Lucia Wijbrants, de boze stiefmoeder

Lucia Wijbrants of Wybrants (Amsterdam, 21 oktober, 1638 – Utrecht, 23 mei, 1719) was een dochter van Johannes Wijbrants, een zijdekoopman. Zijn voorouders waren van Stavoren naar Antwerpen verhuisd.[1] Na 1585 toen Antwerpen werd bezet door het Spaanse leger, trok de familie naar Amsterdam. Ze woonden in de Warmoesstraat, toen de belangrijkste winkelstraat. Het echtpaar had nog acht kinderen: alleen Hendrick (1623-1669), Helena (1628-1721), en Johannes, haar tweelingbroer (1638 – ?) overleefden.[2]

Jan J. Hinlopen

Lucia groeide op aan de Keizersgracht 213. Op 9 december 1664  ging zij met Jan J. Hinlopen naar het stadhuis om hun huwelijk aan te geven; zij was vergezeld met haar moeder, Machteld Pater. Op 6 januari 1665 trouwde het echtpaar in de Nieuwe Kerk. De dichter Jan Vos schreef een gedicht voor de feestelijkheden.[3] Op 13 november 1665 beviel Lucia van een levenloos kind; het werd de volgende dag begraven.

In het jaar 1666 gaf Hinlopen aan Bartholomeus van der Helst opdracht om een schilderij te maken van hem en de 27-jarige Lucia, alsmede de drie honden. Zijn overleden echtgenote en de kinderen staan op de achtergrond met de kerktoren van Lage Vuursche aan de horizon.[4] Het schilderij behoort al enkele jaren tot de prive collectie van …. In september 1666 stierf Jan J. Hinlopen, nogal een dikzak, op de leeftijd van 40 jaar. Lucia bleef met de twee stiefkinderen wonen op Kloveniersburgwal, naast haar zwager Jacob J. Hinlopen.

Al snel werd duidelijk dat Lucia Wijbrants niet goed kon opschieten met de twee zelfbewuste kinderen.[8] Lucia trok in bij haar moeder op de Herengracht en hertrouwde Johan van Nellesteyn (1617-1677) op 29 februari 1672 in Sloten. Uit haar huwelijkscontract wordt duidelijk dat ze hem een schilderij van haar gaf, geschilderd door Jurriaen Ovens.[3] Ovens was een schilder afkomstig uit Holstein, ten noorden van Hamburg, die gedurende zijn leven drie keer naar Amsterdam trok: tussen 1640 en 1651 was hij waarschijnlijk in de leer bij Rembrandt. Tussen 1657 en 1662 was hij opnieuw in Amsterdam, en leverde in 1661 een schilderij voor het nieuwe stadhuis waar Govert Flinck aan was begonnen, maar niet kon beëindigen kon toen hij stierf.[9] In de jaren 1674 en 1675 kwam hij opnieuw naar Amsterdam, maar toen had Lucia Wijbrants reeds een schilderij door hem gemaakt in haar bezit.

Lucia Wijbrants werd in 1666 geschilderd door Lodewijk van der Helst (1642-1684), de zoon van Bartholomeus van der Helst, de grote concurrent van Rembrandt van Rhijn. Dat schilderij, een kopie van het schilderij door zijn vaderbevindt zich tegenwoordig in het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest.[5]

Uit haar testament van 27 juni 1716 blijkt dat ze ook een een portret had laten maken door Gabriel Metsu.[6] Metsu schilderde maar een paar portretten tijdens zijn leven en de gelijkenis met de vrouw op het schilderij van de hand van Metsu in het Museum of Art in Minneapolis (Minnesota) is sterk.[7]

Op het schilderij is een kandelaar te zien. Het zou een van de twee kandelaars kunnen zijn die Joan Huydecoper van Maarsseveen aan zijn zuster Leonora gaf op 10 september 1660, twee maanden na de bevalling van Sara Hinlopen.[8]

Lucia Wijbrants woonde de rest van haar leven in Utrecht, maar ze werd begraven in de Westerkerk te Amsterdam. Het lijkt wel of iedereen die belangrijk was bij de plechtigheid aanwezig was. Jan en Caspar Commelin, twee Amsterdamse botanisten behoorden tot de familiekring. Haar zuster Helena en haar nicht Machteld Wijbrants erfden de inventaris, waaronder de schilderijen. Machteld Wijbrants liet alles na aan Hester Hinlopen, getrouwd met

Bronnen

  1. Bok-Cleyndert, E.J. & R. Loeber (1992) Het geslacht Wybrants. Een koopmansfamilie in de Nederlanden en Ierland. In: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, p.74-114.
  2. Johannes, her twinbrother married Adriana Hinlopen in 1664, a niece of Jan J. Hinlopen.
  3. J.Vos, Alle de gedichten dl. II, Amsterdam 1671, p. 225-226.
  4. Dudok van Heel, S.A.C., (1996) Een opmerkelijke dikzak. Jan Hinlopen door Bartholomeus van der Helst, In: Maandblad Amstelodamum, p. 161-166. (In Dutch.)
  5. Pigler, A. (Hrsg.) (1968) Katolog der Alter Meister, Tühringen, p. 308. Op de achterkant van het schilderij zit een briefje geplakt met haar naam.
  6. GAA, not. Lenard Noblet, 7379, p. 448-473.
  7. RAU 67-57.
  8. Goudbeek, R. (z.j.) Geelvinck Hinlopen Huis. Geschiedenis van het Huis en zijn Bewoners (1687-1998)
  9. Van Gent, J. (1998) Portretten van Jan Jacobsz Hinlopen en zijn familie door Gabriël Metsu en Bartholomeus van der Helst. In: Oud Holland 112, pp. 127-138, noten 24, 25; Appendix: noten 1, 2, 3 and 6.
  10. Elderring-Niemeyer, W. (1962) Genealogie van het geslacht Van Nellesteyn. In: De Stichtsche Heraut 9, pp. 32-42.