Isaac le Maire, koopman in de Kalverstraat

Lemairs polder bij Den Helder. Kaart uit 1641 door Claes Jansz. Visscher
Isaac le Maire (Doornik, ca. 1559 – Egmond aan den Hoef, 20 september 1624) was een koopman op de Oostzee, de Middellandse Zee, bewindhebber van de Brabantsche Compagnie, de Vereenigde Oostindische Compagnie, en van een consortium int copen ende vercopen van diversie actiën in de Oost-Indische Compagnie.  Na een poging tot oprichting van een Franse Oostindische compagnie richtte hij in 1616 de Austraalse Compagnie op, in strijd met monopolie van de VOC.  Le Maire richtte zich op een alternatieve route rond Kaap Hoorn, maar het schip en het scheepsjournaal zijn bij aankomst in Batavia in beslag genomen.

Inhoud

Biografie

Isaac le Maire in Amsterdam

Het Burgerweeshuis met de voormalige woning van Le Maire

De familie Lemaire was afkomstig uit Doornik, maar vestigde zich rond het midden van de 16e eeuw in Antwerpen. Isaac trouwde in 1584 en stond daar bekend als kruidenier in de Kaasstraat. Vervolgens vluchtte hij met zijn vrouw en oudste dochter naar het noorden, maar de indruk wordt gewekt dat hij in 1586 terug ging om zaken te regelen. De familie Lemaire of Lamaire, en er zijn te veel varianten op zijn achternaam om hier op te noemen, woonde tussen 1586 en 1611 in Amsterdam; mogelijk eerst in de Warmoesstraat, maar bij het huwelijk van twee dochters Catharina en Sara na 1605 woonde hij in de Kalverstraat, tegenover de Heilige Stede, nu de tentoonstellingsruimte van het Amsterdams Historisch Museum.[1][2]

Isaac Lemaire, was aanvankelijk actief in de Straatvaart en op de Oostzee (Archangelsk), veelal samen met Dirck van Os en soms met Roemer Visscher. Hij liet vracht, zoals zout, hout, rogge, tarwe, vis (pelser), wijn en krenten vervoeren van of naar Archangelsk (sinds 1590), Lapland, Dantzig, Lissabon, Setubal, Málaga, Alicante, Genua, Livorno, Sardinië, Civitavecchia, (waar zijn broers David en Salomon zaten) en Kreta. Naar keuze van de schipper kon die zijn lading op Londen, Middelburg of Amsterdam verhandelen. Le Maire was genereus ten opzichte van zijn Friese of Westfriese schippers, die een nieuwe hoed mochten aanschaffen en voor eigen profijt lading meenemen. In 1592 was hij huurder van een tuin buiten de Jan Roodenpoort, d.w.z. niet ver van de huidige Lelie- en Herengracht. In 1595 liet hij zich vertegenwoordigen op de Frankfurter Messe. In 1597 liet hij zijn broer Pieter, die niet was vertrokken, de meeste huizen en erven van zijn vrouw in Antwerpen verkopen.

In 1598 lijkt Le Maire een van de assuradeurs van de expeditie van Jacques Mahu te zijn geweest.1 vervolgens hij was een van de oprichters van de Brabantsche Compagnie en de belangrijkste financier voor twee reizen op China. Vier schepen voeren op 21 december 1599 uit onder Pieter Both en Paulus van Caerden. Zijn neef Carel Walraven uit Middelburg ging mee als koopman naar de Oost.[3] Le Maire boekte een uitzonderlijke winst.

In 1598 kocht hij grond in Egmond aan den Hoef en in 1599 in Huisduinen van de door schuldeisers geplaagde L’Amoraal II van Egmond, die hem ook het jachtrecht schonk en toestond een buitenhuis te bouwen.[4][5] Het buitenhuis is er nooit van gekomen, maar de indruk wordt gewekt dat Le Maire bij aankomst van zijn schepen snel aanwezig wilde zijn. Le Maire ontwikkelde wel plannen voor de bedijking van een gors en aanwas onder Den Helder. Door middel van een aantal experimenten liet hij onderzoeken wat de meest voordelige wijze van inpolderen zou zijn en wat de landbouwkundige kwaliteiten van de aan te winnen en zandige gronden was.[6][7] Hij liet een eendenkooi aanleggen en met een hazewindhond jagen op konijnen in de Grafelijkheidsduinen en lag in de clinch met zijn de andere eigenaren over de afwatering. Een definitieve bedijking is evenwel pas na 1640 verwezenlijkt en de polder, die naar hem is genoemd, is verdwenen door de uitbreiding rond de Nieuwe watertoren (Den Helder).2

Het oude raadhuis van Amsterdam, waarin in 1609 de Wisselbank gevestigd werd. Pieter Janszoon Saenredam, 1657. 
Stolpboerderij, nabij de Adelbertusakker
 

 

 

 

 

 

 

 

Pas in februari 1601 werd hij poorter van Amsterdam. In het daaropvolgende jaar werd de VOC opgericht. Le Maire investeerde 85.000 gulden en daarme een van de belangrijkste intekenaars. In 1602 was Wybrand van Warwijck admiraal van een vloot van veertien schepen en een jacht. De vloot was uitgerust door een combinatie van bewindhebbers uit verschillende kamers, waaronder Jacob J. Hinlopen en Isaac le Maire. De inleg voor participanten schijnt al op 20 mei 1601 geopend te zijn geweest [8] en er werd 1,7 miljoen ingelegd.[9] Alleen de namen van de bewindhebbers werden genoteerd, niet die van de vele participanten. De onderneming had een dubbel doel: zich op voor de handel gunstige plaatsen te vestigen en zo veel mogelijk door roof of koop verkregen waren naar het vaderland te brengen. Dit betekende tevens zo veel mogelijk afbreuk doen aan de macht en de handel van de Portugezen.[10]

Op 25 februari 1603 kaapte Jacob van Heemskerk, als laatste of voorlaatste uitgevaren onder een van de voorcompagnieën, een Portugees schip, de met zijde en porselein beladen kraak Santa Catharina; de lading bleek 2,5 miljoen guldens waard, maar de rechtmatigheid van de inbeslagname riep ernstige vragen op. Zie ook: Mare Liberum (1609).

Le Maire raakte in december 1604 in opspraak. In de stad gonsde het van de geruchten. Het zou te maken hebben met geknoei bij de verkoop van de lading of het niet aanleveren van kwitanties betreffende de reis van Van Warwijck.[11] Hij had bezwaren op de afhandeling van de reis van Wybrand van Warwijck en de bedrijfsvoering. Door de kerkenraad en de dominee/geograaf Petrus Plancius zou een onderzoek worden ingesteld. Le Maire werd in februari 1605 ontheven uit zijn functie als bewindhebber en beloofde zijn kennis en inzicht nooit te gebruiken om de compagnie dwars te zitten, niet gebruik te zullen maken van de tot dan toe bekende routes via Kaap de Goede Hoop of de Straat Magellaan of zich bemoeien met andere compagnieën. Hij zou alle belangrijke belangrijke papieren teruggeven, maar kreeg de toezegging dat hij mocht handelen in VOC-aandelen!

Le Maire na zijn vertrek uit de VOC

In 1606 zou Le Maire nog hebben geïnvesteerd in de acht schepen onder Paulus van Caerden. Ondertussen deed hij zijn beklag bij de stadhouder. Le Maire kreeg geen proces aan zijn broek en richtte zich opnieuw op de Europese handel, onder meer in Frans zout uit La Rochelle. Begin januari 1606 stond hij bovendien in contact met Johan van Oldenbarnevelt, aan wie hij politieke, financiële en maritieme inlichtingen uit zijn internationale correspondentienetwerk doorgaf.

In 1607 zorgde Le Maire opnieuw voor opschudding in de kerkenraad. Catharina, zijn oudste dochter, zou trouwen met een Antwerpse koopman en naar die stad verhuizen. In hetzelfde jaar verbleef Le Maire volgens recent onderzoek enige tijd in Parijs. In 1608 sloot hij nauwelijks bevrachtingscontracten af, maar dat betekende niet dat hij commercieel stilzat. Hij raakte betrokken bij Franse plannen voor handel op Azië en bij pogingen een alternatieve route naar de Oost te vinden. In Den Haag werd hierover onderhandeld met de Franse diplomaat Pierre Jeannin. Le Maire kocht dat jaar bovendien een erf van de regenten van het St. Jorishof aan de Heiligeweg, niet ver van de hoek met de Kalverstraat. Hij had in 1604 al twee tuinhuisjes gekocht en zou daar nog meer kopen. Eind 1608 ontmoette Le Maire in Amsterdam Henry Hudson, die daar met de VOC onderhandelde over een nieuwe zoektocht naar een noordelijke doorgang naar Azië.

Le Maire, Hudson en de handel in VOC-aandelen

Begin 1609 kwamen verschillende activiteiten vrijwel gelijktijdig samen. Op 24 januari richtte Le Maire zich tot Johan van Oldenbarnevelt met een remonstrantie tegen uitbreiding van het VOC-octrooi. Volgens hem moest de VOC zich beperken tot haar bestaande handelsgebied; andere gebieden en routes moesten voor andere kooplieden toegankelijk blijven.

Op 11 februari 1609 richtte hij met enkele andere kooplieden een compagnie op int copen ende vercopen van diversie actiën in de Oost-Indische Compagnie, aanvankelijk voor de duur van twee maanden. Le Maire bezat een kwart van het kapitaal. Tegelijk probeerde hij Henry Hudson voor een Franse onderneming te winnen. De VOC was hem echter voor en nam Hudson zelf in dienst. Toen bewindhebbers van de Zeeuwse Kamer op 14 maart voorstelden de overeenkomst met Hudson alsnog te beëindigen, zetten de Amsterdamse bewindhebbers het plan door. Hudson vertrok op 4 april met de Halve Maen om een noordoostelijke doorgang naar Azië te zoeken. (Omdat hij ergens vastraakte, wendde hij de steven en besloot en noordwest route te zoeken. Ook dat mislukte en voer naar langs de kust van New England naar het zuiden, etc.)

Le Maire zette het Franse project vervolgens voort. Nadat Hudson voor hem verloren was gegaan, werd geprobeerd een andere kapitein te vinden. Jan Corneliszoon Rijp en Isaac Massa weigerden; uiteindelijk vertrok Melchior van den Kerckhove op 5 mei 1609 voor rekening van de Franse onderneming. Ook deze poging een noordoostelijke doorgang te vinden mislukte.

Later dat jaar zette Le Maire zijn Franse contacten voort. Later in 1609 zette Le Maire zijn Franse plannen voort. Eind november reisde hij opnieuw naar Parijs, waar hij in het geheim verbleef bij de financier Sébastien Zamet en betrokken was bij onderhandelingen over de oprichting van een Franse Oost-Indische compagnie. Ook Balthasar de Moucheron, Gerard le Roy en Joris van Spilbergen waren bij de Franse plannen betrokken. De oprichting kwam uiteindelijk niet tot stand; na de moord op Hendrik IV in mei 1610 verloor het project zijn belangrijkste politieke steun. Voor Le Maire bleef het zoeken naar handelsgebieden en routes die buiten het geografische monopolie van de VOC vielen echter van groot belang.

Le Maire was inmiddels een van de belangrijkste rekeninghouders bij de in 1609 opgerichte Amsterdamse Wisselbank. Tegelijkertijd raakte hij intensief betrokken bij de handel in VOC-aandelen. Op 11 februari 1609 richtte hij met acht andere kooplieden (bears tegenover bulls) een consortium op dat speculeerde op een daling van de koers. De deelnemers verkochten VOC-aandelen op termijn, in de verwachting deze vóór de levering tegen een lagere prijs te kunnen verwerven. De VOC-bewindhebbers beschuldigden het consortium ervan door het verspreiden van ongunstige berichten de koers naar beneden te willen brengen; Le Maire en zijn medestanders hielden daarentegen vol dat de koersontwikkeling het gevolg was van het beleid en de vooruitzichten van de VOC zelf.

De handel was gecompliceerd doordat VOC-aandelen niet aan toonder waren: het aandelenbezit werd in de boeken van de compagnie geregistreerd en overdrachten moesten daar worden aangetekend. In 1610 grepen de Staten-Generaal in. Op 28 februari 1610 werd de verkoop van aandelen die de verkoper niet bezat — de zogeheten blanco actiën — verboden. Toen de koers van de VOC vervolgens steeg, leed het consortium verlies en viel het uiteindelijk uiteen.

Kaart van de omgeving van Kaap Hoorn en Straat Le Maire
In 1610 richtte Isaac le Maire een compagnie op ter walvisvaart bij Kaap de Goede Hoop. Aan boord van een van de schepen was zijn zoon, Jacob le Maire.[21] Ze ontmoeten Pieter Both in de Tafelbaai. Le Maire had in dat jaar voor bijna 70.000 gulden aandelen verkocht in de VOC.[22]

Isaac le Maire in Egmond-Binnen

In 1611 verhuisde Lemaire naar het centrum van Egmond-Binnen. In 1613 voerde Le Maire een proces met de bewindhebbers of compagnons aangaande zijn aandeel in de expeditie van Van Warwijck. Hij verkondigde in 28 jaar (sinds de val van Antwerpen) een verlies 1.600.000 gulden te hebben geleden.[23]

In 1614 richtte hij in Hoorn een Australische Compagnie op en reedde in 1615 twee schepen uit, de Hoorn en de Eendracht.  Het laatste schip stond onder het bevel van zijn zoon Jacob le Maire, die een brief vervoerde aan gouverneur Gerard Reynst, waarin hem werd aangeboden tegen gunstige voorwaarden of voor niets kleine ladingen (diamanten?) naar zijn schoonzoon Samuel Blommaert te vervoeren.[25] J.P. Coen had een schrijven ontvangen van de VOC de schepen van Le Maire de handel te beletten. Hij nam de Eendracht, journalen, kaarten en lading in beslag.[26] Hij nam een deel van de bemanning over en stuurde de officieren terug met de retourvloot onder Joris van Spilbergen. Jacob le Maire kwam op de terugreis te overlijden. Na terugkomst weigerde de VOC de journalen aan Isaac le Maire te geven, en ondanks protest publiceerde Willem Jansz. Blaeu een reisverslag op naam van Willem Cornelisz Schouten; de rol van Jacob le Maire was er uit verdwenen. De Straat Le Maire werd in 1618 wel op nieuwe kaarten aangebracht op ca. 56° Z.B.

In februari 1618 was wel de scheepskist maar niet het journaal van zijn zoon teruggegeven. In 1619 stelde de rechtbank hem in het gelijk.3 In 1620 eiste hij afrekening van de bewindhebbers over de reis van Van Warwijck. In 1622 is het oorspronkelijke journaal, met een voorwoord van Isaac le Maire, op naam van Jacob le Maire uitgegeven.[27] Hij maakte schoon schip en stortte 4.000 gulden terug aan de VOC.[24] In 1623 werd het monopolie van de VOC voor eeuwig hernieuwd? Tevens is besloten de zittende bewindhebbers voor een periode van drie jaar te benoemen, waaraan niet de hand gehouden is.[28]

Johanna le Maire door Pickenoy (1622)
In 1619, na een ruzie met een niet-toerekeningsvatbare buurjongen, aan de Slotweg, die Le Maire’s huis dreigde in brand te steken, gaf hij opdracht een eenvoudige stolpboerderij laten bouwen op zijn landerijen langs de Hoevervaart. Le Maire was een liefhebber van tuinieren en hoefde geen processen meer te voeren met de buren. Op 17 april 1621 werd zijn vrouw begraven in de Buurkerk van Egmond-Binnen. Zijn dochter trouwde in 1622 op stijlvolle wijze met Pieter van Son.[29]
In november 1623 wijzigde de oude Lemaire zijn testament en bepaalde voor ieder kind wat hem zou toekomen. (Le Maire was een “controlfreak” avant la lettre.) In september 1624 stierf hij.  Er is een uitgebreid opschrift op zijn zerk gebeiteld.[30] Zijn jongste zoon Maximiliaan is onder voogdij gesteld. Pas in 1634 volgde een scheiding en deling van de boedel; geschat is dat er op zeker tijdstip een half miljoen te verdelen zou zijn geweest.[31] De negen erfgenamen Catharina (1585-), Anna (1596-1652), Daniël (1600-), Helena (1602-), Isabella (in Alkmaar), Johanna, Sara (-1631?), Susanna en Maximiliaen weigerden de erfenis tot er een boedelbeschrijving was gemaakt. In 1636 werd de ouderlijke boerderij en de landerijen, De drie Noordermaden in Egmond-aan-de-Hoef aan het Amsterdamse Burgerweeshuis verkocht.[32]

References

  1. Kalverstraat 94-98. Volgens de loterijlijsten uit 1606 in het Oudemannenhuis, dat sinds 1601 leeg stond.
  2. Endlich, B. (2002) 450 Jaar Burgerweeshuis, p. 22.
  3. 5/11/1599, Stadsarchief 5075 NA 85-52v.
  4. Berg, W.J. van den (1985) Historisch Kadaster van de Binnen Egmonden, p. 93, 168, 366 en 368: A294 en 294a; H. Schoorl (1990) Kust en Kaart, p. 13, 133.
  5. Heren van Holland
  6. Den Helder Donkere Duinen
  7. Asherbooks
  8. Dam, P. van (1923) Beschrijvinge van de Oostindische Compagnie, bewerkt door F.W. Stapel, p. 16.
  9. Gaastra, F. (2009) Geschiedenis van de VOC, p. 22
  10. Jacobs, H. (1969) Admiraal Wybrant Warwyck schrijft aan de sultan van Ternate In: Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 125, no: 3, Leiden, p. 344-355 Kitlv Journals
  11. Isaac le Maire and the Early Trading in Dutch East India Company shares
  12. Dam, P. van (1931) Beschryvinge van de Oostindische Compagnie, Boek II, deel I, p. 205, 228.
  13. Dillen, J.G. van (1930) Isaac le Maire en de handel in actiën der Oost-Indische Compagnie, p. 4. In: Econ. Hist. Jaarboek XVI
  14. Geert Mak Essays en Lezingen
  15. Meiden, G.W. van der (1993) Isaac Massa and the beginning of the Dutch-Russian relations, p. 5.
  16. Barreveld, D.J. (2002) Tegen de Heeren van de VOC. Isaac le Maire en de ontdekking van Kaap Hoorn, p. 20.
  17. De Opkomst van het Nederlandsch gezag in Oost-Indië, Volume 3 Door Karel Jakob de Jonge, Marinus Lodewijk van Deventer Wijbrand van Warwijck
  18. Geschiedenis van Amsterdam, Part 2 By Marijke Carasso-Kok, M. Prak
  19. De geoctrooieerde compagnie: de VOC en de WIC als voorlopers van de naamloze … Door Henk den Heijer, p. 99-100 De geoctrooieerde compagnie: de VOC en de WIC als voorlopers van de naamloze vennootschap
  20. Het consortium is het eerste voorbeeld van een goed georganiseerd baisse-consortium in de effectenhandel. De koersen daalden van 180% naar mogelijk 120% (1610) en waren pas drie jaar later op het oude pijl. De kooplieden zelf beweerden dat de koersdaling een natuurlijke oorzaak had.
  21. Hart, S. (1957) De eerste Nederlandse tochten ter walvisvaart, p. 29. In: Jaarboek Amstelodamum.
  22. Completing a Financial Revolution
  23. Barreveld, D.J. (2002) Tegen de Heeren van de VOC. Isaac le Maire en de ontdekking van Kaap Hoorn, p. 25.
  24. Stadsarchief 5075, NA 747-513, film 5175.
  25. Kernkamp, G.W. (1908) Brieven van Samuel Blommaert aan den Zweedschen Rijkskanselier Axel Oxenstierna 1635-1641, p. 16-17. In: Bijdragen & Mededeelingen van het Historisch Genootschap, nr. 29.
  26. De Eendracht werd omgedoopt in de Zuider Eendracht en bleef in Indië. In 1619 kwam het schip de Zuider Eendracht aan op Ambon. Er is vervolgens slag geleverd met Engelse schepen bij Japara. Het doel was de handel van de Engelsen vanuit die havenstad op Ambon te beletten. Colenbrander, H.T. (1934) Jan Pietersz. Coen. Levensbeschrijving, p. 159-161.
  27. Fontaine Verwey, H. de la (1971) Willem Jansz Blaeu en de reis van Le Maire en Schouten, p. 68-86. In: Jaarboek Amstelodamum 63.
  28. Gaastra, F. (2009) Geschiedenis van de VOC, p. 35.
  29. Johanna le Maire in het Rijksmuseum
  30. Grafschrift Lemaire
  31. Zandvliet, K. (2006) De 250 rijksten van de Gouden Eeuw: kapitaal, macht, familie en levensstijl blz. 114-115. Nieuw Amsterdam, Amsterdam, ISBN 90-8689-006-7
  32. Stadsarchief Amsterdam
  1. NA 5075-93, f. 90. dd 4 december 1602
  2. https://www.julianadorp-parelvandekop.com/het-koegras/lemaire/isaac-lemaire-en-Koegras.htm
  3. Zandvliet, K. van (2018) De 500 Rijksten van de Republiek. Rijkdom, geloof, macht en cultuur,

Loading

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *