Maerten Soolmans en Oopjen Coppit

De huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit zijn de grootste portretten ooit door Rembrandt geschilderd.[1] Ze meten 210 x 135 cm en dateren uit 1634, het jaar dat Rembrandt trouwde met Saskia van Uylenburgh.

Oopjen Coppit
Oopjen is afgebeeld met een waaier van zwarte veren, rozetten, parels en een ring vol diamanten aan een ketting om haar hals. Haar witte huid steekt af tegen haar zwarte sluier.
Maerten draagt een kostbaar zwart satijnen pak, een kanten kraag en manchetten en enorme witte rozetten op zijn schoenen. Alleen dit portret is gedateerd en gesigneerd. [2]

Achtergrond van de geportretteerden

Maerten Soolmans (1613-1641) was de zoon van Jan Soolmans, een uit Antwerpen gevluchte handelaar in suiker met nogal ruwe manieren; hij is 80 keer voor de kerkeraad verschenen.[3] Oopjen Coppit, geboren in 1611, was telg uit een oud en vermogend regentengeslacht dat fortuin had gemaakt met handel in graan en buskruit.[4] Oopjen kreeg 35.000 gulden mee als bruidschat.[5] Op 9 juni 1633 zijn ze in ondertrouw gegaan. Maerten woonde toen op het Leidse Rapenburg, maar brak zijn studie na vijf jaar af.[6] Ze hebben zich vervolgens door Rembrandt laten portretteren. Het zijn Rembrandts enige portretten waarbij de afgebeelden levensgroot, staand, ten voeten uit, zijn afgebeeld (een stijl, die voorbehouden was aan de hoogste Europese adel). Soolmans, die in de Nieuwe Hoogstraat woonde, bij zijn schoonouders, en niet ver van de Jodenbreestraat, waar Rembrandt in dienst was van Gerrit Uylenburgh, betaalde voor de twee schilderijen 500 gulden. Het echtpaar Soolmans kreeg drie kinderen: Hendrick (1634), Jan (1636) en Cornelia (1637).[7] In 1646 verkocht zij een aantal huizen in de Jordaan.[8] In 1660 hingen de beide portretten in de voorkamer van haar huis op het Singel.[9] Oopjen was ook in het bezit van een schilderij door Rembrandt met een oude man en de Heilige familie.[10]

Herkomst van de schilderijen

Na het overlijden van Maerten Soolmans hertrouwde Oopjen na 1646 met kapitein Marten Pietersz. Da(e)ij, van 1628 tot 1641 actief in Nederlands-Brazilië[11] vervolgens woonachtig in Maartensdijk.[12] In 1650 was hij betrokken bij de verdediging van Amsterdam. Oopjen deed de administratie van haar man, die een compagnie waardgelders in Naarden aanvoerde en moest onderhouden, en in 1659 stierf.

In 1674 woonde Oopjen op de Herengracht. Na haar overlijden in Alkmaar in november 1689 kwamen de portretten in het bezit van Henderick Daey.[13] Diens gelijknamige zoon en  kleinzoon waren eveneens juristen en lid van de vroedschap van Alkmaar.1 Aan het einde van de 18e eeuw stonden de twee portretten bekend als Maerten Daey en zijn eerste echtgenote, Machteld van Doorn. In 1798 werden ze door de tekenaar R.M. Pruyssenaar[14] en Mr Adriaan M. Daey, een belastinginspecteur[15] gekocht voor 4.000 gulden op een veiling.[16] Een jaar later kocht Pieter van Winter de werken voor 12.000 gulden. Diens dochter Anna Louisa Agatha van Winter (1793-1877) erfde onder andere deze portretten die vervolgens door haar erfgenamen na haar overlijden werden verkocht aan baron Gustave de Rothschild (1829-1911). Deze verkoop en het vertrek uit Nederland van topstukken leidde naar verluid tot debat.(Het Rijksmuseum bestond toen nog niet. Het zou eerst in 1885 worden geopend.)

De werken zijn na hun verhuizing naar Frankrijk zelden in het openbaar te zien geweest. Bij de Rembrandttentoonstelling van 1956 zijn ze vijf maanden lang in Amsterdam en Rotterdam getoond.[17] In juni van dat jaar publiceerde Van Eeghen in het maandblad Amstelodamum een artikel over de ware identiteit van geportretteerden: Marten Soolmans en Oopjen Coppit.

In 2015 is bekend geworden dat Eric de Rothschild voor de twee schilderijen een exportvergunning heeft aangevraagd. Ze zijn voor 160 miljoen euro aangekocht met steun van zowel de Nederlandse als de Franse Staat en zullen afwisselend in het Rijksmuseum Amsterdam en het Louvre worden tentoongesteld.

Referenties

  1. G. Schwartz (1987) Rembrandt, zijn leven, zijn schilderijen, p. 170
  2. Isabella H. van Eeghen , ‘Marten Soolmans en Oopjen Coppit’, in: Maandblad Amstelodamum 43 (1956), p. 85.
  3. I.H. van Eeghen, p. 88. 
  4. Genealogie Soolmans
  5. I.H. van Eeghen, p. 88.
  6. I.H. van Eeghen, p. 88. 
  7. Doopregisters Stadsarchief Amsterdam
  8. Transportakten Stadsarchief Amsterdam
  9. I.H. van Eeghen, p. 86.
  10. G. Schwartz (1987) Rembrandt, zijn leven, zijn schilderijen, p. 170; F. Lammertse & J. van der Veen (2006) Uylenburgh & Zoon. Kunst en commercie van Rembrandt tot De Lairesse 1625-1675, p. 148.
  11. [1]
  12. I.H. van Eeghen, p. 89 . 
  13. A Corpus of Rembrandt Paintings: Volume II: 1631–1634 By J. Bruyn, B. Haak, S.H. Levie, P.J.J. van Thiel
  14. Biografisch portaal
  15. Parlement.com
  16. A catalogue raisonné of the works of the most eminent Dutch painters of the seventeenth century based on the work of John Smith.
  17. Rembrandt Tentoonstelling ter herdenking van de geboorte van Rembrandt op 15 juli 1606, nr 25 en 26.