M.J. Kosterstraat 15

2014-11-16 13.14.58
M.J. Kosterstraat 15 (links) en 14 zijn tweelingpanden . Ook 13 en 12 (rechts) zijn een tweeling, gebouwd door dezelfde huistimmerman. Deze vier panden zijn in 1725 “volbouwd” volgens de Registers op de Verponding van de 12e penning. Foto vanuit het tuinhuis achter nr. 15.

Tussen het Frederiksplein en de Amstel ligt de M.J. Kosterstraat, aanvankelijk het laatste deel van Lijnbaansgracht, vervolgens de Nieuwe gracht, of Amstelgrachtje genoemd. Dit deel van de stad, tussen de Achtergracht en het Bolwerk, was in eerste instantie bedoeld voor vervuilende industrie, maar vanaf 1720 is er gebouwd.

Voor de bouw van het Paleis van de Volksvlijt, werd het laatste stuk van de “Baansgracht” in 1867 gedempt. Kort daarna is de voormalige gracht herdoopt in de M.J. Kosterstraat.

Maarten Jansz. Koster leefde van ca 1521 tot 1594.1 Hij was de zoon van een goudsmit. Martinus Aedituus studeerde in 1539-40 in Bologna en promoveerde tegelijk met zijn vriend Adriaen de Jonghe (Hadrianus Junius) uit Hoorn; samen brachten ze een bezoek aan Venetië. Een bezoek aan een Byzantijnse kerk werd hen niet toegestaan. Eenmaal terug bracht hij het ontleedkundig onderwijs op gang. Koster was een van de Oude Geuzen en een overtuigd calvinist. Hij vluchtte in 1568 uit Amsterdam bij een dagvaarding voor de Bloedraad. Zijn goederen werden verbeurd verklaard. Tot 1576 was hij lijfarts van Frederik II, koning van Denemarken en Noorwegen. In 1578 was hij een van de hoofdfiguren van de Alteratie in Amsterdam; hij wist zich te onttrekken aan een beeldenstorm in dat jaar. in 1585 woonde hij op het terrein van de Oude Doelen in een huis met een torentje, en een achteruitgang met poort in de Prinsenhofsteeg. Rond 1587/88 steunde hij de graaf van Leicester, hetgeen hem zijn zetel in de raad kostte. Koster was drie keer getrouwd. Met zijn laaste echtgenote woonde hij in de Oude Doelenstraat 12 en was in het bezit van een indrukwekkende bibliotheek. Coster was vijf keer burgemeester, maar bleef zijn praktijk, en het geven van anatomische lessen op de zolder van de vleeshal, uitoefenen. Bij zijn dood bleek hij ten koste van zijn dochter Maria, zijn nalatenschap voorbestemd te hebben aan een kleinzoon en een voorzoon uit zijn derde huwelijk, Dr. Martin Codde, die in zijn tijd een bekend medicus te Amsterdam was.  Deze kwam in het bezit van alle zaken, die op de medicijnen betrekking hadden, o.a. een vrij uitgebreide bibliotheek met tal van in verschillende talen geschrevene boeken.

Inhoudsopgave

Geschiedenis

RM3682_Maarten_Jansz_Kosterstraat_15Op 25 november 1670 is van stadswege een veiling georganiseerd; er zijn toen 39 erven geveild. Pieter van Dam  kocht voor 8.400 gulden alle erven in dit blok tussen de Achtergracht, de Amstel en de M.J. Kosterstraat.

Pieter van Dam (Amersfoort, 8 oktober 1621Amsterdam, 17 mei 1706) was  sinds 1649 advocaat van de Amsterdamse kamer van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). In 1651 werd hij bewindhebber van de VOC. Hij diende als secretaris van de Heren XVII, het bestuur van de VOC.

Hij trouwde op 3 maart 1648 met Lydia van Segwaert uit Dordrecht die in 1663 stierf. In 1666 hertrouwde hij met Anna Hasselaer, de dochter van Nicolaes Hasselaer uit de Spinhuissteeg. Hij woonde toen op de Oudezijds Achterburgwal/hoek Slijkstraat. Later verhuisde Van Dam naar de Kloveniersburgwal en in 1703 naar de Binnen-Amstel.

Vanaf 1673 assisteerde zijn zoon Willem hem in zijn werkzaamheden. Willem werd in 1685 bewindhebber van de kamer in Amsterdam en lid van de Heren XVII.

In 1688 vroeg Van Dam om ontslag als advocaat. Op de meest nadrukkelijke wijze en in hoogst eervolle bewoordingen werd hem dat geweigerd.  De Heren XVII gaven hem de opdracht “pertinente en naeukeurige beschryvinge” samen te stellen van de geschiedenis van de VOC. De opdracht werd hem op 9 juli 1693 verstrekt en op 10 maart 1701 voltooid. Het werk was bedoeld voor de VOC en er zijn slechts twee exemplaren van bekend.

Op 22 oktober 1717 verkochten de erfgenamen van Pieter van Dam zeventien erven aan Benjamin Dutry (1686-1751), heer van Haeften, als bewindhebber voor de provincie Friesland werkzaam bij de VOC. De bouw van de 13 pakhuizen aan de Achtergracht, met stenen afkomstig uit Makkum, startte in 1720. De overige achttien erven zijn in dat zelfde jaar gekocht door Andries Valkenburg.

Andries Valkenburg

Andries Valkenburg was tussen 1707 en 1731 betrokken bij 50 aankopen en 84 verkopen van erven en huizen binnen Amsterdam. Hij was een roermaker op ‘t Singel en in 1705, op 23-jarige leeftijd getrouwd met de 19-jarige Cornelia van Hoboke. Het echtpaar was katholiek; hun kinderen werden gedoopt in diverse schuilkerken. Op 11 mei 1720 kocht hij van  de erfgenamen van Pieter van Dam zeven erven op de Baangracht, getekent 5 t/m 11.[1]

2014-10-26 15.23.21
Stadskaart van het terrein aan de Achtergracht. Uitgave door J. Brandlicht (1670) P.S. Erf nr 25 is het huidige perceel M.J. Kosterstraat 15. De nummering van de percelen komt niet overeen met de in het artikel gebruikte, waarin verwezen wordt naar erf nr 11. Het is zeer waarschijnlijk dat er na 1700 nog een andere kaart is getekend, maar voor alsnog niet is achterhaald.

Op 23 april 1723 verkocht Andries Valkenburg een tweetal erven voor de prijs van 1640 gulden. Het ene, getekend nr 7 op de stadskaart, aan Dirk van Lent, wagenmaker en nr 8 Jan de Ruyter, een beeldhouwer, afkomstig uit Leeuwarden. Hij verkocht die dag ook een tweetal erven aan Lambert van Heerden (nr 9) en Hendrick van der Hart (nr 10) en voor dezelfde prijs.

Uitleg nummeriing
Kadastrale weergave van M.J. Kosterstraat 11-15. De nummering van de erven is weergegeven (7-11) en het Kleinnummer (15-11)

Op 4 oktober 1725 verkocht Andries Valkenburg een erf, 114 voet lang, 18 voet breed, (geen huis), getekent nr 11, aan de gezamenlijke kopers van 7 t/m 10, Dirk van Lent, Jan de Ruyter, Lambert van Heerden en Hendrick van der Hart voor de prijs van 820 gulden. Op dezelfde dag verkochten De Ruyter en Van der Hart een half huis en erf (nr 11) tussen de Varkensmarkt en de Binnenamstel voor 2850 gulden aan Van Lent en Van Heerden. Blijkbaar was er al gebouwd voor de koop van het erf formeel was afgehandeld.

De bewonersgeschiedenis van de twee tweelingpanden (12 & 13; 14 & 15) is nogal ingewikkeld omdat er in de loop van de 18e eeuw regelmatig een half pand wordt verkocht, soms een kwart of een twaalfde aan een familielid, en sommige eigenaren meerdere panden bezaten aan het het zelfde stuk Amstelgracht.

De bouwheer Dirk van Lent bezat naast M.J. Kosterstraat 15 ook  nr 11; evenals Barend Colenbrander, de volgende eigenaar/bewoner van 15. Zowel Cornelis Hoogeveen, zijn dochter Margaretha Hoogeveen en Pieter Stellingwerf bezaten de huidige nummers 12 & 14; ook Joshua Quast, Johannes Titsingh  (12 & 13), Casper Dirk Willink (16 & 17) waren eigenaar van twee panden aan dezelfde gracht. De situatie lag dermate ingewikkeld dat de schepenen in het stadhuis soms bij verkoop het verpondingsnummer vermelden, iets wat ik nog nooit eerder ben tegengekomen.

Vast staat dat Dirk van Lent en Lambertus van Heerden elk voor de helft eigenaar waren van het huidige pand M.J. Kosterstraat 15.

P1030613Dirk van Lent

De 28-jarige Dirk van Lent, woonachtig op de Muiderstraat, was in 1718 getrouwd met Cornelia (Cornera of Cenera) Hesseling. (Hij was de derde zoon van de wagenmaker Dirck Jansz. van Lent, die in 1681 trouwde met Maria Roerinck(s).) Zijn bedrijf was gevestigd vooraan in de Jodenbreestraat. Het echtpaar kreeg zes kinderen, allen gedoopt in de Zuiderkerk. In 1721 stierf zijn vader.[4] Zijn oudste zoon is in 1723 gestorven. In 1726 liet hij nog een kind begraven op het St. Anthoniekerkhof, nu het Mr Visserplein. Op 7 april 1735 werd zijn moeder begraven; zij was afkomstig van de Achtergracht! Het is niet onmogelijk dat hij voor haar het tuinhuis liet bouwen.

De huidige eigenaar van nummer 15 vroeg mij te achterhalen wanneer het tuinhuis zou kunnen ontstaan. Het tuinhuis, gebouwd in een symmetrische Lodewijk XIV-stijl, zal voor 1730 zijn verschenen. Als het later zou zijn gebouwd, is de kans groot dat de deur meer in het midden zou hebben gezeten. Een nog latere stijl, rococo, met asymetrische versieringen kan worden uitgesloten.

1742

In 1742 was Van Lent rentenier, de huurwaarde van zijn pand werd geschat op 318 gulden (zie het Kohier van de Personeele Quotisatie hierboven). Hij had een inkomen van 800 gulden per jaar. Hij werd in 1744 begraven, woonachtig op de Nieuwe Amstelgracht; zij is in 1763 begraven in de Zuiderkerk vanaf dezelfde gracht.

Lambertus van Heerden

De 24-jarige zadelmaker Lambertus van Heerden, woonachtig op de Reguliersgracht, was in 1712 getrouwd met Aaltje van Lent (geen zus van Dirck van Lent); zij was 30 jaar en woonde reeds bij hem in. Het echtpaar had twee dochters: Johanna en Maria. In 1742 woonde hij op ‘t Singel schuin tegenover de Munt bij zijn schoonzoon en naast Johan Huydecoper van Maarsseveen. Hij rentenierde, en had een heel behoorlijk inkomen van 2.000 gulden per jaar. Daarmee behoorde hij tot de rijkste inwoners van de stad. Van Heerden was in het bezit van een chaise, mogelijk gebouwd door Dirk van Lent. In 1743  kocht Van Heerden het hoekpand in de M.J. Kosterstraat; mogelijk zijn laatste daad. Hij werd begraven in het zelfde jaar. Zijn dochter Maria, die in 1737 met de wijnkoper Casper Dirk Willink was getrouwd, is in 1745 overleden.

Op 24 januari 1747 verkochten de erfgenamen voor 2.000 gulden contant een half huis, getekent met nr 11, aan Barend Colenbrander. Het pand werd reeds door de koper bewoond. De erfgenamen verkochten een buurpand  (huidig nr 12) in 1767 aan Joshua Quast.

P1030251
Uitsnede Burgerwijk 60 (1753-1757) met het laatste stuk van de Lijnbaansgracht. Het vijfde erf van links naast de twee stallen (S) is het huidige M.J. Kosterstraat 15.

Barend Colenbrander

Barend Colenbrander was een bakker afkomstig uit Varsseveld, gehuwd met Elsje Hesseling, afkomstig uit Zelhem. Hij  is in 1750 begraven in de Zuiderkerk, afkomstig van de (Nieuwe) of Amstelgracht . In het testament dd. 6 september 1753, Not. J. van Calckoen worden de panden afkomstig uit de erfenis verdeeld onder de erfgenamen. Op 6 september 1759 verkochten de erfgenamen aan Cornelia Hesseling, weduwe Van Lent, het hun toebedeelde 1/4 part in het huis aan de Amstelgracht, maar ook hun parten twee huizen in de Korte Houtstraat, voor 525 gulden.[5] Op 30 november 1762 verkocht de weduwe Colenbrander (Elsje Hesseling) weer 1/4 part aan haar zuster, de weduwe Van Lent (Cornelia Hesseling) voor 700 gulden. Vanaf die tijd had de weduwe Van Lent het hele pand in bezit.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAAdriana van Lent

Adriana van Lent  (1725-1776) was de dochter van Dirk van Lent. Ze trouwde in 1750 met Franciscus Grootveld (1720-1752?) . Hij kwam uit Erkel en was woonachtig in de Warmoesstraat, zij kwam van de Amstelgracht. Het echtpaar had een zoon: Franciscus Petrus (1751-). In 1763 kwam haar moeder te overlijden; Adriana was de enige erfgenaam. In 1766 tot 1770 betaalde Adriana van Lent, sedert jaren weduwe de verponding, 26 gulden en tien schelling. Zij, nog steeds woonachtig op de Amstelgracht, werd in 1776 begraven in de Zuiderkerk. Haar erfgenamen verkochten een jaar later, op 11 december 1777, aan Mathijs van Weel.

Mathijs van Weel

Mathijs van Weel, woonachtig op Kattenburg, was in 1757 getrouwd met Marretje Blank (-1776); in 1776 is de weduwnaar Van Weel hertrouwd met Susanne de Vos.[6] In 1777 werd hun dochter gedoopt in de Oosterkerk,  het echtpaar woonde toen op Wittenburg. Op 19 januari 1791 verkocht Matthijs van der Weel voor 9.600 gulden contant aan Hendrik Zekoet Swart.

Hendrik Zekoet Swart

Hendrik Z. Swart (1745-), wonend op het Amstelgrachtje, tegenover de stenen molen, trouwde in 1798 met de weduwe Maria Edam. (Met zijn moeders toestemming. Een beetje vreemd voor iemand van 53 jaar oud. De reden is onbekend.) Swart had in 1806 vier huurders, waaronder twee weduwes; drie personen huurder enkel een kamer. Op 12 juli 1810 verkocht Hendrik Zekout Zwart het pand aan Evert Florijn, er is geen prijs bekend.

Evert Florijn

Evert Florijn, afkomstig uit Deventer, was in 1784 getrouwd met Charlotte Sophie Emanuelle Grobetij, afkomstig uit Bern. Ze trouwden in de Walenkerk. Het echtpaar had twee dochters. Everdina Sophia,  in 1786 gedoopt in de Westerkerk, bewoonde volgens het Bevolkingsregister rond 1851-1853 nog steeds het pand. Haar echtgenoot was Jacob Mulder, in 1829 overleden. De weduwe Florijn was niet de enige bewoonster. In het Bevolkingsregister 1851-1853 staan op Amstelgracht 11 (het huidige nummer 15) 38 personen beschreven, waaronder de families Bickel, Corbiere, Hock en Hoddes. Die kunnen er nooit allemaal tegelijk hebben gewoond.

Op nummer 15 staan tussen tussen 1874-1893 in het Bevolkingsregister 117 bewoners vermeld. Dat er in de 19e eeuw gemiddeld vijf personen op een etage woonden is niet onwaarschijnlijk.

Overige bewoners Amstelgracht

Wijbrand Voorn kocht in 1723 drie erven van Andries Valkenburg. In 1742 verhuurde Voorn, wijnkoper, een “wagenhuis”, volbouwd in 1724, aan Jan van Logteren, een beeldhouwer, nu M.J. Kosterstraat 21. Voor het vervoer van zijn tuinbeelden had hij mogelijk paard en wagen in gebruik. Misschien was het pandje in gebruik als koetshuis of opslagplaats? Van Logteren woonde op de Prinsengracht (zuidzijde) nummer 776 bij de Reguliersgracht.[7]

De  Maarten Janszoon Kosterstraat gefotografeerd in de jaren zestig, gezien naar de Achtergracht. Fotos uit het Stadsarchief.

Wanneer hij in 1734 trouwt met Margeretha Wijntjes, wordt in het huwelijksregister de Prinsengracht als zijn woonadres vermeld. In 1735 wordt Hendrika geboren, die het enige kind van Jan en Margereta zal blijven. Op 11 oktober 1745 overlijdt Jan van Logteren. Hij wordt in dezelfde kerk als zijn vader begraven, de Nieuwezijds Kapel op het Rokin.

Het Paleis voor Volksvlijt, gezien vanaf het Amstelgrachtje (de latere Maarten Jansz. Kosterstraat). Vanaf  de Amstelgracht vertrok de trekschuit naar Gouda. Aan de overkant – op het bolwerk, onder de bomen- was sinds 1698 een tapijtmakerij gevestigd, in de tweede helft van de 18e eeuw uitgebaat als een behangselfabriek.

Aan de overkant van de Amstelgracht lag de “Brabantse tapijtweverij” van Alexander Baert en zijn nazaten. Baert was afkomstig uit Oudenaarde en via Gouda naar Amsterdam gekomen. Het stadsbestuur was happig op deze man en zijn kennis en bood hem een woonhuis en werkruimte bij de Utrechtse poort aan de Amstelgracht aan. Bovendien kreeg hij belastingvrijstelling. De tapijtmakerij is een begrip in de kwijtscheldingen; er is veelvuldig naar verwezen. In 1772 schijnt de gewezen tapijtweverij veranderd te zijn in de behangselfabriek van Jacob Cats.[8] Cats (1741-1799) gaf evenwel al vrij snel de brui aan het maken van behangels en begon het produceren van tekeningen.[9] Volgens Isabella van Eeghen is de tapijtweverij al in 1759 omgezet in een paardenstal.[10]

Jan Wagenaar vermeldt dat de Varkensmarkt 3 voet (80 cm) was opgehoogd en met een schutting afgesloten. Gedurende de markt lagen de varkens in hokken. Rond 1810 zat er op de hoek van de Varkensmarkt en de Amstelgracht een kroeg, genaamd “Spek en Ham”.[11] Het erf werd door Andries Valkenburg op 16 maart 1725 verkocht aan Erasmus Coper. Die vestigde er een tapperij, daar de “Coop” uithing. De tapperij is in 1743 overgenomen door Lambert van Heerden.

De Amstelgracht in 1815 met de links de voormalige tapijtweverij en de woning van Jacob Cats. Tekening door C.L. Hansen

Napoleon gaf in 1810 opdracht een deel van het plein in te ruimen voor de paarden toen hij met zijn leger de stad binnentrok. In 1814 zat er aan de Amstelgracht een verfmaalderij, mogelijk gevestigd in de (stenen) molen, genaamd “de Groen”, staande op het bolwerk. Tussen de molen en de Amstel, lag een jachthaven.

In 1824 was er ook een brandspuitenfabriek.


Deze kaart maakt deel uit van een handgetekende buurtatlas die vervaardigd werd door de Dienst der Publieke Werken. Schaal 1:1.250. De huisnummering van 1875 wordt voor alle panden getoond. Het Klein nummer van M.J. Kosterstraat 15 was sinds 1796 tot 1853 11.

In de Maarten Jansz Kosterstraat woonden Joseph Jessurun de Mesquita, een Nederlands fotograaf (1865-1890). Jan Ter Gouw, hoofdonderwijzer en historicus, die voornamelijk publiceerde over Amsterdam, woonde op nummer 17 (destijds Kleinnummer 9).  Ter Gouw, was buurtmeester van afdeling 4 van buurt Z, had in 1854 uitzicht op de stadspaardenstal voor de as- en vuilniskarren. 

Referenties

  1. Valkenburg is in een onbekend jaar, na 1731 op een onbekende plek begraven; misschien was hij gevlucht? De weduwe is de houdster van zijn insolvente boedel in 1735.
  2. Op 13 november 1781 verkochten haar erfgenamen het huis aan Johannes Titsingh.
  3. Op 4 mei 1730 verkochten de erfgenamen van Cornelis Hogeveen twee huizen en erven, getekend met de nr 8 & 10, aan Mr. Pieter Stellingwerf, schout in Zuilen voor de prijs van 10.500 gulden. De erfgenamen van Pieter Stellingwerf verkochten in 3 december 1765 aan Joshua Quast.
  4. http://www.geneaal.nl/data/wc02_424.html
  5. Op 19 maart 1737 kochten Van Lent en Colenbrander twee huizen en erven in de Korte Houtstraat.
  6. Zijn oudste zus Neeltje van Lent was in 1709 getrouwd met Harmen Hesselink, een bakker op de Zwanenburgwal.)
  7. P.M. Fischer. Ignatius en Jan van Logteren. Alphen aan den Rijn, 2005: p. 95.
  8. https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/5429/01.pdf?sequence=5
  9. S.A.C Dudok van Heel (1972) JACOB CATS e.a. ALS BEHANGSELSCHILDERS IN DE FABRIEK VAN JAN HENDRIK TROOST VAN GROENENDOELÉN In Maandblad Amstelodamum, p.
  10. I. van Eeghen (1969) DE TAPIJTMAKERIJ VAN DE FAMILIE BAERT In Maandblad Amstelodamum, p..
  11. http://www.dbnl.org/arch/kool010hist02_01/pag/kool010hist02_01.pdf

Literatuur

  • Naar aanleiding van dertien Amsterdamse pakhuizen. N.A. van Horn en H.J. Scholte. DNB. (z.j.)

Externe links

  • Fotos en tekeningen van de Amstelgracht in deze molendatabase
  • issuu.com/uitgeverij_thoth/docs/de_grachten_van_amsterdam_preview/30
  • http://www.joodsamsterdam.nl/strmjkosterstraat.htm
  • Huurderskohieren (1806), wijk 60: https://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/inventaris/5045.nl.html#
  • https://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/indexen/bevolkingsregisters_1851-1853/zoek/query.nl.pl?i1=1&i2=3&u2=s&A2=Amstelgracht&x=17&z=b
  • https://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/indexen/bevolkingsregisters_1874-1893/zoek/query.nl.pl?i1=1&i2=3&u2=s&Af2=1&A2=Maarten%20Kosterstraat%2015&x=22&z=b&s=0
  1. http://www.dbnl.org/arch/_jaa017192801_01/pag/_jaa017192801_01.pdf.