Keizersgracht 217-219

Het zes ramen brede Keizersgracht 217-219

De Keizersgracht is in 1615 gegraven, de Prinsengracht een jaar eerder. Aanvankelijk was het plan geen gracht, maar een boulevard aan te leggen, net als de Lange Voorhout in Den Haag. De kavels aan de oostzijde van de Keizersgracht kregen een breedte van 30 voet (ca 8,5 meter), net als op de Herengracht. De diepte van de kavels werd gesteld op voet (ca 48 meter); de aanleg van een keurtuin was verplicht. De bestaande bebouwing (wildgroei) is afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. De grond was onteigend tegen taxatiewaarde. De nieuwe bewoners moesten opdraaien voor de Melioratie (= verbetering) en betalen voor het ophogen met zand, de aanleg van de straten, bruggen en kades.

Keizersgracht 217/219

Volgens de transportakten in het Stadsarchief Amsterdam verkocht Abraham Matthijsz het erf 22 voet breed en 80 voet lang met getimmer op 15 mei 1619 aan Samuel Maronier (-1662), een makelaar in zijde; Maronier had als zodanig kontakt met Vondel. (Ook zijn ouders waren afkomstig uit Antwerpen en rond 1589 gevlucht.) Maronier werd in 1625 weduwnaar van Clara van Endhoven en hertrouwde Anna Pooecks. Hij woonde toen op de Keizersgracht. Maronier verhuisde naar Herengracht 228 en verkocht het pand op 23 april 1627 aan Cornelis Maignaert, ook een makelaar, wonende op Herengracht 264.

François Wijbrandts, eveneens een zijdehandelaar afkomstig uit Antwerpen, kocht het erf met de daarop staande huizen in 1638 voor de prijs van 24.250 gulden. (Zijn broer (?) Johannes Wijbrants bezat Herengracht 206 en 208, maar ook Keizersgracht 213.) Op 12 maart 1653 ging hij failliet; zijn goederen kwamen terecht bij de Desolate Boedelkamer. Op 29 juni 1654 verkocht François Wijbrants, huis (’t Vergulde Klaverblad uithangend) en erf met zaal en tuin aan Jan Leyendecker Gn. van Teylingen, admiraal van de retourvloot. Hij zou in 1611 zijn gedoopt in Amsterdam, trad tot de VOC en was tot 1652 opperkoopman in Suratte, ten noorden van Mumbay. Hij is in 1646 getrouwd in Batavia met Anna de Buys; het echtpaar kreeg elf kinderen. Hij is benoemd in de Raad van Indië en in de Raad van Justitie. Teylingen stierf in 1670 in Leiden.[W.M. Zappey (1988) De Loosdrechtse porceleinfabriek 1774-1784. In: Loosdrechts porselein 1774-1784, p. 13]

Op 5 juli 1654 verkocht Wijbrants het naastgelegen pand (219) aan François Nieuland, van beroep apotheker. Joan van Teijlingen verkocht het pand ‘t Vergulde Klaverblad op 20 april 1655 aan Gerard Dommer. De  erven van Dommer verkochten het pand en erf met tuin en achterhuis op 12 januari 1663 met toestemming van de Weesmeesters aan Cornelia Empting(h), de echtgenote Casper Groeken voor 32.860 gulden.1 De aankoop is op 6 juli bezegeld. Cornelia Emptinck is op 19 september 1665 begraven in de Oude Kerk. Het is onduidelijk wat er met het aangekochte pand gebeurde.

Geertruid Bicker

Op 5 juni 1682 kocht de weduwe Deutz, Geertruid Bicker van de erfgenamen van Mr François Nieuland twee panden: Het huis genaamd Sterrenburg op de oostzijde van de Keizersgracht 231 maar ook Keizersgracht 219, want wijlen Jan van Teylingen (1611-1670) woonde ten noorden (217) en Jan Bicker aan de zuidzijde (221), zoals de koopakte vermeldt.

Portrait of Man, possibly Jean Deutz, with a Red Cloak
Mogelijk Jean Deutz, ca 1650 door Michael Sweerts geschilderd in Italië. Wallace Collection

Op 28 december 1654 was de 20-jarige Geertruid Bicker met de 34-jarige Jean Deutz, in het huwelijk getreden. Geertruyd was de dochter van burgemeester dr. Jan Bicker, de eigenaar van bijna het hele Bickerseiland. Haar zuster Lijsbeth Bicker huwde in 1652 Jacobus Trip. Agneta Deutz (van het Deutzenhofje op de Prinsengracht)  werd haar schoonzuster.2

De familie Deutz was afkomstig uit Keulen, maar stamt oorspronkelijk uit Freiburg. Hans Deutz had zich in 1605 als koopman in onder andere Oostindische waren in Amsterdam gevestigd en was er in 1614 getrouwd met Elisabeth Coymans, een dochter van een van de rijkste families van Amsterdam. Het echtpaar kreeg veertien kinderen,3 slechts de helft haalde de volwassenheid: Elisabeth (1615-1672),  Johannes (1618-1673), Jeronimus (1622-1681), Josephus (1624-1684), Balthasar (1626-1661), Agneta (1633-1692), en Gideon (1635-1670).

File:Amsterdam - Keizersgracht 121.JPG
Keizersgracht 121

In 1659 verkreeg de oudste zoonJean Deutz het recht Oostenrijks kwikzilver naar Amsterdam te vervoeren.4 Rond 1669 wist hij het monopolie te verwerven door de gehele voorraad van een Venetiaans handelshuis op te kopen. 5 Naar het zich laat aanzien bleef Jean Deutz tot zijn dood in 1673 in het ouderlijk pand wonen. Omdat dat pand volgens een bepaling in het testament binnen de familie Deutz moest blijven, 6 7 verhuisde Geertruid Bicker na het overlijden van haar echtgenoot naar haar dochter op Herengracht 446, eigendom van haar neef, oud-burgemeester Andries de Graeff. (Haar zwager Joseph Deutz, koopman in pek en teer, bewoonde Herengracht 450.) Geertruid Bicker was de eigenares van een landgoed bij  Spanderswoud in ’s Graveland. Dat kwam in een onbekend jaar (voor 1678) in haar bezit (via Andries Bicker, haar oom?) 8. Jean Deutz en  Geertruid Bicker hadden drie kinderen:

  •  Mr. Jean Deutz, (26 juni 1655, Amsterdam, 19 november 1719, Amsterdam; vrijheer van Assendelft en Assemburg, een adellijke titel, ongeveer gelijk aan baron.
  • Agneta Deutz, (1657-1678); zij trouwde met Cornelis de Graeff en woonde op Herengracht 446.
  •  Isabella Agneta Deutz, (11 juni 1658, Amsterdam – 19 oktober 1694); Isabella trouwde in 1680 in Amstelveen met de Utrechtse edelman Diederik Hoeufft,  (1648-1719), bewindhebber van de VOC.
Datei:Porträt von Isabella Agneta Deutz, Mauritshuis Den Haag.tif
Isabella Deutz door Gottfried Schalcken

Geertrui Bicker kocht in 1682 Keizersgracht 219, en na haar dood in 1702 werd de beide pand eigendom van haar dochter en schoonzoon Diederik Hoefft. Waarschijnlijk zijn de twee panden tussen 1682 en 1718 bij elkaar gevoegd. Het is mij niet precies duidelijk geworden wanneer Jan van Teylingen het naastgelegen pand verkocht.

In 1692 en 1696 financierde Geertruid Bicker de aanwerving van soldaten en matrozen voor de Oostenrijkse keizer tegen de Turken. In 1695 is de uitvoer van het kwikzilver naar Amsterdam  geregeld en jaarlijks op minstens 800 vaatjes van 150 pond gesteld. Een deel lag waarschijnlijk opgeslagen in het onderhavige pand. Bij het uitruimen van de kelder werden resten kwikzilver aangetroffen.

Geertrui is overleden op 7 januari 1702 in Heemskerk, inwonend bij haar zoon Jean op kasteel Assumburg. Zij was toen 68 jaar oud. De weduwe Deutz-Bicker heeft Keizersgracht 217/219 nooit bewoond, zij was enkel eigenares.

Diederik Hoefft

Diederik Hoefft werd de nieuwe eigenaar van ‘t vergulde Klaverblad (via zijn vrouw) tussen 1702-1718. Het is niet duidelijk of het echtpaar er ooit heeft gewoond. Het huis werd verhuurd aan een neef uit Duitsland, Daniel Deutz en zijn vrouw Maria Bordes, die beiden vanuit het pand zijn begraven.

http://uwstamboomonline.nl/passie/sites/fotoalbum/2147/98236.jpg
Diederik Hoeufft (1648-1719), geschilderd door Godfried Schalken ca. 1675

Diederik Hoefft, Heer van Fontaine-Pereuse en Reygersvoort, studeerde rechten in Angers. Hij verkreeg zijn bul in 1670. Vervolgens pachte hij de titel van domheer, lid van het kapittel van de domkerk in Utrecht in 1669, 71, 83, 84 en 89; hij was aide-de-camp van generaal van Steenhuysen, heer van Heumen, 1672; commandant van de krijgsbezetting binnen Gouda, 1673; kapitein van de cavalerie en adjudant-generaal van de graaf van Waldeck in het leger van den hertog van Villahermosa in 1676; afgevaardigde vanwege de Staten (gedeputeerde te velde) bij het leger van die hertog in hetzelfde jaar; bewindhebber der Westindische Compagnie ter kamer van de Maas (Rotterdam) in 1684, even zo van de Oostindische Compagnie ter kamer van Amsterdam van 1707-10 en had ook zitting onder de gedeputeerde Staten der provincie Utrecht. Bij diploma dd. 21 Aug. 1692 van de Habsburgse keizer Leopold I werd hij met zijn wettige afstammelingen erkend als tot de adel te behoren.9

Op 15 juli 1718 werd het pand Keizersgracht 217 ‘t vergulde Klaverblad (maar ook 221 de Gouden Rijder en 231 Sterrenburg) voor 9.000 gulden verkocht door de erfgenamen van Geertruid Bicker aan Anthonie Deutz.

Anthony Deutz

Mr. Anthony Deutz, geb. 24 mei 1678, gedoopt op 25 mei 1678 in de Nieuwe Kerk, was de zoon van Daniël Deutz en Maria de Bordes (1655–1686). Hij had vijf broers en zusters, allen in Amsterdam gedoopt.10 Zijn vader Daniël Deutz (1644-1707) was geboren in Dinslaken (Westfalen) en  was in 1677 in Ouderkerk aan  de IJssel getrouwd. Maria de Bordes werd in 1686 begraven in de Waalse Kerk vanuit het onderhavige pand aan de Keizersgracht. Er is een portret van Daniël Deutz uit 1701 door Tobias Querfurt, hofschilder in Wolfenbüttel.11

Anthony Deutz was in 1709 voor vier jaar een samenwerking met zijn broer Daniël aangegaan. (Daniel werd geboren in 1681). Elk van de broers legde 40.000 gulden in. Er werd lood gekocht uit de mijnen van het vorstendom Hannover. Mogelijk is hier de Rammelsberg bij Goslar in de Harz bedoeld.

https://c1.staticflickr.com/9/8230/8600196239_6fd383dbde.jpg

Deutz was koopman op de Levant en bankier; hij stichtte met zijn broeder Daniel de voorname firma Anthony & Daniel Deutz, die (via Willem Bentinck?) van de koning van Engeland als Keurvorst van Hannover het monopolie verkreeg van de verkoop van het lood uit de mijnen van den Harz. Hij was resident van Zijne Keurvorstelijke Doorluchtige Hertog Van Brunswijk-Lunenburg te Amsterdam 1707. Op 2 juni 1713 ging Anthony Deutz in ondertrouw; hij trouwde op 18 juni 1713 met Ida Agatha Temminck, geboren 5 juni 1679, stierf 12 juli 1716. Zij kregen de volgende twee kinderen:

* Mr. Daniel Deutz,
* Geertruy Maria Deutz, trouwde Jan Leonard Deutz,

Op 6 oktober 1717 verkochten de erven van mr. Pieter Kuijsten, en Johanna Steenhouwer, de wed. van Meijndert Uijtwerf het pand De Pelikaan, Keizersgracht 211, benoorden de Hartenstraat aan Anthony Deutz.12

File:Amsterdam, the Nieuwezijds Voorburgwal near the Bloemmarkt, by Gerrit Berckheyde.jpg
Gerrit Berckheijde met het stadhuis van Amsterdam, gezien vanaf de Nieuwezijds Voorburgwal.

Anthony Deutz werd begraven op  12 oktober 1730, waarschijnlijk vanuit het onderhavige pand op de Keizersgracht “bij de Hartenstraat”, zoals het begraafboek vermeldt. Na zijn dood werden 94 schilderijen geveild, waaronder een Jan van der Heyden waarop het landhuis van de familie Huydecoper Goudesteyn aan de Vecht; een Gerbrand van den Eeckhout met Jozef’s droom; twee schilderijen van Jan Hugtenburg; een landschap van Jan Lingelbach, idem van Nicolaes Berchem; een schilderij van Jan Asselijn, en een Gerrit Berckheijde met het stadhuis van Amsterdam, gezien vanaf de Nieuwezijds Voorburgwal Enkel deze schilderijen brachten meer dan 100 gulden op.

File:View of Goudestein with a woman and a child walking beside a dyke by Jan van der heyden.jpg
Jan van der Heyden () het landhuis Goudesteyn van de familie Huydecoper aan de Vecht

In de 18e eeuw ligt het pand Keizersgracht in Wijk 41, met verpondingsnummer 2213.

P1020549

Rond 1740 is er een familiewapen in groen met twee afgewende schuin gekruiste gouden zeisen aangebracht, met een kroon erboven en aan weerszijden vier Romeinse koppen. Het kan zijn dat het wapen rond 1795 is verwijderd, maar volgens S.A.C. Dudok van Heel is het waarschijnlijker dat het door één van de volgende eigenaren niet op prijs werd gesteld, verwaarloosd is en ooit overgeschilderd.

P1020554

Daniël Deutz

Daniël Deutz (1714-1775), zoon van Anthony Deutz en Ida Agatha Temminck. Hij trouwde in 1744 met Geertruid van Son (1724 – 1792).

In 1742 woonde Volkert Both in het pand, de wijnhandelaar op Bordeaux. Hij betaalde 1600 gulden huur per jaar.

File:Herengracht 317.JPG
Daniël Deutz woonde zelf op Herengracht 317 met zijn zus Geertruy Maria.

Deutz was van 1741 of van 1752 tot 1762 eigenaar van de buitenplaats Gooilust.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/2/2a/'s-Graveland_-_Gooilust_(2)_RM521478.JPG
Gooilust

In 1767, 1771 en 1775 was Daniël Deutz burgemeester van Amsterdam. In 1772 kwam de hout- en suikerplantage Berlijn in Suriname in bezit van Daniel Deutz. Na zijn overlijden in 1775 bleef zij achter met acht onmondige kinderen, d.w.z. dat die kinderen nog niet de leeftijd van 25 jaar hadden bereikt.De weduwe werd eigenaresse van het pand. Het pand is door de erfgenamen verkocht na haar dood. Er waren toen nog twee dochters in leven en haar zoon Daniël die boekhouder was bij de VOC. Dat was een verantwoordelijke positie, want in 1781 besloten de Hollandse kamers surseance van betaling aan te vragen en er is sindsdien geen dividend meer uitgekeerd. Obligaties op de VOC waren inmiddels nagenoeg onverkoopbaar. Steun van de stad Amsterdam, de Bank van Lening, de Staten-Generaal, het gewest Holland en het in 1790 organiseren van loterijen konden het tij niet keren. Hij had drie kinderen bij de dichteres Johanna Droogmans.13

Jacob Walraven

Op 8 november 1792 kocht Jacob Walraven twee huizen en erven, tussen Hartenstraat en Westermarktsluis voor 58.512 gulden van de erfgenamen van Anthony Deutz.

Jacob Walraven, (Randwijk (Gld) 6 augustus 1759 – Amsterdam 10 november 1823) was een jurist. Hij was de zoon van Didericus Adrianus Walraven, predikant, later hoogleraar in de oosterse talen en oudheden, en Susanna Maria Spiering. Hij huwde op 2 augustus 1785 met Wilhelmina Boursse (1762-1805). Walraven woonde toen aan de Herengracht. Zijn vrouw kwam van de Binnenkant. Uit dit huwelijk werden twee zoons en vier dochters geboren.14

Hij was lid van het Vrijdagsch Gezelschap, een onderdeel van de sociëteit Libertate et Concordia (= Vrijheid en Eendracht), opgericht in 1734. Het was een patriots gezelschap. Daniël Deutz en Jacob Walraven kenden elkaar blijkens de volgende passage.15

Walraven liet zes kinderen dopen in de Waalse Kerk op de Oudezijds Achterburgwal. In 1805 werd zijn vrouw begraven in de Oude Kerk. Na haar overlijden (4 december 1805) is hij hertrouwd op 14 juni 1807 met Johanna Koopman (1756-1829) de weduwe van Martinus Joan Calkoen. Dit huwelijk bleef kinderloos. Zij woonde destijds op de Keizersgracht bij het Molenpad en had een zoon uit het vorige huwelijk, de 21-jarige Pieter. Johanna erfde een landhuis Nieuwerhoek in Loenen aan de Vecht van haar eerste echtgenoot. Mr. Jacob Walraven staat als eigenaar geboekt tussen 1807 – 1823, en Johanna Koopman tussen 1823 – 1827.16

Nieuwerhoek rond 1719 afgebeeld

In 1795 krijgt het pand een huisnummer, het zogenaamde Kleinnummer 282. In de 19e eeuw ligt het pand in buurt LL, het huisnummer wordt dan 207.

Het Kadaster begint in 1832 te functioneren na jaren van voorbereiding. Aanvankelijk ligt het pand in sectie E 3785 en in 1994 E 9981. De eigenaren in de 19e eeuw zijn als volgt.

Abraham Heemskerk

Abraham Heemskerk (1782-1848) is aan huis gedoopt. De familie was Remonstrants. Hij woonde op de Herengracht 72 toen hij in 1809 met Johanna Jacoba Stuart trouwde. In 1807 kocht hij het poorterschap van Amsterdam. Abraham staat als eigenaar aangemerkt in 1832 van het dubbelpand Keizersgracht 217/219. Het is niet duidelijk in welk jaar hij het pand kocht. Mogelijk na het overlijden van de weduwe Walraven in 1829.

Hun zoon Jan Heemskerk werd waarschijnlijk geboren in het huis Keizersgracht 54, eigendom van zijn grootvader Martinus Stuart, een Remonstrants predikant. Stuart was een amateur historicus die in 1816 blind werd. Het op 30 juli 1818 geboren wonderkind Jan Heemskerk las op zijn zesde Horatius en wist op zijn zevende haarfijn uit te leggen waarom Corneille een interessantere schrijver is dan Racine. Als enig kind uit een Remonstrants koopmansgeslacht was hij voor zijn opvoeding vooral aangewezen op zijn moeder, maar mogelijk ook op zijn grootvader. Zij was geboren in Dokkum, de eerste standplaats van zijn grootvader (waar hij n.b. was beroepen in het roerige jaar 1787).  Stuart vergaarde grote kennis van de Antieke Oudheid en beschreef die in twintig delen; een aantal delen zijn ook in het Duits vertaald. Stuart werd zeer gewaardeerd door koning Lodewijk Napoleon en is als rijksgeschiedschrijver aan het werk gezet. Koning Willem I zette die traditie voort, maar er kwam niet veel meer uit zijn pen vanwege zijn toenemende mate aan blindheid.17

Jan Heemskerk (Abrahamszoon)

In het dubbelpand hebben twee ministers, beiden ook minister-president, gewoond: Jan en zijn zoon Theo Heemskerk. Jan was zelfs twee keer minister-president. Er zou bijna ook een straat naar hem zijn genoemd, maar dat werd de Korte Van Eeghenstraat.

Bij aanleg op 17 februari 1896 vastgesteld als Heemskerkstraat (naar minister J. Heemskerk door Nieuwer Amstel. Na annexatie door Amsterdam, waar al een Heemskerkstraat bestond, gewijzigd in van Eeghendwarsstraat. De bewoners en huiseigenaren verzochten de naam te wijzigen. Dwarsstraat deed aan de welstand te kort, waarna Korte van Eeghenstraat.18

Jan Heemskerk (Amsterdam, 30 juli 1818 – Den Haag, 9 oktober 1897) was een negentiende-eeuwse politicus, die twee maal minister-president en drie maal minister van Binnenlandse Zaken was.

Jan Heemskerk ging als dertienjarige rechten en letterkunde studeren aan het Athenaeum Illustre, 1831-1838 maar studeerde tussentijds af (1833) aan de universiteit te Utrecht. Hij promoveerde op 14 maart 1839 op een dissertatie over Montesquieu, de Franse Verlichtingsdenker. Het is een bewijs dat de jonge geleerde openstaat voor liberale denkbeelden. Hij is zeker geen uitgesproken conservatief. Heemskerk werd raadsheer van het gerechtshof te Amsterdam.

Hij trouwde hij op 1 oktober 1846 te Utrecht met zijn nicht Anna Maria Heemskerk, dochter van de koopman Ary Heemskerk en van Maria Anna Wilhelmina van der Voort.

Vanaf 1850 was Jan Heemskerk eigenaar van het dubbelpand. Hij woonde er met vrouw, vier zonen, drie dochters en zeven dienstboden.19

Van 1851 tot 1860 maakt hij deel uit van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Maar in 1860 verhuist Heemskerk, die dan inmiddels deel uitmaakt van de rechterlijke macht, naar Den Haag om in de Tweede Kamer het kiesdistrict Amsterdam te vertegenwoordigen.20 21

Jan Heemskerk, ca 1860

Jan was aanvankelijk gematigd liberaal en Tweede Kamerlid voor de gemeente Amsterdam. Hij werd in de loop der jaren steeds conservatiever, als gevolg van zijn conflict met Thorbecke. Heemskerk speelde een voorname rol in de conflictenperiode (1866-1868), waarbij kabinet en koning de strijd aanbonden met de Tweede Kamer. In 1881 schrijft hij gedrukte brieven over de financiële rampen van de laatste dagen.

Heemskerk bracht in zijn tweede periode als minister belangrijke wetten tot stand zoals de Hoger-onderwijswet, de Hinderwet en de Spoorwegwet. Het initiatief tot de bouw van het Rijksmuseum kwam in 1872 tot stand. Heemskerk loodste de plannen door de Kamer en opende in 1885 het Rijksmuseum toen hij van 1883 tot 1888 het conservatief-liberale Kabinet-Heemskerk leidde. Op 13 juli 1885 verrichtte hij de opening van het Rijksmuseum. In 1887 verdedigde hij behendig een Grondwetsherziening die de weg opende voor uitbreiding van het (mannen)kiesrecht in de hoop meer kiezers te winnen. Heemskerk was nog enige tijd raadsheer in de Hoge Raad.

Jan Heemskerk Azn (1818-97). Minister van Binnenlandse Zaken. Verrichtte op 13 juli 1885 de opening van het Rijksmuseum Rijksmuseum SK-A-3139.jpeg
Jan Heemskerk door Johan Heinrich Neuman. Hij was de vader van de anti-revolutionaire politicus Theo Heemskerk.

Theo Heemskerk

Theo, die naar het zich laat aanzien in het pand Keizersgracht 217 is geboren op 20 juli 1852, was nooit eigenaar van het pand, maar is er opgegroeid. Hij  studeerde rechten. Op zaterdag 13 mei 1876 verkreeg Theo Heemskerk magna cum laude de graad van doctor in het Romeins en hedendaags recht (= jurisprudentie) na de verdediging van een proefschrift: Over huwelijken van Nederlanders buitenslands. Hij werd advocaat en procureur en is benoemd tot plaatsvervangend kantonrechter. Evenals zijn vader ging hij in de politiek.

Theo verhuisde in 1878 met zijn zuster naar de Tulpstraat, vervolgens naar de Falckstraat. Theodorus Heemskerk trouwde op 3 november 1881 te Hilversum met jonkvrouw Maria Cornelia Hartsen, geboren te Amsterdam op 28 maart 1857 en daar overleden op 12 november 1886. Theo was een liefhebber van gokken en hield zich wel eens op in een casino.

Hij  was wethouder van Amsterdam, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland, lid van de Tweede Kamer, minister van Binnenlandse Zaken, lid van de Raad van State, minister van Justitie en minister van Staat.

Theo Heemskerk

Op 2 januari 1891 hertrouwde Theo Heemskerk te Sint Petersburg met Lydia von Zaremba (anders genaamd De Kalinowa-Zaremba), dochter van Nicolaus von Zaremba, kantor van de Lutherse kerk aan de Nevsky Prospekt, en directeur van het Petersburgse conservatorium, en van Jacobina Philippine von Klügen. Zijn pianobladmuziek, 9 miniaturen, is uitgegeven bij Donemus.

Deze Nicolai Zaremba heeft nooit geweten dat zijn dochter Lydia in de Duitse plaats Bad Kreuznach de Nederlandse politicus Theodoor Heemskerk zou ontmoeten, ze met hem zou trouwen in 1891 en naar Amsterdam verhuizen. Het echtpaar woonde op de Weteringschans 254. Ze werd niet de operazangeres waar hij, of in ieder geval Anton Rubinstein – Zaremba’s collega op het conservatorium en na Franz Liszt een van de beroemdste pianisten van zijn tijd– op gehoopt had. Het huwelijk was geen succes volgens zijn achterkleinkinderen. Zijn vrouw had een affaire met het hoofd van de Amsterdamse politie.22

Theo Heemskerk hield kantoor op Prinsengracht 739, kamers 11 en 12. Hij verhuisde naar Oranje Nassaulaan 47 na 1900.

Heemskerk was minister-president van 1908 tot 1913, zeven jaar minister, ruim twintig jaar kamerlid en daarnaast nog lid van de Raad van State, Minister van Staat, lid van provinciale staten en wethouder van Amsterdam. Hij stierf op 12 juni 1932 te Utrecht, waar hij in het diaconessenziekenhuis werd geopereerd.23 24 25

Dominicus Ledeboer

Dammes Paulus Christiaan Ledeboer, makelaar in suiker, kocht  in 1867 van Jan Heemskerk het pand Keizersgracht 217. Hij kwam uit Rotterdam, zijn vrouw Maria Elisabeth Adriani uit Bolsward.26 Hun zoon Rudolf Ledeboer verhuisde naar Rotterdam met vrouw en kinderen. Hij verkocht het dubbelpand in 1906. Hij was tevens eigenaar van een pakhuis in de Wolvenstraat. Het dubbelpand werd verhuurd aan:

Reinier van Eibergen Santhagens, directeur NV

Tussen 1874-1893 woonde o.a. de familie Van Eibergen Santhagens in het pand. Hij was geboren in Batavia, zijn vrouw Christina Geertruida de Munnick in Buitenzorg (Java). Rond 1880 kwam hij naar Nederland. Er zijn nog twee kinderen geboren in Den Haag. In 1891 verhuisde hij naar Maastricht.2728

Tussen 1874 en 1893 woonden 62 personen in het dubbelpand, waaronder veel dienstboden.29

P1010987

Jan Hermanus Lieftinck, makelaar in tabak, kwam uit Groningen. Hij bewoonde het pand in 1887-88. Op 219 woonde A. Bonnike.

A.D. Zur Mühlen  woonde er tussen 1898 en 1900. Keizersgracht 219 werd bewoond door Foekens.30

Een pocketboekje van nog geen centimeter dik met alle telefoonnummers van Nederland. Het klinkt als een futuristische gadget, in werkelijkheid is het een kattenbelletje van ruim een eeuw oud. `Gids voor de Afdeeling Telegraphie en voor Publieke Telephoonstations’ staat op de kaft. Het is het eerste telefoonboek van Nederland uit 1881 met, jawel, telefoonnummer 1.” Het historische nummer behoorde toe aan de heer A.D. zur Mühlen, een reder van een sleepbotenvloot. Hij woonde aan de Herengracht 134 in Amsterdam en was één van de 49 gelukkigen die deel uitmaakten van het eerste telefoonnet van Nederland.

Toen rederij Zur Mühlen in 1883 vergunning kreeg voor het onderhouden van een postbootdienst op Terschelling en Vlieland, stationeerde zij hier al gauw de stoomradersleepboot “Adsistent“. Deze was minder geschikt voor bergingswerk op een ruwe zee. In 1895/96 liet Zur Mühlen de “Neptunus” bouwen, een schelpenzuiger die ook als bergingsboot dienst kon doen. Deze kreeg later gezelschap van de zeeslepers “Titan“, “Atlas” en “Simson”, terwijl ook de voormalige veerboot “Terschelling“, eigenlijk gebouwd als sleepboot, in 1907 de vloot kwam versterken. In 1908 sloot Zur Mühlen een samenwerkingsverdrag in het bergingswerk met de fa. Dros van Texel.

Abraham de la Mar

Abraham de la Mar (1848-1929), directeur van de afdeling Nederland van Reuter’s Telegram Company Ltd. In 1893 volgde hij zijn vader Alexander op. Hij werd in 1906 eigenaar van het dubbelpand, maar het is niet duidelijk wat in het Kadaster wordt bedoeld met een geschenk van R. Ledeboer, maar dan in het jaar 1920. In 1924 legde hij zijn werk bij Reuter neer en in 1928 trok hij zich om gezondheidsredenen terug uit het reclamebureau De la Mar. De weduwe Anna Sophia Colaço erfde de panden na de dood van De la Mar. Zij stierf in 1936.31

Karl Willy Georg Arthur Salzmann (1892-1956), geboren te Hanau (Duitsland), was een jurist, dagbladschrijver en edelsmid.Hij  trouwde in Amsterdam op 26 mei 1920 met Marianna Nicolette de la Mar. Salzmann kreeg de beide panden geschenk van zijn schoonvader. Zijn vrouw stierf in 1925. Hij bewoonde het pand in 1931-1932, maar laat het in 1936 na aan de twee minderjarige kinderen.

Kemper & Van Ammers waren grossiers  in stoffen voor herenkleding (huurder?). Het bedrijf was gevestigd op Keizersgracht 140.

Paulus George Maria & Annemarie Karolina Salzmann Paul (1921-) en zijn zuster Anneke (1922-) zijn de eigenaren van het pand sinds 1920. Zij woonden Valeriusstraat 260. In 1941 vond er een verbouwing plaats van Keizersgracht 217. In 1943 werden de panden verdeeld onder de twee erfgenamen. Na de oorlog gebeurde er iets ingewikkelds. In 1945 werd Keizersgracht 219 geruild met een ander pand. Het Kadaster of een notariële akte zou hier uitkomst moeten bieden.

Johan Willem Bakhuizen is een koopman in Hilversum. Hij verkoopt het twee jaar later. Vervolgens staat Anneke alleen aangemerkt als eigenares van Keizersgracht 217. Zij verkoopt dat pand in 1952.

Hendrik Bijl, makelaar, is de eigenaar van Keizersgracht 219 sinds 1949.

Gerardus Johannes Wilhelmus Langendijk (assuradeur) in Zeist & Johannes Jacobus Gerardus Wagenaar, woonachtig in Alkmaar zijn de nieuwe eigenaren van Keizersgracht 219 in 1950.

NV Rotterdamsche Algemene Verzekeringsmaatschappij is eigenaar van Keizersgracht 219 sinds 1950. Een jaar later wordt het pand verkocht.

Anton Jacob Straub, koopman en makelaar in koffie is de nieuwe eigenaar.

Dan volgt NV “J.B. Kanger” of Hanger.

Vereenigde Lakenhandel Maschmeyer, De Haas & Co handelend in herenkleding is gevestigd in Keizersgracht 217. Maschmeyer & Co zijn eigenaar tussen 1952 en 1959.

In 1959 vindt de verkoop plaats aan Willem Bisschop van Tuinen, koopman te Hilversum. Het pand wordt in 1960 verkocht aan B.V. Maatschappij voor Executele en Trustzaken Amsterdam (MexTrust), later genaamd Mees Pierson Trust B.V.

Pierson, Heldringh & Pierson (huisbankier van Elsevier)

In het vierde kwart van de 19e eeuw kozen de broers Jan Lodewijk en Henri Daniël Pierson, zonen van de befaamde Amsterdamse kunsthistoricus Allard Pierson, voor een carrière in het bankwezen. J.L. Pierson startte zijn loopbaan bij de in 1875 in Amsterdam opgerichte firma Boissevain & Co., die in 1917 werd omgedoopt tot Pierson & Co. De firma profiteerde van de toenmalige positie van Amsterdam als internationaal handelscentrum door zich te specialiseren op ‘merchant banking’, het financieren van het bedrijfsleven. Van oudsher was Nederland een belangrijke kapitaalverschaffer voor de Verenigde Staten van Amerika. Hierin speelde Pierson & Co. een rol door de introductie van menig Amerikaans aandeel op de Nederlandse markt.

Boissevain & Co., in 1917 omgedoopt tot Pierson & Co., was in Nederland bijzonder actief, vooral ook met het verstrekken van leningen voor spoorwegen in Amerika. In 1918 is begonnen met de nieuwbouw Herengracht 206-214 voor de bank Pierson.

Jan Lodewijk Pierson was naast bankier ook schrijver, met verschillende literaire en historische werken op zijn naam. Hij was oprichter van het Archeologisch Museum van de Universiteit van Amsterdam, dat werd vernoemd naar zijn vader, Allard Pierson.

Intussen begon broer Henri Daniel Pierson samen met Justinus Jacob Leonard Heldring in 1879 het bankiershuis Heldring & Pierson in Den Haag. In deze stad van vermogende renteniers, teruggekeerd uit Nederlands-Indië, legde de Haagse firma zich toe op particulier vermogensbeheer en de effectenhandel. Door de jaren heen liepen de activiteiten van beide kantoren meer en meer parallel. Dit leidde in 1942 tot een samenwerkingsverband, in 1952 tot een gezamenlijk trustkantoor op Curaçao – de oudste ‘offshore’ bank aldaar – en uiteindelijk op 1 januari 1958 tot een volledige fusie tussen beide bedrijven onder de naam Pierson, Heldring & Pierson.

In 1962 en 1964 ondergingen de panden een gedeeltelijke vernieuwing en zijn er bijgebouwen  geplaatst in de keurtuinen op het binnenterrein.

In 1975 besloot men aansluiting te zoeken bij een algemene bank met een bredere financiële basis, te weten de Amsterdam-Rotterdam Bank (Amro). Pierson, Heldring & Pierson, inmiddels omgevormd tot NV, bleef wel volledig zelfstandig en onder eigen naam werkzaam. In de tweede helft van de jaren tachtig profiteerde men van de gouden jaren van de Amsterdamse beurs waarbij nieuwe beleggingsfondsen en financiële innovaties ontstonden.

Toen bleek dat MeesPierson, in 1993 ontstaan door de fusie van Bank Mees & Hope en Pierson, Heldring & Pierson, in de Nederlandse markt vooral moest concurreren met haar eigen moeder, ABN AMRO, werd zij in 1997 verkocht aan Fortis.

Het bankgebouw aan Rokin 55 in Amsterdam, dat in 1989 werd geopend, heeft in de loop der jaren de kantoren gehuisvest van Pierson, Heldring & Pierson, MeesPierson en Fortis.

Keizersgracht 217 Keizersgracht 219  
Het Vergulde Klaverblad    
     
Cornelis Maingnaert (1627) Cornelis Maingnaert (kavel)  
François Wijbrandts (1638) François Wijbrandts huis  
Jan van Teijlingen (1654) François Nieuland (1654)  
Gerard Demmer (1655)    
Cornelia Empting (1663)    
  Geertruid Bicker (1682)  
(Diederik Hoefft na 1702) (Diederik Hoefft)  
Anthonie Deutz (1718)    
Daniel Deutz (1730?) Daniel Deutz  
Jacob Walraven (1792) Jacob Walraven  
     
Kadaster E 3785 vanaf 1832 Kadaster E 3784 vanaf 1832  
     
Abraham Heemskerk (1827?) Abraham Heemskerk  
Jan Heemskerk Azn. (1850) Jan Heemskerk Azn.  
Dominicus Ledeboer (1867) Dominicus Ledeboer  
Rudolf Ledeboer (1893) Rudolf Ledeboer  
Abraham de la Mar (1906) Abraham de la Mar  
Anna Sophia Colaço (1929) Anna Sophia Colaço  
Karl Willy Georg Arthur Salzmann (1930?) Karl Willy Georg Arthur Salzmann  
Annemarie Karolina Salzmann (1937 tot 1952) Paulus George Maria Salzmann(1930)  
Maschmeijer De Haas(1952-1959) Johan Willem Bakhuizen(1945-1949)  
  Hendrik Bijl (1949)  
  G.J.W. Langendijk & J.J.G. Wagenaar (1949-1950)  
  NV Rotterdamsche Algemene Verzekeringsmaatschappij (1950-1951)  
  Anton Jacob Straub(1951-1952)  
  NV “J.B. Kanger” (1952)  
Willem Bisschop van Tuinen (1959-1960) Willem Bisschop van Tuinen (1959)  
B.V. Maatschappij voor Executele en Trustzaken Amsterdam (1960) ofwelMees Pierson Trust B.V. (1960) B.V. Maatschappij voor Executele en Trustzaken Amsterdam (1960) ofwelMees Pierson Trust B.V. (1960)  
Nanne Jacobus Marinus Trenning Nanne Jacobus Marinus Trenning  

 

  1. Nationaal Archief, Hof van Holland, decreten
  2. Agneta Deutz
  3. Doopregisters Stadsarchief Amsterdam
  4. At Home on the World Markets: Dutch International Trading Companies from the …By Joost Jonker, Keetie Sluyterman
  5.   HET HANDELSHUIS DEUTZ
  6. Agneta Deutz
  7. Stukken betreffende de toedeling uit de fideï-commissaire nalatenschap van Jan Deutz en Elisabeth Coymans, 1825. Met retroacta, 1777-1824. Utrechts Archief
  8. Buitenplaatsen in Nederland Buitenplaats Spanderswoud
  9. Groot algemeen historisch, geografisch, genealogisch, en …, Volume 4 By David van Hoogstraten, Matthaeus Brouërius van Nidek
  10. Doopregisters Stadsarchief Amsterdam
  11. Frans Hals museum Haarlem
  12. De gevelstenen van Amsterdam door Onno Boers
  13. Uw sekse en de onze: vrouwen en genootschappen in Nederland en in ons omringende landen (1750-ca 1810) door Claudette Baar-de Weerd (2009)
  14. Jacob Walraven (1759-1823)
  15. Professoren van de stad: het Athenaeum Illustre en de Universiteit van … door Peter Jan Knegtmans
  16. Naamlijst der leden van het Vrijdag’s Gezelschap, opgerigt te Amsterdam den … Door Petrus Burmannus (de jongere)”
  17. Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 4. 1918  
  18. Jan Heemskerk, een conservatieve knutselaar door Gerry van der List 2009
  19. Bevolkingsregister Stadsarchief Amsterdam
  20. Parlement.com
  21. Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 1. 1911
  22. Zaremba 2013
  23. Parlement.com
  24. MR. TH. HEEMSKERK DE CHRISTEN-STAATSMAN door Prof. Dr. P. A. DIEPENHORST”
  25. Theo Heemskerk, jolige, verzoenende gereformeerde door Gerry van der List 2010
  26. My heritage
  27. Genealogieonline
  28. Bevolkingsregister Stadsarchief Amsterdam
  29. Geheugen van Nederland
  30. Abraham de la Mar (1858-1929)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *