Matthijs Beck, onder-directeur van de WIC op Curaçao

Matthijs Beck (Stolberg (?) – Willemstad, Curaçao, 10 of 15 november 1668) vertrok in april 1635 als koopman in suiker, lakens naar Nederlands-Brazilië, waar hij na twee maanden aankwam.1 Hij zou niet in dienst geweest zijn van de WIC, maar een “vrije jongen”.2 Beck kwam eerder dan Johan Maurits in Brazilië aan en zou er 19 jaar blijven. In 1642 was hij president van de schepenen in Mauritsstad.

Frans Post –  Itamamaraca

Beck was ook ouderling en trad ettelijke keren op als getuige bij doop van kinderen in de Braziliaanse gemeenschap. In 1646 woonde hij in Recife, maar bezat een maniokplantage op Itamamaraca.3 In 1646 leende hij 3.500 gulden bij Mattheus Hoeufft.

AMH-8577-NA_Map_of_Itamaraca.jpg (2400×1360)

In 1649 bezette hij Ceara en rapporteerde regelmatig aan zijn superieuren.4 Hem was beloofd als hij zilvermijnen ontdekte, hij het privelege kreeg. Beck sloot vrede met de plaatselijke indianen. Hij is de grondlegger van het fort Schoonenborch, nu Fortalezza. Hij heeft als directeur van de handelspost veel materiaal voor de mijnbouw aan laten trekken, maar klaagde over vakkennis van zijn Duitse werknemers. Hij liet ook zijn vrouw en have en goed, slaven, paarden en gereedschappen naar Ceara overbrengen.

Jean Hoeufft en David de la Croix hadden een suikerraffinage opgezet in La Rochelle; Hoeufft bezat ook een suikermolen in Nederlands-Brazilë, die is geerfd door Matthias Beck. Er heerste droogte en ze hadden aanvallen van indianen te verduren. Beck besloot het fort aan te Portugezen te overhandigen. Vanwege het verdrag van Taborda werd er geen druk op de Nederlanders uitgeoefend die op afstand woonden en pas veel later van de gang van zaken op de hoogte waren. Matthias Beck en zijn manschappen vertrokken in twee kleine boten in oktober 1654 als laatsten uit Brazilië. Beck klaagde dat hij enkel wat kleding had kunnen meenemen, en dat hij 30.000 gulden in zijn project had gestoken en de WIC voor het verlies verantwoordelijk stelde. Via Tobago kwam hij aan op Barbados, waar hij de gouverneur van Nieuw-Nederland ontmoette.

File:AMH-6825-KB View of Siara.jpg
Gezicht op Siara. Jacob van Meurs (graveur / etser), Jacob van Meurs (uitgever)

In 1655 is hij door Peter Stuyvesant aangesteld als onder-directeur op Curaçao, en in 1659 als directeur.5 Daar bevorderde hij niet alleen het fokken van vee, het telen van groenten in de compagnietuinen, de suikerriet – en katoenaanbouw, de zoutwinning, maar ook de smokkel- en slavenhandel.6 Het gaat niet om grote aantallen slaven en ze werden verkocht aan Spanjaarden 7 in Porto Bello, Cuba, en Carthagena, of geruild tegen huiden, etc. De veestapel werd uitgebreid om in de problematische voedselvoorziening te kunnen voorzien.8 Beck liet fruit aanrukken vanuit Nieuw-Nederland. In 1659 arriveerde er een groep Sefardische Joden op Curaçao. Van een schip met 220 slaven, vertrokken vanaf Annibo, kwamen er 85 levend aan de overkant van de oceaan aan, vanwege een gebrek aan water en levensmiddelen aan boord.9

Rond 1660 liet Beck de plantage Savonet als privé-eigendom aanleggen.[Aruba, Curacao en Bonaire by Guido Derksen ] In 1664 woonde zijn broer Willem op Savonet.[Curacao Papers, 1640 – 1665 , p. 251] Beck liet in 1664 300 slaven naar Suriname (Nieuw-Amsterdam) opzenden; onderweg stierven er tien.

File:Landhuis Sta. Barbara Curacao.jpg
Landhuis Sta Barbara eigendom van Matthias Beck, samen met zijn schoonzoon Jan Doncker.
Stadsarchief Amsterdam NA 3188-265, 29 sept. 1665 not. H. Outgers Wisselbriefprotest van de WIC aan Hans Hontum. Afschrift : Curacao 15 juni 1665 pesos 1564 - aan de WIC te betalen 1564 volwaarde stukken van achten de waarde in negros van Mathias Beck ontvangen. Met dank aan R. Koopman, Zaandam.

In 1666 verordoneerde hij een schipper de slaven niet op Guadalope te verkopen, maar op Curaçao; de schipper vertrok met enkele slaven, toen Beck niet in staat bleek aan zijn belofte te voldoen.

In 1668 waren op het eiland 3.000 slaven aanwezig. In 1669 werd de helft van het aantal slaven illegaal uitgevoerd vanuit Curaçao. Omdat Spanje officieel geen handel wilde drijven met een niet-katholiek land werden zoutwaternegers steeds vaker verkocht via Curaçao.

Matthias Beck hertrouwde op Curaçao met Leonora Grevenraet (Amsterdam, 1623 – ?) in een onbekend jaar.10 Uit zijn eerste huwelijk  met Anna Hack de volgende kinderen

  • Op 22 december 1638 werd Anneken Beck gedoopt, op 18 december 1639 Anna, Maria in 1641, op 11 mei 1644 Suzanna, op 22 maart 1646 nog een Suzanna, en op 13 juni 1647 Christina.11 (Becks dochter Anna trouwde met Adriaen van Beaumont, predikant, beiden zijn in 1663 omgekomen? Anna Maria Beck  (?) trouwde met Jan Doncker, eveneens gouverneur van Curaçao.) 
  • Jacob Beck (8 maart 1643-juni 1709) trouwde in 1700 met Anna Emerentia Kerkrinck; hij woonde tot 1704 in Utrecht en liet zijn Surinaamse zaken waarnemen door Jan Doncker vanwege vertrek naar het buitenland.[suikerplantage Santa Barbara aan de Surinamerivier ] Vervolgens gouverneur van Curaçao tussen 1704-1709, waar hij in de problemen raakte; overleden in Bergen (Noorwegen) waar het schip op de terugreis strandde.
  • Balthasar Beck, advocaat, trouwde met Barbara Roth op 26 oktober 1676 te Dambach-la-Ville, in de Elzas. Sinds 1683 factoor op Curaçao; Balthasar, die vloeiend Spaans sprak, is aangesteld door de WIC als administrateur van het Asiento de Negros op Curaçao en Jamaica. Hij werkte samen met Balthasar Coymans uit Cadiz, kapitein Juan Barosso en Pedro van Belle, zijn zwager, in Carthagena.[Pertinent en waarachtig verhaal van alle de handelingen en directie van Pedro van Belle omtrent den slavenhandel, ofwel het Assiento de Negros …  ] 

Uit zijn tweede huwelijk met Leonora Grevenraet:

  • Willem Beck is op 29 juni 1659 gedoopt. Willem moet ouder zijn geweest, want
  • Maria Elisabeth Beck is op 17 augustus 1659 en
  • Matthias Beck is op 29 augustus 1660 gedoopt.[GEDENKBOEK NEDERLAND-CURAÇAO 1634–1934 , p. 54] Misschien was er een predikant aangekomen op het eiland? Matthias Beck, getrouwd met Josina Goris, liet zijn huwelijk in 1678 inschrijven in Amsterdam, maar woonde rond 1680 in Nijmegen en in 1698 in Utrecht. In dat laatste jaar verkocht hij een plantage op Curaçao aan zijn halfbroer Jacob Beck. 
  • Johannes Beck promoveerde in 1682 in Utrecht.[https://www.nikhef.nl/~louk/KERK/generation4.html]

Na het overlijden van Matthias Beck de oude ging de functie van vice-directeur twee keer tijdelijk over naar zijn broer Willem Beck.12 In 1673 is Curaçao aangevallen door de Fransen.[Levenstekens: Gekaapte brieven uit het Rampjaar 1672 By Judith Brouwer, p. 133]

Referenties

  1. Rita Krommen (2006) Mathias Beck und die Westindische Kompagnie. Zur Herrschaft der Niederländer im kolonialen Ceará, p. 48. In: Arbeitspapier zur Lateinamerikaforschung. Universität zu Köln.
  2. J.A. Schiltkamp (1989) Curaçou onder vice-directeur Beck, 1655-1668, p. 250
  3. R. Krommen, p. 51
  4.  Nationaal Archief
  5. J.A. Schiltkamp (1989) Curaçou onder vice-directeur Beck, 1655-1668, p. 251
  6. R. Krommen, p. 72
  7. Amigoe, 19 mei 1990
  8. J.A. Schiltkamp (1989) Curaçou onder vice-directeur Beck, 1655-1668, p. 250
  9. J.A. Schiltkamp (1989) Curaçou onder vice-directeur Beck, 1655-1668, p. 269-271
  10. Haar ouders woonden op Keizersgracht 195, een pand dat is afgebroken voor de aanleg van de Raadhuisstraat.
  11. C.J. Wasch (1888) Een doopregister der Hollanders in Brazilië, p. 169, 170, 228, 248, 282. In: Algemeen Nederlandsch Familieblad. Tijdschrift voor Geschiedenis, Geslacht, Wapen, Zegelkunde, enz.
  12. Pieter van Beeck in Amsterdam was één van de voogden van de onmondige kinderen van Matthijs, maar hij had ook een proces aangespannen tegen de Hoeuffts samen met Jacob Venturin, een slavenhaler op Curaçao. In: De Nederlandsche Leeuw (1936), p. 342

 1,936 total views,  2 views today