OZ Achterburgwal 188

De vroegst gevonden vermelding van het huis aan de Oudezijds Achterburgwal 188 dateert van 8 januari 1637. Op die dag kocht de uit Antwerpen afkomstige koopman Isaac van Hertsbeeck (1589–1668) een huis tegenover het Rusland van de diaconie van de (Nederduits-) Gereformeerde Kerk.

Het huis aan de Oudezijds Achterburgwal 188 ontstond vermoedelijk rond 1596, toen het terrein van het voormalige Agnietenklooster opnieuw werd ingericht en bebouwd. In 1637 kwam het in bezit van de uit Antwerpen afkomstige koopman Isaac van Hertsbeeck. Hij is vooral bekend als een van de schuldeisers van Rembrandt, maar over zijn beroep handelsactiviteiten, familie en woonadressen bleek in de Rembrandtliteratuur weinig te vinden.

Na de Alteratie in 1578 kregen de meeste kloosters een andere bestemming, maar de Agnietenkapel werd pas in 1585 geconfisqueerd. De bebouwing rond het voormalige binnenterrein werd aangepast.

Isaac van Hertsbeeck

Isaac van Hertsbeeck van Antwerpen, 30 jaar oud trouwde in 1620 met Geertruijd van der Veken en woonde toen op de Herengracht. In 1622 kocht hij een huis op de Middeldam, naast de ingang van de Beurs. Het zal een winkel zijn geweest, want zijn beroep was boterverkoper, maar handelde ook in reuzel. In 1622 werd Suzanne geboren. De moeder overleefde het niet want hij hertrouwde in 1625 met Trijntje ofwel Catrijna Gerrits Visschers, de weduwe van een Remonstrant.1  In 1626 werd Hendrik (-1669) gedoopt; in 1627 Geertruid; in 1629 Pauwel; in 1632 Pieter en in 1634 Hester. Inmiddels had hij vier kinderen begraven (vanuit een pand op de NZ. Voorburgwal, genaamd de Karsseboom) in de tegenover gelegen Nieuwe Kerk waar hij een dubbel graf had gekocht. Op 8 januari 1637 kocht hij een huis op de Oudezijds van zijn buren aan de noordkant, de diaconie van de “nederduytsche” gereformeerde kerk “tegenover het Rusland”. Achter was een keuken, privaat, waterput en steegje; een van de borgen was zijn broer Pauwel of Paulus.2  Hij kocht in hetzelfde jaar ook twee huizen op de oostzijde van de NZ Voorburgwal, een was de Bonte Haan. Hij bezat een aandeel in de Westindische Compagnie?3 Op zeker moment, voor 1641,  verhuisde Van Hertsbeek naar de Koningsgracht, nu Singel 272. Zijn broer Paul  (1595-1663?) woonde bij zijn ondertrouw in 1641 op de OZ. Achterburgwal; misschien wel in het onderhavige pand. Ook Jacob was een broer, maar die woonde in Leiden en handelde in zeep.

Isaac leende op 14 maart 1653 aan Rembrandt f 4.000 gulden tegen 5% rente voor de de financiering of bestaande schulden op een dubbelpand in de Jodenbreestraat.4 5 6 7 Rembrandt had zijn huis aan de drie schuldeisers in onderpand gegeven die wegens wanbetaling de executie ervan konden afdwingen en daar zat vooral Van Hertsbeeck achter (volgens Bosman).8

Compareerde voor Schepenen onderges. Rembrant Hermansz, 
schilder, ende geliede schuldich te wesen Isaac van Hertsbeeck 
de somme van Vierduijsend ende tweehonderd gulden van 
geleende penningen, belovende de voors. somme te betaelen over 
een jaer nae dato deses, hiervooren verbindende alle sijne goederen, 
ende geloospant. Actum in Amsterdam, den 14 Martii 1653, 
geteeckent Simon van Hoorn ende Roeter Ernst.

Na de veiling van eerst Rembrandts roerende in november 1657 en daarna zijn onroerende goederen op 1 februari 1658 eiste Van Hertsbeeck met voorrang zijn geld op, want hij was net als Witsen in het bezit van een schuldbrief. De opbrengst was bestemd voor degenen die een hypotheek op het huis hadden (Titus van Rijn, Witsen, Van Hertsbeeck).  Witsen had op 22 februari 1658 wel zijn geld teruggekregen. Begin maart 1658 verhuisde Rembrandt naar de Rozengracht, maar Hendrickje eiste nog een eiken kast op die was achtergebleven. Op 4 december 1658 kreeg Van Hertsbeeck zijn geld. Volgens de verdediger Louis Craijers kon Van Hertsbeeck geen aanspraak maken op de opbrengst bij de verkoop van het huis. Op 5 mei 1660 stelden de schepenen Craijers in het gelijk; Van Hertsbeeck kreeg de opdracht het geld te restitueren. Het geld ging niet naar Rembrandt maar is onder Craijers, de voogd van Titus gesteld.

In oktober 1661 ging zijn broer Paulus van Hertsbeeck failliet.9 Het zou kunnen dat Isaack vanaf dat moment nog andere belangen had dan Rembrandt of Titus. Van Hertsbeeck ging in hoger beroep. Hij had ernstige twijfels over de hoogte van de taxatie van Rembrandts goederen. Hij verloor twee maal (1662 en in juni 1665) en is gedwongen  het geld aan Craijers terug te betalen, en moest zelfs de proceskosten dragen.10 11

Van Hertsbeeck bleek in 1668 ook eigenaar van het hoekpand bij de Sint Agnietenstraat te zijn geworden; dat pand is geërfd door zijn dochter Catharina die in 1652 was getrouwd met de predikant Laurens Laurentius uit Nijmegen.  Hun dochter Catharina Laurentius (1654-1727) trouwde in 1674 met Dirk Munter (1648-1701), eveneens als eigenaar geregistreerd, want gehuwde vrouwen moesten zakelijke transacties aan hun echtgenoot overlaten.12 In 1711 liet de weduwe het hoekpand verkopen door Lucas Trip, koopman op de Levant, voor 7000 gulden (op termijn). In 1740 werd het hoekpand door twee partijen bewoond verdeeld over een voor- en achterpand. Aan de zuidzijde was een “gemeene muur”. De verkoopprijs was  f 10.000.

Isaack van Hertsbeeck werd op 19 juli 1668 begraven vanaf het Singel (272). Volgens Montias was Van Hertsbeeck een orthodoxe Calvinist.13. In 1634 was Festus Hommius, afkomstig uit Jelsum, een contra-remonstrant, zijn zwager geworden.14 Hommius was in 1618 afgevaardigde naar de Synode van Dordrecht en werd betrokken bij de Statenvertaling van het Nieuwe Testament en de apocriefe boeken, eerst als revisor, later als vertaler. Er zitten mogelijk nog meer predikanten in de familie, zoals Justus van den Bogaart in Utrecht.

 De familie Brouwer

Op 4 juli 1663 trouwde (zijn jongste dochter) Wijbrechtje van Hertsbeeck met Johannes Brouwer van de Herengracht. Wijbrechtje stierf in 1709 en had het onderhavige pand over aan haar kinderen overgedaan: Gerbrand (1664-1712) en Isaack (1668-1737). Isaack Brouwer erfde in 1712 ook als enige erfgenaam van zijn broer Gerbrand en schoonzuster Eva van der Does?15 In 1723 liet Isaac Brouwer een testament opmaken in Alkmaar en verkoos zijn nichtje Elisabeth tot zijn enige erfgenaam.

Hij betaalde trouw f 43,35 gulden aan verponding. Dat bedrag is vanaf 1731 niet veranderd in de 18e eeuw en dat betekent dat er daarna nooit grote wijzigingen zijn aangebracht. Op de beide panden lag een fedeï commis, d.w.z. dat de panden mochten niet verkocht of verdeeld worden. Het bezit moest kortom binnen de familie blijven. Isaack Brouwer stierf kinderloos.

Elisabeth Brouwer (-1749) was in 1725 getrouwd  met de timmerman Caspar Grijpstroo en woonde in de Langestraat te Alkmaar. Ze erfde als enige erfgenaam landerijen in de Beemster van haar oom Isaack. In 1744 was zij een rijke weduwe en had een buiten en een dienstbode. Haar zoon Cornelis Grijpstroo, herbergier, was erfgenaam en verkocht het onderhavige pand, nadat het fideï commis was opgeheven door het Hof van Holland met een WILLIGE CONDEMNATIE?

Uit het Redres op de verpondingen (uit 1731) blijkt dat het pand (349) werd bewoond door Hendrik Beli van Belford, huur f 520 per jaar. Er waren geen dure behangen kamers.16

In 1726 had Beli een huis gekocht in de Nes, dat hij een halfjaar later verkocht vanwege zijn faillissement. In 1727 had hij slaande ruzie met zijn dochter om een huwelijkskandidaat en haar wens om de Franse school te verlaten.
File:Gerrit Lamberts (1776-1850), Afb 010097001802.jpg - Wikimedia Commons
Tekening door Gerrit Lambert (1816) In het hoekpand was de tapperij Westfalen gevestigd tot 1902? Na 1914 verbouwd? In het pand aan de overkant van de straat was lange tijd een brandweerpost

Het pand in wijk 9 (verpondingsnummer 2413) werd in 1742 bewoond door Clasina Croese(n), de weduwe van de boekhouder Evert de Marre. Het paar was in 1693 getrouwd; Evert overleed in 1718 op de Binnen-Amstel. Clasina leefde sindsdien als rentenierster van haar vermogen. In een onbekend jaar verhuisde zij naar het onderhavige pand, waar zij een jaarhuur van 520 gulden betaalde en één dienstbode hield.

Met een gemiddelde huur van bijna ƒ 509 gulden behoorde dit specifieke stuk van de Oudezijds Achterburgwal in 1742 tot een behoorlijk welvarend deel van de stad. Het pand van de familie De Marre (ƒ 520) zat nagenoeg exact op het gemiddelde van dit stukje straat. Hoewel het een erg dure woning was vergeleken met de rest van Amsterdam, was het op de Achterburgwal zelf dus een heel representatief pand.
Met een geschat jaarinkomen van 2.000 gulden zat zij net boven het gemiddelde van alle Amsterdamse belastingaangeslagenen (1.942 gulden), waarmee zij tot de rijkste 10% à 12% van de stad behoorde. Haar directe straatbeeld kende een sterke middenklasse en flink wat bedrijvigheid: er bevonden zich twee tapperijen en het hoekpand huisvestte een wafelhuis met een achterliggende bakkerij. Clasina Croese werd op 14 november 1742 begraven in de Oude Kerk, waarna haar omvangrijke obligatieportefeuille onder haar erfgenamen werd verdeeld. Haar zoon, Evert de Marre junior, duikt een halve eeuw later  op als boekhandelaar of handlanger in het illegale patriottische circuit.17

Christiaan Stuurman

Christiaan Stuurman (-1759) was een wijnkoper, brouwer, schepen en tussen 1749 en 1758 een van de burgemeesters van Alkmaar. Hij kocht het onderhavige pand in 27 mei 1751 voor 5000 gulden van de erfgenamen van Mr Hendrik van Hertsbeeck.18 Stuurman is in 1753 benoemd bij de Admiraliteit van Amsterdam. Hij was getrouwd met P.C. Groen.

Timon Henricus Blom

Op 16 december 1806 kocht Timon Hendrikus Blom “uit de hand” 2/3 huis en erf, het tweede huis van de Sint Agnietenstraat  van de erven Stuurman; een verdieping had hij al in zijn bezit.19

Timon Blom (Schoorl, 11 februari 1763 – Alkmaar, 28 mei 1843) was een Alkmaarse ijzerhandelaar en de zoon van Simon Blom (II-a) en Alida de Meester. Als overtuigd patriot engageerde hij zich in het Alkmaarse genootschap ‘Burgerhart‘, dat streefde naar directe politieke invloed van de burgerij. Na de Bataafse omwenteling kreeg hij daadwerkelijk zitting in het Administratief Bestuur van de stad (1795–1802 en 1811–1813). Alkmaar toonde zich in deze revolutionaire periode vooruitstrevend; de stad was immers al sinds 1604 de eerste Noord-Nederlandse stad waar Joden zich vrij mochten vestigen.
Op 23-jarige leeftijd ging Timon in ondertrouw in Medemblik (4 april 1786) en trouwde hij op 30 april voor de kerk in Alkmaar met de 20-jarige Anna Bucerus, dochter van de Medemblikse predikant Sigbertus Bucerus en Elisabeth Stuurman. Het jonge gezin werd al snel meegezogen in de roerige landspolitiek. In de lente van 1787 leek een patriottische overwinning nabij, maar de koning van Pruisen greep militair in en hielp de stadhouder terug in het zadel. De patriotten moesten ondergronds en Willem V zuiverde het stadsbestuur met koningsgezinde volgelingen. Timons vader, Simon Blom, kreeg in dit crisisjaar zwaar te lijden onder de agressie van het ‘Oranje-grauw’. Twaalf jaar later, tijdens de Brits-Russische inval van 1799, werd de familie opnieuw zwaar getroffen. Naast een schadepost van 400 gulden wegens Frans-Hollandse inkwartieringen, plunderden en vernielden Engelse en Russische troepen in september voor maar liefst 3.500 gulden aan huisraad en boeken. Het gezin, en uiteindelijk ook Simon zelf, sloeg op de vlucht.
Na het overlijden van Anna Bucerus in 1801 (35 jaar oud), hertrouwde de inmiddels 41-jarige Timon op 19 februari 1804 voor de kerk met de 32-jarige Guurtje Bruinvis (overleden 1833). Blom bleef ook na de woelige Franse tijd maatschappelijk zeer actief. Mogelijk was hij in Alkmaar aangesteld als vrederechter, maar zijn blijvende monument werd de volksbibliotheek. Op 11 januari 1804 deed hij in de raad het voorstel om “ter verlichting van den zoogenaamden gemeenen man (…) eene kleine leesbibliotheek op te richten”. Na het nodige commissiewerk en met de steun van de regenten van het Gasthuis, die voor huisvesting zorgden, werd deze voorloper van de openbare bibliotheek op 15 april 1807 officieel gesticht.

Als in 1832 het Kadaster begint, is H. Blom te Alkmaar eigenaar van het pand. Of het pand naar zijn broer Hendrik ging is onwaarschijnlijk, want die stierf al in 1820; mogelijk gaat het om een van de kinderen.

De volgende eigenaar is Andries Johannes Muller (1840-) boekbinder, in 1859 woonachtig op ‘t Kattegat. Hij trouwde in 1862 en verhuisde naar Agnietenstraat 2 en/of 4.

Kadaster 237 Suppletoire aanwijzende tafel. 1832 – 1864

Oudezijds Achterburgwal 214 (= het Kleinnummer tot 1875)

Bevolkingsregister (1851-1853) in het stadsarchief

Tussen 1864 en 1893 staan ca 129 personen geregistreerd op Oudezijds Achterburgwal 188, buurt B.

Bevolkingsregister (1864-1893) in het stadsarchief

File:Oudezijds Achterburgwal 188 across.JPG

Enkele bewoners/huurders:

Johannes Bontjes (1796-1867), lakenkoper, winkelier? Hij trouwde in 1820, 24 jaar oud, toen was hij kantoorbediende. Zijn gelijknamige zoon (1833-) was boekhandelaar.

Levie Marcus Mandaat (1824-1892), diamantslijper, koopman, afkomstig of vertrokken naar Parijs? Hij had zeven dochters en een zoon.

Joseph Cardozo (1836-), letterzetter, de zoon van een boekbinder, een familie met doofstommen? Zijn gelijknamige zoon (1889-1945) was leraar Frans in het middelbaar onderwijs en communist; afgekeurd voor militaire dienst vanwege lichamelijk gebrek, trouwde in 1921 in Den Haag; hij stierf in Auschwitz, na inval op onderduikadres Nieuwe Herengracht 35.20

Salomon van Biene

In de familie “van Biene” komt opvallend veel artistiek talent komt voor. Het begon met Salomon die in 1813 werd geboren in Rotterdam. Hij was toneelspeler, die in 1844 samen met Nathan Judels, Pierre Boas, Abraham van Lier en Samuel Kapper de Salon de Variétés in de Amstelstraat had opgericht.21 Het theater richtte zich op vaudevilles. Zij huurden een tent en ging alle kermissen in de provincie af. Joseph van Biene (1885-1915) en Jacques van Biene (1866-1934)  theaterdirecteur, waren zijn zonen. Zijn dochter Elize, actrice van 1886 tot 1930, trouwde met Sam Poons.

Cohen, J. F. (2015). De onontkoombare afkomst van Eli d’Oliveira: Een Portugees-Joodse familiegeschiedenis. Querido.

File:Salomon van Biene - Tooneel-herinneringen (1900).jpg
Salomon van Biene – Tooneel-herinneringen (1900)

Salomon (Sam) Poons (Den Haag, 22 augustus 1859 – Amsterdam, 18 juni 1932) trouwde in januari 1889 met Elisabeth (Elize) van Biene (Amsterdam, 4 oktober 1864 – Amsterdam, 2 april 1931). Zij was toneelspeelster en pianiste; hij was toneelspeler en operazanger (bariton). Sam trok bij zijn schoonouders in op de Oudezijds. Rond 1890 werkte hij met Joseph van Biene in Parijs? Vanaf 1912 mededirecteur en huurder van de Hollandse Schouwburg op de Plantage. In 1916 werd  “Jus Suffragii, de Vrouwen-Revue” opgevoerd dat anti-Duits, anti-militairistisch, anti-kapitalistisch was, maar pro-vrouwenkiesrecht. Elise stond bekend om haar ‘transformatie prestaties’, waarin de actrice meerdere rollen in hetzelfde stuk op zich neemt en zich telkens moet verkleden.  Zeker is dat Sylvain Poons (20 jaar oud, de zoon van Salomon Poons) en de actrice mevrouw Marie Bigot–Eggers deel uitmaakten van de “cast”. Na 1923 kwam er politiecontrole in de schouwburg om indien nodig een proces-verbaal opmaken.22

Het levensverhaal van Elise Poons, geboren Van Biene door Frits Slicht in 2018

Als jongste zoon  was  Sylvain Poons min of meer voorbestemd voor de planken, net als zijn oudere zuster Fanny Ella, die bekend werd onder de naam Faniëlla Poons. Zij zijn waarschijnlijk op de Zwanenburgwal geboren?23 24 De schouwburg werd in 1938 gesloten, vlak na een verbouwing en het faillissement.25 De hoge huren en een belastingschuld veroorzaakten dit einde.

De adresboeken leverden nog de volgende bewoners op:

  • Feder & van Houtum, P. van der Heuvel, tabakhandelaren op het Rokin
  • J.F. Jonkhart & A. Morel, 1905 tabakhandelaren in vennootschap met zijn broer Christoph Frederik tot 1 maart 1906, daarna met een derde vennoot August Morel. Jan Frederik stapt uit deze firma op 19 januari 1911; hij vertrok naar Heemstede.

Firma Ingenhoes

Hendrik Wïjnand Ingenhoes (1823-1880?) afkomstig uit Tiel, was een meubelmaker op ‘t Rusland.26 Hij woonde aanvankelijk in de Jonge Roelensteeg en was in 1850 getrouwd met E.C. Balthazar uit Amsterdam; beide vaders waren schoenmakers. Het echtpaar had negen zonen en een dochter.27 Zij waren of Waals-Hervormd. Hij had een behangerij en beddenmakerij en leverde gordijnen, tapijten, linoleums, maar deed ook onderhoud en betimmeringen, etc. De achternaam is soms en onjuist als Ingenhoest genoteerd. In 1880 sloot de weduwe een kontrakt met haar zoon J.F.H. Ingenhoes (1852-) die enige tijd in Parijs werkte. Vanaf 1892 hofleverancier. In 1914 kwam C.P.L.H. Ingenhoes (1869-) in de zaak; in 1915 gevolg door zijn zoon Lambertus (1889-Naarden? ) en Jan Franciscus.

De firma Ingenhoes heeft in totaal 106 jaar haar bedrijf gerund op OZ. Achterburgwal 197-199, Rusland 1, 3 en 5 , en vanaf 1915 met magazijn en toonzaal in deze panden. De werkplaats was in de Sint Agnietenstraat 2. Mogelijk gaat het om twee poten, want er zijn twee soorten rekeningen aan het Genootschap Artis. Rekeningen over reparatie van meubels waren apart van de gordijnen en tapijten. In 1923 werden de panden aan het Rusland verbouwden kwam er een nieuwe voorgevel over de gehele lengte.

Vanaf 1881 werkzaam voor Artis Magistra Natura; de firma ging vaak langs. Het aquarium werd belegd met lopers en perzische tapijten; in de concertzaal en de woning van de directeur is tot 1930 regelmatig onderhoud gepleegd; in de bibliotheek werden gordijnen afgeleverd, etc. De firma Ingenhoes leverde meubilair voor de inrichting van het stadhuis, I.C.C., Nederlandsche Bank, Rijksverzekeringsbank en tal van particuliere
bankgebouwen. Dat zij zich niet tot het leveren van meubilair beperkte, bewijzen nog steeds de monumentale deuren van de Grote Club in de Paleisstraat. Zij ontwierpen ook de Amsterdamse schoolboekenkasten? In 1954 verkoos de laatste Ingenhoes voor opheffing, omdat een opvolger in de dagen van massaproductie, uniformiteit en vervlakking onvindbaar was. De stoffeerderij, gordijn- en tapijthandel A.H. Ingenhoes op de Achterburgwal, gedreven door twee neven van de heer L. Ingenhoes, onveranderd bleef bestaan.28

Het pand OZ Achterburgwal 188 werd tot 1939 bewoond door Wed. Johanna Margaretha Ingenhoes (1896-) handwerkonderwijzeres en Herm. Martens, makelaar in tabak. Uit de akten tussen 1936 en 1974, moeten de eigenaren tijdens WOII blijken.
1975-1985 de opvolgers
Het Kadaster heeft ook gegevens over de laatste eigenaren na 1985, die weer niet bij het Stadsarchief bekend zijn.
  1. https://issuu.com/gardnermuseum/docs/rethinking_rembrandt_web ↩
  2. Kwijtschelding 8/1/1637 ↩
  3. In 1639 deed ook Paulus zaken in Nederlands Brazilië en financierde de overtocht van een soldaat? Paulus of Pauwel, was banketbakker op ‘t Rokin. Montias vermoedde dat hij in verfstoffen handelde, maar dat gaat om een oomzegger. ↩
  4. Rembrandt: A Life By Charles L. Mee Jr. ↩
  5. A Corpus of Rembrandt Paintings IV: Self-Portraits edited by Ernst van de Wetering, p. 344 ↩
  6. Rembrandt betaalt zijn rekening niet ↩
  7. Rembrandt’s Bankruptcy: The Artist, His Patrons, and the Art Market in … von Paul Crenshaw, Rembrandt Harmenszoon van Rijn. p. 53, 70, 80, 82 ↩
  8.    https://oudholland.rkd.nl/index.php/reviews/32-review-of-machiel-bosman-rembrandts-plan-de-ware-geschiedenis-van-zijn-faillissement ↩
  9. Montias ↩
  10.   Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland: de hoofdlijnen van het … von Maria Charlotte Le Bailly, p. 91 ↩
  11. Mr Hendrick van Hertsbeeck,  de advocaat in de familie, was de zoon van Isaac van Hertsbeeck, die zeven jaar lang procedeerde tegen Rembrandt en zijn zoon Titus. Hij liet zich portretteren door Gerard ter Borch. ↩
  12. Het kinderloze echtpaar woonde riant op Herengracht 54. Munter werd twee keer burgemeester rond de eeuwwisseling. Zij was regentes van het Burgerweeshuis. ↩
  13. MONTIAS, JOHN MICHAEL. “Art Collectors and Painters II: Jacob Swalmius and Rembrandt.” Art at Auction in 17th Century Amsterdam, Amsterdam University Press, 2002, pp. 164–79, http://www.jstor.org/stable/j.ctt45kd6h.25 ↩
  14. Onwettig predikant te Warmond 1597-1598. Bedankte als proponent in 1598 voor Finkum en Hijum. Trad in 1599 te Dokkum in dienst. Als veldprediker tegenwoordig bij het beleg van de stad Grave in 1602. In datzelfde jaar werd hij beroepen en op 22 december 1602 bevestigd te Leiden. Benoemd tot regent van het Statencollege op 20 juli 1619. Van deze taak ontheven op 16 juli 1641.[99. https://protestantsegemeenteleiden.nl/wp-content/uploads/2018/08/predikanten_Hervormde_gemeente_Leiden_1566_-_2006.pdf ↩
  15. https://www.knggw.nl/raadplegen/de-nederlandsche-leeuw/1909-27/127/ ↩
  16. https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/5045/41.10/start/10/limit/10/highlight/4 ↩
  17. Sofie Cerutti Illegale handel in boeken rond 1791. Paapes Biografie van Willem V of hoe een boekhandelaar in het rasphuis belandde ↩
  18. Chr. Stuurman in het Stadsarchief ↩
  19. Timon Blom in het stadsarchief ↩
  20. https://www.joodsmonument.nl/nl/page/457807/inval-op-onderduikadres ↩
  21. https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Salomon_van_Biene ↩
  22. https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Geschiedenis_van_de_Plantage_Schouwburg ↩
  23. https://www.joodsamsterdam.nl/hollandsche-schouwburg/ ↩
  24. http://operanederland.nl/2018/12/04/reportage-50ste-sterfdag-faniella-lohoff-poons/ ↩
  25. https://geheugenvancentrum.amsterdam/nl/page/1970/de-laatste-jaren-deel-2-1933-–-1939 ↩
  26. De familie stamt oorspronkelijk uit Zaltbommel en Limburg. ↩
  27. Leendert Adriaan Christoph (1854-) was de vader van de schilder en tekenaar Jan Franciscus Hendrik Ingenhoes (Londen 1882 – Wenen 1948) woonachtig in Amsterdam tussen 1920-1931? ↩
  28. WED. H.W. INGENHOES & ZOON 1848 – 1954 door M.G. Emeis jr. In: Maandblad Amstelodamum 1954 ↩

Loading