Hans Tigchelaar, de Grande Armée en het 33e Regiment Lichte Infanterie

 

 

Hans Tigchelaar diende in 1811 en 1812 in het leger van Napoleon, de “Grande Armée”, maar ging verloren tijdens de campagne naar Rusland. Het is niet onmogelijk dat hij Vilnius en Minsk, de hoofdsteden van Litouwen en Wit-Rusland heeft gehaald, maar of hij ook Moskou heeft gezien, moet worden betwijfeld. Als dat toch het geval was dan is het zeer waarschijnlijk dat hij op de terugtocht binnen drie weken nadat het leger Moskou had verlaten een van de 60.000 uitvallers was of uiteindelijk omgekomen is in de slag bij Krasny.

Napoleons tocht naar Rusland is vol onverwachte wendingen en gebeurtenissen: het 33e Regiment Lichte Infanterie (RLI) kwam al twee weken na de inval in Rusland in de problemen over het grote aantal weglopers en afvallers en is in juli 1812 in Minsk uit elkaar gehaald. Twee bataljons zijn nooit verder gekomen dan Dorogobusch (oblast Smolensk) en hebben zich begin november bij de overige twee, inmiddels op de terugtocht, aangesloten. Tegelijkertijd viel ook de winter in; honger, ziekten, kou en vermoeidheid eisten hun tol. In korte tijd werd de Grande Armée gehalveerd. Zijn regiment is aan de grens van de huidige Russische federatie met Wit-Rusland opgehouden te bestaan, want de restanten van het regiment zijn op 17 november 1812 onder de voet gelopen in de “slag” bij Krasny (ook Krasnoe of Krasnoi). Slechts een handjevol officieren en manschappen kon navertellen wat er was gebeurd.

Er zijn wel 100.000 boeken over Napoleon verschenen. Een normaal mens is niet in staat dat allemaal lezen. Het is een overweldigende hoeveelheid informatie die elkaar aanvult of bestrijdt. Door enkel te selecteren op de tocht naar Rusland en het 33e regiment Lichte Infanterie zou de informatie iets gemakkelijk te hanteren zijn, maar het bleek nog steeds geen kleinigheid wijs te worden uit alle details. In sommige gevallen heb ik een beslissing genomen en onduidelijkheden weggelaten. Tot slot, ik heb niet de pretentie een gedetailleerde militaire geschiedenis te schrijven, maar een sociale geschiedenis. Ik wil een indruk geven van hetgeen de soldaten van het 33e RLI moesten uitstaan gedurende hun opzienbarende en barre voettocht door Rusland, maar ook uitzoeken wat er precies bij Krasny is gebeurd, want volgens L. Tolstoy, de auteur van de beroemde roman Oorlog en Vrede was de slag bij Krasny belangrijker voor de Russen dan de slag aan de Berezina.1

Hans Tigchelaar

Hans Tigchelaar werd geboren op 4 november 1788 in Kimswerd.2 Zijn ouders waren in 1781 getrouwd. In 1801 stierf zijn vader Johannes Hanzes; Trijntje Everts, de weduwe, kreeg een betaald baantje als turfmeetster om in haar onderhoud te voorzien.3 In 1804 hertrouwde zijn moeder met de weduwnaar Ate de Jong.4

Op 18 oktober 1810 werd per decreet de dienstplicht ingevoerd. Hans werd in januari 1811 door de gemeente Arum op een alfabetische lijst geplaatst, behorende tot de lichting van het jaar 1808. Hans behoorde bij de eerste van de zes lichtingen volgens het decreet van 3 februari 1811, waarin niet de 20-jarigen, maar de 23-jarigen het eerst werden opgeroepen, “hetgeen grote verslagenheid onder de bevolking veroorzaakte.”5

Op een nog onbekende dag in februari, moest Hans zich ‘s ochtends vroeg in Bolsward, de hoofdplaats van het kanton, melden om daar mee te doen aan een loting. De bedoeling daarvan was of hij als “conscrit” (loteling of dienstplichtige) zou worden gekozen of uitgeloten.6 Trok hij een nummer lager of gelijk aan 50 uit een trommel, dan werd hij gedwongen om toe te treden tot de “Grande Armée“. Hans, arbeider in Pingjum, 1,73 m lang, blauwe ogen, kastanjebruin haar en met kenmerken van pokken, was de pineut.7 Op 25 februari waren de lijsten opgemaakt. “Spoedig daarop werden de lotelingen opgeroepen om voor de Raad van Rekrutering te verschijnen. De raad keurde de jongemannen, accordeerde remplaçanten en verleende in bijzondere gevallen uitstel of vrijstelling.”8

Inhoud

  • 1 Voorgeschiedenis
    • 1.1 Infanterie
    • 1.2 De mars door Polen
    • 1.3 Politieke onderhandelingen
    • 1.4 Aankomst Napoleon
  • 2 De tocht
    • 2.1 Moskou
  • 3 De terugtocht
    • 2.2 De schermutselingen bij Krasny
    • 2.3 De slag aan de Berezina
  • 4 Noten
  • 5 Literatuur
  • 6 Externe links

Voorgeschiedenis

Op 24 maart kreeg maarschalk Davout de opdracht zich voor te bereiden op een tocht naar Rusland. Davout stelde nog diverse wijzigingen voor, maar Napoleon is daar niet op ingegaan.9 Op 11 april 1811 moesten de Friese lotelingen zich melden bij de Raad van Recrutering op het Toernooiveld te Leeuwarden, niet ver van de Prinsentuin. Dat waren 291 man volgens Courier van Amsterdam van 8 februari 1811.10

Op 19 april schreef Napoleon: “Geef dit regiment veel aandacht, en geef een brigadegeneraal de opdracht het goed in de gaten te houden. Geef dit regiment zonder uitstel alles wat het nodig heeft.”11 Dat waren mooie woorden van de keizer, maar Thierry de Wilde uit Zutphen, ingedeeld als tamboer bij het 33e Regiment Lichte Infanterie, stamboeknr 1151, zag het zwerk drijven. Hij had al vijf jaar als vrijwilliger gediend, maar vluchtte op 11 mei 1811.

De volgende dag bevonden de meeste conscrits zich in Groningen. Daar kwamen alle lotelingen uit Noord-Nederland bijeen. Ze ontvingen er hun soldatenuit­rusting, musket en bajonet, en 60 patronen. Ze kregen mogelijk te horen bij welk regiment ze waren ingedeeld. Hans is geplaatst bij het Ie legerkorps onder Nicolas Davout, de 4e divisie onder Jean-Marie Dessaix, het 33e regiment lichte infanterie onder kolonel Henry Jean-Baptiste Marguerye, waar hem Franse commandos werden geleerd. Hij diende eerst bij de 2e compagnie van het 5e bataljon (de bevoorrading en verzorging) en op een nog onbekend tijdstip, mogelijk vanaf begin augustus, bij de 2e compagnie van het 4e bataljon.

Inschrijving Hans Johannis. Foto: Wil Oteman (NIMH)

Op 16 mei liet Napoleon weten dat men hem had verzekerd dat een grote hoeveelheid vrouwen dit 33e regiment volgde.12 Het was toegestaan dat zich zes vrouwen bij elk bataljon aansloten. In de praktijk waren dat veel meer; sommige wasvrouwen – elk bataljon had er twee – hadden ook hun kinderen meegenomen. Davout verklaarde ondertussen dat iedere soldaat dagelijks een brood van 850 gram kreeg, kon kiezen tussen 62 gram rijst of 125 gram groenten; 312,5 gram vlees, een fles wijn of bier en twee glazen brandewijn.13 Hij beloofde dat er drie keer per week vers vlees op het menu stond; onderweg zouden ze zich daarvan voorzien. 

Op 11 mei  1811 is de Franse generaal Pierre Devaut benoemd als commandant van het Department Frise. Op 28 mei 1811 verscheen een lovend artikel in de Leeuwarder Courant van de  Devaux over de houding van de Friezen bij de opkomst van de lichting 1808.14

Louis Nicolas Davout, een medeleerling tijdens de opleiding van Napoleon
De conscrits kregen op Eerste Pinksterdag mogelijk een diner aangeboden en zijn de volgende dag (3 juni) naar Delfzijl gemarcheerd, waar ze zich hebben ingescheept richting Emden.15
„Jong, Wybe Ytsens de schuitevoerder, geboren te Makkum (1.6.1786) wonende te Pingjum, zoon van Ytsen Gerrits de Jong en Eekke Dirks, is plaatsvervanger voor Sytse Martens Dijkstra (lichting 1808, mairie Burum); dient in het 33e regiment lichte infanterie (jagers), stamboeknr 3127, waaruit hij op 16.6.1811 deserteert; opmerkingen: wordt veroordeeld tot 14 jaar werkstraf met kogel aan het been.“16 17

Op zondagmiddag 30 juni vond er in de stromende regen een vaandeluitreiking plaats in Parijs, bezocht door een deputatie van het 33e regiment, bestaande uit vijftien man. Abraham Schuurman (die in 1840 tot Minister van Oorlog werd benoemd) had de leiding. Mogelijk was hij op Walcheren gelegen? Ze kregen een bijna twee kilo zware, bronzen adelaar op een staf, die niet meeging op de tocht, maar achterbleef in het depot, dat was verhuisd van Groningen naar Givet (in Noord-Frankrijk).18 [Le 33ème régiment d’infanterie de ligne]

Op de website allefriezen.nl worden een aantal personen uit het 33e regiment genoemd, die onderwijl waren weggelopen. Op 10 mei deserteerde Johannes Jansen; Willem de Vries deserteerde op 27 mei; hij is op 1 juli ter dood veroordeeld. Op 22 juli is de 41-jarige Arend Epping gedeserteerd; hij werd op 4 september ter dood veroordeeld.19

De soldaten vertrokken op 25 juli uit Emden, waarna ze via Bremen en Braunschweig in zestien dagen Maagdenburg bereikten. Ze werden met zes tot acht man verspreid over de stad ingekwar­tierd bij particulieren,20 en hebben ze zich daar aangesloten bij de overige bataljons of regimenten onder maarschalk Davout. Hij was ter observatie gelegerd bij Maagdenburg aan de Elbe. Op 11 augustus 1811 kwam het bevel om 3600 man van de lichting 1809 op te roepen; half oktober is een deel naar Stettin gezonden? In oktober verbleef Napoleon in Holland en bracht een bezoek aan o.a. Vlissingen, Amsterdam en Den Helder. Op 20 december kwam het bevel lichting 1810 op te roepen. De recrutering had in februari 1812 plaats. Zij vertrokken half maart via Berlijn richting Polen; 112 man afkomstig uit het departement Holland waren bestemd voor het 33e regiment.21 Hans Tigchelaar had een stiefbroer, Jan Ates de Jong (1791-1814?), die in januari 1812 werd goedgekeurd en is ingedeeld bij 6e Regiment Tirailleurs, onderdeel van de prestigieuse Keizerlijke Garde.

„Le 31 juillet 1811, l'Empereur écrit au Général Clarke (Ministre de Guerre) ... "Monsieur le duc de Feltre, la 6e compagnie du 6e bataillon des (...) 33e (...) ont dû partir le 17 juillet de l'île de Walcheren, et successivement les autres des quinze compagnies appartenant au corps de l'Elbe remplis par des conscrits réfractaires. Ces compagnies sont-elles parties le 17, le 20 et le 28 juillet? Faites-moi connaître ce qui en est".22

Volgens J.A. Paasman kwamen 225 man van het regiment lichte infanterie uit het département Frise.23 Zijn telling ligt te laag. Per jaarklasse waren 194 Friese conscrits bestemd voor de Grande Armée en 97 man voor de Marine. Volgens het bestand van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie kwamen er van het 33e RLI 300 man uit Friesland. Dat betekent 100 man per jaarklasse; de helft van het aantal conscrits is steeds opgenomen het 33e regiment. Het grootste aantal conscripts kwam uit

Verder uit Friesland: Bolsward (11), Buitenpost (7), Dokkum (8), Drachten (6), Franeker (7), Harlingen (21), , Makkum (6), en Wolvega (6).[zoekacties: Nederlandse militairen in het leger van Napoleon] Dat zijn in totaal 146 man. De andere helft kwam uit de 95 Friese dorpen. Zij leverden hooguit vijf, meestal minder conscrits (1 of 2). Het regiment omvatte een nog onbekend aantal “Israelieten”.24 Het regiment is in Maagdenburg opgevuld met dienstplichtigen en -weigeraars uit Wesel, d.w.z. zij die gratie hadden verkregen, en ontslagen zijn uit de gevangenis met de voorwaarde toe te treden, maar ook conscripts uit Straatsburg.

A cette date, la situation du 33e est la suivante (d'après le tableau de répartition dans les régiments d'infanterie du corps d'observation de l'Elbe, des conscrits réfractaires et condamnés graciés, qui se rassemblent à Wesel et à Strasbourg) : 
 - Force après l'arrivée des détachements de Walcheren, Gorée et Schouwen, et des 4e et 6e Bataillons : 3965 hommes.
 - Manquant au complet de 4200, c'est à dire 140 hommes par Compagnie : 235 hommes.
 - Conscrits de Wesel : 150 hommes.
 - Conscrits de Strasbourgs : 300 hommes.
 - Conscrits graciés : 40 hommes.
 - Effectif après l'incorporation : 4455.25

Het Franse 33e regiment is in 1803 gereorganiseerd. Het vocht bij Austerlitz (1806) en Wagram (1809). Hun volgende opdracht was Walcheren te verdedigen; de basis werd Vlissingen. Daar hadden de Engelsen in de zomer van 1809 een aanval gedaan en diverse steden bezet. Nadat het koninkrijk Holland werd ingelijfd is per keizerlijk decreet op 18 augustus 1810 bepaald hoe het voormalige koninklijke leger in het keizerlijke leger zou worden opgenomen.26 Het Franse bezettingsleger onder Oudinot werd in januari 1811 opgeheven en alle officieren zijn overgeplaatst naar andere onderdelen. Het 33e regiment lichte infanterie is opgericht uit het Ie Bataljon van het 6e Regiment Infanterie. Op 12 maart 1811 werd het 33e regiment uitgebreid met het 3e regiment Jagers onder Cort Heyligers? (“De opgeheven eenheden dienen om de andere regimenten op sterkte te brengen.”) De Russische diplomaat Aleksandr Tsjernysjov was uitstekend op de hoogte van de plannen van Napoleon nadat hij een bediende bij de Generale staf in Parijs had omgekocht en vijf boeken in handen kreeg, waarin de voorstellen waren uitgewerkt.

Het totale aantal Nederlanders in de Grande Armée wordt vaak geschat op 14 à 15.000 in zes infanterie- en drie cavalerieregimenten.27 Sommigen houden het zelfs op 25.000, maar Hay,28 Oosterbeek en d’Auzon de Boisminart komen uit op 20.000 man. D’Alphonse noemde een aantal van 17.300 in zijn Aperçu; dat zijn de 3 x 3.000 = 9.000 conscrits, 4.500 extra-levées, 2.000 vrijwilligers, en 1.700 wezen, maar extra-levées uit jaarklassen 1808, 1809 en 1810 waren bestemd voor de marine en niet voor het leger.29  

The 33rd Light Infantry was assigned to the First Corps, and the 123rd and 124th Infantry and 14th Cuirassiers were placed in the Second Corps. The Third Corps of the Grande Armée had only one Dutch regiment: the 11th Hussars, whilst the Ninth Corps had two Dutch regiments: the 125th and 126th Infantry. The former Dutch Imperial Guard regiments, of course, remained with the Imperial Guard Corps.30

Offiziere der Leichten Infanterie im Grauen Mantel (von Antoine Charles Horace Vernet)

De “Grande Armée” bestond uit elf legerkorpsen met 138 regimenten in totaal. Het eerste legerkorps had vijf divisies. Elke divisie bestond uit vijf regimenten, elk regiment uit vijf bataljons, en elk bataljon uit zes compagnieën (vier met fusiliers, een met voltiguers en een met carabiniers). Elke compagnie van ca honderd man bestond uit twee pelotons. Het Ie legerkorps van ca 70 à 80.000 man, verdeeld in 22 regimenten infanterie, plus artillerie en cavalerie (in totaal 87 bataljons?) stond onder leiding van Davout, de “ijzeren hertog”. Het 33e regiment was onderdeel van de vierde divisie, bestaande uit ca 11.000 man onder het bevel van Dessaix en drie brigadegeneraals Barbanègre, Friedrichs en Lequay.31 Het 33e regiment, dat werd aangevoerd door de Normandische markies De Marguerye,32 bestond uit vier veldbataljons, alsmede een bataljon onder leiding van majoor P.A. van Beresteijn,[Beresteyn, van] dat bestemd was voor het vervoer van de bevoorrading (munitie, vee en voedsel). Het 1e bataljon stond volgens M.E. Jordens onder leiding van luitenant-kolonels F.W. van Ommeren, het 2e onder H.P. Everts, het 3e onder W.A. de Jongh, het 4e onder A. Schuurman. Volgens Everts zelf in zijn verslag was De Jongh commandant van het 1e, Schuurman commandant van het 3e bataljon en Everts zelf commandant van het  4e bataljon. Dan zouden Van Ommeren en Serré commandant moeten zijn geweest van het 2e bataljon.[H.P. Everts, p. 123, 128, 147, 151] Elk bataljon had de beschikking over een Oostenrijks kanon. Het regiment had een “ziekenwagen”, zes karren (“caissons”) met ammunitie, vier voor patronen, vier voor levensmiddelen, een diende als smidse en een was bestemd voor de administratie. Verder waren er een chirurgijn met 9 assistenten, acht à tien muzikanten en vier meesterwerklieden. Het regiment beschikte over 36 rij- en 104 trekpaarden? Een aantal soldaten kreeg of had een sikkel of zeis om te maaien.

https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/originals/8c/b4/56/8cb45670776492d251280f1240460b02.jpg
Lichte infanterie, 33e regiment, zoals het eruit moet hebben gezien?

Het is nog onduidelijk hoeveel Nederlandse officieren er waren onder Dessaix, Barbanègre, de brigade-generaal en Marguerye. Het hele regiment telde 108 officieren en 3862 manschappen? Op 15 juni 1812 had het 33e regiment had moeten bestaan uit 4.252 mannen, verdeeld over vijf bataljons. In werkelijkheid waren het waarschijnlijk slechts vier veldbataljons.33 Vier bataljons van het 33e regiment telden officieel 91 officieren en onderofficieren, 3310 soldaten? De database van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie telt 4624 manschappen van Nederlandse afkomst bij het 33e RLI, waaronder 112 officieren en onderofficieren. Het is onduidelijk waarin de verschillen zitten. Zijn er 400 man weggelopen of duizend ziek geworden voordat het regiment in Gumbinnen (Oost-Pruisen) aankwam? Misschien is een bataljon in Duitsland achtergelaten om de bevoorading te verzorgen? Bovendien was er een depot in Dantzig met voor 50 dagen voedsel, ook daar zullen manschappen zijn achtergelaten. Een derde volgens Sabron of de helft volgens d’Auzon de Boisminart van de officieren van het regiment had de Franse nationaliteit. Volgens H.P. Everts hadden alle onderofficieren de Franse nationaliteit.34

Ambulance ontworpen door de militair-chirurg Dominique Jean Larrey
„33e régiment d'infanterie légère colonel Henry-Jean-Baptiste Marguerye (blessé à Krasnoï) 
--- 1er bataillon chef de bataillon de Jongh (blessé à Krasnoï) (ex-1er bataillon du 1er légère hollandais) [volgens Jordens was dat Van Ommeren] 
--- 2e bataillon chef de bataillon Serré (tué à Krasnoï) (ex-2e bataillon du 1er légère hollandais) [volgens Jordens was dat H.P. Everts] 
--- 3e bataillon chef de bataillon Schuurman (blessé à Krasnoï) (ex-3e bataillon du 1er légère hollandais) [volgens Jordens was dat De Jongh] 
--- 4e bataillon chef de bataillon Patin (ex-1er bataillon du 6e de ligne hollandais) [volgens Jordens was dat Schuurman] 
--- artillerie régimentaire lieutenant Bartels (blessé à Krasnoï), 4 canons autrichiens de 3-livres major Van Berestein, à Givet dans le 2e division militaire 
--- dépot du régiment, quartier-maître trésorier Langlois 
--- 5e bataillon (4 compagnies de fusiliers, conscrits)[volgens Jordens was dat Van Beresteijn].35

Infanterie

Het 33e regiment infanterie légère is niet hetzelfde regiment als het 33e regiment infanterie de ligne. Er wordt een onderscheid gemaakt. De lichte infanterie was een zelfstandig opererend onderdeel van een strijdmacht. Hoewel te voet, moest een lichte infanterist ook jager genoemd zich snel kunnen verplaatsen. De jagers zwermden uit voor of naast de linieregimenten.36 Ze waren geoefend om 85 stappen per minuut te maken.37 De jagers stonden “op de gevaarlijkste posities, vooraan of op de flanken van het leger, … meestal opgesteld in losse formatie.38 Hun uitrusting was daarom lichter dan van een gewone infanterist. Het merendeel van de infanterie bestond uit linie-regimenten. Daarbij stelden de soldaten zich in achterelkaar gelegen linies op, om daarna linie voor linie vuur te geven.39 

„Every infantryman was armed with musket, bayonet, and carried a knapsack, water bottle, and blanket or greatcoat, besides an ammunition pouch. According to Chandler "Training remained rudimentary. The new conscript might receive 2 or 3 weeks of basic instruction at the depot, but he would fire on average only two musket shots a year in practice. Much stress was placed upon the attack with cold steel ..."40 41
Der Graf Philippe Paul von Segur (*4.11.1780 – †25.02.1873), selbst Teilnehmer des Feldzuge beschrieb die Ausrüstung eines einfachen Soldaten: „Die Ausrüstung eines einfachen Soldaten: »... zwei Hemden, zwei Paar Schuhe (mit Nägeln beschlagen), ein weiteres Paar Sohlen, ein Paar Überhosen, kurze Gamaschen von Leinwand, einige zur Reinlichkeit erforderliche Gerätschaften, Verbandsmaterial und 60 Patronen. Auf beiden Seiten waren vier Zwiebacke, jeder 500 Gramm schwer, unten auf dem Boden ein langer enger leinener Sack mit 5 kg Mehl; der ganze ... bepackte Tornister mit seinem Tragriemen und dem zusammengerollten, oben aufgeschnallten Mantel wog ca. 17 kg. Über der Schulter trug der Soldat noch einen anderen Sack von Leinwand mit 2 Brotlaiben zu anderthalb Kilo, so dass er mit seinem Säbel, seiner vollen Patronentasche, drei Feuersteinen, einem Schraubenschlüssel, der Banderole und dem Gewehr eine Last von ca. 30 kg zu tragen hatte, auf vier Tage mit Zwieback, auf sieben Tage mit Mehl versehen war und 60 Schüsse abgeben konnte.«“42

Tekening door Hendrik Jacobus Vinkhuizen. Vinkhuizen collection of military uniforms, NY Library
„En octobre 1811, le 1er corps d'armée sous les ordres du maréchal Davout se composait des régiments d'infanterie suivants: 7e, 13e, 15e & 33e régiment d'infanterie légère; 12e, 17e, 21e, 25e, 30e, 33e, 48e, 57e, 61e, 85e, 108e & 111e régiment d'infanterie de ligne.“43

Op 17 of 20 oktober vertrokken ze uit Maagdenburg, waarna ze na tien dagen marcheren Stettin bereikten. Na elk uur marcheren werd een rookpauze ingelast van vijf minuten. (Ca 80 man waren gedeserteerd tussen Bremen en Braunschweig en die moeten verantwoordelijk worden geacht voor de excessen in de omgeving? Henrij Velthuisen, stamboeknr 2353, is op 10 september, Henry Felius op 25 oktober gedeserteerd; Jean Wagenaar (stamboeknr 2982?) werd op 27 oktober veroordeeld tot 12 jaar met een blok aan het been.)

Ook in Stettin werden de soldaten ondergebracht bij burgers. Daar werd geoefend en zijn kaderscholen in het leven geroepen voor het opleiden van onder-officieren. Vanuit deze Poolse stad schreef Hans Tigchelaar naar verluidt zijn laatste brief, gedateerd 6 december 1811. Op 15 december werden ze in een winterkwartier ondergebracht. Inmiddels waren diverse soldaten overleden in het hospitaal aan dysenterie. Op 15 februari werd het gehele leger in staat van paraatheid gebracht. Op 24 februari koos Pruisen deel te nemen aan de oorlog. Napoleon stond niets meer in de weg.

De mars door Polen/West-Pruisen

Op 4 of 7 maart 1812 vertrok het 33e RLI uit Stettin, nadat ettelijke dienstweigeraars naar Wesel waren opgezonden. Het regiment trok door een gebied met polders en terpen, in cultuur gebracht door Friese en Vlaamse doopgezinden. Het regiment trok op naar Marienburg, ten zuidenoosten van Dantzig, waar het drie weken lang aan de versterking van de muren werkte. Het kreeg onderdak in landelijke Königsdorf (Królewo) en Katzenase. Hier voegde majoor H.P. Everts zich bij zijn toekomstige regiment. Rond 12 mei stond het voor Elbing en trok over de Weichsel. Vervolgens ging het zuidwaarts naar Pruisisch-Holland (Pasłęk); in Młynary verbleef het regiment twee weken. Op 5 juni sliepen ze voor het eerst buiten. Op 19 en 20 juni verbleven twee dagen in Insterburg, waar Napoleon hun parade aanschouwde, vervolgens trokken ze naar de rivier Niemen. 

File:2012.05.12 MALBORK (4).JPG
Slot Marienburg

Politieke onderhandelingen

Bij Vrede van Tilsitt (juni 1807) had tsaar Alexander I beloofd zich te onderwerpen aan het Continentaal Stelsel en zijn havens voor Engelse goederen te sluiten. Op 31 december 1810 deed de Tsaar bekend maken zich niet langer aan het Continentaal Stelsel te zullen houden. De boycott viel slecht uit, zowel voor Rusland dat geen koloniale producten kon importeren, als voor Engeland dat zijn afzetmarkt kwijt raakte. Engeland was de belangrijkste transporteur en exportmarkt voor Rusland.44 Helaas voor Napoleon was de meeste handel van Engeland gericht op de koloniale gebieden.

„Ende 1810 war Zar Alexander I. allerdings aus wirtschaftlichen Gründen nicht mehr bereit, sich weiter an der Kontinentalsperre gegen Großbritannien zu beteiligen. Russland hatte zuvor regen Handel mit Großbritannien betrieben, der vor allem auf dem Austausch russischer Agrarprodukte mit britischen Industriegütern beruhte. Das Zarenreich hatte Getreide und Rohstoffe wie Holz, Flachs und Pech nach Großbritannien exportiert und Textilien, Kaffee, Tee, Tabak bzw. Zucker von dort eingeführt. Die aus diesen Geschäften resultierenden Steuereinnahmen fielen nun völlig weg, die Handelsbilanz entwickelte sich negativ und ließ den Wert des Papierrubels dras­tisch sinken. Daher hob der Zar die Kontinentalsperre teilweise auf, indem er neutralen Schiffen erlaubte, britische Waren in seinen Häfen zu löschen.“45

Op 24 maart 1812 sloot de voormalige generaal Bernadotte, in 1810 tot kroonprins in Zweden verkozen, een verbond met de Russische tsaar nadat de havens in Pommeren waren bezet en schepen geconfisceerd. Pruisen en Oostenrijk beloofden Napoleon steun, maar in november 1812 hield Oostenrijk haar steun voor gezien. Rusland eiste dat Napoleon het hertogdom Oldenburg, dat met Rusland was verbonden in een personele unie, ontruimde. Op 28 mei sloot Rusland vrede met het Ottomaanse rijk, de troepen uit het zuiden onder leiding van Kutuzov en Tsjitsjakov trokken naar het noorden om deel te nemen aan de strijd tegen de Grande Armée.

„Im April 1812 unterzeichneten Russland, Großbritannien und Schweden ein gegen Napoleon gerichtetes Geheimabkommen, am 28. Mai erfolgte der Friedensschluss mit dem Osmanischen Reich im Frieden von Bukarest.“
"Eén van de plannen van de Russische minister van Oorlog; Bennigsen, was om de het door hen verfoeide Hertogdom Warschau aan te vallen voordat Napoleons troepen zich zouden kunnen ontplooien, vervolgens het hertogdom te "bevrijden" en daarna aansluiting te zoeken met de Pruisen. De Pruisen zouden dan bij succes van het Russische optreden, van partij wisselen en zich als bondgenoot van Rusland tegen Napoleon keren. Vervolgens zouden dan de Duitse bondgenoten één voor een van Napoleons zijde wijken en Rusland zou dan een formidabele positie in Europa hebben weten te krijgen."46
„Napoleon hat kein Interesse daran, das russsiche Reich zu zerstören. Er will dessen Streitkräften zerschlagen, um Alexander wieder unter die Kontinentalsperre zu zwingen. Ihn wieder als Verbündeten gegen London einbinden. Der Kaiser will in Russland kämpfen, um England zu unterwerfen."
„Differences between France and Russia over influence in Poland and the Balkans. (Russia under Peter the Great expanded westward towards Europe, absorbing Poland and Lithuania. Under Napoleon however the Polish Grand Duchy of Warsaw was created. According to Adam Zamojski Napoleon was determined to hold the possibility of the reunification of the Kingdom of Poland as a carrot before the Poles, a semi-sincere promise to ensure loyalty. Alexander, on the other hand, saw a reunified Poland as a serious threat to the integrity of Russia.)“47

Aankomst Napoleon

Op 9 mei 1812 verliet Napoleon zijn paleis in Saint-Cloud en begaf zich naar de troepen in het oosten. Op 29 mei verliet hij Dresden, waar hij onderhandelde met de bondgenoten. Tussen 2 en 6 juni was hij in Torun, een vestingstad aan de Pools-Oostpruisische grens en heeft een parade van vijf regimenten van de Keizerlijke Garde afgenomen.48

Foto fan redoubt Orneta
Foto Redoubt Orneta

 

Volgens Naffziger wist Napoleon niet precies hoe sterk sommige regimenten waren.49 Napoleon werd voor de gek gehouden met de sterkte van sommige legerkorpsen. Op 19 juni nam Napoleon in Insterburg (Tsjernjachovsk), niet ver van Gumbinnen, 120km oostelijk van Königsberg, een parade af van een deel van het Ie legerkorps, want veel tijd had hij niet.

Ieder legerkorps was verplicht in zijn eigen onderhoud te voorzien en er werd een verordening uitgeroepen om alle runderen van de plaatselijke bevolking in beslag te nemen. Oost-Pruisen werd gestroopt door de soldaten om zich van levensmiddelen, boerewagens en paarden te voorzien.50 (De soldaten kregen nauwelijks soldij om om aankopen te kunnen doen; ze werden geacht eerst hun uniform af te betalen. De lokale bevolking kreeg nauwelijks of geen schadevergoeding.) De inval is enkele dagen uitgesteld om het vee en de paarden op krachten te laten komen? Op 22 juni verklaarde Napoleon de oorlog aan Rusland. Op 23 juni was het drukkend heet. Napoleon stak zich in een Pools uniform om niet op te vallen bij het inspecteren van de rivier. ‘s Avonds regende het pijpestelen, maar het is onduidelijk of het ook onweerde zoals soms wordt beweerd.

„When Napoleon appeared at Kovno he wore the cap and uniform of a Polish officer, while "On 23 June 1812 a closed carriage drawn by 6 horses suddenly appeared in the middle of the bivouac of the 6th (Polish) Uhlan Regiment. The troopers were even more startled when it stopped and Napoleon, himself, climbed out. Spotting a major, Napoleon approached him, asking to see the regiment's commander. ... Napoleon asked the route to the Niemen River and the location of the most advanced Polish outposts. The next request was the most surprising. Napoleon requested Polish uniforms for himself and his staff. ... Napoleon did not wish to warn the Russians of the pending invasion. Napoleon and his staff quickly exchanged their uniforms with some very surprised Polish officers and headed for the border. ... Napoleon carefully examined the terrain.51

Toen er voldoende hooi was geoogst voor de 180.000 paarden, viel de Grande Armée op 24 juni 1812 Rusland binnen. Een leger van naar schatting 420 à 450.000 man trok zonder officiële oorlogsverklaring de grens over. Ze ontmoeten geen enkele tegenstand. Meer dan de helft van het leger was niet-Frans, er werden twintig talen en dialecten gesproken en 10% was jonger dan 20 jaar. Circa de helft, 220.000 man, werden door Napoleon zelf aangevoerd.52 De Grande Armée is gevolgd door 50.000 vrijwilligers. (Volgens de wet van de grote getallen is het niet overdreven om te veronderstellen dat ook bijna 10% van het totaal aantal Nederlandse deelnemers geen militaire functie uitoefende, maar volger was.) Ca 100.000 soldaten zijn achter de hand gehouden om later te kunnen worden ingezet.

De tocht

De Niemen bij Kaunas, eigen foto

Het Ie en IIe legerkorps onder Davout en Oudinot, voorafgegaan door muziekkorpsen, staken op 24 juni bij Kaunas als eerste de 150m brede Memel over, nadat er drie bruggen waren gebouwd door de pontoniers. Het is gevolgd door de Keizerlijke Garde. De oversteek is de hele nacht doorgaan tot ver in de ochtend. Het regiment Poolse lansiers die indruk wilden maken op Napoleon door voor zijn ogen zwemmend de rivier over te steken, verloor 40 man.

Index
Slavic and East European Collections, The New York Public Library. “Am Ufer des Niemen den 25 Junius 1812” The New York Public Library Digital Collections. 1831 – 1834. Faber du Faur, Christian Wilhelm von (1780-1857) (Artist) 

De Grande Armée is opgedeeld in drie kolonnes. Ney en Oudinot trokken eerst naar Kaunas; zij hadden de opdracht Barclay de Tolly te achtervolgen. Murat en Davout trokken rechtstreeks naar Vilnius. (De twee andere kolonnes staken over bij Tilsitt en Grodno, op een afstand van 150 km.) Het IIe (Oudinot) en VIe legerkorps trokken naar Polotsk en Vitebsk om de linkerflank te beschermen en zouden nooit Moskou zien. Poniatowsky en De Beauharnais hadden de opdracht Bagration te achtervolgen. Het Xe legerkorps bezette Koerland en trok richting Riga, dat ten zuiden werd beschermd door de brede rivier Daugava. Het bleek onmogelijk die stad in te nemen.53 Het  legerkorps haastte zich naar Polotsk. Het Ve onder Poniatovsky en VIe moesten de hoofdmacht volgen? Het VIIe beschermde de rechterflank van de hoofdmacht? Reynier en Schwartzenberg? Het IXe (Victor) en XIe legerkorps werden in reserve gehouden? Jérôme en Eugène volgden op 30 juni met de opdracht met hun linker- en rechtervleugel, de hoofdmacht te beschermen?54 De bedoeling van Napoleon was tussen de twee hoofdlegers van de Russen in te schuiven, dat van Barclay de Tolly diende ter bescherming van St. Petersburg; dat van Bagration van Moskou, en elk daarvan afzonderlijk te dwingen slag te leveren.

File:Eugene Beauharnais Crossing Niemen 1812.jpg
Italian Corps of Eugene Beauharnais crossing the Niemen near Kovno (Kaunas) on 30 June 1812. By Albrecht Adam. Hermitage,

Op 26 juni verplaatste het 33e regiment lichte infanterie zich 22 km, op 27 juni 23 km, op 28 juni 45 km tot Troki (Trakai), en op 29 juni 25 km in de stromende regen.55 Het kwam volgens Schuurman in “allerjammerlijkste toestand” in Vilnius aan (op 1 juli). Het regiment verloor in vijf dagen tijd 1.000 man, maar ook tientallen paarden. Het beleefde vervolgens twee relatief rustige dagen.

Inmiddels bleek dat de voedselvoorziening onvoldoende was. De aanvoer van levensmiddelen stokte. Er bleek geen zout en geen brood voorhanden. Er was geen stro om op te slapen en geen onderdak. De dorpen waren vernield en de voorraden in brand gestoken. De hitte was nog steeds drukkend, maar op de vierde dag (zaterdag 29 juni) brak er een geweldig onweer los met hevige rukwinden; de regen hield vijf dagen aan. De wegen veranderden in modderpoelen. Ca 15 of 18.000 paarden gingen verloren; die zakten tot hun knieën weg in de modder. De Armée verloor 50.000 manschappen door vermoeidheid en gebrek.

Index
Slavic and East European Collections, The New York Public Library. “Zwischen Kirgaliozky & Suderwa den 30 June 1812” The New York Public Library Digital Collections. 1831 – 1834. Faber du Faur, Christian Wilhelm von (1780-1857) (Artist)
„Several days after crossing the Nieman, a number of soldiers began to develop high fevers and a red rash on their bodies. Some of them developed a bluish tinge to their faces and then rapidly died. Typhus had made its appearance. Only a month into the campaign, Napoleon lost 80,000 soldiers who were either incapacitated or had died from typhus.“[Napoleon Wasn’t Defeated by the Russians 2.6k 3 Tchaikovsky’s 1812 Overture gives too much credit to cannons by Joe Knight]

Op zondag 30 juni is Napoleon binnengehaald door de apathische (?) bevolking van Vilnius. Hij had gehoopt bij de stad een beslissende slag (Blitzkrieg) te kunnen leveren, zodat de Russen gedwongen zouden worden de gewenste vrede te sluiten. Die dag werd de “Confederation Général du Royaume de Pologne” uitgeroepen, met de bedoeling ook Litouwen, Wit-Rusland en Oekraine aan zich te binden. Napoleon benoemde op 1 juli Dirk van Hogendorp (en niet Hugues-Bernard Maret, zijn minister van buitenlandse zaken), als gouverneur-generaal en hoofd van de voorlopige Litouwse regering, 56 dat moest samenwerken met het marionettenbewind in Warschau. In de ziekenhuizen van Vilnius lagen ondertussen 3.000 man.

„Als Napoleon met zijn legers [op 28 juni] bij de eerste grote vestingstad aankomt, Vilnius, denken de soldaten dat ze weer als vanouds kunnen vechten en dat ze in de stad genoeg voedsel en drinkwater kunnen vinden, waarmee ze de ziekten kunnen tegengaan. Maar, als ze in de stad aankomen, is die verlaten, geen Russen. En de voorraadschuren staan in brand, zodat er nog geen voedsel te vinden is."57

Het Russische leger van ongeveer 180.000 man lag bij Vilnius, maar trok zich op de 28e juni terug achter de Niemen. Tsaar Alexander I trok van Vilnius naar St Petersburg riep de bevolking op tot verzet en gaf de leiding over aan zijn minister van oorlog Barclay de Tolly. (Napoleon kreeg geen gelegenheid meer de tsaar te spreken.) Het leek Barclay de Tolly beter de Fransen en hun bondgenoten steeds verder Rusland binnen te lokken en te wachten met aanvallen tot de winter. Dit zou, zo werd er aan Russische zijde terecht gedacht de Grande Armée, zo kollosaal als ze is, afmatten en onzekerder maken. Ze dwongen Napoleon tot een lange, winterse veldtocht, waarop hij niet was voorbereid.58

Het Ie legerkorps moest zo veel mogelijk bijelkaar blijven en zorgen dat de twee Russisiche legers zich niet konden verenigen. Davout en zijn staf hadden de beschikking over slechts zeven kaarten (van Rusland en India om de Engelsen hun kolonie af te nemen?); de afzonderlijke regimenten over geen enkele. Op 1 juli was Davout uit eigen beweging met zijn korps naar Oszmiana getrokken, hetgeen irritatie verwekte bij Napoleon. Een drietal bataljons van het 33e regiment kregen de opdracht om de cavaliergeneraal De Bordesoulles te volgen naar Volozhyn, halverwege Minsk, om uit te zoeken waar Bagration of de kozakken zich hadden verschanst. Op 5 juli vertrokken de drie bataljons om elf uur ‘s avonds uit Volozhyn. Tijdens de nachtelijke mars ging het helemaal mis.

De Franse generaal (Bordesoulle?) die de Nederlanders de volgende ochtend om tien uur zag opdagen, rapporteerde aan Davout dat er slechts vierhonderd man in goede orde waren gearriveerd. "De rest is achtergebleven; degenen die hier zijn, zijn zo moe dat ze niet verder kunnen marcheren, voordat ze soep hebben gemaakt".59

De volgende dag, op 7 juli, is het uitgeputte 33e regiment lichte infanterie teruggestuurd naar Volozhyn met de opdracht een verbinding met de cavaleriedivisie onder Jérôme Bonaparte tot stand te brengen. De Armée bestreek een gebied van honderd kilometer breed. Op 9 en 10 juli vond een schermutseling bij Mir plaats tussen het IIe (en/of VIe?) legerkorps en de Russen. Het was de eerste Franse overwinning, maar Napoleon was kwaad omdat Jérôme zo langzaam was opgetrokken en Bagration ontsnappen liet.60 June 30, 1812 “Blatter aus meinen Portefeuille im Laufe des Feldzugs 1812…”, Christian Wilhelm Faber du Fau. Stuttgart, 1831[/caption]

Op 8 juli arriveerde Davout met een deel van zijn troepen in Minsk en bezette nog voor de Russen de stad. Het 33e regiment arriveerde daar op zaterdag 11 juli onder leiding van luitenant-kolonel La Serre (en generaal De Bordesoulle) na vier zware dagmarsen, waarin het 120 km had afgelegd. Doodvermoeide paarden vielen onder hun berijders neer; er werd geen tijd vrijgemaakt om ze te slachten. Sommige soldaten vielen in slaap tijdens het marcheren. In plaats van ca 3.400 man kwamen er slechts 2.530 aan.61 62 “De eenheid verkeerde in een dramatische toestand en daar was geen Rus aan te pas gekomen”.63 Het 33e regiment was onderweg (door de moerassen) ongeveer 8 à 900 man kwijtgeraakt, of vanwege uitputting, ziekte, voedselgebrek, zelfmoord of onderweg de dorpen plunderend.64 Het 33e regiment werd niet in de stad toegelaten, maar moest buiten de stad bivakkeren, d.w.z. zonder beschutting. Volgens H.P. Everts, sinds mei 1812 hun majoor, hadden ze een maand lang geen brood gezien.65 Toen Davout constateerde dat de compagnien niet voltallig waren, barstte hij uit als de Vesuvius volgens Everts. Hij stelde hij voor het hel regiment op te heffen. “Met zijn gezicht op onweer” dreigde hij op zondagnamiddag 12 juli na de mis en tijdens het defilé op het plein voor de kathedraal iedere tiende man van het 33e regiment neer te schieten, dat zich onderweg te buiten was gegaan aan plundering.66 67Davout ging erg ver met de vernedering van het regiment, dat naar het zich laat aanzien geen uitzondering vormde; sommige regimenten had al 40% van hun sterkte verloren, voordat zij enig schot gelost hadden. Hij liet hen met de kolven van de musketten, die 4,5 kg wogen, omhoog voor de andere troepen defileren. Hij stelde voor ook Dessaix achter te laten. Joseph Barbanègre, die de logistiek moest behartigen en de Pool Mikołaj Oppeln-Bronikowski, die benoemd werd als gouverneur van district zijn achtergebleven, alsmede het 1e en 4e bataljon van het 33e regiment.68

O.a. Everts kreeg de opdracht van Bronikowski met duizend man en Poolse cavalerie naar weggelopen soldaten te zoeken. Iedere dag werden honderden soldaten opgebracht, ‘s avonds voor de krijgsraad gebracht en een aantal ter plekke geëxecuteerd.69 Zijn taak is na acht dagen (op 21 juli) overgenomen door luitenant-kolonel W.A. de Jongh en zijn 1e (3e?) bataljon.70 Op 1 augustus ontbraken er nog steeds 917 manschappen.71

Miensk, Vysoki Rynak. Менск, Высокі Рынак (N. Orda, 1870-77).jpg
De kathedraal van Minsk met het plein

 

Het Ie legerkorps vertrok op 12 juli uit Minsk om Pjotr Bagration, de beste Russische generaal, af te snijden van Barclay de Tolly. In open terrein reed de cavalerie in het algemeen voorop, in de bossen was het de infanterie.72 Op 15 juli trok het korps over de Berezina bij Borisov. Het 3e bataljon vertrok op 16 juli uit Minsk naar Borisov en bleef achter om de enige brug in de wijde omgeving te beschermen. Het 2e bataljon vertrok op 16 augustus uit Minsk richting Borisov en Smolensk in opdracht van maarschalk Berthier.73 Zij zouden niet de enige Nederlanders blijken te zijn die zich in Minsk ophielden, want op 16 september kwam het 125e regiment aan.74

De temperaturen liepen op en er was een groot tekort aan water toen ze het moerassige gebied achter zich hadden gelaten. De bronnen waren uitgedroogd en het gras was verdord. Veel paarden en soldaten leden aan diarree. De wegen waren stoffig. Sommige soldaten liepen inmiddels blote voeten omdat hun schoenen kapot waren en er geen reserveschoenen waren.

Général Louis Nicolas Davout befand sich mit seiner Truppe nur 85 Kilometer vor der Stadt und erreichte diese nach einem Gewaltmarsch als erster Mogiljow.[Schlacht bei Mogiljow]

Op 20 juli nam Dessaix in de slag bij Mogiljow de stad in. Davout versloeg op 23 juli Pjotr Iwanowich Bagration die zich met Barclay de Tolly had willen verenigen. Op 25 juli vroeg Davout de bevolking de eed van trouw aan Napoleon af te leggen.

Na de slag bij Mogiljov op 24 juli 1812?

Op 28 juli kwamen Napoleon en het IIe legerkorps aan bij Vitebsk. De volgdende dag zou de slag plaats vinden, maar in de nacht waren de 100.000 Russen stilletjes verdwenen. Op 2 augustus trok het Ie legerkorps door Dubrouna. De hitte was ondraaglijk, nog erger dan in Egypte; zelf Napoleon was daar inmiddels van overtuigd. Hij was zelfs van plan de campagne op te geven. Nog verder Rusland intrekken zou een ramp betekenen.

„Wilna, Minsk und Witebsk sowie viele andere Orte fielen den Franzosen weitgehend unversehrt in die Hände. Da Bagration aber am 23. Juli bei Mogilew von Maréchal Louis-Nicolas Davout, der bereits am 8. Juli Minsk besetzt hatte, geschlagen wurde, war ihm der Weg Richtung Norden nach Witebsk verwehrt. Es gelang ihm aber, sich in östlicher Richtung nach Smolensk zurückzuziehen, da Jerome, der jüngere Bruder Napoleons und König von Westphalen, dem das VIII. Armeekorps unterstand, aufgrund seiner geringen Kampferfahrung bei der Verfolgung der russischen Truppen zögerte und zu wenig energisch nachsetzte. Jeromes schwerfälliges Agieren ermöglichte schließlich die Vereinigung der beiden russischen Westarmeen bei Smolensk am 2. August 1812. Der Kaiser warf ihm daraufhin mangelndes Verständnis für das Kriegshandwerk vor und enthob ihn seines Kommandos. Er wurde durch General Jean Andoche Junot ersetzt.
Durch Unterernährung, Erschöpfung, Krankheit sowie Desertion verlor die Grande Armée in den ersten sechs Wochen - bis zum Vorstoß auf Smolensk - fast 140 000 Mann.“
„A l'appel du 3 août, il y a encore au Régiment 106 Officiers et 2699 hommes.“
„Als die russischen Armeen am 7. August in Richtung Rudnja vorrückten, versuchten die Franzosen, sie mit einem schnellen Umgehungsmanöver auf dem linken Ufer des Dnjepr von ihren rückwärtigen Verbindungen abzuschneiden. Doch Barclay de Tolly hatte eine ausreichende Flankensicherung südlich des Flusses aufstellen lassen, so dass es zunächst am 14. und 15. August nur zu einem Gefecht der russischen Nachhut bei Krasny kam, das die Franzosen für sich entschieden.“
“Blatter aus meinen Portefeuilleim Laufe des Feldzugs 1812…”, Christian Wilhelm Faber du Fau. Stuttgart, 1831

Op 11 augustus dwong Barbanègre de bevolking van Borisov voedsel aan te leveren op straffe van executie als het bevel niet zou worden opgevolgd. Alle voorraden waren zo’n beetje op. Op 13 augustus stond Davout voor Krasny. Er werden drie bruggen over de Dniepr geslagen. Het leger hield tien dagen rust vanwege de hitte, wachtend op de uitvallers. Op de 15e, de verjaardag van Napoleon, kregen De Marguerye en Everts opdracht met het 2e en 3e bataljon vanuit Minsk naar Smolensk op te trekken, maar tevens ten zuiden  van Minsk (in Hlusk en Babruysk) naar Russische soldaten te zoeken.75

Index
Vorwarts von Krasnoi den 14 August 1812

Het 1e bataljon is achtergebleven in Minsk, met twee kanonnen. De manschappen van het 1e kwamen op 13 oktober in Smolensk aan. Het 4e bataljon zou deel genomen hebben aan de Eerste slag bij Polotsk op 16 en 17 augustus? Ze werden in Smolensk aan het 1e bataljon toegevoegd; de officieren van het 1e bataljon zijn teruggestuurd naar het depot in Givet om nieuwe recruten op te leiden. Van het vijfde bataljon dat diende voor de fouragering is nauwelijks iets niets bekend. Paul Anne van Beresteijn voerde het bevel. Het lijkt ergens in de modder te zijn blijven steken (uit de website allefriezen.nl blijkt dat verscheidene soldaten uit het 33e RLI zich eind juli/augustus/september 1812 nog steeds in Koningsberg bevonden; zij zijn nooit verder gekomen dan het plaatselijke ziekenhuis.) 

(Op een nog onbekend tijdstip is Hans Tigchelaar overgeplaatst van het 5e naar het 4e bataljon; de samenvoeging met het 1e bataljon eind oktober 1812 staat niet geregistreerd. De kans dat hij Moskou heeft gezien, is erg klein. Hij zal vermoedelijk zijn omgekomen tussen Minsk en Smolensk.)

„Op 13 augustus breekt het leger op, voor een mars naar Smolensk, waar twee Russische legers zich [snel] hebben verzameld. [Vier dagen later, 's middags om drie uur, begint de aanval op de stad met sterke en hoge muren en bastions. Davout bevindt zich met zijn Ie legerkorps in het centrum. Friant trekt de volgende dag als eerste de stad binnen en constateert dat de Russische legers waren vertrokken, Smolensk achterlatende als een brandende fakkel. Duizend russische gewonden komen daarbij om.76
De hele stad ligt vol met lijken en vele soldaten van het Franse leger sterven door vervuild water uit de bronnen van Smolensk.“77
De slag om Smolensk door Peter von Hess. 
Napoleon wilde een symbolische zege behalen door Smolensk te belegeren. Hij omsingelde de zuidelijke oever van de stad, waar de noordelijke werd bewaakt door het leger van Barclay. Bagration was verder naar het oosten getrokken, om te voorkomen dat de Fransen de rivier ergens anders zouden overstaken en de Russen in de rug zouden aanvallen.Napoleon stuurde drie legerkorpsen richting Smolensk om de hoge vestingmuren aan te vallen, begeleid door een groot artilleriebombardement. Smolensk was een middeleeuwse stad omgeven door dikke stenen muren, zevenenhalf meter hoog en vierenhalf meter dik, met ervoor een diepe, droge gracht en versterkt door dertig zware bolwerken. Napoleons opmars verliep vrij stroef door gebrek aan ladders. De soldaten van Napoleon probeerden via menselijke ladders naar boven te komen, maar dit werkte nauwelijks. Door de vele mortieren van de Fransen zag Smolensk na de eerste dag rood van het vuur.78

70.000 Fransen onder Ney belegerden Smolensk dat werd verdedigd door 30.000 Russen. Na een lange tijd van terugtrekken, was dit de eerste echte confrontatie tussen beide legers van Bagration en Barclay de Tolly met Napoleon. Napoleon had Smolensk op zijn verjaardag willen innemen, maar de overwinning bleek een deceptie. Er waren 20.000 gewonden en doden te betreuren tijdens het gevecht of als gevolg van de brand. In de nacht van 17/18 augustus verlieten zowel de bevolking als het gedemoraliseerde Russische leger, de stad, niet meer dan een hoop puin. (Bagration overleed drie weken later als gevolg van zijn verwondingen.)  Het was ondertussen ca 30° C. Overal stonk het, in de hele stad lagen lijken. Napoleon deed een eerste vredesvoorstel aan de Tsaar, maar die liet niets van zich horen. Op 24 augustus trok de Grande Armée verder. 

Index

De stadsmuren van Smolensk, zo hoog (11m) dat er niets van de stad is te zien. De muren waren voorzien van 38 uitkijkposten. Daarvoor een droge gracht.

Op 16 augustus vertrok het 2e bataljon onder Serré uit Minsk; op 30 of 31 augustus is het bataljon in Smolensk aangekomen. Nadat de Franse troepen de stad hadden geplunderd, was er niets meer te krijgen. “Er heerst een absolute stilte die door geen levende ziel werd doorbroken.” De soldaten van het bataljon stroopten het platteland af. Op 28 augustus was het ondraaglijk heet. Op 10 september verlieten het 2e en 3e bataljon de stad en trokken richting Moskou.79 

De stadjes Dorogoboezj, Viazma en Gzjatsk, die door de Russen waren gespaard, werden vernield door de Fransen en vooral door hun (Spaanse) bondgenoten, die zich woedend begonnen te maken dat ze zich in dienst van Napoleon moesten laten afmaken. Barclay de Tolly, een Schot in Russische dienst, die bij Smolensk had gefaald, werd op 29 augustus vervangen door de 65-jarige Kutuzov, een scherpzinnige generaal met veel ervaring, een oog, een hoge leeftijd en zwakke gezondheid. Op 3 september verzamelden de Russische legers zich bij Borodino.

Begin september, nog 12 km naar de Borodino. De temperatuur daalde; ‘s nachts was het koud. Het leger hielt twee dagen rust na drie maanden lopen. Sabron vermeldt dat geen enkel bataljon van het 33e regiment aan de slag bij Borodino heeft deelgenomen.80

Napoleon bei Borodino von Wassili Wereschtschagin, 1897

De slag duurde 12 uur, het slagveld lag bezaaid met lijken. Er stierven 47 Franse generaals; 35.000 dode paarden lagen op het slagveld. Tarlé noemt 58.000 doden aan Russische en 50.000 aan de Franse kant; Von Clausewitz houdt op 30.000 bij de Russen. Een van de meest bloedige veldslagen ooit. De Russen trokken zich terug en de weg naar Moskou lag open.

Voor een meer gedetailleerd verslag, maar vanuit Russisch oogpunt, zie 1812. Napoleonic Wars in Russia – Episode 3. Documentary Film. StarMedia. English Subtitles

Battle of Borodino 1812.png
Battle of Borodino by Louis-François, Baron Lejeune
Het belangrijkste deel van de slag speelde zich af rond de 'Grote Redoute', een Russische stelling met 18 stukken geschut. Het kostte de Fransen veel slachtoffers om die, en enkele kleinere stellingen, te veroveren. Beide partijen raakten in de loop van de dag uitgeput,en dat was het moment waarop Napoleon zijn garde zou moeten inzetten. Maar hij deed dit niet: 'Op 800 mijlen van Frankrijk zet men zijn laatste reserve niet op het spel'.81 Hierdoor bleef het derde regiment toeschouwer. De slag bleef onbeslist, en de Russen konden zich terugtrekken. Op die dag zijn 77.000 mannen gesneuveld, wat Borodino tot een van de bloedigste veldslagen uit de geschiedenis maakt.82 83

Toen het dorp Moschaisk was veroverd, hield het leger twee dagen rust om zich te herstellen. Op de 13e besloot Kutuzov Moskou op te geven. Hij trok zich terug “met een leger dat zwaar had geleden, maar nog niet was vernietigd.”84

Moskou

Op 14 september ‘s middags om twee uur verscheen de Franse voorhoede onder Murat voor de poorten van Moskou. Het leger bestaande uit 95.000 man trok eindelijk Moskou binnen en zou iets meer dan een maand blijven. Napoleon wachtte tot de volgende ochtend. Het 2e en 3e bataljon van het 33e RLI waren onderweg.

Moskou is verlaten door de bevolking, op 2 of 3% na. s’ Middags om vier uur is Moskou door de Russen in brand gestoken.85 De volgende dag begon het harder te waaien. “De gehele stad, het Kremlin uitgenomen, was nu met alle overige voorsteden een blakende vlammenzee”. “…halsoverkop, er weer uit, anders waren we levend verbrand.” Op de 16e trok Napoleon zich terug in het Petrovsky paleis, gevolgd door de Oude Garde en aanschouwde de brandende stad vanuit het noorden.86 Er volgden plunderingen, maar ook executies o.a. van de brandstichters.

File:Pozhar Moskvy v 1812.jpg
Moskau september 1812
"Driehonderd [400?] brandstichters zijn gevat en dood geschoten. Zij waren gewapend met een zwermer van zes duim, vastgemaakt tusschen twee stukken hout. Zij hadden ook vuurwerken die zij op de daken worpen. Die ellendige [prins] Rostopchin had deze vuurwerken doen maken.” Het blusmateriaal in de stad was onklaar gemaakt.

Op 18 september begon het te regenen. Op 20 september deed Napoleon de tsaar een vredesvoorstel. De branden namen af op de 21e. Op 23 september kwam het bevel voor de twee bataljons van het 33e regiment om op te breken. Op 25 september moest het in samenwerking met Duitse infanteristen en Franse dragonders het gebied schoonvegen.87 Het 3e bataljon onder Schuurman is op 29 september aangevallen bij het landhuis van de familie Galitzine buiten Moskou; van de 300 man bleven er 122 over.88 89 

Index
Moskwa den 8 October 1812

De tsaar ondernam niets inzake een vrede; er kwam geen enkel bericht op drie indirecte vredesvoorstellen. Napoleon verloor kostbare dagen, speelde kaart, dronk Clos Vougeot, snoof opium en las romans. Er vonden diners plaats, met bevorderingen en lintjes en er is een theater ingericht. Een plan een legerkorps richting St Petersburg te sturen, werd op 3 oktober verlaten vanwege de naderende winter. Op 4 oktober trok Kutuzov met zijn hele staf naar Tarutino. Hij wilde nog verder naar het zuiden om vanuit Kaluga drie wegen te kunnen controleren. Op deze tactiek werd scherpe kritiek geleverd door de hem opgedrongen stafchef Bennigsen. Kutuzov stond alleen, de generaals Dochtorov, Konownitsyn en Rajewski, die slechts zijn bevelen uitvoerden, kan men niet meetellen: Bennigsen en Wilson waren openlijk tegen Kutuzov, en Jermolov, Platov en Toll in het verborgen.90

Het 1e bataljon van het 33e regiment, dat Minsk bezet hield, kreeg op 6 oktober de opdracht hen tegemoet te lopen en de bij Borodino veroverde “trésor imperial” mee te nemen? Het weer was nog steeds goed. Op de 17e of 18e werd Murat aangevallen. (Kutuzov stuurde geen enkele man om de aanval te doen slagen.) De slag bij Tarutina was een morele overwinning voor de Russen, hetgeen Napoleon deed besluiten Moskou te verlaten.

Auf dem Thorven Kaluga in Moskwa, den 19 October 1812

Tussen 20 en 22 oktober, vijf weken nadat Napoleon Moskou is binnengetrokken, trok de Grande Armée, intussen aangevuld tot ca 120.000 man zich terug richting Kaluga, op zoek naar levensmiddelen? De ca 1.500 “pensioengerechtigden” werden aanvankelijk nog beschermd door de divisies, alsook de buit en het hooi voor de paarden, dat werd meegevoerd op minstens 15.000 wagens. Voor de artillerie moesten trekpaarden beschikbaar blijven, waardoor de cavalerie het met aanzienlijk minder paarden moest stellen.

Voor het vervolg, zie:

Hans Tigchelaar, de Grande Armée en het 33e Regiment Lichte Infanterie (deel II)

Literatuur

  • Ulrike Moser (2012) Durch Feuer und Eis. S. 124-149. In: Napoleon und seine Zeit 1769-1821. Kaiser der Franzosen. Herrscher über Europa. Im: GEO EPOCHE, Nr 55. Verlag Gruner + Jahr. Hamburg.
  • Willem Oosterbeek (2014) Naar Moskou! Naar Moskou! Memoires van een officier uit de lage landen in het leger van Napoleon.
  • F.H.A. Sabron, Geschiedenis van het 33e regiment Lichte Infanterie (het Oud-Hollandsche 3e regiment Jagers) onder Keizer Napoleon I (Breda 1910).
  • Rusland tegen Napoleon Door Dominic Lieven
  • Bart Funnekotter (2014) De Hel van 1812. Nederlanders met Napoleon op veldtocht naar Rusland
  • Allan Palmer (1967) Napoleon in Rusland
  • Johan op de Beeck (2014) Napoleon. Deel 2: Van keizer tot mythe.
     

Externe links

Referenties

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

  1. Leo Tolstoy (2006) War and Peace. Translated by Louise-Aylmer Maude. Wordsworth Classics of World Literature, Book XV, chapter 10, p. 864
  2. Hans Johannes Tigchelaar is volgens mededeling (?) van zijn broers Auke, Evert en Rinse Johannes begin 1813 nog in dienst, maar wordt pas in 1814 vermist. Zijn stamboeknr. was 3083. Bronnen: Tresoar nr. 753 op de lijst vermisten toegang 11 inv. nr. 6510 nr. 22; OA Wonseradeel, mairie Arum nrs. 308 t/m 310 lijst mannen 17-45 opgemaakt 28 februari 1814; Raf Arum fol. 54.
  3. Dat betekende dat ze bij iedereen aan huis kwam. Ze gold als betrouwbaar persoon.
  4. Trijntje was van Baltisch-Duitse afkomst, in 1756 geboren in Königsberg. Haar Friese vader Evert Aukes (1726-1802) was een zeeman, die in Oost-Pruisen tegen Johanna Sophia Strausen (1733-1814) opliep.
  5. De “conscrits” kregen twee maanden de tijd om protest aan te tekenen, bijv. als zij kon aantonen dat zij inmiddels waren getrouwd of kostwinner waren.
  6. Degenen met een strafblad, maar ook stommen, doven en lijders aan vallende ziekte, met huidziekten of liesbreuken werden werden niet opgeroepen.
  7. De Mienskip, doarpsbled fan Kimswert
  8. P.D. Hoogenraad (2012) Bloedbelasting. De conscriptie in het departement Zuyderzee (1810-1813), p. 22, 16
  9. Le 33ème Régiment d’Infanterie de Ligne 1796-1815 door Fréderic Berjaud
  10. In eerste instantie zijn in de Hollandse départementen van het Franse keizerrijk 3.000 conscrits opgeroepen en 600 in Brabant en Zeeland. Eenderde deel was bestemd voor de marine. (Leydse Courant | 1811 | 4 september 1811 | pagina 2) De 291 conscrits kwamen 19 Friese kantons; dat betekent gemiddeld 15 man per kanton of hooguit negen man per grietenij.
  11. Funnekotter, p. 22
  12. Het kunnen niet de bataljons zijn die o.a. via Zelhem (7 oktober) en Münster (10 oktober) naar Maagdenburg trokken.
  13. Napoleon liet drie miljoen flessen Bordeaux en een miljoen flessen cognac meenemen.
  14. Devaux (Pierre Devaux) Pierre (1762-1818). On July 28, 1810 Devaux was transferred to the Observation corps of Holland (Corps d observation de Hollande), under the command of Marshal Oudinot (Charles-Nicolas Oudinot), December 29, 1810, in the 31st military district.
  15. ROELOF NIJSING RENTING IN DIENST VAN NAPOLEON
  16. Bronnen: RAF toegang 8, inventarisnummer 4052, akte nummer 36; inventarisnummer 3393 nummer 12.
  17. Militairen in Kollumerland in dienst van Napoleon door Jan Paasman en Reinder H. Postma
  18. P.D. Hoogenraad (2012) Bloedbelasting. De conscriptie in het departement Zuyderzee (1810-1813), p.64
  19. Stamboeknr Epping: 1160; Dirk Johannes Jans: 3076?
  20. Oud Schoonebeek
  21. P.D. Hoogenraad (2012) Bloedbelasting. De conscriptie in het departement Zuyderzee (1810-1813), p. 27, 30, 64; NL-HaNA, Prins Stedehouder, 2.01.01.08, inv.nr. ?
  22. Picard et Tuetey : Correspondance inédite de Napoléon 1er, conservée aux Archives de la guerre. T. IV. 5884
  23. Het bestand van Paasman bevat veel dubbeltellingen, zoals familieleden en geremplaçeerden. Bovendien was hij niet altijd zeker of de betreffende persoon wel dienst deed in het 33e regiment lichte infanterie.
  24. Rikkert Rieksen 1788-1863 : belevenissen van een karabinier, veldwachter, buitengewoon jachtopziener en cipier : zijn jaren in militaire dienst 1806-1813, (1999) p. 49.
  25. F. Berjaud Le 33ème Régiment d’Infanterie de Ligne 1796-1815 Accès à la liste des Officiers, cadres d’Etat major, Sous officiers et hommes du 33e de Ligne
  26. Nouvelles littéraires et politiques: 1810,180-302 Google books
  27. G.D. Homan (1978) Nederland in de Napoleontische Tijd 1795-1815, p. 140-143
  28. The Dutch experience and Memory of the Campaign of 1812 by Mark Edward Hay
  29. Johan Joor (2000), De Adelaar en het Lam, p. 329
  30. F.H.A. Sabron (1898) Geschiedenis van het 124ste regiment infanterie van Linie onder keizer Napoleon I, p. 21
  31. Tot de 4e divisie behoorden ook het 85e en het 108e regiment lichte infanterie uit Hessen-Darmstadt.[Order of Battle of Borodino, 1812
  32. Henry de MARGUERIE
  33. Funnekotter, p. 52.
  34. Henri-Pierre Everts, p. 117 In: Carnets et journal sur la campagne de Russie : extraits du Carnet de La Sabretache, années 1901-1902-1906-1912. Baron Jean Jacques Germain Pelet; M.E. Jordens; Guillaume Bonnet; Paris : Librairie Historique F. Teissèdre, 1997.
  35. “A question about Legere units” Topic
  36. Gedurende Napoleontische oorlogen werden infanterie soldaten of “Voltigeurs” of “Chasseurs” genoemd, scherpschutters “Tirailleurs” en geniesoldaten met bijl “Sappeurs”.
  37. W. Oosterbeek, p. 68
  38. Bart Funnekotter (2015) De hel van 1812. Nederlanders met Napoleon op veldtocht naar Rusland, p. 19
  39. In dienst van de keizer
  40. Chandler – “Dictionary of the Napoleonic Wars” pp 207-208.
  41. French Infantry During the Napoleonic Wars
  42. 23. Juni 1812 Beginn des Russland-Feldzuges der Grande Armée
  43. Tiraillement dans le 1er corps d’armée commandé par le maréchal Davout en 1811
  44. W. Oosterbeek, p. 39
  45. Der Russlandfeldzug Napoleons 1812
  46. Victor A.C. Remouchamps
  47. The Battle of Borodino, 1812
  48. KNAW
  49. Napoleon’s Invasion of Russia Door George Nafziger
  50. 24. Inval in Rusland (jun. 1812)
  51. Napoleon und das Herzogtum Warschau
  52. Order of battle of the French invasion of Russia
  53. Napoleonic wars in Latvia 1812
  54. Napoleons veldtocht in Rusland
  55. Funnekotter, p. 71.
  56. Belarus in wartime. Situation in the regions occupied by Napoleon’s troops
  57. Russische veldtocht 15.000 Nederlandse militairen
  58. Dominic Lieven, Rusland tegen Napoleon. p. 1786
  59. Funnekotter, p. 72
  60. Door zijn nalatigheid kon Pjotr Bagration zich op 6 augustus met Michael Andreas Barclay de Tolly verenigen, waarna Napoleon zijn broer terugstuurde naar Westfalen. Jérôme verliet het leger op 16 juli, toen hij door zijn broer onder Davout werd geplaatst en is vervangen door of Junot of Poniatovsky. (Mogelijk eerst na 6 augustus toen Napoleon de gevolgen duidelijk werden?)

    Het leger was in de eerste twee weken 130.000 man kwijtgeraakt door ziekte en desertie, maar ook duizenden paarden. Er had nog geen enkele belangrijke slag plaatsgevonden. De tegenpartij liet niets van zich horen. Napoleon begreep niet wat de tsaar van plan was. Niet wetend wat te doen, verbleef hij 18 dagen in Vilnius.

    [caption id=”” align=”alignnone” width=”800″

  61. Het kwam in Minsk aan met 66 officieren en 2470 man
  62. Everts schatte 2.400 en een verlies van bijna 800 man. In: H.P. Everts, Carnet de la Sabretache, p. 121.
  63. Funnekotter, p. 70
  64. Napoleon’s Russian campaign of 1812 door Edward A. Foord
  65. Henri-Pierre Everts, p. 115, 123. In: Carnets et journal sur la campagne de Russie : extraits du Carnet de La Sabretache, années 1901-1902-1906-1912. Paris : Librairie Historique F. Teissèdre, 1997
  66. 1812 : Napoleon in Moscow door Paul Britten Austen
  67. 1812: The March on Moscow Door Paul Britten Austen
  68. Napoleon’s Russian campaign of 1812 door Edward A. Foord
  69. H.P. Everts, p. 124-126
  70. W.A. de Jongh verliet pas op 18 augustus de stad en kwam op 13 oktober aankwam in Dorogobusch om zich te verenigen met de Grande Armée.
  71. Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) door Wijbrand-Adriaan De Jongh
  72. W. Oosterbeek, p. 69
  73. Sabron, p. 58
  74. Aanteekeningen gehouden gedurende mijnen marsch naar: gevangenschap in, en … Door C. J. Wagevier
  75. Everts, p. 128-132
  76. Reeks van levensschetsen der vermaardste veldheeren en legerhoofden van … Door J.H. Engelbregt
  77. De Russische veldtocht 1812
  78. Leven als beroepsmilitair in de roerige jaren 1806 – 1839
  79. Funnekotter, p. 142-143
  80. Sabron, p. 62
  81. Victor Remouchamps
  82. The Battle of Borodino, 1812
  83. Allons, grenadiers, aborder ces bâtards
  84. L. Madelin (1964) Napoleon Bonaparte, p. 121
  85. Het verhaal gaat met behulp van kleine heteluchtballons, geconstrueerd door Franz Leppich. Deze Duitser is ook als charlatan is beschreven.
  86. Driekwart van de huizen bestond uit hout en is afgebrand; van de 20.000 huizen waren er nog maar 5.000 over.
  87. Funnekotter, p. 143
  88. Everts, p. 143
  89. Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) door Wijbrand-Adriaan De Jongh
  90. E. Tarlé (1938) Napoleon in Rusland p. 267