Henri-Benjamin Constant de Rebecque (Lausanne, 25 oktober 1767 – Parijs, 8 december 1830) was een Frans politicus, journalist en auteur van romans, essays en pamfletten.
Constant maakte deel uit van een republikeinse groep intellectuelen in het Zwitserse Coppet, rondom Mme Germaine de Staël en werd door haar beschouwd als een tweede Charles de Montesquieu. Constant vond dat hervormingen moreel en politiek gezien veruit superieur waren aan revolutie; hij accepteerde de algemene wil van Jean-Jacques Rousseau[1] maar pleitte verder voor vergaande verdeling van macht, gematigdheid, een middenpartij en ministeriële verantwoordelijkheid. Constant was een belangrijk klassiek liberaal theoreticus, die zich interesseerde voor de verhouding tussen de staatsmacht en het individu en vanwege zijn conflict met Napoleon het land verliet. Tijdens de Honderd Dagen (1815) steunde hij Napoleon, maar raakte in conflict met diens opvolgers Lodewijk XVIII van Frankrijk en Karel X van Frankrijk. Hij beïnvloedde met zijn geschriften de liberalen in de eerste helft van de 19e eeuw en de Belgische Opstand. Constant publiceerde ook een reeks boeken tegen en niet over religie[2] geïnspireerd door Baron d’Holbach en Friedrich Melchior Grimm. De Franse literatuur in de 19e eeuw vertegenwoordigde hij met een opmerkelijke psychologische roman.[3]
Inhoud
Biografie
Constant was enig kind en afkomstig uit de Franse hugenotenfamilie Constant Rebecque, die al voor de instelling van het Edict van Nantes naar Zwitserland was gevlucht.[bron?] Zijn vader Louis Arnold Juste werkte als hoge militair in het Staatse leger.[4] Henriette-Pauline de Chandieu-Villars, zijn moeder, was kort na de bevalling van Constant gestorven. Louis Arnold Juste trouwde in het geheim met Marianne Magnin, met wie zijn zoon niet goed overweg kon.[5]

In de zomer van 1787 maakte Constant een wandel- en zwerftocht door Engeland en Schotland[10] en ontmoette een oude vriend die in Gretna Green was getrouwd. Constant, die inmiddels een deel van zijn achternaam wegliet, stond bij zijn vriendinnen ook bekend als gierig en beschreef veelvuldig hoe duur alles was in Engeland. Op 1 oktober was hij weer terug in Frankrijk. In maart 1788 trad Constant als kamerheer in dienst van de Hertog van Brunswijk. In 1789 trouwde hij met de hofdame Wilhelmina von Cramm, van wie hij in 1793 scheidde toen hij verliefd werd op Charlotte van Hardenberg.[11] Al in 1790 was hij van plan een repliek te schrijven op Edmund Burke, die van mening was dat de excessen aan het begin van de Franse revolutie, met name de gebeurtenissen begin oktober 1789, voordat de Verklaring van de rechten van de mens en de burger was aangenomen, te vermijden waren geweest.[1] Ondertussen was hem duidelijk geworden dat de hertog van Brunswijk zich tot een van de centrale figuren ontwikkelde in een coalitie tegen Frankrijk. Van december 1793 tot april 1794 logeerde hij bij Van Zuylen in “Le Pontet” aan het Meer van Neuchâtel.[10]

Staël en Napoleon
Constant ontmoette Germaine de Staël, de beroemde dochter van de bankier, miljonair en minister Jacques Necker, op 18 september 1794 in Lausanne. Er volgde eerst nog een felle briefwisseling met Van Zuylen, toen Constant met De Staël, een jonge vrouw van zijn eigen leeftijd, in mei naar Parijs vertrok.[12] Op 23 september werd de Franse Grondwet van 1795 goedgekeurd in de Nationale Conventie; bovendien werd er een vijfkoppig Directoire ingesteld. Iedereen die pleitte voor herstel van de monarchie of voor herinvoering van de Franse grondwet van 1793 werd met de dood of deportatie bedreigd.[13] Twee dagen na de 13 Vendémiaire werd Constant beschuldigd een royalist te zijn en een nacht opgesloten in de gevangenis. In 1798 begon hij een briefwisseling met de vrouw van de acteur François-Joseph Talma.[14] Niet lang nadat hij als Frans staatsburger werd erkend, werd hij in het Tribunaat benoemd; Constant ging al spoedig in oppositie (7 januari 1800) en in 1802 moest hij zijn zetel opgeven. Toen ook De Staël hoogoplopende ruzie kreeg met Napoleon vanwege haar verdediging van Jean Gabriel Peltier die Napoleon dood wenste, maakte hij met haar in 1803 een journalistieke reis naar Weimar, waar zij Duitse kunstenaars en geleerden ontmoeten. Constant wees een huwelijk af en verliet haar. Hij reisde haar tegemoet, toen hij vernam dat haar vader Jacques Necker met wie zij een uitzonderlijke sterke band had, was overleden. De relatie met Mme de Staël duurde tot mei 1811, ondanks het feit dat Constant in 1808 in het geheim was getrouwd met zijn oude liefde Charlotte von Hardenberg, geboren in Engeland.[15] Tussen 1810-1815 verloor hij zijn huis in de Rue de Berri, meubels en bibliotheek met het gokken.[bron?] Tussen 1811 en oktober 1813 woonde hij met zijn vrouw in Göttingen. In augustus 1814 werd Constant verliefd op de frivole Mme Récamier, een vriendin van Germaine en eveneens een tegenstander van de keizer. Tijdens hun relatie die achttien maanden duurde trad Constant in overleg met Joseph Fouché, Michel Ney, Elie Decazes, Joseph Bonaparte en Napoleon.[5] Op haar advies mocht hij niet te veel toegeven.De onbevredigende relaties van Constant dienden als bron van inspiratie voor zijn psychologische roman Adolphe, een mix van autobiografische passages, scherpe analyses en cynische bedenkingen.
De politieke koers van Benjamin Constant was niet recht. Aanvankelijk bewoog hij zich uiterst links. Al in een vroeg stadium wees hij op de uitwassen van het schrikbewind. In 1795 veranderde zijn politieke voorkeur volgens Belle van Zuylen; in tegenstelling tot Edmund Burke en evenals Mme De Stael was hij niet overtuigd van de onvermijdelijkheid van de Franse Revolutie. Constant bewonderde Jean Lambert Tallien en Talleyrand en zou in 1796 zijn politieke debuut maken. Hij was tegen het principe van een tweederdemeerderheid voor het aannemen van wetten in de Nationale Conventie.[16] Op 18 Fructidor (4 september 1797) vond er een staatsgreep plaats, die leidde tot meer macht voor Paul Barras; Mmme de Staël en Constant waren voorstander van de coup om de republiek te redden van de ondergang.[17] Vervolgens pleitte Constant voor een gematigde middenpartij en vrijheid van meningsuiting. Na de 18e Brumaire werd Constant benoemd in het Tribunaat, maar in 1802 werd 1/5 van de afgevaardigden al weer ontslagen, waaronder Constant. Eind oktober 1803 trok hij met De Staël naar het Hertogdom Saksen-Weimar-Eisenach, waar hij Duitse geleerden en romantische schrijvers ontmoette. Vanaf 1804 stond hij samen met Mme de Staël vijandig tegenover de ongebreidelde macht van de keizer die een politiestaat had gecreëerd met behulp van Joseph Fouché. Napoleon deed ondertussen van alles om Mme de Staël te beledigen en leverde persoonlijk kritiek op haar laatste publicatie, Corinne.[18][19] Constant publiceerde in 1813 De l’esprit de conquête, een sterke aanval op Napoleon. Na de Restauratie en het Charter van 1814 reisde Constant vanuit Duitsland terug naar Brussel. Ook Constant kan als windvaan[20] worden betiteld, want tijdens de Honderd Dagen (1815) sprak hij zich in maart nog uit tegen Napoleon. Op aanraden van Mme de Staël vluchtte hij naar de Vendée, maar een week later was hij alweer terug in Parijs. Lodewijk XVIII vluchtte op 20 maart, de dag dat Napoleon de stad binnenreed naar Gent.

Nadagen
Erfenis
Constant pleitte voor het “juste milieu” of juiste midden. Hij beïnvloedde met zijn ideeën over ministeriële verantwoordelijkheid de leiders van de Belgische Opstand;[28] in 1829 de Griekse strijders voor de onafhankelijkheid van het Ottomaanse Rijk;[29] in 1830 de Novemberopstand; de Zwitserse advocaat Daniel-Henri Druey, de Mexicaanse liberaal José María Luis Mora; de Liberale Partij (Brazilië) en indirect de Proclamatie van de Republiek Brazilië en de Braziliaanse grondwet van 1891. Ook Alexis de Tocqueville zou een politieke leerling zijn geweest. De Franse literatuur in de 19e eeuw vertegenwoordigt hij met zijn psychologische romans (in de ik-vorm) en het ‘mal du siècle’ na de slag bij Waterloo?Constant wordt soms verward met de Braziliaanse politicus Benjamin Constant Botelho de Magalhães maar ook met de schilder Jean-Joseph Benjamin-Constant.[30]
Werken
- Correspondance générale 1810–1812 geredigeerd door Paul Delbouille, Kurt Kloocke, deel VIII [3]
Essays
- De la force du gouvernement actuel de la France et de la nécessité de s’y rallier (1796) [4]
- Des réactions politiques (1797)
- Des effets de la Terreur (1797)
- Fragments d’une ouvrage abandonné sur la possibilité d’une constitution républicaine dans un grand pays (1803–1810)
- Principes de politique applicables à tout les gouvernements répresentatifs et particulièrement à la constition actuelle de la France (1806–1810)
- De l’esprit de conquête et l’usurpation (1815), is het pamflet tegen Napoleon
- De la libertés des brochures, de pamphlets et des journaux considerée sous le rapport de l’intérêt du gouvernement
- Observations sur le discours prononcé par S.E. le Ministre de l’intérieur en faveur du projet de loi sur la liberté de la presse
- De la doctrine politique qui peut réunir les partis en France
- De la liberté des Anciens comparée à celle des modernes (1819)
- Cours de politique constitutionnelle (1818-1820)
- Les mémoires sur les Cent-Jours (1819-1820)
- De la religion (1824–1831)
- Mélanges de littérature et de politique (1829)
- Du polythéisme romain considéré dans ses rapports avec la philosophie grecque et la religion chrétienne (1833)
Romans
- (fr) Le Cahier rouge (1807) Portret van Constant op 6-jarige leeftijd en de volledige tekst van Le Cahier Rouge
- Wallstein (1809)
- Adolphe (1816) is beïnvloed door Die Leiden des jungen Werthers en dat zich gedeeltelijk afspeelt in Kadaň; vertaald door Martin de Haan.[29]
- Cécile (1951), eerst postuum uitgegeven
Literatuur
- Dennis Wood, Isabelle de Charrière, Benjamin Constant and the Novel. In: Lettre de Zuylen et du Pontet 6 (1981) p. 6-7.[31]
- Dennis Wood, Isabelle de Charrière et Benjamin Constant. A propos d’une découverte récente. [Sur les Lettres d’Arsillé fils, Sophie Durfé et autres, roman écrit par Benjamin Constant et Madame de Charrière.] In: Studies on Voltaire and the eighteenth century ; 215. (Oxford, Voltaire Foundation, 1982), p. 273-279.
- Gustave Rudler, La jeunesse de Benjamin Constant, 1767-1794. Le disciple du 18e siècle. Utilitarisme et pessimisme. Mme de Charrière. Paris, A. Colin, 1909. 542 p.
- Correspondance Isabelle de Charrière et Benjamin Constant (1787-1805), Éd. Jean-Daniel Candaux. Paris, Desjonquères, 1996
- Renee Weingarten, Germaine de Staël & Benjamin Constant. A dual Biography, Yale, 2008
- Julie Talma, Erotisch schimmenspel. Brieven van Julie Talma aan Benjamin Constant. Amsterdam, Van Oorschot, 1962
Externe links
- http://www.thefreemanonline.org/features/benjamin-constant-liberty-and-private-life/
- Benjamin Constant. Philosophe, historien, romancier, homme d’état [5]
- Dennis Wood, Benjamin Constant. A Biography London, Routledge, 1993 [6]
- Korte biografie op de The Online Library of Liberty
Bronnen, noten en/of referenties
|