De familie de Neufville

De protestantse familie De Neufville had zich vanuit Artois, Noord-Frankrijk via Antwerpen, Frankfurt (1578) en Londen over Europa verspreid, een deel was naar Haarlem getrokken.1 2 Daar waren zij betrokken bij de zijdehandel en maakten deel uit van de Vlaams-doopsgezinde gemeente.3 In Haarlem woonde de familie in het huis “het Land van Beloften” in de Grote Houtstraat.4 Verschillende leden vestigden zich in Amsterdam.5 Stamvader van de Amsterdamse tak is Balthasar de Neufville (1616-1678), die gehuwd was met Trijntje van den Bogaerd.6 Hij vestigde zich rond 1640 in de Warmoesstraat als zijdewinkelier. Het echtpaar had acht kinderen, waaronder Balthasar (1650-1692), die een katoendrukkerij bij Maarssen dreef. Balthasar trouwde in 1675 met Christina van Beeck. Zij was afkomstig van Singel 138, een pand dat sinds 1657 in het bezit van haar familie was.7 8 Via haar vader, Lenard van Beeck, kwam de voornaam Leendert in de familie De Neufville. Zijn kleinzoon Leendert de Neufville (1677-1755) trouwde in 1701 met 17-jarige Alida (of Aletta) Oosterling. Hun zoon, de 22-jarige Pieter Leendert de Neufville (1707-1759) huwde in 1728 jonkvrouw Catharina de Wolff (1708-1760).9

Singel 138, waar in augustus 1940 Vrij Nederland is opgericht.

Pieter Leendert de Neufville

Pieter Leendert kwam van Singel 138; Catharina van Herengracht 158 (over de Driekoningenstraat). Zij kregen vier kinderen Leendert Pieter, Pieter Leendert (1730-Wageningen na 1807?), David (1732-1796) en Balthasar (1733-1796). De beide families maakten deel uit van de doopsgezinde gemeente van Lam en Toren eveneens op het Singel voorbij de Bergstraat. In 1730 erfde zijn vrouw een 1/4 part van de 1,4 miljoen gulden na het overlijden van haar moeder Catharina de Neufville, in 1701 getrouwd met Pieter de Wolff (en in 1716 met Dirk van Lennep; haar zus Petronella was in 1711 ook met een Van Lennep getrouwd). Op 1 februari 1735 ging Pieter de Neufville, koopman in rogge en zijde, failliet. Hij verkocht zijn aandeel in een tiental schepen, zijn huizen Warmoesstraat 125 en het pand precies achter zijn woning Herengracht 123,10 maar ook zijn buiten bij Mijnden. Zijn vrouw bleek zijn belangrijkste crediteur.11 Rond 1739 verhuisde De Neufville naar  Keizersgracht 15.12 13

File:WLM - Minke Wagenaar - Keizersgracht Hotel 002.jpg
Keizersgracht 15, “het achtste huis vanaf de Brouwersgracht”, lange tijd ‘de Fortuyn’ geheten, nu hotel Sebastian’s

Jean de Neufville

Hij was de zoon van Leendert de Neufville Jansz (1698-1762) en Agneta de Wolff (1703-1750); ook Agneta erfde een 1/4 van de 1,4 miljoen van haar moeder Catharina de Neufville. De doopsgezinde Jean trouwde in 1753 met Cornelia de Neufville (-1777) uit Haarlem.

In 1765 kocht De Neufville Keizersgracht 224 dat hij geheel liet verbouwen.[4] In 1776 kocht hij Wester-Amstel. De Neufville handelde op de West-Indies: St. Eustatius, St. Croix en St. John. Al in 1761 deed hij zaken in Amerika.[5] In 1769 begon hij in compagnonschap een katoendrukkerij. In 1773 kocht hij een aantal plantages in Suriname; hij verkocht zijn aandeel in 1778.

Op 4 september 1778 had Jean de Neufville (1729-Albany, 1796) in Aken een ontmoeting met de Amerikaanse gezant William Lee en zegde daarbij steun toe aan de opstandelingen. In 1779 begon hij met het rechtstreeks verschepen van goederen (o.a. wapens) naar de V.S. Hij kocht 29km² land in Zuid-Carolina; zijn zoon in Albany County. De Neufville was destijds woonachtig in het pand Saxenburg op Keizersgracht 224. Eén van de gasten die hij in zijn huis ontving, was Paul Jones, een vooraanstaande figuur tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. In september 1780 werd het schip de Mercury op de terugweg bij New Foundland door de Engelsen in beslag genomen en het concept-verdrag, opgeborgen in een loden kist, dat door koopman Henry Laurens overboord was gegooid, uit de wateren opgevist. De geheime overeenkomst tussen de heren Lee en De Neufville gaf op 20 december aanleiding tot het verbreken van de banden tussen Engeland en de Republiek en de Vierde Engelse Zeeoorlog.

Op 1 maart 1781 kreeg De Neufville van John Adams opdracht voor rekening van het Congres een lening van ƒ 1.000.000 te openen.14 In 1782 verkocht hij het pand Saxenburg en het pakhuis daarachter op de Prinsengracht. In 1783 hertrouwde Jean met Anna Margaretha Langma(r)k, beide woonachtig in Neerlangbroek en vestigde zich naar verluidt in Bonn. De firma  ging in 1783 failliet en Leendert (1755-) emigreerde naar Boston om een nieuw bestaan op te bouwen. Zijn vader en stiefmoeder volgden  in 1785. Samen met zijn zoon, die nog met George Washington zou corresponderen,15 zou hij een glasblazerij beginnen die in 1793 failliet ging. De weduwe kreeg na 1796 een uitkering van het Amerikaanse Congres.16

http://www.amsterdamsegrachtenhuizen.info/fileadmin/uploads/Keizersgracht/KG08/Keizersgracht_224.jpg
http://www.amsterdamsegrachtenhuizen.info/fileadmin/uploads/Keizersgracht/KG08/Keizersgracht_224.jpg

Voetnoten

  1. Wezen en weldoen: 375 jaar Doopsgezinde wezenzorg in Haarlem edited by Piet Visser
  2. Histoire généalogique de la Maison de Neufville d’après d’anciennes chartes …  par A. C. de Neufville
  3. Global Anabaptist Mennonite Encyclopedia Online
  4.  Jan Isaac de Neufville
  5. Veluwenkamp, J.W. (1981) Ondernemersgedrag op de Hollandse stapelmarkt in de tijd van de Republiek.
  6. Verhaal van myn droevig leeven By Maria de Neufville
  7. Transporten Stadsarchief
  8. De bouwheer was Rem Bisschop, een Amsterdamse koopman, die bekend is geworden omdat er op 19 februari 1617 een rel voor zijn deur plaats vond, waarna binnen alles kort en klein werd geslagen. Het is niet onwaarschijnlijk dat in het pand  verboden remonstrantsgezinde bijeenkomsten zijn  gehouden omdat het ook een uitgang had op de Herengracht.
  9. Huwlijkszangen, ter bruilofte van den heere Pieter Leendert de Neufville, en jonkvrouwe Catharina de Wolff
  10. Kwijtscheldingen Stadsarchief Amsterdam
  11. Leonie van Nierop (1936)  Het dagboek van Jacob Bicker Raye (1732-1772), p. 200. Jaarboek Amstelodamum
  12. Amsterdamse grachtenhuizen
  13.  Het Nederlandsch Magazijn
  14. NNWB, p. 1213
  15. Letters from George Washington
  16. Diary entry: 12 June 1785