Oudezijds Achterburgwal 188

Op het vogelperspectief van Cornelis Antonisz uit 1538 zijn de vier kloosters met hun kerken aan de Oudezijds Achterburgwal goed te zien. De Agnietenkapel lijkt rechttegenover ‘Rusland’ te liggen en dat is in werklijkheid niet het geval. Er liggen nog vier huizen tussen.

Na de Alteratie kregen de meeste kloosters een andere bestemming. Pas in 1585 werd de kapel geconfisqueerd. Wat er omheen stond – rondom het binnenterrein –  is blijkbaar aangepast. In de Sint Agnietenstraat zijn naar het zich laat aanzien vanaf 1596 erven verkocht en is gebouwd op het vrijgekomen terrein. 

Isaac van Hertsbeeck (1589 – 1668) van Antwerpen, 30 jaar oud trouwde in 1620 met Geertruijd van der Veken en woonde toen op de Herengracht. In 1622 kocht hij een huis op de Middeldam, naast de ingang van de Beurs. Zijn beroep was boterverkoper, maar handelde ook in reuzel. In 1622 werd Suzanne geboren. De moeder overleefde het niet want hij hertrouwde in 1625 met Trijntje ofwel Catrijna Gerrits Visschers, de weduwe van een Remonstrant.[https://issuu.com/gardnermuseum/docs/rethinking_rembrandt_web]  In 1626 werd Hendrik gedoopt; in 1627 Geertruid; in 1629 Pauwel. In 1632 werd Pieter geboren en in 1634 Hester. Inmiddels had hij vier kinderen laten begraven vanaf een pand op de NZ. Voorburgwal in de tegenover gelegen Nieuwe kerk waar hij een dubbel graf had gekocht. Op 8 januari 1637 kocht hij een huis op de Oudezijds van zijn buren aan de noordkant, de diaconie van de “nederduytsche” gereformeerde kerk “tegenover het Rusland”. Achter was een keuken, privaat, waterput en steegje; een van de borgen was zijn broer Pouwel of Paulus.[Kwijtschelding 8/1/1637]  Hij kocht in hetzelfde jaar ook twee huizen op de oostzijde van de NZ Voorburgwal, een was de Bonte Haan. Hij bezat een aandeel in de Westindische Compagnie?1 Op zeker moment, voor 1641,  verhuisde Van Hertsbeek naar de Koningsgracht, nu Singel 272. Zijn broer Paul  (1595-1663?) woonde bij zijn ondertrouw in 1641 op de OZ. Achterburgwal; misschien wel in het onderhavige pand. Ook Jacob was een broer, die woonde in Leiden en handelde in zeep.

Isaac leende op 14 maart 1653 aan Rembrandt f 4.000 gulden tegen 5% rente voor de aankoop van een fraai dubbelpand in de Jodenbreestraat.[Rembrandt: A Life By Charles L. Mee Jr. ][A Corpus of Rembrandt Paintings IV: Self-Portraits edited by Ernst van de Wetering, p. 344] [Rembrandt betaalt zijn rekening niet] [Rembrandt’s Bankruptcy: The Artist, His Patrons, and the Art Market in … von Paul Crenshaw, Rembrandt Harmenszoon van Rijn. p. 53, 70, 80, 82] Rembrandt had zijn huis aan de drie schuldeisers in onderpand gegeven die wegens wanbetaling de executie ervan konden afdwingen en daar zat vooral Van Hertsbeeck achter volgens Bosman.  https://oudholland.rkd.nl/index.php/reviews/32-review-of-machiel-bosman-rembrandts-plan-de-ware-geschiedenis-van-zijn-faillissement 

Compareerde voor Schepenen onderges. Rembrant Hermansz, 
schilder, ende geliede schuldich te wesen Isaac van Hertsbeeck 
de somme van Vierduijsend ende tweehonderd gülden van 
geleende penningen, belovende de voors. somme te betaelen over 
een jaer nae dato deses, hiervooren verbindende alle sijne goederen, 
ende geloospant Actum in Amsterdam, den 14 Martii 1653, 
geteeckent Simon van Hoorn ende Roetert Ernst.

Na de veiling van eerst Rembrandts roerende in november 1657 en daarna zijn onroerende goederen op 1 februari 1658 eiste Van Hertsbeeck met voorrang zijn geld op, want hij was net als Witsen in het bezit van een schuldbrief. De opbrengst was bestemd voor degenen die een hypotheek op het huis hadden (Titus, Witsen, Van Hertsbeeck).  Witsen had op 22 februari 1658 wel zijn geld teruggekregen. Op 1 mei 1658 verhuisde Rembrandt naar de Rozengracht. Op 4 december 1658 kreeg Van Hertsbeeck zijn geld. Volgens de verdediger Louis Craijers kon Van Hertsbeeck geen aanspraak maken op de opbrengst bij de verkoop van het huis. Op 5 mei 1660 stellen de schepenen Craijers in het gelijk; Van Hertsbeeck kreeg de opdracht het geld te restitueren. 

In oktober 1661 ging zijn broer Paulus van Hertsbeeck failliet.[Montias] Het zou kunnen dat Isaack vanaf dat moment andere belangen had dan Rembrandt of Titus. Het zou de reden kunnen zijn dat Van Hertsbeeck in hoger beroep ging. Hij had ernstige twijfels over de hoogte van de taxatie van Rembrandts goederen. Hij verloor twee maal (1662 en in juni 1665) en is gedwongen  het geld aan Craijers terug te betalen, en moest zelfs de proceskosten dragen.[ Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland: de hoofdlijnen van het … von Maria Charlotte Le Bailly, p. 91]

Van Hertsbeeck bleek in 1668 ook eigenaar van het hoekpand bij de Sint Agnietenstraat te zijn geworden; dat pand is geërfd door zijn dochter Catharina die in 1652 was getrouwd met de predikant Laurens Laurentius uit Nijmegen .  Hun dochter Catharina Laurentius (1654-1727) trouwde in 1674 met Dirk Munter (1648-1701), eveneens als eigenaar geregistreerd, want gehuwde vrouwen moesten zakelijke transacties aan hun echtgenoot overlaten.2 In 1711 liet de weduwe het hoekpand verkopen door Lucas Trip, koopman op de Levant, voor 7000 gulden (op termijn). In 1740 werd het hoekpand door twee partijen bewoond verdeeld over een voor- en achterpand. Aan de zuidzijde was een “gemeene muur”. De verkoopprijs was  f 10.000. 

Isaack van Hertsbeeck werd op 19 juli 1668 begraven vanaf het Singel (272). Volgens Montias was Van Hertsbeeck een orthodoxe Calvinist.[MONTIAS, JOHN MICHAEL. “Art Collectors and Painters II: Jacob Swalmius and Rembrandt.” Art at Auction in 17th Century Amsterdam, Amsterdam University Press, 2002, pp. 164–79, http://www.jstor.org/stable/j.ctt45kd6h.25]. Sinds 1634 was Festus Hommius, afkomstig uit Jelsum, een contra-remonstrant, zijn zwager.3 Hij was in 1618 afgevaardigde naar de Synode van Dordrecht en werd betrokken bij de Statenvertaling van het Nieuwe Testament en de apocriefe boeken, eerst als revisor, later als vertaler. Er zitten mogelijk nog meer predikanten in de familie, zoals Justus van den Bogaart in Utrecht. 

File:Gerrit Lamberts (1776-1850), Afb 010097001802.jpg - Wikimedia Commons
Tekening door Gerrit Lambert (1816) In het hoekpand was de tapperij Westfalen gevestigd tot 1902? Na 1914 verbouwd? In het pand aan de overkant van de straat was lange tijd een brandweerpost

Op 4 juli 1663 trouwde zijn jongste dochter Wijbrechtje van Hertsbeeck met Johannes Brouwer van de Herengracht. Wijbrechtje stierf in 1709 en had het onderhavige pand over aan haar kinderen overgedaan: Gerbrand (1664-1712) en Isaack (1668-1737). Isaack Brouwer erfde in 1712 ook als enige erfgenaam van zijn broer Gerbrand en schoonzuster Eva van der Does?[https://www.knggw.nl/raadplegen/de-nederlandsche-leeuw/1909-27/127/] In 1723 liet hij een testament opmaken in Alkmaar en verkoos zijn nichtje Elisabeth Brouwer tot zijn erfgenaam. Hij betaalde trouw f 43,35 gulden aan verponding. Dat bedrag is nooit veranderd zowel in de 17e als in de 18e eeuw en dat zou betekenen dat er nooit grote wijzigingen zijn aangebracht. Op de beide panden lag een fedeï commis; ze mochten niet verkocht of verdeeld worden. Het moest kortom binnen de familie blijven. Isaack Brouwer stierf kinderloos.

Elisabeth Brouwer (-1749) was in 1725 getrouwd  met de timmerman Caspar Grijpstroo en woonde in de Langestraat te Alkmaar. Ze erfde als enige erfgenaam landerijen in de Beemster van haar oom Isaack. In 1744 was zij een rijke weduwe en had een buiten en een dienstbode. Haar zoon Cornelis, herbergier, was erfgenaam en verkocht het onderhavige pand. Het fideï commis is opgeheven door het Hof van Holland met een WILLIGE CONDEMNATIE? 

Uit het Redres op de verpondingen (1731) blijkt dat het pand (349) werd bewoond door Hendrik Beli van Belford, huur f 520 per jaar. Er waren geen dure behangen kamers.https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/5045/41.10/start/10/limit/10/highlight/4 In 1726 had Beli een huis gekocht in de Nes. dat hij een halfjaar later verkocht vanwege zijn faillissement. In 1727 had hij slaande ruzie met zijn dochter om een huwelijkskandidaat en haar wens om de Franse school te verlaten. 

In 1686 werd het buurpand aan de zuidzijde verkocht aan Jean Delcourt de Oude, ongetwijfeld een Hugenoot. Daar stond "de Boom" in de gevel; dat is in 1738 verkocht voor 11.000 gulden.

In 1742 werd het pand gelegen in wijk 9, met het verpondingsnummer 2413 bewoond door een rentenierster, de weduwe van Evert de Marre. Clasina Croese betaalde 520 huur en had een dienstbode. Zij werd op 14/11/1747 begraven in de Oude kerk. Haar bezit aan obligaties is verdeeld?

Christiaan Stuurman (-1759) was een wijnkoper, brouwer, schepen en tussen 1749 en 1758 een van de burgemeesters van Alkmaar. Hij kocht het onderhavige pand in 27 mei 1751 voor 5000 gulden van de erfgenamen van Mr Hendrik van Hertsbeeck; [https://archief.amsterdam/indexen/persons?ss=%7B%22q%22:%22%20Christianus%20Stuurman%22%7D]4 Stuurman is in 1753 benoemd bij de Admiraliteit van Amsterdam.

Op 16 december 1806 kocht Timon Hendrikus Blom “uit de hand” 2/3 huis en erf, het tweede huis van de Sint Agnietenstraat  van de erven Stuurman; een verdieping had hij al in zijn bezit.https://archief.amsterdam/indexen/persons?ss=%7B%22q%22:%22Timon%20Blom%22%7D

Timon Henricus Blom, geboren Schoorl 11.02.1763, ijzerhandelaar te Alkmaar en lid van het Adm. Bestuur aldaar 1795-1802 en 1811-1813, overleden 28.05.1843, 80 jaar oud, zoon van Simon Blom (II-a) en Alida de Meester. Timon is ondertrouwd in Medemblik op 04.04.1786 en getrouwd Alkmaar 30.04.1786 voor de kerk, op 23-jarige leeftijd (1) met Anna Bucerus (20 jaar oud), begraven Alkmaar 11.02.1801, 35 jaar oud, dochter van Sigbertus Bucerus (predikant te Medemblik) en Elisabeth Stuurman.
De Alkmaarse patriotten organiseerden zich in het genootschap 'Burgerhart', dat streefde naar directe politieke invloed van de burgerij. Alkmaar was de eerste stad in de Republiek die Joden toeliet tot de vroedschap? In de lente van 1787 leek een patriottische overwinning voor de deur te staan. Op het nippertje werd dit voorkomen door de koning van Pruisen. Deze stuurde een leger en hielp de stadhouder weer vast in het zadel. De patriotten verdwenen ondergronds en Willem plantte een hele serie trouwe volgelingen in het Alkmaarse stadsbestuur.

In 1787 had zijn vader Simon Blom veel te lijden van het Oranje-grauw, in 1799 had hij veel inkwartiering van fransche en hollandsche troepen, wat hem f 400 kostte, terwijl de Engelschen en Russen in September wel voor f 3500 aan huisraad en boeken roofden en vernielden. Zijn gezin was aleer, hij ten laatste ook gevlucht.

Timon is hertrouwd op 19.02.1804 voor de kerk, op 41-jarige leeftijd (2) met Guurtje Bruinvis (32 jaar oud), overleden aldaar 15.09.1833, 62 jaar oud,
In Alkmaar werd op 11 januari 1804 door Timon Henricus Blom het voorstel gedaan, om “ter verlichting van den zoogenaamden gemeenen man, (..) eene kleine leesbibliotheek op te richten”. Er kwam een commissie en een voorstel en toen de regenten van het Gasthuis huisvesting geregeld hadden werd de volksbibliotheek op 15 april 1807 gesticht.

Waarschijnlijk was hij in Alkmaar als vrederechter aangesteld. Als in 1832 het Kadaster aanvangt is H. Blom te Alkmaar eigenaar van het pand. Of het pand naar zijn broer Hendrik ging is onduidelijk, want die stierf al in 1820. 

 

De volgende eigenaar is Andries Johannes Muller (1840-) boekbinder, in 1859 woonachtig op ‘t Kattegat. Hij trouwde in 1862 en verhuisde naar Agnietenstraat 2 en/of 4. Uit de verkoopakte door Muller zou het bouwjaar van het huidige pand kunnen blijken.

https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/5358/1.7.2/start/40/limit/10/highlight/8

Oudezijds Achterburgwal 214 (Kleinnummer tot 1875)

https://archief.amsterdam/indexen/persons?ss=%7B%22q%22:%22Oudezijds%20Achterburgwal%20214%22%7D&sa=%7B%22search_s_register_type_title%22:%5B%22Bevolkingsregister%201851-1853%22,%22Bevolkingsregister%201853-1863%22,%22Bevolkingsregister%201864-1874%22%5D%7D

Tussen 1864 en 1893 staan ca 129 personen geregistreerd op Oudezijds Achterburgwal 188, buurt B.

https://archief.amsterdam/indexen/persons?ss=%7B%22q%22:%22Oudezijds%20Achterburgwal%20188%22%7D&sa=%7B%22search_s_register_type_title%22:%5B%22Bevolkingsregister%201864-1874%22,%22Bevolkingsregister%201874-1893%22%5D%7D&sort=%7B%22order_i_datum%22:%22desc%22%7D&rows=100

File:Oudezijds Achterburgwal 188 across.JPG

Enkele bewoners:

Johannes Bontjes (1796-1867), lakenkoper, winkelier? Hij trouwde in 1820, 24 jaar oud, toen was hij kantoorbediende. Zijn gelijknamige zoon (1833-) was boekhandelaar. 

Levie Marcus Mandaat (1824-1892), diamantslijper, koopman, afkomstig of vertrokken naar Parijs? Hij had zeven dochters en een zoon.

Joseph Cardozo (1836-), letterzetter, vader was boekbinder, een familie met doofstommen? Zijn gelijknamige zoon (1889-1945) was leraar Frans in het middelbaar onderwijs en communist; afgekeurd voor militaire dienst vanwege lichamelijk gebrek, trouwde in 1921 in Den Haag; stierf in Auschwitz, na inval op onderduikadres Nwe Herengracht 35.[https://www.joodsmonument.nl/nl/page/457807/inval-op-onderduikadres

Salomon van Biene

In de familie “van Biene” komt opvallend veel artistiek talent komt voor. Het begon met Salomon die in 1813 werd geboren in Rotterdam, hij was toneelspeler, die in 1844 samen met Nathan Judels, Pierre Boas, Abraham van Lier en Samuel Kapper de Salon de Variétés in de Amstelstraat had opgericht. Het theater richtte zich op vaudevilles. Zij huurden een tent en ging alle kermissen in de provincie af. Joseph van Biene (1885-1915) en Jacques van Biene (1866-1934)  theaterdirecteur, waren zijn zonen. Zijn dochter Elize, actrice van 1886 tot 1930, trouwde met Sam Poons.

Cohen, J. F. (2015). De onontkoombare afkomst van Eli d’Oliveira: Een Portugees-Joodse familiegeschiedenis. Querido.

https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Salomon_van_Biene

File:Salomon van Biene - Tooneel-herinneringen (1900).jpg
Salomon van Biene – Tooneel-herinneringen (1900)

Salomon (Sam) Poons (Den Haag, 22 augustus 1859 – Amsterdam, 18 juni 1932) en Elisabeth (Elize) van Biene (Amsterdam, 4 oktober 1864 – Amsterdam, 2 april 1931). Zij was toneelspeelster en pianiste; hij was toneelspeler en operazanger (bariton), getrouwd in januari 1889. Sam trok bij zijn schoonouders in op de Oudezijds. Rond 1890 werkte hij met Joseph van Biene in Parijs? Vanaf 1912 mededirecteur en huurder van de Schouwburg op de Plantage. In 1916 werd  “Jus Suffragii, de Vrouwen-Revue” opgevoerd dat anti-Duits, anti-militairistisch, anti-kapitalistisch was, maar pro-vrouwenkiesrecht. Elise stond bekend om haar ‘transformatie prestaties’, waarin de actrice meerdere rollen in hetzelfde stuk op zich neemt en zich telkens moet verkleden.  Zeker is dat Sylvain Poons (21 jaar oud, de zoon van Salomon Poons) en de actrice mevrouw Marie Bigot–Eggers deel uitmaakten van de cast. Na 1923 kwam er politiecontrole in de schouwburg om indien nodig een proces-verbaal opmaken.[https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Geschiedenis_van_de_Plantage_Schouwburg]

Als jongste zoon  was  Sylvain Poons min of meer voorbestemd voor de planken, net als zijn oudere zuster Fanny Ella, die bekend werd onder de naam Faniëlla Poons. Zij zijn waarschijnlijk op de Zwanenburgwal geboren en niet op dit adres? [https://www.joodsamsterdam.nl/hollandsche-schouwburg/] [http://operanederland.nl/2018/12/04/reportage-50ste-sterfdag-faniella-lohoff-poons/] De schouwburg werd in 1938 gesloten, vlak na een verbouwing en het faillissement.[https://geheugenvancentrum.amsterdam/nl/page/1970/de-laatste-jaren-deel-2-1933-–-1939] De hoge huren en een belastingschuld veroorzaakten dit einde. 

De adresboeken leverden nog de volgende bewoners op:

Feder & van Houtum, P. van der Heuvel, tabakhandelaren op het Rokin

J.F. Jonkhart & A. Morel, 1905 tabakhandelaren in vennootschap met zijn broer Christoph Frederik tot 1 maart 1906, daarna met een derde vennoot August Morel. Jan Frederik stapt uit deze firma op 19 januari 1911; hij vertrok naar Heemstede.

Firma Ingenhoes

Hendrik Wïjnand Ingenhoes (1823-1880?) afkomstig uit Tiel was een meubelmaker op ‘t Rusland.5 Hij woonde aanvankelijk in de Jonge Roelensteeg en was in 1850 getrouwd met E.C. Balthazar uit Amsterdam; beide vaders waren schoenmakers. Zij hadden negen zonen en een dochter.6 Zij waren of Ned. of Waals-Hervormd. Hij had een behangerij en beddenmakerij, en leverde gordijnen, tapijten, linoleums, maar deed ook onderhoud en betimmeringen, etc. De achternaam is soms en onjuist als Ingenhoest genoteerd. In 1880 sloot de weduwe een kontrakt met haar zoon J.F.H. Ingenhoes (1852-) die enige tijd in Parijs werkte. Vanaf 1892 hofleverancier. In 1914 kwam C.P.L.H. Ingenhoes (1869-) in de zaak; in 1915 gevolg door zijn zoon Lambertus (1889-Naarden? ) en Jan Franciscus.

De firma Ingenhoes heeft in totaal 106 jaar haar bedrijf gerund op OZ. Achterburgwal 197-199, Rusland 1, 3 en 5 , en vanaf 1915 met magazijn en toonzaal in deze panden. De fabriek of werkplaats was in de Sint Agnietenstraat 2. Mogelijk gaat het om twee poten, want er zijn twee soorten rekeningen aan het Genootschap Artis. Rekeningen over reparatie van meubels waren apart van de gordijnen en tapijten. In 1923 werden de panden aan het Rusland verbouwden kwam er een nieuwe voorgevel over de gehele lengte.

Vanaf 1881 werkzaam voor Artis Magistra Natura; de firma ging vaak langs. Het aquarium werd belegd met lopers en perzische tapijten; in de concertzaal en de woning van de directeur is tot 1930 regelmatig onderhoud gepleegd; in de bibliotheek werden gordijnen afgeleverd, etc. De firma Ingenhoes leverde meubilair voor de inrichting van het stadhuis, I.C.C., Nederlandsche Bank, Rijksverzekeringsbank en tal van particuliere
bankgebouwen. Dat zij zich niet tot het leveren van meubilair beperkte, bewijzen nog steeds de monumentale deuren van de Grote Club in de Paleisstraat. Zij ontwierpen ook de Amsterdamse schoolboekenkasten? In 1954 verkoos de laatste Ingenhoes voor opheffing, omdat een opvolger in de dagen van massaproductie, uniformiteit en vervlakking onvindbaar was. De stoffeerderij, gordijn- en tapijthandel A.H. Ingenhoes op de Achterburgwal, gedreven door twee neven van de heer L. Ingenhoes, onveranderd bleef bestaan.[WED. H.W. INGENHOES & ZOON 1848 – 1954 door M.G. Emeis jr. In: Maandblad Amstelodamum 1954]

Uit de akten tussen 1936 en 1974, moeten de eigenaren tijdens WOII blijken, 
 
Het pand OZ Achterburgwal 188 werd tot 1939 bewoond door Wed. Johanna Margaretha Ingenhoes (1896-) handwerkonderwijzeres en Herm. Martens, makelaar in tabak.
 
 
1975-1985 hun opvolgers
 
 
Natuurlijk heeft het Kadaster ook gegevens over de laatste eigenaren na 1985, die weer niet bij het Stadsarchief bekend zijn
  1. In 1639 deed ook Paulus zaken in Nederlands Brazilië en financierde de overtocht van een soldaat? Paulus of Pouwel, was banketbakker op ‘t Rokin. Montias vermoedde dat hij in verfstoffen handelde, maar dat gaat om een oomzegger.
  2. Het kinderloze echtpaar woonde riant op Herengracht 54. Hij werd twee keer burgemeester rond de eeuwwisseling. Zij was regentes van het Burgerweeshuis.
  3. Onwettig predikant te Warmond 1597-1598. Bedankte als proponent in 1598 voor Finkum en Hijum. Trad in 1599 te Dokkum in dienst. Als veldprediker tegenwoordig bij het beleg van de stad Grave in 1602. In datzelfde jaar werd hij beroepen en op 22 december 1602 bevestigd te Leiden. Benoemd tot regent van het Statencollege op 20 juli 1619. Van deze taak ontheven op 16 juli 1641.[https://protestantsegemeenteleiden.nl/wp-content/uploads/2018/08/predikanten_Hervormde_gemeente_Leiden_1566_-_2006.pdf
  4. Mr Hendrick van Hertsbeeck (1624-1669),  de advocaat in de familie, was de zoon van Isaac van Hertsbeeck, die zeven jaar procedeerde tegen Rembrandt en zijn zoon. Hij liet zich portretteren door Gerard ter Borch.
  5. De familie stamt oorspronkelijk uit Zaltbommel en Limburg.
  6. Leendert Adriaan Christoph (1854-) was de vader van de schilder en tekenaar Jan Franciscus Hendrik Ingenhoes (Londen 1882 – Wenen 1948) woonachtig in Amsterdam tussen 1920-1931?

 337 total views,  1 views today