Hans Tigchelaar, de Grande Armée en het 33e Regiment, Lichte Infanterie, deel I

 

Hans Tigchelaar diende in 1811 en 1812 in de “Grande Armée”, het leger van Napoleon, maar ging verloren tijdens de campagne naar Rusland na meer dan 2.000 kilometer lopen. Het is waarschijnlijk dat hij Vilnius en Minsk, de hoofdsteden van Litouwen en Wit-Rusland heeft gehaald, maar dat hij Moskou heeft gezien, kan worden uitgesloten. Dat hij  bij de terugtocht een van de 60.000 uitvallers was of uiteindelijk omgekomen is in de slag bij Krasny ligt meer voor de hand dan de kans dat hij tot de groep van overlevenden behoorde. Hans Johannes Tigchelaar is volgens mededeling van zijn broers Auke, Evert en Rinse Johannes begin 1813 (bij Erfurt?) nog in dienst, maar wordt pas in 1814 als vermist opgegeven. 

Napoleons tocht naar Rusland is vol onverwachte wendingen en gebeurtenissen: het 33e Regiment Lichte Infanterie (RLI) kwam al twee weken na de inval in Rusland in de problemen over het grote aantal weglopers en afvallers. Het is in juli 1812 in Minsk uit elkaar gehaald. Twee samengevoegde bataljons (het 1e en 4e) zijn nooit verder gekomen dan Dorogobusch (oblast Smolensk) en hebben zich begin november bij de overige twee (het 2e en 3e), inmiddels op de terugtocht, aangesloten. Tegelijkertijd viel ook de winter in; honger, ziekten, kou en vermoeidheid eisten hun tol. In korte tijd werd de Grande Armée gehalveerd. Het 33e regiment is aan de grens van de huidige Russische federatie met Wit-Rusland vrijwel opgehouden te bestaan, want de restanten zijn op 17 november 1812 onder de voet gelopen in de “slag” bij Krasny (ook Krasnoe of Krasnoi). Slechts een handjevol officieren en manschappen kon navertellen wat er was gebeurd.

Er zijn wel 100.000 boeken over Napoleon verschenen. Een normaal mens is niet in staat dat allemaal lezen. Het is een overweldigende hoeveelheid informatie die elkaar aanvult of bestrijdt. Door enkel te selecteren op de tocht naar Rusland en het 33e Regiment Lichte Infanterie zou de informatie iets gemakkelijk te hanteren zijn, maar het bleek nog steeds geen kleinigheid wijs te worden uit alle details. In sommige gevallen heb ik een beslissing genomen en onduidelijkheden weggelaten. Tot slot, ik heb niet de pretentie een gedetailleerde militaire geschiedenis te schrijven, maar een sociale geschiedenis. Ik wil een indruk geven van hetgeen de soldaten van het 33e RLI moesten uitstaan gedurende hun opzienbarende en barre voettocht door Rusland, maar ook uitzoeken wat er precies bij Krasny is gebeurd, want volgens L. Tolstoy, de auteur van de beroemde roman Oorlog en Vrede was de slag bij Krasny belangrijker voor de Russen dan de slag aan de Berezina.1

Inhoud

  • 1. Hans Tigchelaar
  • 2. Voorgeschiedenis
    • 2.1 Infanterie
    • 2.2 De mars door Polen/West-Pruisen
    • 2.3 Intermezzo
    • 2.4 De tocht in Rusland
    • 2.5 Moskou
  • 3. Literatuur
  • 4. Externe links
  • 5. Noten

Hans Tigchelaar

Hans Tigchelaar werd  geboren op 4 november 1788 in Kimswerd en niet in Bolsward zoals de inschrijving onder het stamboeknummer vermeld. Zijn ouders die in 1781 waren getrouwd hadden toen al twee kinderen. Evert, de oudste was geboren in februari 1786, maar de twee jongens zijn tegelijkertijd gedoopt blijkt uit de DTB. De familie was arm, afhankelijk van ondersteuning door de kerk en verhuisden in tien jaar tijd drie keer binnen het dorp. In 1801 stierf zijn vader Johannes Hanzes; Trijntje Everts (Bangma), zijn weduwe, kreeg een betaald baantje als turfmeetster om in haar onderhoud te voorzien.2 In 1804 hertrouwde zijn moeder met de weduwnaar Ate de Jong.3

Hans Tigchelaar werd in januari 1811 door de gemeente Arum op een alfabetische lijst geplaatst, behorende tot de lichting van het jaar 1808. Zijn oudste broer Evert was vrijgesteld als kostwinner. Hans behoorde bij de eerste van de zes lichtingen volgens het decreet van 3 februari 1811, waarin niet de 20-jarigen, maar de 23-jarigen het eerst werden opgeroepen, “hetgeen grote verslagenheid onder de bevolking veroorzaakte.”4

Op een nog onbekende dag, ergens na 3 februari, moest Hans zich ‘s ochtends vroeg in Bolsward, de hoofdplaats van het kanton, melden om daar mee te doen aan een loting. De bedoeling daarvan was of hij als “conscrit” (dienstplichtige of loteling) zou worden gekozen of uitgeloten.5 Trok hij een nummer lager of gelijk aan 50 uit een trommel, dan werd hij gedwongen om toe te treden tot de “Grande Armée“ en vijf jaar te dienen. Hans, arbeider in Pingjum, met 1,73 m bovengemiddeld lang, blauwe ogen, kastanjebruin haar en met kenmerken van pokken, was de pineut.6 Op 25 februari waren de lijsten opgemaakt. Op kosten van de mairie zou hij twee hemden, 2 paar schoenen, 2 paar sokken, een ransel en een soldij van 9 francs (per maand?) hebben gekregen.  “Spoedig daarop werden de lotelingen opgeroepen om voor de Raad van Rekrutering te verschijnen. De raad keurde de jongemannen, accordeerde remplaçanten en verleende in bijzondere gevallen uitstel of vrijstelling.”7

Voorgeschiedenis

Op 15 maart 1811 kreeg maarschalk Davout, een neef van Napoleon, de opdracht zich voor te bereiden op een tocht naar Rusland, te weten op 1 april. Zijn korps zou bestaan uit vijf infanteriedivisies, drie lichte cavaleriebrigades, een reserve cavalerie-divisie, honderdtachtig kanonnen, en zou, alles bij elkaar, een strijdmacht van 80.000 man hebben, die Napoleon altijd beschikbaar zou willen hebben om de voorhoede te vormen …”. 8 Geef elk bataljon twee kapiteins, twee luitenants, twee tweede-luitenants. Verdeel ze zo dat elke compagnie een Franse officier heeft. Zij zullen dus de hele maand mei hebben om te trainen en vervolgens in Maagdenburg achterblijven. Davout stelde nog diverse wijzigingen voor, maar Napoleon is daar niet op ingegaan.9 Op 11 april 1811 moesten de Friese lotelingen zich melden bij de Raad van Recrutering op het Toernooiveld te Leeuwarden, niet ver van de Prinsentuin. Dat waren 291 man volgens Courier van Amsterdam van 8 februari 1811.10 De 291 conscrits kwamen 19 Friese kantons; dat betekent gemiddeld 15 man per kanton of hooguit negen man per grietenij.] Op 14 april is hij ingedeeld bij het 5e bataljon van het 33e Regiment lichte jagers.

Op 19 april schreef Napoleon aan Davout in Hamburg: “Geef dit regiment veel aandacht, en geef een brigadegeneraal de opdracht het goed in de gaten te houden. Geef dit regiment zonder uitstel alles wat het nodig heeft.”11 Dat waren mooie woorden van de keizer, maar op 10 mei deserteerde Johannes Jansen; Thierry de Wilde uit Zutphen, ingedeeld als tamboer bij het 33e Regiment, stamboeknr 1151, zag eveneens het zwerk drijven. Hij had al vijf jaar als vrijwilliger gediend, maar vluchtte op 11 mei 1811. 

Krystyna Janusz Zeppelin Studio

Op 1 mei 1811 schreef de keizer vanuit Saint-Cloud aan generaal Clarke, minister van Oorlog: “Monsieur le duc de Feltre, gelast dat het 4de bataljon van het 33ste regiment lichte infanterie wordt aangevuld met wat beschikbaar is in het 5de bataljon. Het 5e bataljon zou honderd man opsturen uit Groningen, waaruit de eerste drie bataljons zou kunnen recruteren. De 200 “conscrits” zouden opgenomen worden in het 4e bataljon.12 Dat is een mogelijke reden dat Hans Tigchelaar al vrij snel van het 5e naar het 4e bataljon onder Patin is overgeplaatst, maar een datum is niet bekend. Op 10 mei bevonden de meeste “conscrits” zich in Groningen. Daar kwamen alle lotelingen uit Noord-Nederland bijeen. Ze ontvingen er hun soldatenuit­rusting, een stropdas (voor het kader?), hemd, schoenen, sokken, slobkousen, musket en bajonet en 60 patronen.13  De sjako’s, van het Franse type, met kinband, zijn vanaf april 1811 gedistribueerd. Hans is geplaatst bij het Ie legerkorps onder Nicolas Davout, bij de vierde divisie onder  Louis Friant, brigade-generaal Barbanègre, waarvan het 33e regiment lichte infanterie onder kolonel Henry Jean-Baptiste Marguerye stond. Daar werden hem Franse commandos geleerd. Hij diende als “chasseur” (jager) eerst bij de 2e compagnie van het 5e bataljon. Dat bataljon was een opleidingsbataljon (of depotbataljon) van jongens die in reserve werden gehouden of nog training nodig hadden.[E.J. Rieksen (2020) Voetstappen zonder echo. Het oud-Hollandse 2e/3e/1e Regiment Jagers-33e regiment lichte infantier aan het werk in de Franse Tijd 1806-1814.] De bedoeling was om de leden van dit bataljon  in te delen bij een van de vier veldbataljons waaruit het 33e Regiment Lichte Infanterie bestond. Twee bataljons waren voor de voorhoede bedoeld en twee voor de achterhoede van het Ie legerkorps. 

Inschrijving Hans Johannis (Tigchelaar). Foto: Wil Oteman (NIMH)

Op 16 mei 1811 schreef de keizer vanuit Rambouillet aan maarschalk Davout, prins van Eckmühl, commandant van het Duitse leger in Hamburg: “Mijn neef, ik vrees dat u niet voldoende zorg draagt voor het 33e regiment lichte infanterie. Ik ben er zeker van dat een groot aantal vrouwen dit regiment volgen. Laat me weten wat dat is. Alleen het in de verordening voorgeschreven aantal vrouwen mag worden gehandhaafd en de rest moet worden ontslagen. Dit regiment heeft uw volledige aandacht nodig”.14
Het was toegestaan dat zich zes vrouwen bij elk bataljon aansloten. In de praktijk waren dat veel meer; sommige wasvrouwen – elk bataljon had er twee – hadden ook hun kinderen meegenomen. Davout verklaarde ondertussen dat iedere soldaat dagelijks een brood van 850 gram kreeg, kon kiezen tussen 62 gram rijst of 125 gram groenten; 312,5 gram vlees, een fles wijn of bier en twee glazen brandewijn. Hij beloofde dat er drie keer per week vers vlees op het menu stond; onderweg zouden ze zich daarvan voorzien. Zo bezat ieder regiment bijvoorbeeld een eigen park hoornvee voor 20 dagen. 

Op 11 mei  1811 is de Franse generaal Pierre Devaut benoemd als commandant van het Department Frise. Op 28 mei 1811 verscheen een artikel in de Leeuwarder Courant van Devaux over de houding van de Friese bevolking bij de opkomst van de lichting 1808, die gehoorzaam en gedwee zouden zijn.[E.J. Rieksen, p. 150]

‘’Hoezeer hebben wij ons niet geluk te wensen met onze werkzaamheden van de land- en zeemacht en met de goede orde, de openlijke rust, die niet gestoord is geweest daar wij niet anders dan goedwillende huisvaders, echtgenoten en jongelingen vonden, die hunne vrouwen, kinderen en ouders zonder enige klachten bij het smartelijk afscheid met een voorbeeldswaardige en heldenmoedige gerustheid en zelfverloochening verlieten. Deze brave ingeschrevenen zijn vrolijk op mars gegaan naar hunne bestemming en zullen eens hun departement eer aandoen. Zij zullen onder de dappere en zegevierende krijgslieden geteld worden van de grootste der monarchen, die dit gedrag zijner onderdanen erkennen en belonen zal’’xl

Louis Nicolas Davout, een medeleerling tijdens de opleiding van Napoleon
De “conscrits” kregen op Eerste Pinksterdag een diner aangeboden en zijn de volgende dag (3 juni) naar Delfzijl gemarcheerd, waar ze zich hebben ingescheept richting Emden.15
„Jong, Wybe Ytsens de schuitevoerder, geboren te Makkum (1.6.1786) wonende te Pingjum, zoon van Ytsen Gerrits de Jong en Eekke Dirks, is plaatsvervanger voor Sytse Martens Dijkstra (lichting 1808, mairie Burum); dient in het 33e regiment lichte infanterie (jagers), stamboeknr 3127, waaruit hij op 16.6.1811 deserteert; opmerkingen: wordt veroordeeld tot 14 jaar werkstraf met kogel aan het been.“16 17

Op zondagmiddag 30 juni vond er in de stromende regen een vaandeluitreiking plaats in Parijs, bezocht door een deputatie van het 33e regiment, bestaande uit vijftien man. Abraham Schuurman had de leiding. De Moniteur Universel schreef: “… Er waren meer dan 30.000 man bij deze parade; hij duurde ondanks de hevige regen van 2 uur tot 8 uur.” Op 3 juli schreef Napoleon “Geef hun elk een gratificatie van een maand soldij.” Ze kregen een bijna twee kilo zware, bronzen adelaar op een staf, die mogelijk niet meeging op de tocht, maar achterbleef in het depot, dat was verhuisd van Groningen naar Givet (in Noord-Frankrijk).18 [Le 33ème régiment d’infanterie de ligne] [Volgens E.J. Rieksen, p. 83 en 318, ging het vaandel mee naar Groningen.] Volgens een Duitse website kregen ze pas hun adelaar als een regiment zich bewezen had en dat zou pas op de terugweg in Hamburg (1813) zijn geweest? [19 Op 19 mei 1812, te Elbing, ontving Davout voor het regiment een nieuwe vlag model 1812 zonder strijdinscriptie. Het wordt naar het nieuwe depot in Givet gestuurd. In mei 1813, wordt het gevonden in Givet. De Adelaar en de Vlag staan uiteindelijk aan het hoofd van het Regiment wanneer het in juni 1813 naar Hamburg wordt gedragen. De Bataljons hadden waarschijnlijk al die tijd enkel wimpels.9]

Op de website allefriezen.nl worden een aantal personen uit het 33e regiment genoemd, die onderwijl waren weggelopen. Willem de Vries deserteerde op 27 mei; hij is op 1 juli ter dood veroordeeld. Op 22 juli is de 41-jarige Arend Epping gedeserteerd; hij werd op 4 september ter dood veroordeeld.

Op 25 juli kreeg het 4e bataljon, dat inmiddels zijn twee elite compagnieen had gevormd, het bevel zich bij het 33e Regiment aan te sluiten. De soldaten vertrokken op 25 juli uit Emden, waarna ze via Westerstede, Oldenburg, Bremen, Hannover en Braunschweig in zestien dagen en op 9 augustus Maagdenburg bereikten (455km). Ze werden met zes tot acht man verspreid over de stad ingekwar­tierd bij particulieren,21 en hebben zich daar aangesloten bij de overige drie veldbataljons zodat elk bataljon 800 man zou tellen. Maarschalk Davout beschikte over 40.000 man en kreeg er nog 20.000 “conscrits” bij. Ondertussen waren er 10.000 man  gelegerd aan de Elbe en geen 16.000 zoals gepland was? Op 28 augustus is een grote revue gehouden, van de 2.176 manschappen van het 33e regiment lagen er 358 in een ziekenhuis.[E.J. Rieken, Bijlagen, p. 159, 173] Van het 4e bataljon onder Patin of Patijn, 389 man, lag een derde in het ziekenhuis. In plaats van de beoogde 800 man, beschikte Marguerye maar over nauwelijks 600 man per bataljon, maar daar lijkt snel een oplossing voor te zijn gevonden.

Op 11 augustus 1811 schreef de keizer vanuit Rambouillet aan maarschalk Davout, commandant van het observatiekorps aan de Elbe: “Mijn neef, het 33e regiment lichte infanterie mag niet worden meegeteld in het aantal regimenten dat u moet rekruteren met weerspannige dienstplichtigen. De dienstplicht die in Holland zal opkomen, zal genoeg opleveren om dit regiment te completeren”.22

Op 11 augustus 1811 kwam het bevel om 3.600 man van de lichting 1809 op te roepen; half oktober is een deel naar Stettin gezonden? In oktober verbleef Napoleon in Holland en bracht een bezoek aan o.a. Vlissingen, Amsterdam en Den Helder. Op 20 december kwam het bevel lichting 1810 op te roepen. De recrutering had in februari 1812 plaats. Zij vertrokken half maart via Berlijn richting Polen; 112 man afkomstig uit het departement Holland waren bestemd voor het 33e regiment.23 Hans Tigchelaar had een stiefbroer, Jan Ates de Jong (1791-1814?), die in januari 1812 werd goedgekeurd en is ingedeeld bij 6e Regiment Tirailleurs onder Jean-Nicolas-Louis Carré, onderdeel van de prestigieuse keizerlijke Jeune Garde, hetgeen waarschijnlijk betekent dat hij bovengemiddeld lang was (tussen 169 en 173 cm).
„Le 31 juillet 1811, l'Empereur écrit au Général Clarke (Ministre de Guerre) ... "Monsieur le duc de Feltre, la 6e compagnie du 6e bataillon des (...) 33e (...) ont dû partir le 17 juillet de l'île de Walcheren, et successivement les autres des quinze compagnies appartenant au corps de l'Elbe remplis par des conscrits réfractaires. Ces compagnies sont-elles parties le 17, le 20 et le 28 juillet? Faites-moi connaître ce qui en est".24

Volgens J.A. Paasman kwamen 225 man van het regiment lichte infanterie uit het département Frise.25 Zijn telling ligt vrijwel zeker te laag. Per jaarklasse waren 194 Friese “conscrits” bestemd voor de Grande Armée en 97 man voor de Marine. Volgens het bestand van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie kwamen er van het 33e RLI 300 man uit Friesland. Dat betekent 100 man per jaarklasse; de helft van het aantal “conscrits” is steeds opgenomen het 33e regiment.

Het grootste aantal “conscrits” kwam uit

Verder uit Friesland: Bolsward (11), waaronder Hans Tigchelaar; Buitenpost (7), Dokkum (8), Drachten (6), Franeker (7), Harlingen (21), , Makkum (6), en Wolvega (6).[zoekacties: Nederlandse militairen in het leger van Napoleon] Dat zijn in totaal 146 man. De andere helft kwam uit de 95 Friese dorpen. Zij leverden hooguit vijf, meestal minder “conscrits” (1 of 2). Uit Arum kwam Wipke Taekes Tolman (stamboeknr 3091) en van dezelfde lichting 1788. Het regiment omvatte aanvankelijk een klein aantal “Israelieten”.26 Het regiment is in Maagdenburg opgevuld met dienstplichtigen en -weigeraars uit Wesel, d.w.z. zij die gratie hadden verkregen, en ontslagen zijn uit de gevangenis met de voorwaarde toe te treden, maar ook “conscrits” uit Straatsburg.

Het totale aantal Nederlanders in de Grande Armée wordt geschat op 14 à 15.000 in zes infanterie- en drie cavalerieregimenten.27 Sommigen houden het zelfs op 25.000, maar Hay,28 Oosterbeek en d’Auzon de Boisminart komen uit op 20.000 man. D’Alphonse noemde een aantal van 17.300 in zijn Aperçu; dat zijn de 3 x 3.000 = 9.000 conscrits, 4.500 extra-levées, 2.000 vrijwilligers, en 1.700 wezen, maar de extra-levées uit jaarklassen 1808, 1809 en 1810 waren bestemd voor de marine en niet voor het leger.29  

The 33rd Light Infantry was assigned to the First Corps, and the 123rd and 124th Infantry and 14th Cuirassiers were placed in the Second Corps. The Third Corps of the Grande Armée had only one Dutch regiment: the 11th Hussars, whilst the Ninth Corps had two Dutch regiments: the 125th and 126th Infantry. The former Dutch Imperial Guard regiments, of course, remained with the Imperial Guard Corps.30

Offiziere der Leichten Infanterie im Grauen Mantel (von Antoine Charles Horace Vernet)

De “Grande Armée” bestond uit elf legerkorpsen met 138 regimenten in totaal. Het eerste legerkorps had vier divisies. Elke divisie bestond uit vijf regimenten, elk regiment uit vijf bataljons, en elk bataljon uit zes compagnieën (vier met fusiliers, een met voltiguers en een met carabiniers). Elke compagnie van ca honderd man bestond uit twee pelotons. Het Ie legerkorps van ca 70.000 man, verdeeld in 22 regimenten infanterie, plus 10.000 man artillerie en cavalerie (in totaal 78/87/88/90/98/120 bataljons?) stond onder leiding van Davout, de “ijzeren hertog”. Het beschikte over 11.000 paarden; het overgrote deel (8.200 man) zou in het ziekenhuis terechtkomen voor het einde van de tocht.[La Grande Armée de 1812, organisation à l’entrée en campagne door François Houdecek] Van de 249 Friezen is van 15 bekend dat ze zijn teruggekeerd uit Rusland.[E.J. Rieksen, Bijlagen, p. 196] 

Het 33e regiment was onderdeel van de vierde divisie, bestaande uit ca 11.000 man onder het bevel van Friant en drie brigadegeneraals Barbanègre, Friedrichs (en Lequay). Het 33e regiment, dat werd aangevoerd door de Normandische markies De Marguerye,31 en werd geassisteerd door H.P. Everts als adjudant-majoor. Het regiment bestond uit vier veldbataljons, alsmede een reseve- of depotbataljon onder leiding van majoor P.A. van Beresteijn,[Beresteyn, van] dat bestemd was voor verdere opleiding en recrutering. (Het 33e Regiment kreeg nooit een 6e bataljon.) Elk bataljon telde ca 20 tamboers.[E.J. Rieken, Bijlagen, p. 107] Volgens Everts zelf in zijn verslag was De Jongh commandant van het 1e, Schuurman commandant van het 3e bataljon en Everts zelf majoor over alle bataljons. Serré was commandant van het 2e bataljon en Van Ommeren na 17 november 1812?[H.P. Everts, p. 123, 128, 147, 151] Elk bataljon had de beschikking over een (Oostenrijks) kanon. Het regiment had een “ziekenwagen”, zes karren (“caissons”) met ammunitie, vier voor patronen, vier voor levensmiddelen, een diende als smidse en een was bestemd voor de administratie. Verder waren er een chirurgijn met negen assistenten, ca 80 muzikanten en vier meesterwerklieden. Het regiment beschikte over 36 rij- en 104 trekpaarden die in Maagdenburg waren gekocht? Een aantal soldaten kreeg of had een sikkel of zeis om te maaien. Elke infanterist droeg circa 28 kg aan bewapening en uitrusting mee, waaronder een noodvoorraad meel van 2,5 kg en 1,5 kg brood en beschuit. In hun ransel zouden ze twee hemden, twee paar schoenen met reservezolen en spijkers, een broek, een paar halve slobkousen, borstels en poetsgerei, pluksel, en een zwachtel meevoeren.

https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/originals/8c/b4/56/8cb45670776492d251280f1240460b02.jpg     
Lichte infanterie, 33e regiment, zoals het eruit kan hebben gezien?

Het is nog onduidelijk hoeveel Nederlandse officieren er waren onder Dessaix, Barbanègre, de brigade-generaal en Marguerye. Het hele regiment telde 108 officieren en 3862 manschappen? Op 15 juni 1812 had het 33e regiment had moeten bestaan uit 4.252 mannen, verdeeld over vijf bataljons. In werkelijkheid waren het waarschijnlijk slechts vier veldbataljons.32 Vier bataljons van het 33e regiment telden officieel 91 officieren en onderofficieren, 3310 soldaten? De database van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie telt 4624 manschappen van Nederlandse afkomst bij het 33e RLI, waaronder 112 officieren en onderofficieren. Het is onduidelijk waarin de verschillen zitten. Zijn er 400 man weggelopen of duizend ziek geworden voordat het regiment in Gumbinnen (Oost-Pruisen) aankwam? Misschien is er een bataljon in Stettin achtergelaten om de bevoorading te verzorgen? Bovendien was er een depot in Dantzig met voor 50 dagen voedsel, ook daar zullen manschappen zijn achtergelaten. Een derde volgens Sabron en niet de helft volgens d’Auzon de Boisminart van de officieren van het regiment had de Franse nationaliteit. Volgens H.P. Everts hadden alle onderofficieren de Franse nationaliteit.33

     
Ambulance ontworpen door de militair-chirurg Dominique Jean Larrey
„33e régiment d'infanterie légère colonel Henry-Jean-Baptiste Marguerye (blessé à Krasnoï) 
--- 1er bataillon chef de bataillon de Jongh (blessé à Krasnoï) (ex-1er bataillon du 1er légère hollandais) [volgens Jordens was dat Van Ommeren] 
--- 2e bataillon chef de bataillon Serré (tué à Krasnoï) (ex-2e bataillon du 1er légère hollandais) 
--- 3e bataillon chef de bataillon Schuurman (blessé à Krasnoï) (ex-3e bataillon du 1er légère hollandais) 
--- 4e bataillon chef de bataillon Patin (ex-1er bataillon du 6e de ligne hollandais) 
--- artillerie régimentaire lieutenant Bartels (blessé à Krasnoï), 4 canons autrichiens de 3-livres major Van Berestein, à Givet dans le 2e division militaire 
--- dépot du régiment, quartier-maître trésorier Langlois 
--- 5e bataillon (4 compagnies de fusiliers, conscrits)[onder Van Beresteijn].34

Infanterie

Het 33e regiment infanterie légère is niet hetzelfde regiment als het 33e regiment infanterie de ligne. Er wordt een onderscheid gemaakt. De lichte infanterie was een zelfstandig opererend onderdeel van een strijdmacht. Hoewel te voet, moest een lichte infanterist ook jager of “chasseurs”  genoemd zich snel kunnen verplaatsen. De jagers zwermden uit voor of naast de linieregimenten.35 Ze waren geoefend om 85 stappen per minuut te maken.36 De jagers stonden “op de gevaarlijkste posities, vooraan of op de flanken van het leger, … meestal opgesteld in losse formatie.37 Hun uitrusting was daarom lichter dan van een gewone infanterist. Het merendeel van de infanterie bestond uit linie-regimenten. Daarbij stelden de soldaten zich in achterelkaar gelegen linies op, om daarna linie voor linie vuur te geven.38 

„Every infantryman was armed with musket, bayonet, and carried a knapsack, water bottle, and blanket or greatcoat, besides an ammunition pouch. According to Chandler "Training remained rudimentary. The new conscript might receive 2 or 3 weeks of basic instruction at the depot, but he would fire on average only two musket shots a year in practice. Much stress was placed upon the attack with cold steel ..."39 40
Der Graf Philippe Paul von Segur (*4.11.1780 – †25.02.1873), selbst Teilnehmer des Feldzuge beschrieb die Ausrüstung eines einfachen Soldaten: „Die Ausrüstung eines einfachen Soldaten: »... zwei Hemden, zwei Paar Schuhe (mit Nägeln beschlagen), ein weiteres Paar Sohlen, ein Paar Überhosen, kurze Gamaschen von Leinwand, einige zur Reinlichkeit erforderliche Gerätschaften, Verbandsmaterial und 60 Patronen. Auf beiden Seiten waren vier Zwiebacke, jeder 500 Gramm schwer, unten auf dem Boden ein langer enger leinener Sack mit 5 kg Mehl; der ganze ... bepackte Tornister mit seinem Tragriemen und dem zusammengerollten, oben aufgeschnallten Mantel wog ca. 17 kg. Über der Schulter trug der Soldat noch einen anderen Sack von Leinwand mit 2 Brotlaiben zu anderthalb Kilo, so dass er mit seinem Säbel, seiner vollen Patronentasche, drei Feuersteinen, einem Schraubenschlüssel, der Banderole und dem Gewehr eine Last von ca. 30 kg zu tragen hatte, auf vier Tage mit Zwieback, auf sieben Tage mit Mehl versehen war und 60 Schüsse abgeben konnte.«“41

Tekening door Hendrik Jacobus Vinkhuizen. Vinkhuizen collection of military uniforms, NY Library
„En octobre 1811, le 1er corps d'armée sous les ordres du maréchal Davout se composait des régiments d'infanterie suivants: 7e, 13e, 15e & 33e régiment d'infanterie légère; 12e, 17e, 21e, 25e, 30e, 33e, 48e, 57e, 61e, 85e, 108e & 111e régiment d'infanterie de ligne.“42

Op 20 oktober – om vijf uur ‘s ochtends – vertrokken ze uit Maagdenburg, waarna ze na tien dagen marcheren Stettin bereikten. Na elk uur marcheren werd een rookpauze ingelast van vijf minuten. (Ca 80 man waren gedeserteerd tussen Bremen en Braunschweig en die moeten verantwoordelijk worden geacht voor de excessen in de omgeving van Burg.[E.J. Rieksen, p. 332] Op 23 november besloot Napoleon een krijgsraad bijeen te roepen om de aanstichters van plunderingen te veroordelen.[E.J. Rieksen, p.. 333] Henry Felius is op 25 oktober gedeserteerd; Jean Wagenaar (stamboeknr 2982?) werd op 27 oktober veroordeeld tot 12 jaar met een blok aan het been. 

Op 23 november 1811, te Saint-Cloud, "legt men aan Zijne Majesteit rekenschap af van de excessen begaan door het 33e Regiment Lichte Infanterie, dat zich tijdens zijn doortocht door Burg schuldig heeft gemaakt aan diefstal en plundering, en vraagt men Zijne Majesteit de door de Prins van Eckmühl genomen maatregel goed te keuren om de schuldigen die het meest schuldig zullen zijn voor een militaire commissie te brengen"; "Goedgekeurd", antwoordt de Keizer (Picard E. en Tuetey L.: "Onuitgegeven correspondentie van Napoleon I bewaard in het oorlogsarchief", Parijs, 1913, t. 4, brief 6410 - Ongesigneerd; ontleend aan het "Werk van de minister van Oorlog met Zijne Majesteit de keizer en de koning, gedateerd 20 november 1811").

Ook in Stettin werden de soldaten ondergebracht bij burgers. Daar werd geoefend en zijn kaderscholen in het leven geroepen voor het opleiden van onder-officieren. (Volgens Anthony van Dedem, een Nederlandse bevelhebber konden van zijn twee bataljons van het 33e linieregiment, gestationeerd in Wismar (1500 man) 700 behoorlijk rekenen en 300 werden ingezet bij de legeradministratie.[Mémoires de Antoine de Dedem. p. 222])  Er was nog steeds een tekort aan (Franse) officieren. Vanuit deze Poolse stad schreef Hans Tigchelaar naar verluidt zijn laatste brief, gedateerd 6 december 1811. Op een nog onbekend tijdstip is Hans Tigchelaar overgeplaatst van het 5e naar het 4e bataljon, 2e compagnie “chasseurs”; dat zou al in Groningen, Maagdenburg of Stettin kunnen zijn geweest. Op 15 december werden de soldaten in hun winterkwartier ondergebracht, een deel in het tien km verderop gelegen Damm. Napoleon vroeg zich af of alle “conscrits” waren aangekomen. Inmiddels waren ca 70 soldaten overleden waarvan sommige aan dysenterie.[E.J. Rieksen, p. 93] Op 24 december begon het te vriezen. Eind 1811 was het regiment gekleed in een “mix” van “Franse” en Nederlandse tenues. Vlak voor het vertrek naar Rusland wordt het regiment geheel “à la française” gekleed. Een officier uit Mecklenburg meldt dat in april 1812, op doortocht door de stad Poznan, de oude soldaten van het 33e nog hun “groen met gele” kleding droegen; de nieuwe recruten “Franse blauwe, rode en witte chasseurs-uniform”. In het voorjaar verdeelt het depot in Givet grijze lakense broeken. Naar Polen marcherende compagnieën, komende van het depot , voegen zich bij het 33e Regiment, als nieuw gekleed in de uitdossing van de Lichte Infanterie, blauw met puntige revers en witte biezen. 

Eind januari werd Zweeds-Pommeren onder de voet gelopen door de divisie onder Friant. Zou Hans Tigchelaar daar nog aan deelgenomen hebben, moest hij achterblijven of was hij al overleden? Op 15 februari was het gehele leger in staat van paraatheid gebracht. Op 16 februari 1812 schreef de keizer vanuit Parijs aan Mathieu Dumas: “600 man zijn niet genoeg voor het 33ste, omdat de bataljons zwak en niet compleet zijn; maar 1.200 man zijn te veel. Geef een totaal van 800 man aan dit regiment”.43 Op 24 februari koos Pruisen deel te nemen aan de oorlog. Napoleon stond niets meer in de weg. 

De mars door Polen/West-Pruisen

Op 7 maart 1812 vertrokken de vier veldbataljons – elk 600 man (?) – van het 33e RLI uit Stettin, nadat ettelijke dienstweigeraars naar Wesel waren opgezonden. Het regiment trok door een gebied met polders en terpen, in cultuur gebracht door Friese en Vlaamse doopgezinden. Het ging door naar Marienburg, ten zuidenoosten van Dantzig, waar het drie weken lang aan de versterking van de muren werkte. Het kreeg onderdak in het landelijke Königsdorf (Królewo) en Katzenase. Hier voegde majoor H.P. Everts zich bij zijn toekomstige regiment met compagnieën uit het depot. Rond 12 mei stond het voor Elbing.  Op 17 mei, kreeg het regiment een nieuwe vlag model 1812 zonder inscriptie. De manschappen nieuwe broeken? Op dat moment had het 64 officieren en 2.232 manschappen? Eind mei ging het zuidwaarts en trok over de Weichsel naar Pruisisch-Holland (Pasłęk); in Młynary verbleef het regiment twee weken. Op 5 juni sliepen ze voor het eerst buiten volgens Everts? Inmiddels hadden de veldbataljons Königsberg (Kaliningrad) bereikt. Op 19 en 20 juni verbleven ze twee dagen in Insterburg, waar Napoleon hun parade aanschouwde, vervolgens trokken ze naar de rivier Niemen, waar ze op de 24e aankwamen. 

File:2012.05.12 MALBORK (4).JPG     
Slot Marienburg

Aankomst Napoleon

Op 9 mei 1812 had Napoleon zijn paleis in Saint-Cloud verlaten en begaf zich naar de troepen in het oosten. 44 Op 29 mei verliet hij Dresden, waar hij onderhandelde met de bondgenoten. Tussen 2 en 6 juni was hij in Torun, een vestingstad aan de Pools-Oostpruisische grens en heeft een parade van vijf regimenten van de Keizerlijke Garde afgenomen.45

Volgens Naffziger wist Napoleon niet precies hoe sterk sommige regimenten waren.46 Van het 33e regiment waren sinds hun vertrek uit Groningen al 280 man overleden.[E.J. Rieksen, p. 93] Napoleon werd voor de gek gehouden met de sterkte van sommige legerkorpsen. Op 19 juni nam Napoleon in Insterburg (Tsjernjachovsk), niet ver van Gumbinnen, 120km oostelijk van Königsberg, een parade af van een deel van het Ie legerkorps, want veel tijd had hij niet. In theorie zou elk bataljon 8 à 900 man geteld kunnen hebben.

Ieder legerkorps was verplicht in zijn eigen onderhoud te voorzien en er werd een verordening uitgeroepen om alle runderen van de plaatselijke bevolking in beslag te nemen. Op 8 juni verklaarde een luitenant dat hij beslag had weten te leggen op 3.000 runderen en daarmee 2 à 300 families in het ongeluk had gestort. Oost-Pruisen werd gestroopt door de soldaten om zich van levensmiddelen, boerewagens en paarden te voorzien.47 (De soldaten kregen geen soldij om om aankopen te kunnen doen; ze werden geacht eerst hun uniform af te betalen? De lokale bevolking kreeg nauwelijks of geen schadevergoeding.) De inval is enkele dagen uitgesteld om het vee en de paarden op krachten te laten komen en er voldoende hooi was geoogst voor de 170 of 180.000 paarden.

Op 22 juni verklaarde Napoleon de oorlog aan Rusland. Op 23 juni was het drukkend heet. Napoleon stak zich in een Pools uniform om niet op te vallen bij het inspecteren van de rivier om een plek te zoeken voor de pontonbruggen. ‘s Avonds regende het pijpestelen, maar het is onduidelijk of het ook onweerde zoals soms wordt beweerd. Napoleon zou ook die dag van zijn paard zijn gevallen toen het schrok.

„When Napoleon appeared at Kovno he wore the cap and uniform of a Polish officer, while "On 23 June 1812 a closed carriage drawn by 6 horses suddenly appeared in the middle of the bivouac of the 6th (Polish) Uhlan Regiment. The troopers were even more startled when it stopped and Napoleon, himself, climbed out. Spotting a major, Napoleon approached him, asking to see the regiment's commander. ... Napoleon asked the route to the Niemen River and the location of the most advanced Polish outposts. The next request was the most surprising. Napoleon requested Polish uniforms for himself and his staff. ... Napoleon did not wish to warn the Russians of the pending invasion. Napoleon and his staff quickly exchanged their uniforms with some very surprised Polish officers and headed for the border. ... Napoleon carefully examined the terrain.48

Toen de pontonbruggen waren gebouwd viel de Grande Armée op in de nacht van 24 juni 1812 Rusland binnen. Een leger van naar schatting 420 à 450.000 man trok zonder officiële oorlogsverklaring de grens over. Dat zou één of vijf dagen in beslag genomen kunnen hebben? Ze ontmoeten geen enkele tegenstand. Meer dan de helft van het leger was niet-Frans, er werden twintig talen en dialecten gesproken en 10% was jonger dan 20 jaar, sommige slechts 15 jaar oud. Het grootste contingent was Pools, ca 80.000 man. Ca 150.000 man, werden door Napoleon zelf aangevoerd.[La Grande Armée de 1812, organisation à l’entrée en campagne door François Houdecek]49 De Grande Armée is gevolgd door 50.000 vrijwilligers. (Volgens de wet van de grote getallen is het niet overdreven om te veronderstellen dat ook bijna 10% van het totaal aantal Nederlandse deelnemers geen militaire functie uitoefende, maar volger was.) Ca 100.000 soldaten zijn achter de hand gehouden om later te kunnen worden ingezet; 30.000 waren nog onderweg. De totale sterkte is geschat op ca 610.000 man.[La Grande Armée de 1812, organisation à l’entrée en campagne door François Houdecek] 

Intermezzo

Tsaar Alexander I was 26 april in Vilnius aangekomen en had een deel van zijn ministers meegenomen om ter plaatse de besturing van het land voort te zetten.[Alexander I: Tsar of War and Peace by Alan Palmer] Tijdens een bal in een grote tent bij het landhuis Zakret, eigendom van de gepensioneerde generaal Bennigsen, zou hij van de inval bij Kaunas hebben vernomen. Sophie de Choiseul-Gouffier, die aanwezig was, Leo Tolstoy and Alexander Dumas hebben het bal beschreven. De afstand tussen Kaunas en Vilnius is 100 km. Het is fysiek onmogelijk dat een ruiter de tsaar nog dezelfde dag op de hoogte heeft gebracht. Dat kan niet eerder dan op de 25e zijn geweest. Op 27 juni vroeg in de ochtend verliet de tsaar Vilna, vergezeld of gevolgd door Barclay de Tolly en zijn legerkorps. Ze trokken zich terug op Drissa (250 km landinwaarts, nu Wit-Rusland), waar het twaalf dagen later aankwam. Al die tijd hield hij zich stil. Het landhuis van Bennigsen in Vingis park, dat door de tsaar werd aangekocht, is door de Fransen als militair hospitaal ingericht. Het ziekenhuis schijnt bij de terugtrekking van het Franse leger aan het einde van het jaar in brand te zijn gestoken. 

De tsaar had Michael Schultz, een Litouwse architect, opdracht gegeven een galerij met pilaren voor het landhuis aan te leggen, die evenwel instortte, vlak voor het feest. Dat gebeurde toen de bouwvakkers aan het lunchen waren en dus niet tijdens het bal zoals is beweerd. Er vielen meerdere slachtoffers. Schultz rende naar de rivier en heeft zichzelf verdronken. Dat zou op 20 juni zijn geweest.

De tocht in Rusland

     
De Niemen bij Kaunas, eigen foto

Het Ie en IIe legerkorps onder Davout en Oudinot, voorafgegaan door muzikanten, staken op de avond van 24 juni bij Kaunas als eerste de 150m brede Memel over, nadat er drie bruggen waren gebouwd door de (Hollandse) pontoniers. Het is gevolgd door de Keizerlijke Garde, 36.000 man. De oversteek is doorgaan tot ver in de ochtend. (Het was een van de kortste nachten en op 25 juni was het prachig weer. Het regiment Poolse lansiers die indruk wilden maken op Napoleon door voor zijn ogen zwemmend de rivier over te steken, verloor 40 man.

Index
Slavic and East European Collections, The New York Public Library. “Am Ufer des Niemen den 25 Junius 1812” The New York Public Library Digital Collections. 1831 – 1834. Faber du Faur, Christian Wilhelm von (1780-1857) (Artist) 

Nadat iedereen was geteld uit het 1e, 3e en 4e legerkorps is de Grande Armée opgedeeld in drie kolonnes: het 1e, 2e en 3e onder Napoleon, het 4e en het 6e onder de Beauharnais (en Junot). Het 5e, 7e en 8e onder Jérôme de Bonaparte.[La Grande Armée de 1812, organisation à l’entrée en campagne door François Houdecek (2012)] Napoleon stak bij Kaunas de rivier over. Jérôme en Eugène volgden op 30 juni met de opdracht met hun linker- en rechtervleugel, de hoofdmacht te beschermen.50 Zij staken over bij Tilsitt en Grodno, op een afstand van 150 km. Het 3e legerkorps onder Ney trok eerst naar Kaunas; hij had de opdracht Barclay de Tolly te achtervolgen. De cavallerie onder Murat en het 1e legerkorps onder Davout trokken rechtstreeks naar Vilnius. Het 2e (Oudinot) en 6e legerkorps onder Saint-Cyr trokken naar Polotsk en Vitebsk om de linkerflank te beschermen en zouden nooit Moskou zien. Poniatowsky en De Beauharnais hadden de opdracht Bagration te achtervolgen. Het 10e legerkorps onder MacDonald bezette Koerland en trok richting Riga, dat ten zuiden werd beschermd door de brede rivier Daugava. Het bleek onmogelijk die stad in te nemen.51 Het  legerkorps haastte zich naar Polotsk. Het 5e onder Poniatovsky en 6e moesten de hoofdmacht volgen? Het 7e onder Reynier beschermde de rechterflank van de hoofdmacht? Het 8e legerkorps stond onder bevel van Van Damme. Het 9e onder Victor en 11e legerkorps onder Augerau werden in reserve gehouden. De bedoeling van Napoleon was tussen de twee hoofdlegers van de Russen in te schuiven, dat van Barclay de Tolly diende ter bescherming van St. Petersburg; dat van Bagration van Moskou, en elk daarvan afzonderlijk te dwingen slag te leveren.

File:Eugene Beauharnais Crossing Niemen 1812.jpg
Italian Corps of Eugene Beauharnais crossing the Niemen near Kovno (Kaunas) on 30 June 1812. By Albrecht Adam. Hermitage

Op 25 juni verplaatste het 33e regiment lichte infanterie zich 22 km, op 26 juni 23 km, op 27 juni 45 km tot Troki (Trakai), en op die snikhete vrijdag 28 juni 25 km. Het regiment kwam volgens Schuurman in “allerjammerlijkste toestand” bij Vilnius aan. Het had  een paar honderd man en tientallen paarden verloren.[E.J. Rieksen, p. 306] Het regiment kreeg vervolgens twee dagen rust (tot 1 juli). Inmiddels bleek dat de voedselvoorziening onvoldoende was. De aanvoer van levensmiddelen stokte. Er bleek geen zout en geen brood voorhanden. Het graan was nog niet rijp. Er was geen stro om op te slapen en geen onderdak. De dorpen waren vernield en de voorraden in brand gestoken. Op 29 juni begon het ‘s avonds het te stormen, te donderen en hard te regenen.52 De hitte was nog steeds drukkend, en vanwege het onweer veranderden de wegen in modderpoelen. Ca 15 of 18.000 paarden gingen verloren; die zakten tot hun knieën weg. De Armée verloor 50.000 manschappen door vermoeidheid en gebrek. In de kloosters omgebouwd tot ziekenhuizen van Vilnius lagen ondertussen 3.000 man.

Index
Slavic and East European Collections, The New York Public Library. “Zwischen Kirgaliozky & Suderwa den 30 June 1812” The New York Public Library Digital Collections. 1831 – 1834. Faber du Faur, Christian Wilhelm von (1780-1857) (Artist)
„Several days after crossing the Nieman, a number of soldiers began to develop high fevers and a red rash on their bodies. Some of them developed a bluish tinge to their faces and then rapidly died. Typhus had made its appearance. Only a month into the campaign, Napoleon lost 80,000 soldiers who were either incapacitated or had died from typhus.“[Napoleon Wasn’t Defeated by the Russians 2.6k 3 Tchaikovsky’s 1812 Overture gives too much credit to cannons by Joe Knight]

Op zondag 30 juni is Napoleon binnengehaald door de jubelende (?) bevolking van Vilnius. Twee dagen eerder was de “Confederation Général du Royaume de Pologne” uitgeroepen, met de bedoeling ook Litouwen, Wit-Rusland en Oekraine aan zich te binden. Napoleon benoemde op 1 juli Dirk van Hogendorp (en niet Hugues-Bernard Maret, zijn minister van buitenlandse zaken), als gouverneur-generaal en hoofd van het voorlopige “marionettenbewind”, 53 dat moest samenwerken met de regering in het hertogdom Warschau. 

„Als Napoleon met zijn legers [op 28 juni] bij de eerste grote vestingstad aankomt, Vilnius, denken de soldaten dat ze weer als vanouds kunnen vechten en dat ze in de stad genoeg voedsel en drinkwater kunnen vinden, waarmee ze de ziekten kunnen tegengaan. Maar, als ze in de stad aankomen, is die verlaten, geen Russen. En de voorraadschuren staan in brand, zodat er nog geen voedsel te vinden is."54

Napoleon had gehoopt bij de stad een beslissende slag (Blitzkrieg) te kunnen leveren, zodat de Russen gedwongen zouden worden de gewenste vrede te sluiten. Het Russische leger van ongeveer 180 of 200.000 man trok zich op de snikhete 28e juni terug achter de Niemen. (Napoleon kreeg geen gelegenheid meer de tsaar te spreken.) Tsaar Alexander I trok naar St Petersburg en gaf de leiding over aan zijn minister van oorlog Barclay de Tolly.  Het leek Barclay de Tolly beter de Fransen en hun bondgenoten steeds verder Rusland binnen te lokken en te wachten met aanvallen tot de winter. Dit zou, zo werd er aan Russische zijde terecht gedacht de Grande Armée, zo kolossaal als ze was, afmatten en onzekerder maken. Ze dwongen Napoleon tot een lange, winterse veldtocht, waarop hij niet was voorbereid.55

Het Ie legerkorps moest zo veel mogelijk bijelkaar blijven en zorgen dat de twee Russisiche legers zich niet konden verenigen. Ieder legerkorps had de beschikking over slechts zeven kaarten (van Rusland maar ook India om de Engelsen hun kolonie af te nemen); de afzonderlijke regimenten over geen enkele. Op 1 juli was Davout uit eigen beweging met zijn korps naar Oszmiana getrokken, hetgeen irritatie verwekte bij Napoleon. Een drietal bataljons van het 33e regiment kregen de opdracht om de cavaliergeneraal De Bordesoulles te volgen naar Volozhyn, halverwege Minsk, om uit te zoeken waar Bagration of de kozakken zich hadden verschanst. Op 5 juli vertrokken de eerste drie bataljons, ca 2.400 man om elf uur ‘s avonds uit Volozhyn. Tijdens de nachtelijke mars ging het helemaal mis.

De Franse generaal (Bordesoulle?) die de Nederlanders de volgende ochtend om tien uur zag opdagen, rapporteerde aan Davout dat er slechts vierhonderd man in goede orde waren gearriveerd. "De rest is achtergebleven; degenen die hier zijn, zijn zo moe dat ze niet verder kunnen marcheren, voordat ze soep hebben gemaakt".56

De volgende dag, op 7 juli, is het uitgeputte 33e regiment lichte infanterie teruggestuurd naar Volozhyn met de opdracht een verbinding met de cavaleriedivisie onder Jérôme Bonaparte tot stand te brengen. De Armée bestreek een gebied van honderd kilometer breed. Op 9 en 10 juli vond een schermutseling bij Mir plaats tussen het IIe (en/of VIe?) legerkorps en de Russen. Het was de eerste Franse overwinning, maar Napoleon was kwaad omdat Jérôme zo langzaam was opgetrokken en Bagration ontsnappen liet.57

Het leger was in de eerste twee weken 130.000 man kwijtgeraakt door ziekte en desertie, maar ook duizenden paarden. Al in de zomer van 1812 werden minstens 7.200 man begraven; de doodsoorzaak buiktyphus, of  ondervoeding. Er had nog geen enkele belangrijke slag plaatsgevonden. De tegenpartij liet niets van zich horen. Napoleon begreep niet wat de tsaar van plan was. Niet wetend wat te doen, verbleef hij 18 dagen in Vilnius en zou geplaagd worden door nachtmerries? Op 11 juli kwam een Poolse delegatie bij Napoleon langs, in de hoop dat de Poolse monarchie hersteld zou worden, maar het land werd ingelijfd in een confederatie met Litouwen en Wit-Rusland.

Uit de website allefriezen.nl blijkt dat verscheidene soldaten uit het 33e RLI zich eind juli/augustus/september 1812 nog steeds in Koningsberg bevonden; zij zijn nooit verder gekomen dan het plaatselijke ziekenhuis; zij hadden slechts recht op een derde van hun soldij.[E.J. Rieksen, p 309])  Een vers 5e bataljon recruten, afkomstig uit Givet, zou een maand in Koningsbergen hebben gebivakkeerd voordat de manschappen werden overgeplaatst naar het 4e bataljon?[Oebele Andries van Dijk en de Russische veldtocht (1812)]

Index
June 30, 1812″Blatter aus meinen Portefeuille im Laufe des Feldzugs 1812…”, Christian Wilhelm Faber du Fau. Stuttgart, 1831

Op 8 juli arriveerde Davout met een deel van zijn korps in Minsk en bezette nog voor de Russen de stad. Het 33e regiment arriveerde daar op zaterdagavond 11 juli onder leiding van luitenant-kolonel La Serre (en generaal De Bordesoulle) na vier zware dagmarsen, waarin het 120 km had afgelegd. Ze hadden dag en nacht gemarcheerd. Doodvermoeide paarden vielen onder hun berijders neer; er werd geen tijd vrijgemaakt om ze te slachten. Sommige soldaten vielen in slaap tijdens het marcheren. In plaats van ca 3.280 man kwamen er slechts 2.530 aan.[Mémoires de Antoine de Dedem, p. 225-226] 58 59 “De eenheid verkeerde in een dramatische toestand en daar was geen Rus aan te pas gekomen”.60 Het 33e regiment was onderweg (door de moerassen) ongeveer 8 à 9

00 man kwijtgeraakt, of vanwege uitputting, ziekte, voedselgebrek, zelfmoord of onderweg de dorpen plunderend.61 Volgens H.P. Everts, sinds mei 1812 hun adjudant-majoor, hadden ze 480 km gelopen vanaf Vilnius, een maand lang nauwelijks brood gezien en enkel soep gegeten.62 Toen Davout constateerde dat de compagnien niet voltallig waren, barstte hij uit als de Vesuvius volgens Everts. Er waren nog maar vijftig man aangekomen. Hij stelde hij voor het hel regiment op te heffen. “Met zijn gezicht op onweer” dreigde hij op zondagnamiddag 12 juli na de mis en tijdens het defilé op het plein voor de kathedraal iedere tiende man van het 33e regiment neer te schieten, dat zich onderweg te buiten was gegaan aan plundering.63 64 Davout ging erg ver met de vernedering van het regiment, dat naar het zich laat aanzien geen uitzondering vormde; sommige regimenten had al 40% van hun sterkte verloren, voordat zij enig schot gelost hadden. Hij liet hen met de kolven van de musketten, die 4,5 kg wogen, omhoog voor de andere troepen defileren. Het 33e regiment werd niet in de stad toegelaten, maar moest buiten de stad bivakkeren, d.w.z. zonder beschutting. Hij stelde voor ook Dessaix achter te laten. Joseph Barbanègre, die de logistiek moest behartigen en de Pool Mikołaj Oppeln-Bronikowski, die benoemd werd als gouverneur van het district, zijn achtergebleven, alsmede het 1e en 4e bataljon van het 33e regiment.65

Everts kreeg de opdracht van Bronikowski met zijn bataljons en Poolse cavalerie naar de duizenden achtergebleven en plunderende soldaten te zoeken. De eerste dag werden 500 soldaten teruggevoerd, ‘s avonds voor de krijgsraad gebracht en een aantal ter plekke geëxecuteerd.66 Zijn taak is na acht dagen (op 21 juli) overgenomen door luitenant-kolonel W.A. de Jongh en het 1e bataljon. Op 1 augustus ontbraken er nog steeds 917 manschappen van het 33e regiment.67[E.J. Rieksen, p. 333] Op die dag zijn twee Kroaten gefusilleerd.[Everts, p. 630]  „A l’appel du 3 août, il y a encore au Régiment 106 Officiers et 2699 hommes.“ Op 7 augustus 1812 schreef de keizer vanuit Vitebsk aan Berthier: “… Er zijn te veel troepen in Minsk. Geef de drie bataljons van het 33e Regiment Lichte Infanterie opdracht zich te voegen bij de Divisie Dessaix nabij Orcha…”68 Op 9 augustus 1812 schreef de keizer aan Berthier: “Wat Minsk betreft, gelast generaal Bronikowski om twee of drie bataljons van het 33e, als het kan, naar Orcha te leiden om de prins van Eckmühl (Davout) te versterken”.69 De Marguery vertrok op de verjaardag van Napoleon met twee bataljons.[Everts, p. 633]

Chasseur du 33e Léger, 1812
Chasseur du 33e Léger, début 1812 (reconstitution)

Op 21 augustus 1812 schreef de keizer vanuit Smolensk aan Berthier: “Ik keur goed dat de twee bataljons van het 33e halt houden, één bataljon in Orcha en één in Dubrovna, om het garnizoen van deze twee plaatsen te vormen, totdat de situatie aan deze zijde volledig bekend is”.70 Op 23 augustus 1812 schreef de keizer: “Geef de twee bataljons van het 33e, die zich in Orcha bevinden, bevel om naar Smolensk te gaan”.71 De volgende dag herhaalde hij het bevel.

Official reports from forty-eight Russian provinces reveal that 65,503 prisoners had died in Russia by February 1813. As it might be expected, the highest number of prisoners perished in provinces where military operations took place and little accommodation could be provided for the sick and wounded. Thus, over 6,500 POWs died in the Minsk province, 7,729 in the Smolensk province and 5,371 in the Vitebsk province. The same official reports reveal that 39,645 POWs – including 37 generals, 190 staff-officers, and 3,023 junior officers [9][9]  Besides male soldiers, these POW convoys often included... – were still alive and held in detention throughout the empire while another 3,500 prisoners agreed to join the newly established Russo-German and Orel Legions to fight against Napoleon.[Napoleon’s Lost Legions. The Grande Armée Prisoners of War in Russia by Alexander Mikaberidze

Het Ie legerkorps vertrok op 12 juli uit Minsk om Pjotr Bagration, de beste Russische generaal, af te snijden van Barclay de Tolly. In open terrein reed de cavalerie in het algemeen voorop, in de bossen was het de infanterie.72 Op 15 juli trok het korps over de Berezina bij Borisov. Het 3e bataljon vertrok op 15 augustus naar Borisov en bleef achter om de enige brug in de wijde omgeving te beschermen. Het 2e bataljon vertrok richting Mojiljov en Smolensk in opdracht van maarschalk Berthier.73

De temperaturen liepen op en er was een groot tekort aan water toen ze het moerassige gebied achter zich hadden gelaten. In beslag genomen koeien vielen dood neer. De bronnen waren uitgedroogd en het gras was verdord. Veel paarden en soldaten leden aan diarree. De wegen waren stoffig. Sommige soldaten liepen blote voeten omdat hun schoenen kapot waren en er geen reserveschoenen waren. Het Korps van Davout, oorspronkelijk 64.800 man sterk, telde nog maar 22.000 man? 

Général Louis Nicolas Davout befand sich mit seiner Truppe nur 85 Kilometer vor der Stadt und erreichte diese nach einem Gewaltmarsch als erster Mogiljow.[Schlacht bei Mogiljow]

Op 20 juli nam Dessaix in de slag bij Mogiljow de stad in. Davout versloeg op 23 juli Pjotr Iwanowich Bagration die zich met Barclay de Tolly had willen verenigen. Op 25 juli vroeg Davout de bevolking de eed van trouw aan Napoleon af te leggen.

     
Na de slag bij Mogiljov op 24 juli 1812?

Op 28 juli kwamen Napoleon en het IIe legerkorps aan bij Vitebsk. De volgdende dag zou de slag plaats vinden, maar in de nacht waren de 100.000 Russen stilletjes verdwenen. Op 2 augustus trok het Ie legerkorps door Dubrouna. De hitte was ondraaglijk, nog erger dan in Egypte; zelf Napoleon was daar inmiddels van overtuigd. Hij was zelfs van plan de campagne op te geven. Ook Berthier raadde het hem af nog verder Rusland in te trekken, dat zou een ramp betekenen.

„Wilna, Minsk und Witebsk sowie viele andere Orte fielen den Franzosen weitgehend unversehrt in die Hände. Da Bagration aber am 23. Juli bei Mogilew von Maréchal Louis-Nicolas Davout, der bereits am 8. Juli Minsk besetzt hatte, geschlagen wurde, war ihm der Weg Richtung Norden nach Witebsk verwehrt. Es gelang ihm aber, sich in östlicher Richtung nach Smolensk zurückzuziehen, da Jerome, der jüngere Bruder Napoleons und König von Westphalen, dem das VIII. Armeekorps unterstand, aufgrund seiner geringen Kampferfahrung bei der Verfolgung der russischen Truppen zögerte und zu wenig energisch nachsetzte. Jeromes schwerfälliges Agieren ermöglichte schließlich die Vereinigung der beiden russischen Westarmeen bei Smolensk am 2. August 1812. Der Kaiser warf ihm daraufhin mangelndes Verständnis für das Kriegshandwerk vor und enthob ihn seines Kommandos. Er wurde durch General Jean Andoche Junot ersetzt.
Durch Unterernährung, Erschöpfung, Krankheit sowie Desertion verlor die Grande Armée in den ersten sechs Wochen - bis zum Vorstoß auf Smolensk - fast 140 000 Mann.“
„Als die russischen Armeen am 7. August in Richtung Rudnja vorrückten, versuchten die Franzosen, sie mit einem schnellen Umgehungsmanöver auf dem linken Ufer des Dnjepr von ihren rückwärtigen Verbindungen abzuschneiden. Doch Barclay de Tolly hatte eine ausreichende Flankensicherung südlich des Flusses aufstellen lassen, so dass es zunächst am 14. und 15. August nur zu einem Gefecht der russischen Nachhut bei Krasny kam, das die Franzosen für sich entschieden.“

Op 11 augustus dwong Barbanègre de bevolking van Borisov voedsel aan te leveren op straffe van executie als het bevel niet zou worden opgevolgd. Alle voorraden waren zo’n beetje op. Op 13 augustus stond Davout voor Krasny. Er werden drie bruggen over de Dniepr geslagen. Het leger hield tien dagen rust vanwege de hitte, wachtend op de uitvallers. Op de 15e, de verjaardag van Napoleon, kregen Serré en Schuurmans opdracht met het 2e en 3e bataljon vanuit Minsk en Borisov naar Smolensk op te trekken, maar tevens ten zuiden  van Minsk (in Hlusk en Babruysk) naar Russische soldaten te zoeken.74 Op 18 augustus is 2e compagnie van het 1e bataljon aangevallen bij Hlutsk en in zijn geheel gevangen genomen.[Sabron, p. 73]

Index
Vorwarts von Krasnoi den 14 August 1812
„Op 13 augustus breekt het leger op, voor een mars naar Smolensk, waar twee Russische legers zich [snel] hebben verzameld. [Vier dagen later, 's middags om drie uur, begint de aanval op de stad met sterke en hoge muren en bastions. Davout bevindt zich met zijn Ie legerkorps in het centrum. Friant trekt de volgende dag als eerste de stad binnen en constateert dat de Russische legers waren vertrokken, Smolensk achterlatende als een brandende fakkel. Duizend russische gewonden komen daarbij om.75
De hele stad ligt vol met lijken en vele soldaten van het Franse leger sterven door vervuild water uit de bronnen van Smolensk.“76
    
De slag om Smolensk door Peter von Hess. 
Napoleon wilde een symbolische zege behalen door Smolensk te belegeren. Hij omsingelde de zuidelijke oever van de stad, waar de noordelijke werd bewaakt door het leger van Barclay. Bagration was verder naar het oosten getrokken, om te voorkomen dat de Fransen de rivier ergens anders zouden overstaken en de Russen in de rug zouden aanvallen. Napoleon stuurde drie legerkorpsen richting Smolensk om de hoge vestingmuren aan te vallen, begeleid door een groot artilleriebombardement. Smolensk was een middeleeuwse stad omgeven door dikke stenen muren, zevenenhalf meter hoog en vierenhalf meter dik, met ervoor een diepe, droge gracht en versterkt door dertig zware bolwerken. Napoleons opmars verliep vrij stroef door gebrek aan ladders. De soldaten van Napoleon probeerden via menselijke ladders naar boven te komen, maar dit werkte nauwelijks. Door de vele mortieren van de Fransen zag Smolensk na de eerste dag rood van het vuur.77

70.000 Fransen onder Ney belegerden Smolensk dat werd verdedigd door 30.000 Russen. Na een lange tijd van terugtrekken, was dit de eerste echte confrontatie tussen beide legers van Bagration en Barclay de Tolly met Napoleon. Napoleon had Smolensk op zijn verjaardag willen innemen, maar de overwinning bleek een deceptie. Er waren aan de Franse kant mogelijk 20.000 gewonden en doden te betreuren tijdens het gevecht of als gevolg van de brand. In de nacht van  16/17/18 augustus verlieten zowel de bevolking als het gedemoraliseerde Russische leger, de stad, niet meer dan een hoop puin. (Bagration overleed drie weken later als gevolg van zijn verwondingen.)  Het was ondertussen ca 30° Celsius. Overal stonk het, in de hele stad lagen lijken. Napoleon deed een eerste vredesvoorstel aan de Tsaar, maar die liet niets van zich horen. Op 24 augustus trok de Grande Armée verder. Barbanègre werd benoemd tot commandant van de stad.

Index

De stadsmuren van Smolensk, zo hoog (11m) dat er niets van de stad is te zien. De muren waren voorzien van 38 uitkijkposten. Daarvoor een droge (?) gracht.

Op 15 of 16 augustus vertrokken het 2e onder Serré  en het 3e bataljon onder Schuurmans uit Minsk.  Het was Davydov en zijn kozakken gelukt achter de Franse linies te komen. De 2e compagnie van het 3e bataljon werd op 23 augustus in zijn geheel krijgsvangen gemaakt.[E.J. Rieksen, p. 95] Op 28 augustus was het ondraaglijk heet. Op 30 of 31 augustus zijn de twee bataljons in Smolensk aangekomen na twee weken lopen. Nadat de Franse troepen de stad hadden geplunderd, was er niets meer te krijgen. “Er heerst een absolute stilte die door geen levende ziel werd doorbroken.” De soldaten van het bataljon stroopten het platteland af op zoek naar iets eetbaars. Op 9 of 10 september verlieten het 2e en 3e bataljon Smolensk en trokken richting Moskou, nog 400 km.78 Het 1e en 4e bataljon waren in Minsk achtergebleven totdat er voldoende manschappen waren teruggevonden? Zij zouden niet de enige Nederlanders blijken te zijn die zich in Smolensk ophielden, want op 16 september kwam het 125e regiment aan. (Samen met het 126e, en meteen doortrokken naar Smolensk.) 79 Met 1.000 man lichte Infanterie ondersteund door Poolse cavalerie deed hij een uitval naar het zuiden.

Het 1e en 4e bataljon zijn achtergebleven kwamen onder het bevel van Everts te staan.  H.P. Everts en zijn mannen verlieten drie dagen later op 18 augustus de stad, verbleven enkele dagen in Smalyavichy en  verzamelden zich met het restant van het 2e bataljon, dat na een slag met de Russen bij Hlutsk  slaagde te ontsnappen. Vervolgens trok hij naar het zuiden naar Pastovichi en Babrujsk, waar ze werden aangevallen. Op 8 september werd Pierre van Drift (4e bataljon, 2e compagnie) gevangen genomen. Op 9 september schreef de keizer vanuit Mojaisk aan Berthier: “…geef het bevel dat het 1e en 4e bataljon van het 33ste naar Smolensk gaan …” Ze trokken naar de Beresina, waar ze opnieuw enkele dagen bivakkeerden. Via Borisov en Orsha trokken verder. Ze kwamen pas op 31 oktober aan in Smolensk. Op 7 november was hij in Dorogobusch om zich te verenigen met de Grande Armée dat al op de terugweg was. Het 1e en 4e bataljon kwam op 31 oktober in Smolensk aan na 2,5 maand in de omgeving van Minsk te zijn ingezet. Ze werden die dag in Smolensk samengevoegd; de onderofficieren van het 4e bataljon zijn teruggestuurd naar het depot in Givet om nieuwe recruten op te leiden. Van het vijfde bataljon is nauwelijks iets niets bekend. Paul Anne van Beresteijn, die Frans sprak, voerde het bevel.[E.J. Rieksen, p. 87] Het lijkt  zoals Rieksen het aangeeft bestemd geweest voor de aanvulling van de overige regimenten. Alle lotelingen werden ingelijfd bij de overige bataljons? De officieren zijn teruggestuurd naar Charleville nadat de “conscrits” waren opgenomen in de overige bataljons? Ze lijken op 1 november 1812 krijgsgevangen te zijn gemaakt in Vilnius.[E.J.  Rieksen, bijlagen, p. 86]

Krystyna Janusz Zeppelin Studio

De stadjes Dorogoboezj, Viazma en Gzjatsk (nu Gagarin), die door de Russen waren gespaard, werden vernield door de Fransen en vooral door hun (Spaanse) bondgenoten, die zich woedend begonnen te maken dat ze zich in dienst van Napoleon moesten laten afmaken. Ze hadden sinds mei geen soldij meer ontvangen. Barclay de Tolly, een Schot in Russische dienst, die bij Smolensk had gefaald, werd op 29 augustus bij Gzjatsk, vervangen door de 65-jarige Kutuzov, een scherpzinnige generaal met veel ervaring, een oog, een hoge leeftijd en zwakke gezondheid. Op 3 september verzamelden de Russische legers zich bij Borodino.

Begin september, nog 12 km naar de Borodino. De temperatuur daalde; ‘s nachts werd het koud. Het leger hielt twee dagen rust na drie maanden lopen. Sabron vermeldt dat geen enkel bataljon van het 33e regiment aan de slag bij Borodino heeft deelgenomen.80 De slag duurde 12 uur, en een van de meest bloedige veldslagen ooit. (Voor een gedetailleerd verslag, maar vanuit Russisch oogpunt, zie 1812. Napoleonic Wars in Russia – Episode 3. Documentary Film. StarMedia. English Subtitles.)

Toen het dorp Moschaisk was veroverd op de 9e, hield de Armée twee dagen rust om zich te herstellen. Op de 11e trokken ze verder. Napoleon was verkouden en niet goed op de hoogte waar Kutuzov zich bevond. Zowel Kutuzov als Napoleon  brachten een nacht door op het landgoed Bolshiye Vyazyomy, 40km van de hoofdstad, een detail dat aan de omvangrijke literatuur lijkt te zijn ontsnapt. Het was eigendom van de Golitsyn’s, een geslacht van diplomaten en generaals. Russische generaals waren overtuigd dat het leger niet nog een slag als die bij Borodino zou kunnen doorstaan. Op zondag de 13e besloot Kutuzov op een beraad in Fili Moskou op te geven en zijn leger te sparen. De aftocht begon om twee uur ‘s nachts en duurde een halve dag. De Russen trokken zich  terug in zuidoostelijke richting,  “met een leger dat zwaar had geleden, maar nog niet was vernietigd.”81 

Moskou

Napoleon bracht die avond en nacht door in Odintsovo, ongeveer 20 km voor
Moskou, samen met Poniatovsky and Murat. Toen Murat de volgende rond het middaguur Moskou wilde binnentrekken, was de stad nog niet volledig ontruimd, de helft van de inwoners van Moskou en gewonde soldaten van het Russische leger waren nog in de stad. Na onderhandelingen, stemde Murat toe om een paar uur te wachten. Op de Poklonnajaheuvel keek Napoleon uit over de aftocht. Hij daalde af tot de muren en wachtte tot men hem de sleutels van de stad kwam brengen. Nadat er een kanon was afgevuurd trok het leger onder begeleiding van de muziekkapel Moskou binnen. Het was drie of vier uur. Niemand kwam naar buiten om te luisteren. Moskou was verlaten door de meerderheid van de bevolking. s’ Middags om vier uur liet Rostopchin zijn huis in brand steken.82 Op de 15e begon het harder te waaien; het vuur verspreide zich op de 16e.83 “De gehele stad, het Kremlin uitgenomen, was nu met alle overige voorsteden een blakende vlammenzee”. “…halsoverkop, er weer uit, anders waren we levend verbrand.” Napoleon zich terug in het Petrovsky paleis, gevolgd door de Oude Garde, en aanschouwde de brandende stad vanaf de hoogste toren. De manschappen plunderden de winkels en paleizen, op zoek naar eten en kostbaarheden.

File:Pozhar Moskvy v 1812.jpg     
Moskau september 1812
"Driehonderd [400?] brandstichters zijn gevat en dood geschoten. Zij waren gewapend met een zwermer van zes duim, vastgemaakt tusschen twee stukken hout. Zij hadden ook vuurwerken die zij op de daken worpen. Die ellendige [prins] Rostopchin had deze vuurwerken doen maken.” Het blusmateriaal in de stad was onklaar gemaakt.

Op 18 september begon het te regenen; Napoleon keerde terug naar het Kremlin. Op 20 september deed Napoleon de tsaar een vredesvoorstel. De branden namen af op de 21e; de gevangen genomen brandstichters werden geexecuteerd. Op 23 september kwam het bevel voor de twee bataljons van het 33e regiment om op te breken. Op 25 september moest het in samenwerking met Duitse infanteristen en Franse dragonders het gebied schoonvegen.84 Het 3e bataljon onder Schuurman is op  28 september aangevallen door 200 boeren gewapend met lansen bij het landhuis van de familie Golitsyn (in Golitsyno 40 km van Moskou).

File:Bolshiye Vyazyomy, Moskovskaya oblast', Russia - panoramio (27).jpg

Schuurmans kwam met 300 man tegenover 40 kozakken te staan.[E.J. Rieksen, p. 98]; hij verloor 100 man, doden en gewonden.85 86 Een grote voorraad aan levensmiddelen werd in beslag genomen en zijn op 26 wagens geladen. Ze werden achtervolgd door kozakken die het lukte 15 wagens te overmeesteren.[Sabron, p. 64] Iets noordelijker werden ze aangevallen door 2.000 man Russische cavallerie. Hij verloor 120 man en zou nog 180 man over hebben? Hij trok zich terug op Moskou.

Index
Moskwa den 8 October 1812

De tsaar ondernam niets inzake een vrede; er kwam geen enkel bericht op drie indirecte vredesvoorstellen. Napoleon verloor kostbare dagen, speelde kaart, dronk Clos Vougeot,  en las romans. Op de 24e vonden er diners plaats, met bevorderingen en lintjes en er is een theater ingericht. Op de 27e werd een bal gehouden. Iedereen stak zich in de nieuw verworven kleren en dronk rumpunch. Binnen een week zou de stemming dalen. Begin oktober is het plan een Frans legerkorps richting St Petersburg te sturen vanwege de naderende winter verlaten.

Al op 17 september week Kutuzov af van zijn route naar het zuiden en trok met zijn hoofdleger westwaards richting Podolsk. Vrijwilligers sloten zich bij hem aan. Bruggen werden onklaar gemaakt, bomen langs de weg omgehakt. Op 3 oktober arriveerde Kutuzov in Tarutino. Het was hem gelukt Napoleon voor de gek te houden. Hij had een schijnbeweging gemaakt om een driesprong te kunnen controleren, zodat Napoleon niet een andere terugweg zou kunnen nemen. Kutuzov vermeed een directe confrontie en een bevrijding van Moskou. Op deze tactiek werd scherpe kritiek geleverd door de hem opgedrongen stafchef Bennigsen, maar ook door tsaar Alexander. Kutuzov stond alleen; de generaals Dochtorov, Konownitsyn en Rajewski, die slechts zijn bevelen uitvoerden, kan men niet meetellen: Bennigsen en Wilson waren openlijk tegen Kutuzov, Jermolov en Platov en  in het verborgen.87 Barclay de Tolly diende vooralsnog zijn ontslag in. Na veel interne discussie en ruzie stemde Kutuzov blijkbaar in met een andere tactiek.

Op de 18e werd Murat, die de Russen was gevolgd, bij het ontbijt aangevallen door het vijandelijke leger; hij verloor 12 of 36 kanonnen, 2 of 3.000 man en 20 of 50 van zijn bagagekarren.  De slag bij Tarutino was ondanks de chaos een morele overwinning voor de Russen, hetgeen Napoleon deed besluiten Moskou te verlaten. 

Auf dem Thorven Kaluga in Moskwa, den 19 October 1812

Voor het vervolg, zie:

Hans Tigchelaar, de Grande Armée en het 33e Regiment Lichte Infanterie (deel II)

Literatuur

  • Ulrike Moser (2012) Durch Feuer und Eis. S. 124-149. In: Napoleon und seine Zeit 1769-1821. Kaiser der Franzosen. Herrscher über Europa. Im: GEO EPOCHE, Nr 55. Verlag Gruner + Jahr. Hamburg.
  • Willem Oosterbeek (2014) Naar Moskou! Naar Moskou! Memoires van een officier uit de lage landen in het leger van Napoleon.
  • F.H.A. Sabron, Geschiedenis van het 33e regiment Lichte Infanterie (het Oud-Hollandsche 3e regiment Jagers) onder Keizer Napoleon I (Breda 1910).
  • Rusland tegen Napoleon Door Dominic Lieven
  • Bart Funnekotter (2014) De Hel van 1812. Nederlanders met Napoleon op veldtocht naar Rusland
  • Allan Palmer (1967) Napoleon in Rusland
  • Johan op de Beeck (2014) Napoleon. Deel 2: Van keizer tot mythe.
  • E.J. Rieksen (2020) Voetstappen zonder echo. Het oud-Hollandse 2e/3e/1e Regiment Jagers-33e regiment lichte infanterie aan het werk in de Franse Tijd 1806-1814.
     

Externe links

Referenties

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

  1. Leo Tolstoy (2006) War and Peace. Translated by Louise-Aylmer Maude. Wordsworth Classics of World Literature, Book XV, chapter 10, p. 864
  2. Dat betekende dat ze bij iedereen aan huis kwam en gold als betrouwbaar persoon.
  3. Trijntje was van Friese en Baltisch-Duitse afkomst, in 1756 geboren in Königsberg in Oost-Pruisen. Haar vader Evert Aukes (1726-1802) was een zeeman, die tegen Johanna Sophia Strausen (1733-1814) opliep.
  4. De “conscrits” kregen twee maanden de tijd om protest aan te tekenen, bijv. als zij kon aantonen dat zij inmiddels waren getrouwd of kostwinner waren.
  5. Degenen met een strafblad, maar ook stommen, doven en lijders aan vallende ziekte, met huidziekten of liesbreuken werden werden niet opgeroepen.[Uittrekzel ten behoeve van de conscrits uit de algemeene instructie
  6. De Mienskip, doarpsbled fan Kimswert
  7. P.D. Hoogenraad (2012) Bloedbelasting. De conscriptie in het departement Zuyderzee (1810-1813), p. 22, 16
  8. Correspondentie van Napoleon, t.21, brief 17289; Algemene Correspondentie van Napoleon, t.10, brief 25743
  9.  Le 33e Régiment d’Infanterie légère, 1810-1814
  10. Op 18 oktober 1810 werd per decreet de dienstplicht of conscriptie ingevoerd. In eerste instantie zijn in de Hollandse départementen van het Franse keizerrijk 3.000 conscrits opgeroepen en 600 in Brabant en Zeeland. Eenderde deel was bestemd voor de marine. [99. Leydse Courant | 1811 | 4 september 1811 | pagina 2
  11. Funnekotter, p. 22
  12. Le 33ème Régiment d’Infanterie de Ligne 1796-1815 door Fréderic Berjaud
  13. Zijn stamboeknr. was 3083. Bronnen: Tresoar nr. 753 op de lijst vermisten toegang 11 inv. nr. 6510 nr. 22; OA Wonseradeel, mairie Arum nrs. 308 t/m 310 lijst mannen 17-45, opgemaakt 28 februari 1814; Raf Arum fol. 54.
  14. Correspondance de Napoléon, t.22, brief 17228; Correspondance générale de Napoléon, t.11, brief 27080
  15. ROELOF NIJSING RENTING IN DIENST VAN NAPOLEON
  16. Bronnen: RAF toegang 8, inventarisnummer 4052, akte nummer 36; inventarisnummer 3393 nummer 12.
  17. Militairen in Kollumerland in dienst van Napoleon door Jan Paasman en Reinder H. Postma
  18. P.D. Hoogenraad (2012) Bloedbelasting. De conscriptie in het departement Zuyderzee (1810-1813), p.64
  19. Dat lijkt in overeenstemming met het volgende. Op 24 maart 1812 antwoordde de keizer in Parijs op de vraag: “Moeten de regimenten lichte infanterie hun adelaars, die zich krachtens een speciale bepaling van de keizer in hun depot bevinden, teruggeven?”, nogmaals: “Aangezien de adelaars van deze regimenten zich in het depot bevinden, moeten de regimenten ze daar achterlaten”. [99. Chuquet A. Ordres et apostilles de Napoléon, 1799-1815″, Parijs, 1911, t.3, brief 5028
  20.  Le 33e Régiment d’Infanterie légère, 1810-1814
  21. Oud Schoonebeek
  22. Correspondance générale de Napoléon, t.11, brief 28115
  23. P.D. Hoogenraad (2012) Bloedbelasting. De conscriptie in het departement Zuyderzee (1810-1813), p. 27, 30, 64; NL-HaNA, Prins Stedehouder, 2.01.01.08, inv.nr. 25?
  24. Picard et Tuetey : Correspondance inédite de Napoléon 1er, conservée aux Archives de la guerre. T. IV. 5884
  25. Het bestand van Paasman bevat veel dubbeltellingen, zoals familieleden en geremplaçeerden. Bovendien was hij niet altijd zeker of de betreffende persoon wel dienst deed in het 33e regiment lichte infanterie. Volgens Paasman behoorde Hans Tigchelaar tot het 2e bataljon, 2e compagnie, dat was niet het geval volgens de orginele Franse bron.
  26. Rikkert Rieksen 1788-1863 : belevenissen van een karabinier, veldwachter, buitengewoon jachtopziener en cipier : zijn jaren in militaire dienst 1806-1813, (1999) p. 49.
  27. G.D. Homan (1978) Nederland in de Napoleontische Tijd 1795-1815, p. 140-143
  28. The Dutch experience and Memory of the Campaign of 1812 by Mark Edward Hay
  29. Johan Joor (2000), De Adelaar en het Lam, p. 329
  30. F.H.A. Sabron (1898) Geschiedenis van het 124ste regiment infanterie van Linie onder keizer Napoleon I, p. 21
  31. Henry de MARGUERIE
  32. Funnekotter, p. 52.
  33. Henri-Pierre Everts, p. 117 In: Carnets et journal sur la campagne de Russie : extraits du Carnet de La Sabretache, années 1901-1902-1906-1912. Baron Jean Jacques Germain Pelet; M.E. Jordens; Guillaume Bonnet; Paris : Librairie Historique F. Teissèdre, 1997.
  34. “A question about Legere units” Topic
  35. Gedurende Napoleontische oorlogen werden de stoottroepen “Voltigeurs” genoemd, scherpschutters “Tirailleurs” en geniesoldaten met bijl “Sappeurs”.
  36. W. Oosterbeek, p. 68
  37. Bart Funnekotter (2015) De hel van 1812. Nederlanders met Napoleon op veldtocht naar Rusland, p. 19
  38. In dienst van de keizer
  39. Chandler – “Dictionary of the Napoleonic Wars” pp 207-208.
  40. French Infantry During the Napoleonic Wars
  41. 23. Juni 1812 Beginn des Russland-Feldzuges der Grande Armée
  42. Tiraillement dans le 1er corps d’armée commandé par le maréchal Davout en 1811
  43. Chuquet A. Ordres et apostilles de Napoléon, 1799-1815″, Parijs, 1911, t.2, brief 1865; Correspondance générale de Napoléon, t.12, brief 29986
  44. Napoleon liet 3.464 uit Parijs flessen  wijn en likeur, 155 kilo gruyère, negen zakken koffie, 230 liter azijn, 36 kilo chocolade, 227 kilo spek en zelfs 50 kilo mosterd meenemen. Onder de paar duizend flessen bevonden zich 422 flessen Chambertin en 257 flessen Eau-de-vie.
  45. NNWB
  46. Napoleon’s Invasion of Russia Door George Nafziger
  47. 24. Inval in Rusland (jun. 1812)
  48. Napoleon und das Herzogtum Warschau
  49. Order of battle of the French invasion of Russia
  50. Napoleons veldtocht in Rusland
  51. Napoleonic wars in Latvia 1812
  52. Funnekotter, p. 71.
  53. Belarus in wartime. Situation in the regions occupied by Napoleon’s troops
  54. Russische veldtocht 15.000 Nederlandse militairen
  55. Dominic Lieven, Rusland tegen Napoleon. p. 1786
  56. Funnekotter, p. 72
  57. Door zijn nalatigheid kon Pjotr Bagration zich op 6 augustus met Michael Andreas Barclay de Tolly verenigen, waarna Napoleon zijn broer terugstuurde naar Westfalen. Jérôme verliet het leger op 16 juli, toen hij door zijn broer onder Davout werd geplaatst en is vervangen door of Junot of Poniatovsky. (Mogelijk eerst na 6 augustus toen Napoleon de gevolgen duidelijk werden?)
  58. Het kwam in Minsk aan met 66 officieren en 2470 manschappen.
  59. Everts schatte 2.400 en een verlies van bijna 800 man. In: H.P. Everts, Carnet de la Sabretache, p. 121. ; 25 officieren en 840 overigen achtergebleven.
  60. Funnekotter, p. 70
  61. Napoleon’s Russian campaign of 1812 door Edward A. Foord
  62. Henri-Pierre Everts, p. 115, 123. In: Carnets et journal sur la campagne de Russie : extraits du Carnet de La Sabretache, années 1901-1902-1906-1912. Paris : Librairie Historique F. Teissèdre, 1997
  63. 1812 : Napoleon in Moscow door Paul Britten Austen
  64. 1812: The March on Moscow Door Paul Britten Austen
  65. Napoleon’s Russian campaign of 1812 door Edward A. Foord
  66. H.P. Everts, p. 629
  67. Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) door Wijbrand-Adriaan De Jongh
  68. Chuquet A. Ordres et apostilles de Napoléon, 1799-1815″, Parijs, 1911, t.2, brief 2312
  69. Chuquet A. Ordres et apostilles de Napoléon, 1799-1815″, Parijs, 1911, t.2, brief 2320
  70. Chuquet A. Ordres et apostilles de Napoléon, 1799-1815″, Parijs, 1911, t.2, brief 2356
  71. Chuquet A. Ordres et apostilles de Napoléon, 1799-1815″, Parijs, 1911, t.2, brief 2369
  72. W. Oosterbeek, p. 69
  73. Sabron, p. 58
  74. Everts, p. 128-132
  75. Reeks van levensschetsen der vermaardste veldheeren en legerhoofden van … Door J.H. Engelbregt
  76. De Russische veldtocht 1812
  77. Leven als beroepsmilitair in de roerige jaren 1806 – 1839
  78. Funnekotter, p. 142-143
  79. Aanteekeningen gehouden gedurende mijnen marsch naar: gevangenschap in, en … Door C. J. Wagevier
  80. Sabron, p. 62
  81. L. Madelin (1964) Napoleon Bonaparte, p. 121
  82. Volgens Mme de Stael: “I was obliged to cross a lake and a wood in order to reach it: it was to this house, one of the most agreeable residences in Russia, that Count Rostopchin himself set-fire, on the approach of the French army. Certainly an action of this kind was likely to excite a certain kind of admiration, even in enemies.
  83. Minstens driekwart van de huizen bestond uit hout en is afgebrand.
  84. Funnekotter, p. 143
  85. Everts, p. 143
  86. Lommelse kolonel als held van de slag bij Waterloo (1814) door Wijbrand-Adriaan De Jongh
  87. E. Tarlé (1938) Napoleon in Rusland p. 267

 8,600 total views,  3 views today