Yaşamı
Kökeni ve ailesi
Amsterdam yılları ve cemaatten kopuş
Arka plandaki evlerden birinde Spinoza ailesi yaşamıştır. Nooms, Reinier (1623-1664)
Rijnsburg, Voorburg ve Lahey (1656–1678)
Spinozamuseum, Rijnsburg Spinozamuseum, Den Haag
![]()
Arka plandaki evlerden birinde Spinoza ailesi yaşamıştır. Nooms, Reinier (1623-1664)
Spinozamuseum, Rijnsburg Spinozamuseum, Den Haag
![]()
Het onderhavige pand ligt op de hoek van de Singel en ten noorden van de Raamsteeg, aangelegd rond 1500, dwars door de Ramen. Op het terrein tussen de Spuistraat en het Singel stonden aanvankelijk ramen, waarop de lakens werden gedroogd. De grond van de steeg behoorde tot 1532 tot het St. Luciënklooster, nu onderdeel van het Amsterdam Museum. In 1578 is al het kerkelijk bezit onteigend en kreeg een stedelijke bestemming.

Op 1 augustus 1616 is de Appelmarkt verplaatst van de NZ. Voorburgwal naar de oostzijde van den Singel tussen Hei- en Raamsteeg. Tot 1895 is daar Appelmarkt gehouden.
De registers op de Verponding van de 8e penning maken duidelijk dat een aantal van de panden op dit deel van het Singel tussen 1640 en 1650 zijn “voltooid”. Wat zich daarvoor heeft afgespeeld, nadat het klooster werd opgeheven, is niet duidelijk. Op de kaart van Balthasar Florisz. van Berckenrode is op de hoek van het Singel en de Raamsteeg een groot gebouw te zien met binnenterrein.1 Het gebruik en de bestemming is vooralsnog niet duidelijk. Omdat het Burgerweeshuis rond 1630 werd verbouwd zou het langgerekte pand aan het Singel tijdelijk als onderdak kunnen hebben gediend. De auteur van het artikel over de verbouwing van Raamsteeg 6 door stadsherstel gaat uit van een bedrijfspand. Dat artikel is voorzien van een aantal interessante kaartjes, maar op het naastliggende Singel 319 wordt niet ingegaan.2
Rond 1600 woonde er mogelijk een leertouwer, genaamd Jan Willemsz, die gebruik maakte voor zijn werkzaamheden van het water in het Singel. Tot 1629 woonde er een bakker, genaamd Jan Minnesz.
Cornelis Jansse (Karsseboom), huistimmerman kocht het pand op 9 december 1641 van Jan Gelijns, Regent van het Huiszittenhuis O.Z. voor 1. 600 gulden.3 4 Vermoedelijk heeft hij geld geleend, want voor een losrentebrief betaalde hij 80 gulden per jaar aan de Huiszittenmeesters.5 In 1657 kreeg hij uitstel van betaling. Het pand werd ook bewoond door Jan Jacobsz; en vanaf …. door Hans Jacobsz. Bij zijn overlijden voor januari 1668 was nog niet alles afbetaald. Cornelis Jansz is geen prettige naam om uit te zoeken want zijn voornaam en patroniem zijn te algemeen. Ook met wie hij was getrouwd blijft in het duister. De schuitevoerder Christiaan Michielsz de Hamer werd voogd over zijn tante, de “innocente” dochter van Cornelis Jansz Karsseboom, als Jaepie bekend staand.
Op 21 augustus 1668 kocht Frans Jansz, slager en spekkoper, afkomstig uit Schermerhorn, 2/3 van het pand “waar de Kersenboom uithing” met (een gang naar) het plaatsje daarachter van de erfgenamen van Cornelis Janse (vermoedelijk Singel 317).6 Frans Jansz was in 1658 getrouwd met Susanneke Jans en woonde toen op het Singel. De erfgenamen verkochten de spekslagerswinkel in 1690 aan Jan Gerritsz Kuijck, aanvankelijk schipper, later spekkoper, echtgenoot Geertruijd Fransz of Broerse (1662-), dochter van Frans Jansz. Zij was woonachtig op het “Zingel” toen zij trouwde in 1681 met Kuyck.7
Pieter Dircksz Caegman was tussen 1680 en 1699 huurder van het pand.
Neeltje Theunis (1618?-1704) afkomstig van de Appelmarkt, 29 jaar oud, was in 1647 getrouwd met Michiel Christiaansz de Hamer (-1699), een zeilmaker. De familie De Hamer was katholiek. De schuitevoerder Cornelis Jansz. Carsseboom, enige erfgenaam van zijn tante Jaepie Cornelis Karseboom, verkocht op 15 februari 1691 aan Neeltje Theunis, weduwe van Christiaan Michielsz schuitenvoerder, 1/6 van twee woningen onder een dak.8
Steven Verrijk, kleermaker, was in 1676 getrouwd met Lysbeth Segers. Hij verkocht in 1694 een kwart van twee panden voor 1.500 gulden aan Marritje van Egmond.9 Zij was de boedelhoudster van Pieter Voorhout en was getrouwd met Christiaan Michielsz de Hamer. Zij werd op 6 april 1699 eigenaar van een kwart van twee woningen.
Haar zoon Christiaan M. de Hamer, schuitenvoerder, trouwde in 1704 Marritje Simons van Elsgeest (-1729). Zij hadden minstens vier kinderen: Teunis, Simon, Michiel en Anthony. Haar testament (niet te lezen, vanwege brandschade) dateert van 22 september 1729, not. Leonard Noblet. Een week later werd zij begraven vanuit het pand op de Singel.
Simon de Hamer was 1719 getrouwd met Geertruid van der Elst, een weduwe. Hij bezat minstens tien panden in de stad, waarvan vier in de St Annenstraat. Hij kocht samen met zijn broer Anthonie voor 3.400 gulden 6/8 en 1/8 van twee woningen onder een dak van de erfgenamen van de zusters Lysbeth en Neeltje Theunis.10 Het pand aan het Singel werd afgebroken en opnieuw opgetrokken tussen 1725 en 1727. Hij verkocht vervolgens op (20 januari 1728) zijn helft voor 1912 gulden contant aan zijn broer Anthony.11
In 1732 staat Anthony de Hamer als eigenaar vermeld.12 Hij trouwde in 1727 met Catharina van Hekken.13 Op 11 april 1727 werd een deel van het nieuwe pand op zijn naam geschreven. Hij was destillateur/brandenwijnstoker en kocht op 20 februari 1731 voor 1.000 gulden een kwart huis in de Raamsteeg.
De huurder in 1742 was Frans Voet (1708-1771), een tapper, met een inwonende dienstbode, de huurwaarde bedroeg 300 gulden per jaar. Zijn inkomen werd geschat op 600 gulden per jaar. Hij trouwde in 1738 met de weduwe Johanna Juffers van de Brouwersgracht. In 1757 hertrouwde hij met Anna Koelman en woonde toen op de Boomsloot. Bij zijn begraven woonde hij op de Groenburgwal.
Thomas Osseweijer is een huurder?
Anthony de Hamer en Catharina Hekke verkopen het pand “de vergulde druif” aan Joseph Middendorp op 30 oktober 1771 voor 12.500 gulden.14 Joseph Middendorp kwam uit Meppen en was destillateur. In 1764 werd hij poorter.Hij trouwde in 1778 met Helena de Kruyf en woonde toen op het Singel. Er kwamen vijf kinderen Jan Daniel, Wilhelmus, Lambertus, Bernardus en Anna Maria, allen gedoopt in het Maagdenhuis. In 1775 was hij betrokken bij een geschil over huur van kamers; hetgeen leidde tot een vechtpartij. Zijn vrouw stierf in 1777, begraven vanuit het pand op het Singel, hoek Raamsteeg. Hij hertrouwde in 1778 met Maria Elisabeth Scholte, maar stierf in 1780. Zij hertrouwde Gerardus Schenk.
Gerardus Schenk was wijnkoper, en afkomstig uit Boxmeer. Hij was in 1781 getrouwd met de weduwe Maria Elisabeth Scholte, eigenares van het pand. In 1782 werd hun zoon Wilhelmus gedoopt in het Maagdenhuis. In 1788 is er iets veranderd aan het pand , want de verponding werd verhoogd. M.E. Scholte overleed in 1809 in de Korte Leidsedwarsstraat.
Het pand vererfde op haar zoon Wilhelmus Schenk. In 1807 verkocht hij voor f 7.500 het pand aan Jan Hendrik Siegman. Schenk werd in 1808 poorter; zijn beroep was tapper.
1816 M. Daamen, tapper, huurwaarde 300, 1 persoon, 3e klasse
1820 Hendrik Kramer, eigenaar, tapper,
1825 Hendrik Kramer, tapper, huurwaarde f 200, 4 personen, 4e klasse
1841 H.M. Derkson, tapper, huurwaarde f 275, 2 personen, 4e klasse
De kelder, de winkel, het bovenhuis, en de bovenste verdieping werden afzonderlijk verhuurd, aanvankelijk aan een dienstbode met haar vrijer, een schildersknecht, een schoenmaker en een gepensioneerde met zijn vrouw en twee kinderen.
Kleinnummer 78, buurt 25
Huisnummering 1875 337, buurt F
![]()
Singel tussen de Hei- en Raamsteeg.
Ochtends vroeg, bij het begin van de markt, dreigden voortdurend opstoppingen in het Singel te ontstaan, die met veel ruzie, stompen, schelden en zelfs messentrekken gepaard gingen. De havenmeester, tevens marktmeester, moest erop toezien dat de schepen goed aangemeerd lagen. Hij wees de aanlegplaatsen aan, schreef de handelaren in en inde de accijnzen. Er kwamen onder meer schepen uit Leiden, Delft, Rotterdam, Den Haag, Schagen en Amersfoort.
Jacobus F. de Jong, apotheker, woonachtig op de N.Z. Achterburgwal, echtgenote Sara Sophia. Zijn kinderen Gerardus jr en Sally Sophie erfden het pand.
In 1887-1888 is Jan Timmer (1853-), apotheker, huurder. Hij kwam uit Harlingen en was getrouwd op 40-jarige leeftijd op 26 april 1894 te Amsterdam met Anna Hendrika Jacoba Beijst, 29 jaar oud, geboren op 5 februari 1865 te Amsterdam. Zijn moeder was Grietje Ritsma (1820-). Ook zij bewoonde het pand voor 1893. Rond 1900 zou er aan Singel 319 een verbouwing plaats hebben gevonden; tekening in het Stadsarchief.15 Het echtpaar had een zoon Karel, geboren in 1904.
Jan ter Horst (Hoorn 1871-) , slager, in 1907 getrouwd met Agatha van Nood (1877-) uit Zoeterwoude. De kinderen Frans, Jan en Agatha Cornelia erfden het pand. (1919-1920)
Huurder (1911): Jan Hendrik Machiel Keller (1871-), vleeschhouwer, woonachtig Nassaukade 164.
Huurder (1932-1933): Evert Slikker, aanvankelijk rund- en varkensslachter, geboren 1891 in Zijpe, huurde het pand vanaf 1926, woonachtig Spaarndammerstraat 71, beroep graanhandelaar?
Huurder: D. Visser’s Goederenhandel.
Eigenaar (tussen 1940 en 1950?) is de Onderwijzers Spaarbank van het Nederlands Onderwijzers genootschap, gevestigd te Amsterdam. In Zuid-Holland kwamen dergelijke vereenigingen tot stand, en een gevolg van het oprichten van die vereenigingen was het verrijzen van het Nederlandsch-onderwijzers-genootschap, in 1842, welk genootschap bij Koninklijk Besluit van 15 Maart 1844 wettig werd erkend (vóór 1848 bestond in ons land geen vrijheid van vereeniging). Bij alle belangrijke aangelegenheden, het onderwijs betreffende, heeft het Genootschap zijn krachtigen invloed doen gelden, vooral in de jaren 1848, 1854, 1856, 1857, 1878, 1889. In ‘t bijzonder is het Genootschap den onderwijzers tot zegen geweest door zijn bekende instellingen, nl. 1. de Onderwijzers-spaarbank; 2. de Levensverzekering-Maatschappij; 3. de Paedagogische bibliotheek; 4. het Nederlandsche Schoolmuseum; en 5. het Ondersteuningsfonds.
Eigenaars 1951-1961: Emma Mael (1883-), weduwe van Karel Pelger (1885-1931), huisarts, en haar zoon Alfred Jan Karel Pelger (1918-2004) . Zij woonden Sarphatipark 86, Nassaukade 360 en Stadhouderskade 56
Huurder 1950-3: Mozes Cosman, boekhandelaar
Huurder 1953-4: Jacobus van Geenen, boekhandelaar in de ‘De Boekenhoek’
Jan Jacobus Juriaen van der Heide (1886-), zonder beroep en Hermina Leerink, weduwe, eigenaar van Prinsengracht 901, naast het Deutzenhofje?
In 1954 trok Henk Brinkman in het pand op de hoek van het Singel en de Raamsteeg in Amsterdam. In de veertig jaar daarna is Antiquariaat Brinkman een begrip geworden in de neerlandistiek en een aantal andere vakgebieden voor het betaalbare antiquarische boek.16
![]()
In de jaren zestig heeft de gemeente de panden aan de Zuidzijde van de Rosmarijnsteeg aangekocht om t.z.t. deze steeg te verbreden als begin van de reeds lang geprojecteerde doorbraak via Raamsteeg, Oude Spiegelstraat, Wolvenstraat, Berenstraat naar de Elandsgracht.

Gerard of Gerrit Bicker is waarschijnlijk geboren op de OZ. Achterburgwal, niet ver van het Oudemannenhuis. Hij is vernoemd naar zijn grootvader Gerrit Pietersz Bicker, een van de oprichters van de VOC. ![]()
Zijn vader Andries Bicker en moeder Trijntje Jans Tengnagel kregen elf kinderen:
Jannetje (1616), Marritje (1618), Aeltje of Alida (1620-1702), Gerrit [= Gerard] (1622-1666), Nicolaes (1625-1625?), Jan (1626-1657), Neeltje (= Cornelia) (1629-1708), Elisabeth (1631-1666), Heindrick (1632), Jacob (1635) en Andries (1636-1637?).
In 1625 en 1637 werden twee kinderen begraven van de OZ. Achterburgwal, resp. het Oudemannenhuis. Jan was zwaarlijvig evenals zijn broer, woonde op de Keizersgracht (bij de Leliegracht) en trouwde nooit. Van de overige kinderen is niets bekend.
Vanaf 1625 tot 1634 verleenden de Staten van Holland, ondanks verzet van de
Gooilanders, toestemming aan Andries Bicker, P.C Hooft, Adriaan Pauw en andere regenten tot een drooglegging van de Hilversumse ‘onlanden’ ten behoeve van de zandwinning en de aanleg van een twaalftal buitenplaatsen.38 Andries kocht in 1634 een vijftal kavels, nu Spanderswoud in ‘s Graveland.[Laarse, R. van der (2015). Amsterdam en Oranje: de politieke cultuur van kasteel en buitenplaats in Hollands Gouden Eeuw. In: Y. Kuiper, B. Olde Meierink, & E. Storms-Smeets (Hrsg.), Buitenplaatsen in de Gouden Eeuw: de rijkdom van het buitenleven in de Republiek (p. 79). (Adelsgeschiedenis; Nr. 14). Verloren.]
Hij investeerde in de Purmer Schermer en Heerhugowaard. Namens de stad was ambachtsheer van Amstelveen, Nieuwer-Amstel, Sloten, Sloterdijck en Osdorp.

De familie is voor 1637 verhuisd naar de Kloveniersburgwal 86, een van de zogenaamde nummerhuizen met achter een pad naar de Gasthuiskerk aan de Grimburgwal. Zijn dochter Alida trouwde in 1639 met (majoor) Jacob Bicker, en bleef wonen op de OZ. Achterburgwal, evenals Cornelia die in 1656 trouwde met Joachim Irgens, een schatrijke koopman uit Rendsburg en mijnbouwspecialist.[5][6] Dat echtpaar verhuisde voor 1664 van Keizersgracht 218-220 naar Kopenhagen. In 1678 verkocht zij het landgoed Spanderswoud aan Geertuid Bicker, haar nicht, om daarmee de vele schulden van haar overleden man te vereffenen.[F. van der Meer (2008) Een Deense magneet tussen Vecht en Eem, p. 250].
Uit: Cordes, R. (2008). Jan Zoet, Amsterdammer 1609-1674: Leven en werk van een kleurrijk schrijver, p. 267-. komt de volgende tekst:
Ook gebeurtenissen van geringer gewicht konden rekenen op [Jan] Zoets aandacht. De aanstelling op 24 maart 1649 van Gerard Bicker als de nieuwe drost van Muiden, is hem dan ook niet ontgaan, zowel wat betreft de feestelijke intocht, als de achterliggende politieke bedoelingen. Na het overlijden van P.C. Hooft in 1647 was het ambt van Drost te Muiden twee jaar onbegeven geweest door een conflict tussen de Ridderschap en de Staten van Holland.72 Aanvankelijk had Amsterdam burgemeester Albert Coenraets Burgh kandidaat gesteld, maar deze overleed in 1647 in Rusland [Veliky Novgorod]. Daarna werd Gerard Bicker naar voren geschoven, door Elias gekwalificeerd als ‘een door overmatige vetzucht ontzenuwde, onbekwame losbol’. Zijn door Van der Helst geschilderde portret illustreert deze uitspraak enigszins, maar de typering kan ook door het portret zelf opgeroepen zijn.73 Als tegenkandidaat stelde de befaamde diplomaat Adriaen Pauw zijn zoon Reynier Pauw voor, die echter volgens Elias in Amsterdam nooit helemaal vertrouwd werd.74 Toen de tweespalt was bijgelegd, bleek de keuze voor stadhouder Willem II niet moeilijk, want door te kiezen voor Pauws zoon zou hij Bicker en de Amsterdamse vroedschap van zich vervreemden. Deze stad had hij nodig ter verwezenlijking van zijn buitenlandse politiek. Toch leverde zijn keuze voor Gerard Bicker hem weinig politiek voordeel op, want Andries Bicker, de machtige burgemeester en vader van Gerard, was niet geporteerd van Willems Fransgezinde politiek.
Op 5 mei 1649 is Gerard als drost in Muiden benoemd en ingehuldigd.[Simone van der Vlugt : Wij zijn de Bickers! p. 129]
Behalve zes toneelwagens met spectaculaire allegorische tableaux vivants, door de
Amsterdamse schouwburghoofden (Jan Vos) vervaardigd, staan er nabij Muiden gewapende burgers opgesteld die vreugdesaluutschoten afvuren, zijn er spetterende vuurwerken, en komen Muider meisjes de nieuwe drost begroeten. De publieke belangstelling is massaal, getuige de bijna tot zinkens toe bevolkte bootjes in de Vecht en de door kijkers beklommen krakende luifels, daken en bomen langs de route.[Blameren en demoniseren Satirische pamfletliteratuur in de zeventiende-eeuwse Republiek door Marijke Meyer Drees]

Op vrijdag 24 december 1649, de dag voor Kerst, zijn er vijf akten opgemaakt door notaris Coren. Het lijkt erop dat er getuigen langs zijn gekomen om vader Andries Bicker te overtuigen van de goede eigenschappen van Alida Conings. Die maakte duidelijk dat zij al jaren omgang heeft met zijn kinderen en dineetjes of feestjes geeft; de buren (prof. Barleus) kent; een doek of shawl meebrengt als zij op bezoek is geweest. Dat haar moeder net buiten Diemen een hofstede huurt van de (onbetrouwbare) burgemeester Anthonie Oetgens van Waveren, die evenwel gunstig gelegen is aan de weg naar Weesp of ‘s Graveland, dat zij over een boomgaard beschikken en op wijn tracteert, is waarschijnlijk een pluspunt. Dat haar grootvader muzikant was, dat haar vader impostmeester over bier en tabak was; dat haar broer bevriend is met de zonen; haar neef advocaat is.
Uit: Hans Bontemantel (1897) De regeeringe van Amsterdam, soo in ‘t civiel als crimineel en militaire (1653-1672), p. 471-472
Vonnis van het Hof van 3 Juni 1650. ‘In der saecke, hangende voor den Hove van
Hollant tusschen Gerardt Bicker, Drost van Muyden, ende Andries Bicker,
Burgemeester derstede Amsterdam, voor hen selven, mitsgaders als man ende voocht van sijne huysvrouwe ende, voorsooveel des noot, procuratie van deselve hebbende, eyschers in rau-actie ende verweerders in reconventie, contra Alida Conincks, verweerster ende eyscheresse.
‘t Hof enz., doende recht in reconventie, condemneert den verweerder in ‘t selve
cas, op eerlijcke ende redelijcke voorwaerden, tot discretie van den Hove, tot
voltreckinge van de troubeloften mette eyschersse in ‘tselve cas, voortste procederen tot het trouwen in facie ecclesie, volgens de placaten ende costuymen deser landen; condemneert insgelijcx de voorn. gevoechdens ‘t selve te gehengen ende gedogen enz. Gedaen in Den Hage, den 3 den Junij 1650’.
Vonnis van den Hoogen Raad van 27 Mei 1651. ‘’t Hoff enz., doet te niet de
sententie van den Hove Provintiael in questie, ende, doende van nieus recht,
interdiceert de gedaegde (Alida Conincx) haer mette troubeloften, soo mondelingh
als schriftelijck, breder in den processe vermelt, tegens den impetrant tot sulcken
effecte te behelpen, omme uyt crachte van dien hem te constringeren tegens sijnen
ende sijner ouderen danck met haer, gedaegde, te moeten trouwen’ enz.
Interpretatie van den Hoogen Raad van 23 Maart 1652. ‘’t Hoff, doende recht enz.,
interpreterende de sententie van desen Rade in date den 27 Mey 11., verclaert dat,
de ouders van den voorn. Drossaert tot haren overlijden toe persisterende in haer
dessadveu ende oppositie tegen desselffs huywelijck met Alida Conincx voornoempt, ende hij, Drossaert, selffs tot het voors. overlijden toe ende oock nae dode van beyde sijn ouders, persisterende in sijn respect ende gehoorsaemheyt aen deselve, niet en sal bij Alida Conincx, uyt crachte van de mondelinge off schriftelijcke troubelofte, breder in den principalen processe vermelt, connen ofte mogen werden geconstringeert, ‘t sij bij ‘t leven, ‘t sij oock bij de doot van sijne ouders, omme mette voorn. Alida Conincx te moeten trouwen in facie ecclesie; verclaert wijders dat den voorn. Drossaert, ‘t sij bij ‘t leven, ‘t sij naer doode van sijne ouders, sich willende begeven in huywelijck met yemant anders,
ofte willende als nu noch sustineren dat Alida Conincx hem niet sal mogen beletten
met een ander te trouwen, sij, Alida Conincx, soo bij desen als voorige sententie
onverlet blijft ende in haer geheel omme haer voor desen Rade daertegens te mogen
opposeren, behoudens den Drossaert ende sijne ouders haerluyden defencie ende
sustinue ter contrarie’.
Vonnis van den Hoogen Raad van 24 Februari 1656. ‘Gesien bij den Hoogen Rade
in Hollant ende de naer beschreven adjuncten, van wegen de Hoge Overheyt daertoe
gecommitteert, het proces in materie van propositie van erreur tusschen Alida Conincx enz., impetrante in cas van revisie ter eenre, ende Gerart Bicker, Drossaert van Muyden enz., gedaechde in ‘t selve cas ter anderen sijde, doende recht enz. verclaren in de sententie, in date den 27sten Mey 1651, mitsgadersin de interpretatie van deselve sententie, daerop gevolcht in date 23 Martij 1652, beyde in questie erreur te wesen, doet te niet deselve sententie enz., ende verclaren den gedaechde bij de sententie van den Rade Provintiael, in date den 3 den Junij 1650, te wesen niet beswaert enz. Aldus gedaen bij den Hoogen Rade ende bij de Heeren ende Mr. Willem van der Goes, Jacob van der Graef ende Adriaen van Almonde, Raden in den Hove Provintiael, Arent van der Dussen, Raed ende Pensionaris der stadt Delff, Johan van Wevelinckhoven, Raed ende Pensionaris van Leyden, Cornelis van Dussen, Secretaris der stede Schiedam, ende Nicolaes de Raet, Burgemeester der steede Hoorn’. (Civ. en Jud. Aant. II p. 163 sqq.).