Ziekte, oversterfte en begraafregisters in Amsterdam (1650-1700)

De afgelopen dagen heb ik naar de oversterfte gekeken tussen 1650-1699 en de indexen op de DTB van het Stadsarchief geraadpleegd. In de begraafregisters zijn 334.420 personen ingeschreven in de tussenliggende periode.1 Dat betekent een gemiddelde van 6688 begrafenissen per jaar en 18 per dag. [Begraafregister Stadsarchief 1650-1699] 2

 
De Dam met begraafstoeten in 1663. Beeldbank Stadsarchief
In 1651 zijn er maar 1820 begrafenissen, gemiddeld vijf per dag, het laagste aantal uit de reeks. In 1655, een pestjaar, waren het 7.542 begrafenissen. Het is het eerste jaar met een bovengemiddeld sterfte. Wagenaar vermeld dat de stadskeuren werden vernieuwd (of aangepast) in 1655.[AMSTERDAM, IN ZYNE OPKOMST, AANWAS, GESCHIEDENISSEN, VOORREGTEN, KOOPHANDEL] In de Bloem- en Anjelierstraat vielen 50 doden op een dag. (De Jordaan had veel stegen en gangen naar dichtbevolkte achterhuizen, maar in de 17e eeuw ook tuinen, soms met een uitspanning of een kroeg, zoals de Drie Baarsjes, of de Franse tuin, beide in de Elandsstraat. De Jordaan was nooit met zand opgehoogd zoals de grachtengordel. De vochtigheid in de huizen en de  afvoer van overtollig regenwater was een probleem. De bewoners waren verplicht tot het schoonhouden van goten.)
 
Volgens Noordegraaf & Valk in Bijlage III zouden er in 1655 tussen de 13 en 17.000 doden zijn te betreuren in dat jaar.[De Gave Gods, p. 103, 234] Een pamflet uit 1664 geeft voor het tweede half jaar van 1655 12.287.[De Gave Gods, p. 40] Dat niet alle begrafenissen geregistreerd zijn, zoals bijv. van Joden is waarschijnlijk, maar dat hun schatting twee keer hoger ligt, dan het aantal begrafenissen in de begraafregisters over dat jaar laat zien, is niet overtuigend. Het verschil is m.i. te groot.
 
 
File:Plague Doctor.svg
De pestdokter (1656)
Genoteerd in het begraafregister
  • 1663  (  7.983) 
  • 1664 (13.527)
  • 1673 (10.799)
  • 1680 (10.002)
  • 1681 (10.389) 
  • 1691 (10.052)
 
 
 
 
 
 
Vijf van de zes waren jaren met meer dan 10.000 begrafenissen. Gemiddeld zijn ca 6688 doden per jaar – berekend aan de hand van de indexen op de DTB over vijftig jaar – of te wel 557 begrafenissen per maand.
 
In 1661 begon het aantal begrafenissen te stijgen. In 1663 vielen de doden vooral in oktober en november als de pest echt is uitgebroken; dat de pest in oktober uitbrak komt bij de secretaris van de Admiraliteit en dagboekschrijver Samuel Pepys vandaan. Eerder, in juli/augustus waren het naar alle waarschijnlijkheid de mazelen die een hoge kindersterfte veroorzaakte. (Zie de begraafregisters van het Karthuizerkerkhof, bijv. op 31 juli 1663 en het dagboek van Jan Jacobsz Hinlopen, die toen een kind verloor en de oorzaak vermeldde.)  Op het Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof werden (in 1663 – 1670, etc) enkel kinderen begraven. Het lijkt speciaal daarvoor bestemd zijn geweest. 
 
Amsterdam zou in 1663 ca 137.000 hebben gehad. Wagenaar stelde het aantal doden in 1663 op 9.742 en aanvankelijk meer dan 200 doden per week.3 In een pamflet uit 1664 blijkt dat het 9752 moet zijn.[Noordegraaf & De Valk, p. 40-41]Dat betekent gemiddeld 813 doden per maand. Wagenaar kon niet weten hoeveel pestlijders er tussen zaten. Dat werd niet bijgehouden.
 
Doch ‘t getal der dooden te Amsterdam bleef; doorgaands, verre over de tweehonderd ter weeke, in ‘t volgende vooqiaar, en vermeerderde, in den zomer tot over de agthonderd, negenhonderd en duizend toe’.  Het ligt voor de hand dat ook Wagenaar het pamflet uit 1664 heeft geraadpleegd.
 
Hendrikje Stoffels is mogelijk niet aan de pest overleden. Zij werd al in juli 1663 begraven maar … de pest begon pas in oktober naar het zich laat aanzien. De schepen Jan J. Hinlopen liet zijn oudste zoon naar Lage Vuursche vervoeren die begin juli 1664 op de buitenplaats Pijnenburg overleed. 
 
In 1664 zijn het vooral de vijf maanden juli tot en met november, met ver over 1000 begrafenissen per maand. Het pamflet geeft voor 39 weken (drie kwartalen) cijfers:  3039, 3985, 10799. Dat zijn bij elkaar 17.823 over de eerste drie kwartalen, gecorrigeerd over het hele jaar ca 24.000. Omdat er maar 13.527 geregistreerde begrafenissen zijn, zouden er meer dan 10.000 personen in massagraven terecht zijn gekomen? Als in de 17e eeuw bijna ieder kind gedoopt werd en ieder huwelijk werd ingeschreven, kan het bijna niet waar zijn dat het stadsbestuur genoegen nam met 11.000 ongeregistreerde begrafenissen in 1664. 
 
In de maanden juli, augustus en september lag het gemiddelde op 831 doden per week. Week 36 (eind augustus – begin september) telde 1041 begrafenissen. Dat was het dieptepunt en zes keer meer dan gemiddeld van 129 per week. Het pamflet geeft geen cijfers over het laatste kwartaal, maar naar het zich laat aanzien was ook oktober een uitschieter. Het aantal begrafenissen liep in december sterk terug toen de kou inviel.
 
 
File:Metsu, Gabriel - Sick Child, the.jpg
Gabriel Metsu Het zieke kind (ca 1660-1665)
“In 1664 schooide er in Groningen een landloper, die beweerde dat er in Amsterdam dagelijks 600 à 800 mensen aan de pest stierven”. Dat aantal lijkt sterk overdreven, dagelijks is onzin, per week is veel waarschijnlijker, zie ook het pamflet. In augustus 1664 waren er m.i. ca 1.800 begrafenissen, hetgeen duidt op minstens 450 begrafenissen per week. Als ik mijn schatting corrigeer met 125, plus 225 ongeregisteerden kom ik uit 2150 in de maand augustus en ca 540 per week. Volgens de pamflettist steeg het aantal doden in week 32 (3-9 augustus) tot boven de 900. In de weken 32-35 zouden 3746 doden zijn te betreuren. Dat zijn er nog steeds 134 per dag of 936 per week. 936 – 540 =  400 doden zouden niet op het kerkhof terecht zijn gekomen, maar in een massagraf?
 
Op 27 augustus 1664 schrijft Elie Richard uit Amsterdam naar Parijs; ‘Le nombre des morts de la semaine passée est montée à 933’6. Het cijfer is in overeenstemming met een uit dat jaar gemaakte en gedrukte lijst met aantallen doden7. We vinden het ook in de brief die S. Hill twee dagen eerder aan zijn broer in Londen schreef. Op 12 september van hetzelfde jaar meldt Hill zijn broer: ‘Last week here dyed 1041 and we are fearfull it will increase much more this week’8. Ook dit geval vinden we op de lijst. Over fantasie en overdrijving in het schatten van het dodental is in het voorafgaande echter al genoeg gezegd om onze veronderstelling meer dan plausibel te maken9.[L. Noordegraaf & G. Valk (1996) De Gave Gods, p. 98, 40]
 
In september vielen naar schatting 2.800 + gecorrigeerd met 350 doden = 3150. Dat betekent 788 per week. Volgens de pamflettist stierven 3800 personen in die maand. Zouden er dan 650 personen in een massagraf terecht zijn gekomen?
 
Bij elkaar opgeteld zijn er beide jaren 1663 en 1664 21.510 records bewaard gebleven. Omdat ca. 13.376 gemiddeld zou (2x 6.688) zijn, bedroeg de oversterfte m.i. dus minimaal 8.134 personen. Die zijn met  grote waarschijnlijkheid aan de zwarte dood overleden. Maar de sterftecijfers liggen nog hoger vanwege het aantal ontbrekende begraafboeken. Van de Nieuwe Zijds Kapel zijn de begraafregisters pas vanaf 1657 zijn overgeleverd. Dudok van Heel vermeldde dat ook de begraafregisters van de  Noorderkerk en kerkhof vóór mei 1662, Zuiderkerkhof geheel, Westerkerkhof vóór febr. 1668, Karthuizer kerkhof jan.-sept. 1664 ontbreken.4 O.a. Gerrit Uylenburg, Coenraad van Beuningen en Gerard Blasius kochten een tuin buiten de St Antoniespoort, nu de Plantage, waar zij zich konden verpozen, terugtrekken of groente verbouwen.
 
Domselaer, Commelin (en Wagenaar in navolging) stelden het aantal doden in totaal op 24.148 personen. Van (24.148-21.510=) 2638 personen is dus niet te achterhalen op welke dag en in welke maand ze zijn begraven. Het lijkt erop dat er in 1663 en 1664 per maand zeker tweehonderd meer doden zijn gevallen dan in de DTB te raadplegen zijn.
 
Domselaer, Commelin en Wagenaar stelden het aantal doden op totaal 24.148 personen. Het aantal te verwachten doden in twee jaar tijds is 13.376. Ik vermoed dat zij zijn uitgegaan van alle begrafenissen in de stad en dat de oversterfte en het werkelijke aantal slachtoffers van de pest over 1663 en 1664 ergens bij de 11.000 ligt. Omdat de pest gedurende slechts gedurende zeven maanden slachtoffers maakte, lijken gemiddeld 1538 per maand, 51 pestdoden per dag en ca 355 per week niet onwaarschijnlijk.
 
Ik ga ervan uit dat de kosters en doodgravers in 1664 het twee keer zo druk hadden, dat niet iedere begrafenis geregistreerd werd (verzuim) en dat er ook een aantal dubbeltellingen bij zitten. Dat er 11.000 personen in een massagraf terecht zijn gekomen, waarover niets bekend is, is niet erg geloofwaardig. Het is mij onduidelijk hoe de pamflettist aan zijn gegevens is gekomen.
 
In 1665 brak de grote pest uit in Londen. Daar zouden 70.000 slachtoffers zijn geweest. Pepys en Daniel Defoe vermeldden dat de ziekte eind 1664 uit Amsterdam was importeerd op een schip beladen met katoen dat in de haven aankwam.
 
In Amsterdam waren ook 1666, 1668, 1669, 1671 jaren met bovengemiddelde sterftecijfers. Jan J. Hinlopen stierf in 1666. Titus van Rijn overleed  in 1668 aan de pest? Zijn vrouw, vader Rembrandt en schoonmoeder overleden een jaar na hem, eveneens aan de pest?
 
File:The bubonic plague by Athanasius Kircher.jpg
Ook Athenasius Kircher zag vleermuizen en ratten als veroorzakers van de ziekte.
 
In 1673 is het niet de pest, maar een andere niet nader benoemde ziekte die meer dan 10.000 slachtoffers eistte. Er is zelfs sprake van de Ingebeelde Ziekte, op de planken gebracht door Molière, die op het podium vanwege een interne bloeding in elkaar zakte. Het thema speelde; zie de Ongeneeslijke ziekte, een prent in het Rijksmuseum. In Gouda bleek de pest nog wel een grote rol te spelen in dat jaar. Wagenaar en Buisman vermelden geen bijzonderheden, alhoewel het aantal begrafenissen in Amsterdam opliep in mei (ca 1.000) juni (1300), juli (1100), augustus (1000), met in november nog een uitschieter naar ca 1.000. De pest woedde meestal in de zomermaanden.
 
1678 en 1679 zijn weer jaren met bovengemiddelde sterfte, bijna 10.000 doden gevolgd door een echte uitschieter.
 
In 1680 zijn het weer oktober, november en december met de hoogste aantallen (1.500, 1.500 en 1.700). Ik heb geen idee wat er in de winter van 1680-1681 speelde en welke ziekte er heerste. Wagenaar schreef er niets over. De ziekte had blijkbaar geen opvallende kenmerken. Was het soms een griepepidemie?
 
In 1681 vallen de meeste slachtoffers in het daarop volgende voorjaar; januari (1.700), februari (1.100), maart (1.000), en mei (1.000). Er is een begin gemaakt met de bouw van het Oude Besjeshuis, lange tijd bekend als de Amstelhof, nu de Hermitage. 1682 is weer een jaar met bovengemiddelde sterfte, evenals 1684,1685, 1686 en 1687.
 
1691 is weer een uitschieter. Het zijn het weer de maanden november (1.000) en december (1.100) waren de slachtoffers vallen. Vooral 1693 maar ook 1696 en 1698 – 1699 hebben bovengemiddelde sterftecijfers.
 
In de periode 1675-1699 zijn maar zes jaren die onder het gemiddelde liggen, namelijk 1677, 1683, 1688, 1689, 1690, 1697. In 1700 telde Amsterdam slechts 5232 begrafenissen, enzou pas in 1719 weer boven de 10.000 uitkomen, maar die jaren vallen buiten dit bestek. 
  1. In de eerste helft van de 17e eeuw waren het in totaal 107.036 begrafenissen; in de tweede helft 334.420. In de eerste helft van de 18e eeuw 457.511; de tweede helft telde 486.302 begrafenissen. Het inwoneraantal zou tussen 1600 en 1795  van ca 100.000 naar 217.024 inwoners gegroeid zijn. Een groei van 40.000 in 1600 naar 160.000 in 1699 en 195.000 in 1799 lijkt echter aannemelijker.
  2. De periode 1700-1749 heeft een gemiddelde sterfte van 9150, dat is gemiddeld 25 registreerde begrafenissen per dag. De aantallen stegen opvallend in het tweede kwartaal. Ook de jaren 1726-1729, 1733, 1736, 1740-1742, 1744-1745, 1747-1750 hadden oversterfte, met 1727 als dieptepunt.
  3. J. Wagenaar, Amsterdam in zyne opkomst, deel 1 (Amsterdam 1760), blz. 605.
  4. WILLEM DROST, EEN ONGRIJPBAAR REMBRANDT-LEERLING door S.A.C. Dudok van Heel. In: Maandblad Amstelodamum 1992, p. 19

 47 total views,  1 views today