
Leestijd: ca. 11 minuten
In de vroege ochtend van 30 december 1916 (17 december volgens de oude Juliaanse kalender), werd Grigori Raspoetin, een Siberische mysticus en invloedrijke vertrouweling van de Russische keizerlijke familie, in het Moikapaleis in Petrograd vermoord door aristocratische samenzweerders, een groep onder leiding van prins Felix Joesoepov en grootvorst Dmitri Pavlovitsj. Na een mislukte poging hem te vergiftigen, werd Raspoetin meerdere malen neergeschoten. Zijn lichaam werd vervolgens in de Malaja Nevka geworpen — een van de takken van de Neva die uitmondt in de Finse Golf — in een kennelijke poging het naar zee te laten afdrijven. In plaats daarvan werd het lichaam twee dagen later onder het ijs teruggevonden. Zijn moord vond plaats te midden van de zich verdiepende politieke crisis van het keizerlijke regime in zijn laatste maanden, kort vóór het uitbreken van de Februarirevolutie van 1917.
Voorbereiding
Al sinds 1915 liep Joesoepov rond met het plan rond Raspoetin te vermoorden en de tsaritsa in een inrichting te laten opsluiten.1 De premier Alexander Trepov, die een harde oorlogslijn voorstond, had Raspoetin een fors bedrag aangeboden als hij de hoofstad onmiddellijk zou verlaten en eistte dat Alexandra en Protopopov, eveneens tegenstanders van de oorlog, de politiek vaarwel zouden verlaten.2 Diverse familieleden van de tsaar en zijn vrouw eisten dat Raspoetin moest worden verwijderd. Raspoetin wist dat hij zich in een uiterst lastig pakket bevond en besloot zijn correspondentie te verbranden.3
![]()
Joesoepov, die Raspoetin in de voorafgaande zes weken meerdere malen had ontmoet voor vermeende genezende behandelingen, nodigde hem uit bij hem thuis. Daarbij wekte hij de indruk dat Raspoetin zijn echtgenote, prinses Irina, zou kunnen ontmoeten, een belangrijk motief om hem naar het paleis te lokken.4 De zieke Irina weigerde mee te werken en verbleef op de Krim, waar leden van de Russische aristocratie hun winter- en zomerresidenties hadden. Protopopov, de bevriende minister van Binnenlandse Zaken en verantwoordelijk voor zijn bescherming, had hem nog die avond aangeraden niet op de uitnodiging in te gaan.
Misleiding
Na middernacht begaf prins Felix Joesoepov zich samen met dr Lazovert naar de woning van Raspoetin. Op dit ongebruikelijke tijdstip vermeed hij de hoofdtrap en nam een diensttrap op de binnenplaats en kwam uit bij de keuken. Raspoetin stond normaal onder politietoezicht, maar had zijn bewakers die avond vrijaf gegeven.5
Om 1.30 uur keerden zij terug in het paleis aan de Moika. In het souterrain was de wijnkelder voorbereid en ingericht; op de bovenverdieping wachtten de overige samenzweerders: grootvorst Dmitri Pavlovitsj, de ultra-rechtse politicus Vladimir Poerisjkevitsj, de officier Sergej Soechotin en dr. Stanislaus Lazovert. Zij wekten de indruk dat er in het paleis een housewarming party gaande was door muziek te draaien.6

De moord
In zijn memoires stelde Felix Joesoepov dat hij Raspoetin thee en petit fours aanbood die met kaliumcyanide waren vergiftigd. Raspoetins dochter ontkende later dat haar vader zoetigheden at en noemde deze voorstelling van zaken ongeloofwaardig. Dr Lazovert verklaarde later dat hij geen dodelijk gif had gebruikt, om zich als arts niet te compromitteren.
Joesoepov zou ook gitaar hebben gespeeld en zigeunerballades hebben gezongen; Raspoetin hield van zigeunermuziek. Poerisjkevitsj, een geheelonthouder, meende het openen van flessen te horen.
Na enige tijd, toen Raspoetin zonder zichtbare tekenen van vergiftiging, geen reactie vertoonde, ging Joesoepov naar boven en keerde terug met een Browning-revolver, hem overhandigd door Dmitri. Hij schoot van heel dichtbij. De kogel drong het lichaam binnen in de borststreek, doorboorde de lever en verliet het lichaam weer.7 Raspoetin viel blijkbaar op de grond.
Schoten, vlucht en dood
Na enige tijd kwam Raspoetin weer bij bewustzijn en probeerde te ontsnappen via een trap. Hij begaf zich naar de uitgang en opende de deur. Poerisjkevitsj snelde van boven en vuurde meerdere schoten, waarvan er één Raspoetin van achteren trof en zich in de wervelkolom vastzette.8 Raspoetin stortte voorover, net op of over de drempel, in de sneeuw. Het lichaam is toen naar binnen gedragen.
Daarna is Raspoetin door Poerisjkevitsj van dichtbij in het voorhoofd geschoten, zodat de frontale hersenkwab werd geraakt. Volgens het autopsierapport van de forensisch arts Dmitri Kosorotov was dit laatste schot de onmiddellijke doodsoorzaak.9 Omdat twee kogels hadden het lichaam volledig doorboord, terwijl slechts één kogel in de wervelkolom werd teruggevonden, kon door M. Nelipa niet met zekerheid worden vastgesteld hoeveel wapens waren gebruikt of wie de afzonderlijke schoten had gelost, maar Dmitri zal het niet geweest zijn, want hij fungeerde als enkel als dekmantel.10
De samenzweerders besloten Raspoetins kleren te verbranden.Soechotin trok diens bontjas aan en vertrok samen met Dmitri Pavlovitsj en Lazovert in de auto van Poerisjkevitsj, om de indruk te wekken dat Raspoetin het paleis levend had verlaten.11

Twee politieagenten, die een snelle reeks schoten hadden gehoord en auto’s hadden zien vertrekken, overlegden op de nabijgelegen Pochtamtsky-brug. Eén van hen belde aan bij het paleis om de butler uitleg te vragen, maar is gelijk weggestuurd.12 In de tussentijd had Joesoepov bedacht een van zijn racehonden te laten dood schieten, om een verklaring te bieden voor het bloedspoor. Twintig minuten later werd de agent opnieuw ontboden. Poerisjkevitsj verklaarde trots dat hij Raspoetin had doodgeschoten en verzocht hem hierover te zwijgen “in het belang van de tsaar”.13 De agent rapporteerde zijn bevindingen evenwel aan zijn superieuren.14

De dag daarna
De volgende ochtend waren de dochters van Raspoetin in paniek, want Raspoetin was nog steeds niet teruggekeerd.[Nelipa, p. 206-207] De verdenking viel al snel op Joesoepov. Uit een medische test bleek dat het bloed niet van zijn hond afkomstig kon zijn. Zowel Felix als Dmitri verzochten om een onderhoud, dat hen niet is toegestaan. Het onderzoek is voortgezet toen Raspoetins laars tussen de pijlers en bloedsporen op de reling van de brug werd gevonden. Pavlovitsj en Joesoepov kregen huisarrest opgelegd. Duikers slaagden er de volgende dag niet in het lichaam te vinden, dat inmiddels was afgedreven.
Pas op maandag 1 januari 1917 is Raspoetins lichaam ontdekt, ongeveer 140 meter ten westen van de Grote Petrovski-brug.15 Vervolgens is het lichaam overgebracht naar het nabijgelegen Chesmenski-weeshuis. Eerst de volgende avond verrichtte de forensisch arts D.P. Kosorotov een autopsie, waaruit bleek dat hij veel cognac had gedronken, en dat de onmiddellijke doodsoorzaak het laatste schot was.16 Het officiële autopsierapport is tot op heden niet teruggevonden.17
Autopsie en vaststellingen
Bij het gerechtelijk onderzoek is vastgesteld dat Raspoetin op drie plaatsen was beschoten: een schot van opzij, van achteren en in het voorhoofd. Daarnaast constateerde hij meerdere, ernstige bloeduitstortingen en aan de rechterzijde van het lichaam botbreuken, toegeschreven aan de val van de brug. Er werd geen cyanide aangetroffen en evenmin water in de longen, waaruit kon worden afgeleid dat Raspoetin reeds was overleden voordat hij in een wak werd geworpen.18
Twee dagen later is Raspoetin begraven in het park van Tsarskoje Selo.19 De plechtigheid om 8.45 uur werd bijgewoond door het keizerlijk paar met hun dochters, de hofdame Vyrubova, Protopopov en een kleine kring vertrouwelingen. Of de dochters van Raspoetin ook aanwezig waren, is onduidelijk; hun moeder arriveerde eerst een paar dagen later uit Siberië.
Vervolg
Een week later, zonder verhoor of proces stuurde de tsaar grootvorst Dmitri Pavlovitsj naar het front en Felix Joesoepov in ballingschap op zijn landgoed. Daarmee voorkwam hij dat de moord op Raspoetin ooit aan een rechtbank werd voorgelegd of dat de daders zouden worden gefusilleerd, zoals Alexandra had geëist. De overige samenzweerders bleven ongestraft.20 De pers kreeg opdracht terughoudend te berichten over de moord.
Vrijwel de gehele keizerlijke familie bevond zich begin 1917 buiten de hoofdstad of onder huisarrest. Zowel de vader van Irina als Dmitri vroegen Nicolaas het onderzoek te stoppen, zoals ook de moeder van de tsaar deed. De tsaar trad nauwelijks nog in het openbaar op en zijn vrouw vreesde inmiddels voor hun leven. Het hof raakte politiek geïsoleerd, wat de bestuurlijke verlamming nog verder versterkte. Het Russische regeringssysteem kende geen sterk collegiaal kabinet. De tsaar ontving ministers doorgaans afzonderlijk en was niet gebonden aan collectieve besluitvorming. Hierdoor ontbrak in de winter van 1916–1917 een samenhangend regeringscentrum dat gecoördineerd kon optreden. Steeds meer politici kwamen tot de conclusie dat het probleem de tsaar zelf was. Zoals een tijdgenoot het formuleerde: ‘De kogel die aan Raspoetin een einde maakte, trof de heersende dynastie in het hart.’
Februari revolutie
De Russische historicus Fyodor Gaida benadrukt dat het kabinet-Golitsyn in de winter van 1916–1917 nog op zoek was naar een samenhangende politieke koers. Volgens Gaida was de crisis in de eerste plaats het gevolg van bestuurlijke zwakte en het falen van de bevoorradings- en transportsystemen, en niet van een absoluut graantekort.21
Eind januari werd de opening van de Doema uitgesteld, en minister van Binnenlandse Zaken Aleksandr Protopopov pleitte zelfs voor haar ontbinding. Terwijl de regering dagelijks overleg voerde om de verslechterende voedsel- en transportproblemen aan te pakken, bleef Protopopov grotendeels afwezig bij deze besprekingen, wat de versnippering en zwakte van het keizerlijke bestuur weerspiegelde.
Half februari 1917 escaleerde de situatie in Petrograd snel. Verstoring van de voedselvoorziening leidde tot massale demonstraties die zich spoedig aan de controle van de regering onttrokken. Op 27 februari werd Protopopov uit zijn ambt gezet en vervolgens gearresteerd; kort daarna werden ook minister-president prins Nikolaj Golitsyn en andere ministers gearresteerd, wat het feitelijke instorten van het regeringsgezag in de hoofdstad markeerde. De overige ministers dienden vervolgens hun ontslag in. Het gerechtelijk onderzoek naar de moord op Raspoetin werd definitief gestaakt op bevel van Aleksandr Kerenski, de nieuwe minister van Justitie in de Voorlopige Regering.22 De keizerlijke familie kreeg vervolgens huisarrest.
Ketelhuis
Het stoffelijk overschot van Raspoetin werd op 10 maart opgegraven en is heimelijk in een pianokist naar de keizerlijke stallen in Petrograd vervoerd. ‘s Nachts werd de kist de stad uit gebracht. Onderweg raakte de vrachtauto vast in de sneeuw, waarna de commandant besloot het lijk langs de weg in een park te verbranden.23 Dit gebeurde in aanwezigheid van een aantal militairen, politie en studenten van het nabijgelegen Polytechnisch Instituut.24 Russische bronnen vermoeden dat de resten in het ketelhuis van dat instituut zijn gecremeerd, zodat niets meer aan hem zou herinneren.25
Bibliografie:
- Figes, Orlando (1996). A People’s Tragedy. The Russian Revolution 1891–1924. Jonathan Cape. ISBN0-224-04162-2.
- Massie, Robert K (2004) [originally in New York: Atheneum Books, 1967]. Nicholas and Alexandra: An Intimate Account of the Last of the Romanovs and the Fall of Imperial Russia(Common Reader Classic Bestseller ed.). United States: Tess Press. ISBN1-57912-433-X. OCLC62357914.
- Meiden, G.W. van der (1991). Raspoetin en de val van het Tsarenrijk. De Bataafsche Leeuw. ISBN9067072788.
- Moe, Ronald C. (2011). Prelude to the Revolution: The Murder of Rasputin. Aventine Press. ISBN1593307128.
- Nelipa, Margarita (2010). The Murder of Grigorii Rasputin. A Conspiracy That Brought Down the Russian Empire. Gilbert’s Books. ISBN978-0-9865310-1-9.
- Pares, Bernard (1939). The Fall of the Russian Monarchy. A Study of the Evidence. Jonathan Cape. London.
- Purichkevitch, Vladimir (1923). “Comment j’ai tué Raspoutine”. J. Povolozky & Cie.
- Rasputin, Maria (1934). My father.
- Smith, Douglas (2016). Rasputin. MacMillan, London.
- Spiridovich, Alexander (1935). Raspoutine (1863–1916). Payot, Paris.
- Yusupov, Felix (1952) Lost Splendor, Ch. XXIII “The Moika basement – The night of December 29”.
- Prins Joesoepov, (1929) De dood van Raspoetin.
Referenties:
- Prins Joesoepov, (1929) De dood van Raspoetin, p. 57. ↩
- Massie, p. 361; Moe, p. 458; Pares, p. 395 ↩
- Figes, O. (1996) A Peoples Tragedy. The Russian Revolution 1891-1924, p. 289; Spiridovitch, A. (1935) Raspoutine (1863-1916), p. 359; Meiden, G.W. (1991) Raspoetin en de val van het Tsarenrijk, p. 73 ↩
- Smith, p. 586 ↩
- Smith, p. 587-589 ↩
- Nelipa, p. 304 ↩
- Nelipa, p. 308-309 ↩
- Nelipa, p. 317-319 ↩
- Nelipa, p. 325-326 ↩
- Nelipa, p. 326, 330-331 ↩
- Nelipa, p. 324–325 ↩
- Smith, p. 329 ↩
- Nelipa, p. 330-336; Purishkevich, p. 110 ↩
- Nelipa, p. 324 ↩
- Smith, p. 344-345 ↩
- Nelipa, p. 338, 346 ↩
- Nelipa, p. 347-348 ↩
- Smith, p. 166-167 ↩
- Smith, p. 169, 350, 351 ↩
- Nelipa, p. 354-359 ↩
- Gaida, F.A. (2020) Кабинет» князя Н.Д. Голицына и поиски политического курса зимой 1916—1917 гг. Фёдор Гайда (The “Cabinet” of Prince N.D. Golitsyn and the Search for a Political Course in the Winter of 1916-1917. DOI: 10.31857/S086956870008272-0) ↩
- Smith, p. 168 ↩
- O. Figes, p. 291; M. Nelipa, p. 454–455, 457–461; D. Smith, p. 653-654 ↩
- Spiridovitch, A. (1935) Raspoutine (1863-1916), p. 421. ↩
- Sergey. V. Fomin (2015) G. E. Rasputin: “DESTROY WITHOUT A TRACE! “(part 8); A.G. Kalmykov Rasputin G. E. (1869–1916). In: the Saint Petersburg encyclopaedia (2004) ↩
![]()