rond 1707?[72]
      • Catharina Aletta (1638-Utrecht, 1711) trouwde in 1678 met de weduwnaar Jacob Noirot (1629-Amsterdam, 1680) en 2. met de weduwnaar Everard Booth (1638-Utrecht 1714) in 1685. De beide zussen stierven kinderloos.
      • Pieter (1643- tussen 1661 en 1675), vermoedelijk in het buitenland.
    • Susanna Pels (Hanau? 1596-Amsterdam, 1670) trouwde in Utrecht met Franchois de Sweerts (-Amsterdam, 1662), waarschijnlijk de zoon van een lakenkoopman. Het echtpaar had minstens vier kinderen Johannes (1618-1675?), Paulus (1624-1675), Johanna (1626-), en Jacob (1628-1675).[73][74] In 1637 bestreden zij het testament van hun (groot)moeder, Barbara Opalphens, die grond bezat in Holstein niet ver van Friedrichstadt bij de Börmersee. Franchois noemde Paulus Pels (1589-1659) zijn zwager.[75] In 1638 sloot hij een deal met Andries Pels, ook een zwager, over de opbrengst van een partij lakens.[76] In 1641 vertrok het echtpaar naar West-Indië en vervolgens naar Pernambuco waar haar man als commissaris van de “drooge en natte vivres” werkte, maar daar in 1647 vanwege bedrog in de problemen kwam.[77] Rond 1651 waren Johannes en Paulus terug in Amsterdam; in 1654 zat Johannes op Sint-Maarten, Jacob en Paulus in Recife.[78] Jacob kwam terug in 1655 en vestigde een compagnieschap met zijn twee broers om slaven van Guinee naar de Caraiben te brengen. De familie was mogelijk niet erg kapitaalkrachtig, nadat in Nederlands-Brazilië alle bezittingen, waaronder een plantage,[79] bij Recife en São Bras verloren gingen, want Andries Pels (1591-1666) stond borg voor hun moeder’s terugtocht in augustus 1655 via Cuba, Santo Domingo en Spanje. Johannes en Jacob vestigden zich rond 1661 op Guadalope.[80] De broers Guillelmo en Jean Lucas Pels handelden rond 1670 met hun neven Sweerts, in tabak, katoen en suiker, afkomstig uit de Caraiben.[81][82] Paulus de Sweers erfde de suikermolen op Guadalope na het overlijden van zijn broers en vertrok naar het eiland, maar stierf onderweg.[83]
    • Johanna Pels (-Utrecht, 1628).[84]
  • Eduard Pels de oude (-Hanau, 1611? of voor 1639?) was getrouwd met Johanna of Janneke de Raedt (-Utrecht, 1639).[85][86] Zij hadden een zoon Carel, eveneens woonachtig in Hanau, getrouwd met Sara de Brassierier.[87][88] Zijn andere drie zonen leefden naar verluid op grote voet.
    • Eduard Pels de jonge (1568-1624?) trouwde in 1606 in Amsterdam met Johanna Baudeson. Zij hadden vijf kinderen: Eduard (1607-1673) advocaat, Johannis (1609-), Nicolaes (1610-), Jacobus (1612-), Maria (1617-); allen gedoopt in Amsterdam. Zijn weduwe woonde in 1631 in de Stilsteeg, nu de Paleisstraat.
    • Bartholomeus Pels woonde in Stade, waar ook een Waalse gemeente was ontstaan; hij had twee dochters Maria en Adriana:
      • Maria Pels (-1592) trouwde in 1589 in Stade met Willem Bartolotti (Antwerpen, 1560-Amsterdam 1634). (Haar zoon Jan Baptist Bartolotti van den Heuvel (1590-1624) trouwde in 1612 met Leonora Hellemans Arnoudsdochter (1594-1661). Hij gaf opdracht tot bouw van het Huis Bartolotti).[89][90]
    • Hans Pels (-1617), suikerbakker en koopman, was getrouwd met Marij of Maeijke Bailli (-1622). Zij hadden veertien kinderen, vier stierven jong: Janneke (1588-), Marcus (1591-1647), Maria (1593-), Agneta (1596-), Abram (1599-), Suzanne (1601-Amsterdam, 1649), Anna (1606-), Johan (1607-), Hans (1609-), Isaak (1610-1628); allen gedoopt in Amsterdam.
    • Anna Pels trouwde met Christoffel Resteau; woonde in Keulen.[91][92]
    • Arnout
  • Arnold Pels de oudere (-Hamburg, 1636) was getrouwd met Angela Anselmo, woonde in 1596 in Keulen en in 1623 in Hamburg?
    • Arnold Pels de jongere (-Keulen 1631) trouwde met Catharina Gossen en/of Esther del Sou; zij woonden in Keulen. Zij hadden twee dochters Appolonia en Susanne.[93][94]
  • Mogelijk waren Jacob en Susanne Pels, beide gestorven in Hanau, ook kinderen van Aernoud.

Nog te plaatsen

  • Susanna Pels (-Utrecht, 23 februari 1646) was de weduwe Johan Lucas van Frankendael (Jean Lucas? of Frankenthal?). In zijn testament is sprake van een stichting Frankendaal ter ondersteuning van theologiestudenten.

Varia

  • Giacomo Casanova vermeldt dat hij in 1758 diverse keren de heer Pels ontmoette, en uitgenodigd werd om te gaan ijszeilen. Omdat de twee zonen van Andries Pels waren overleden, zou het om een Munter of Bicker kunnen gaan. Misschien heeft hij het verhaal verzonnen?[95]

Referenties

  1. Dillen, J.G. van (1970) Van Rijkdom en Regenten, p. 456-7, 472-3.
  2. Joost Jonker en Keetie Sluyterman (2000) Thuis op de wereldmarkt. Nederlandse handelshuizen door de eeuwen heen.p. 95
  3.  Geschichte meines Lebens von Giacomo Girolamo Casanova
  4. Missiven van H.H.M. en van de Raad van State met een verzoek om het aandeel in de betaling te voldoen aan Andries Pels en Georg Clifford voor de financiering van militie ingevolge het traktaat met Rusland.
  5.  Isabella Henriette van Eeghen (1956) Inventaris van het familie-archief Bicker, p. 124.
  6. DBNL Het dagboek van Jacob Bicker Raye
  7.  Stadsarchief Amsterdam. NA 2233/421-423. Not A. Lock, 21 juni 1670
  8. Omhoog I.H. van Eeghen (1970) DE PAKHUIZEN VAN PELS, p. 221. In: Maandblad Amstelodamum
  9. Doopregisters Stadsarchief Amsterdam
  10. Er is een Akte van willige condemnatie van 2 februari 1700 over de scheiding van de negotie en compagnieschap van Jean Pels & Zn., in 1688 aangegaan, tussen Jean Lucas, Andries, Adriaan, Guilliam Pels.
  11. Secrete resolutien van de [… Staaten van Hollandt ende West …, Band 6, p. 266]
  12. Buitenplaats Vredenhoff
  13. De vroedschap van Amsterdam 1578-1795, p. 364, 814
  14. Money in the Pre-Industrial World: Bullion, Debasements and Coin Substitutes herausgegeben von John H Munro, p. 19
  15. Memorie instructyf, met de bylagen, in de zake van de weduwe Jean Tourton … door Elizabet Tourton-Scholte
  16. J.G. van Dillen, p. 456
  17. Geld in Amsterdam: Wisselbank en wisselkoersen, 1650-1725 door Pit Dehing
  18. I.H. van Eeghen (1989) DE BROUWERIJ DE DUBBELE AREND EN HET PAKHUIS DE POOL, p. 56. In: Maandblad Amstelodamum
  19. Nieuwe Nederlandsche jaerboeken of vervolg der …, Band 8, Deel 1
  20. J.G. van Dillen, p. 457.
  21. Tussen droom en daad: de Financiële (R)evolutie in de Oostenrijkse Nederlanden 1716-1780 door David De Vleeschouwer
  22. Volgens Pit Dehning (2012) Geld in Amsterdam. Wisselbank en wisselkoersen, 1650-1725 in Bijlage 4 bedroeg het aantal Bankgeldtransacties van kassiers via de Amsterdamse Wisselbank in 1686 484.000 gulden, in 1695 517.000, in 1706 56.902.000, in 1716 93.695.000, en in 1726 100.695.000 gulden. [1]
  23.  Rhubarb: The Wondrous Drug von Clifford M. Foust
  24.  Stadsarchief Amsterdam. De familie De Clercq
  25. J.G. van Dillen, p. 472.
  26. Graven op internet
  27.  DBNL
  28. Find a grave
  29. DBNL
  30. http://www.hgmk.nl/wp-content/uploads/Ledenbulletins/LB27-2003.pdf
  31. http://haffmansantiek.nl/koopakten-documenten-buitenplaats-zuiderwijk-beverwijk-18e-eeuw-perkamenten-handschriften.html
  32. Amsterdamse grachtenhuizen
  33. De andere vier waren zijn ooms Jean Lucas en Pieter Pels, zijn vader Willem Munter en zijn oom Jan Bernd Bicker.
  34. ‘sLands verydelde hoope ter geheugenisse der ingezetenen vertoont in een … door Johannes Haverkamp
  35. Archief van de Familie Bicker en Aanverwante Families
  36. Joost Jonker en Keetie Sluyterman (2000) Thuis op de wereldmarkt. Nederlandse handelshuizen door de eeuwen heen.p. 121
  37. DBNL
  38. Resolutien van Holland, Deel 2
  39.  V. Janssens (1957) Het geldwezen der Oostenrijkse Nederlanden, p. 82
  40. J.G. van Dillen (1925) Bronnen tot de geschiedenis van de Wisselbank. § 436 en 440
  41.  naar:a b J.E. Elias (1903-1905) De vroedschap van Amsterdam, p. 1062-1063
  42. Of de lening plaats vond is onduidelijk, maar zeker is dat Groot-Brittanie met Frederik het jaar daarop, 11 april 1758, een defensieverdrag sloot en hem subsidie verleende zodat hij 10 miljoen gulden kon lenen.Nederlandsche post-ryder, geevende naauwkeurige berigten van de …, Band 7
  43. J.G. van Dillen (1925) Bronnen tot de geschiedenis van de Wisselbank. § 453
  44. J.G. van Dillen, p. 607.
  45. 6 Mey 1768. (Requeste van een groot aantal kooplieden te Amsterdam
  46. J.P. van de Voort (1973) DE WESTINDISCHE PLANTAGES van 1720 tot 1795, p. 129
  47. De East India Company werd op de been gehouden door de Tea-Act, binnen een halfjaar leidend tot de Boston Tea Party en een monopolie op de opiumhandel naar China.
  48. Brugmans, H. (1973) Geschiedenis van Amsterdam. Deel 4: Afgaand getij 1697/1795, p. 86.
  49. Nationaal Archief
  50. De Bosche zegels
  51.  BAPTISMS IN THE DUTCH REFORMED CHURCH IN COLOGNE, GERMANY 1571-1650
  52. http://17thcenturyhollanders.pbworks.com/w/file/fetch/48853913/UtrechtOverluidingen.pdf
  53. Brethren in Christ: A Calvinist Network in Reformation Europe von Ole Peter Grell, p. 166
  54. http://www.archive.nrw.de/LAV_NRW/jsp/findbuch.jsp?archivNr=185&tektId=997&id=2905&klassId=1&seite=3
  55. https://www.dbnl.org/tekst/groo001brie16_01/groo001brie16_01_0161.php
  56. Repertorium der Nederlandse vertegenwoordigers, residerende in het buitenland, 1584-1810
  57. De registers der graven in de Kloosterkerk te ‘s Gravenhage von Joannes Carolus Muelen
  58.  https://www.dbnl.org/tekst/groo001brie13_01/groo001brie13_01_0269.php
  59. De bewoners en eigenaren van het Lange Voorhout tussen 1650 en 1750 en hun zomerverblijven
  60. Stadsarchief Amsterdam. N.A. 1096 fol. 227. Not. J. van de Ven, 2 maart 1651
  61. J.G. van Dillen (1933) Bronnen tot de geschiedenis van het bedrijfsleven en het gildewezen van Amsterdam 1612-1632, Deel II
  62. Dutch-Asiatic Trade 1620 – 1740 von Kristof Glamann
  63. De Trippen in de 17e eeuw door P.W. Klein, p. 237-238
  64. NA 2222-326 not.A.Lock, 8 oktober 1666, met dank aan R. Koopmans
  65. Onder de Keizerskroon
  66. Noord-Hollands Archief
  67. http://docplayer.nl/54849903-De-voormalige-buitenplaatsen-rooswijk-en-westerwijk.html
  68. Omhoog http://www.hgmk.nl/wp-content/uploads/2015/06/LB27-Scheijbeek.pdf
  69. Omhoog Nationaal Archief
  70. Omhoog http://www.beemsterboerderijen.nl/jw44.html
  71. Omhoog http://docplayer.nl/54849903-De-voormalige-buitenplaatsen-rooswijk-en-westerwijk.html
  72. Omhoog http://www.gahetna.nl/collectie/archief/pdf/NL-HaNA_1.10.10.ead.pdf
  73. Omhoog Utrechts Archief
  74. Omhoog https://www.erudit.org/fr/revues/bshg/2012-n163-bshg02566/1036806ar.pdf
  75. Omhoog Het Utrechts Archief
  76. Omhoog Het Utrechts Archief
  77. Omhoog Kort, bondigh ende waerachtigh verhael van ‘t schandelijck overgeven … van Brasil, Band 1 (1655)
  78. Omhoog NA 1755-381 not.J.Q.Spithoff, 22 mei 1654. Met dank aan R. Koopman, Zaandam
  79. Omhoog NA 2233-488, 493, not. A. Lock, dd. 27 juni 1670; NA 2197-632/633 en 719/720 not. A. Lock, dd. 20 nov 1654, met dank aan R. Koopman, Zaandam
  80. Omhoog NA 3732-374 not. P. Sas, dd. 19 mei 1676, met dank aan R. Koopman, Zaandam
  81. Omhoog Norbert H. Schneeloch (1982) Aktionäre der Westindischen Compagnie von 1674: die Verschmelzung der alten Kapitalgebergruppen zu einer neuen Aktiengesellschaft. Band 12 von Beiträge zur Wirtschaftsgeschichte, p. 273-274.
  82. Omhoog NA 1761-172 not.J.Q.Spithoff, dd. 6 maart 1660, met dank aan R. Koopman, Zaandam
  83. Omhoog Lodewijk Hulsman et Martijn Van Den Bel (2012) Recherches en archives sur la famille Sweerts. In: Bulletin de la Société d’Histoire de la Guadeloupe
  84. Omhoog http://17thcenturyhollanders.pbworks.com/w/file/fetch/48853913/UtrechtOverluidingen.pdf
  85. Omhoog http://17thcenturyhollanders.pbworks.com/w/file/fetch/48853913/UtrechtOverluidingen.pdf
  86. Omhoog BAPTISMS IN THE DUTCH REFORMED CHURCH IN COLOGNE, GERMANY 1571-1650
  87. Omhoog BAPTISMS IN THE DUTCH REFORMED CHURCH IN COLOGNE, GERMANY 1571-1650
  88. Omhoog http://www.archive.nrw.de/LAV_NRW/jsp/findbuch.jsp?archivNr=185&tektId=997&id=2905&klassId=1&seite=3
  89. Omhoog UIT DEN MUIDERKRING DOOR Dr. P. LEENDERTZ Jr.
  90. Omhoog „HEUVEL EN DAEL” LATER „VOSSEVELD” door P.J. v.d. Breemer
  91. Omhoog BAPTISMS IN THE DUTCH REFORMED CHURCH IN COLOGNE, GERMANY 1571-1650
  92. Omhoog http://research.frick.org/montias/browserecord.php?-action=browse&-recid=1447
  93. Omhoog Marriages in the Dutch Reformed Church in Cologne 1588-1650
  94. Omhoog BAPTISMS IN THE DUTCH REFORMED CHURCH IN COLOGNE, GERMANY 1571-1650
  95. Omhoog http://sternchenland.com/category/erotische-ebooks/erinnerungen-band-3-von-casanova
  96. Omhoog https://www.amsterdam.nl/kunst-cultuur/monumenten/beschrijvingen/herengracht-479-0/

41 total views, 4 views today