De pakhuizen op het Prinseneiland van Neeltje Pater

Prinseneiland 63-73 ca 1940; Pakhuizen Justina en Catherina, Mars, Broek in Waterland, De Gouden Kop, D’Korenbeurs en D’Schelvis. Beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Aan de westzijde van het Prinseneiland, tegenover de Nieuwe Teertuinen, staat een rij van vijf aaneengesloten pakhuizen. Op basis van notariële akten en andere archiefstukken zijn er aanwijzingen dat ten minste drie van deze panden in de achttiende eeuw in verband kunnen worden gebracht met de familie Pater uit Broek in Waterland. Dit onderzoek richt zich op de rol van vastgoed en banktegoeden in het vermogen van Neeltje Pater en Cornelis Schoon.

Omstreeks 1615 begon men enkele kleine walen aan te plempen en zo ontstonden er drie eilanden. De verkoop van de erven in twee parken voor de bouw van pakhuizen op het Prinseneiland begon in 1623. Scheepshellingen, zoals op het Bickereiland, waren niet toegestaan. Ondertussen werd de oorspronkelijke verkaveling van het Prinseneiland aangepast, waarbij onder meer een geplande noord-zuidverbinding over het eiland werd opgegeven ten gunste van grotere bouwpercelen. Deze ontwikkeling maakte de aanleg van omvangrijke pakhuizen mogelijk. De oudste bewaargebleven kwijtscheldingen dateren van 1632/1633, veroorzaakt door een bouwcrisis.[J.E. Abrahamse, p. 94, 110].

Uit de bronnen blijkt dat deze familie beschikte over aanzienlijke vermogens, waaronder tegoeden bij de Amsterdamse Wisselbank en investeringen in handel en scheepvaart. De pakhuizen op het Prinseneiland  vormden waarschijnlijk een onderdeel van dit bredere netwerk van bezit en handel.

Het vastgoed van Pater betreft met name de pakhuizen met de namen Broek in Waterland, Mars en De Gouden Kop. De naamgeving alleen al wijst op mogelijke verbanden met de herkomst en familiebanden van de eigenaars. Zo verwijst Broek in Waterland direct naar het dorp waar Neeltje Pater en haar echtgenoot Cornelis Schoon een belangrijke rol speelden. Enkele pakhuizen komen uit de familie Mars.

Het bezit van de familie Pater concentreerde zich niet in afzonderlijke panden, maar in twee aaneengesloten clusters op het Prinseneiland: een rij pakhuizen aan de zuidzijde tegenover de Haarlemmer Houttuinen en een tweede reeks aan de westzijde, die samen een samenhangend opslagcomplex vormden. Bovendien een enkel pakhuis aan de noordzijde.

File:Amsterdam Prinseneiland gezien vanaf Nieuwe Teertuinen.JPG

Neeltje (1730-1789) was de dochter van Cornelis Dirksz. Pater (1685-1762), reder, en Annetje Muus Mars (1698-1730). Haar moeder overleed waarschijnlijk tijdens de kraam.  In 1766 trouwde Neeltje Pater onder huwelijkse voorwaarden met Cornelis Schoon. “Winst en verlies […] zal half en half gedragen worden”. Dus geen gemeenschap van kapitaal, ieder behoudt zijn/haar eigen vermogen, bij overlijden of scheiding blijft dat gescheiden, maar wel gedeelde opbrengst van het huwelijk.

Dat is een interessant compromis: → scheiding van vermogen, maar samenwerking in inkomen. Haar vermogen was uitzonderlijk groot inclusief:

    • Bank of England, Theodoor Jacobsen & Diederik Jacob Haane in Londen
    • Wisselbank
    • VOC Middelburg (De Superville, Smith) en Amsterdam
    • Engelse East India Company
    • vastgoed
    • effecten in Zeeland en ook elders (Utrecht, Friesland)

In 1767, een jaar na haar huwelijk, woonde Neeltje Pater in Amsterdam, Cornelis Schoon in Broek-in-Waterland. Uit notariële akten blijkt dat Neeltje Pater tijdens haar huwelijk reeds actief participeerde in financiële transacties, onder meer met betrekking tot VOC-aandelen en internationale handel. Zij trad daarbij op als comparante en verleende zelfstandig volmachten, zij het formeel met assistentie van haar echtgenoot.

Tijdens haar huwelijk met Cornelis Schoon werd dit bezit door hem beheerd, terwijl zij juridisch gerechtigd bleef. Hij machtigde namens haar een vertegenwoordiger in een geschil met de wed. Albert Schuyt. In een akte van 1771 verleende zij hem bovendien volmacht om haar buitenlandse vermogensbestanddelen te administreren, hetgeen wijst op een gestructureerde verdeling tussen eigendom en beheer.

De ligging van de Mirakelhuizen en het pakhuis Noordwijk zijn mij nog niet duidelijk, vermoedelijk de nr. 105-109, links op de foto

Het vermogen van het echtpaar manifesteerde zich enerzijds in onroerend goed op het Prinseneiland, waaronder het pakhuis ‘Alphen’, en anderzijds in tegoeden bij de Amsterdamse Wisselbank, die een centrale rol speelden in hun financiële transacties.

  • Flora (1722), dubbel pakhuis met erven en loods; in Park A nr. 12 en 13, met een houtwal van 20 voeten.
  • Mirakelhuizen (1733), twee pakhuizen naast elkaar, erven, tuin en wal, tegenover de Haarlemmer Houttuinen, met daarnaast de
  • Noordwijk (1742), ZZ, met gang, tegenover de Haarlemmer Houttuinen,
  • Broek in Waterland, westzijde
  • Mars, westzijde
  • Gele Pakhuis (1744), erf nr 2, dubbel pakhuis erven en loods voor 11.000 gulden
  • Meermin (1744), zowel een huis, als pakhuis met 4 loodsen, erven, gang en steiger, gekocht voor 11.000 gulden van Erven Aagje Claas Mars wed. Claas Timmerman sind 1734 in hun bezit
  • Alphen (1751) Pater-erfenis
  • Gouden kop (1755), sinds 1670 in de familie Mars, Erven Marten Gerritsz Mars
  • Zandvoort (1755), noordzijde Prinseneiland bij de “vliegende brug”, sinds 1708 in de familie Mars, gekocht voor 2.500 gulden van Erven Marten Gerritsz Mars

File:Prinseneiland te Amsterdam, Bestanddeelnr 918-6005.jpg

Het overlijden van Egje Pater, weduwe van Jacob Gerritsz Mars, in augustus 1770 vormt een keerpunt, waarna Neeltje Pater als enig erfgename een aanzienlijk pakket aan effecten en aandelen, waaronder VOC-participaties, in handen kreeg. In de jaren daarna treedt zij zichtbaar op in financiële transacties, zowel binnen de Republiek als in internationale context.

  • 1771–1774 → actieve transacties (VOC / Londen): gelden te innen uit een VOC-aandeel (± 3000 gulden). Dat aandeel staat op haar naam van Dirk Cornelisz Pater.
  • 1773 Cornelis Schoon behoort tot de top vijf inleggers bij de Wisselbank.
  • 1778 → Neeltje als weduwe onder haar eigen naam bij de Wisselbank?
  • Transport van vijftien obligaties, samen 16.000 gulden?
  • 1779 Verkocht en over te dragen vijf obligaties?

Na het overlijden van Cornelis Schoon (1719-1778) verkreeg zijn weduwe Neeltje Pater, overeenkomstig de huwelijkse voorwaarden, het recht om zelfstandig over de bij de Wisselbank berustende tegoeden te beschikken. Deze overgang markeert haar optreden als juridisch en economisch zelfstandig handelende partij.

File:Stadsarchief Amsterdam, Afb OSIM00008003977.jpg
Prinseneiland ca 1905

Uit notariële akten blijkt dat het echtpaar beschikte over aanzienlijke tegoeden bij de Amsterdamse Wisselbank. Na het overlijden van Cornelis Schoon verkreeg zijn weduwe Neeltje Pater het recht om zelfstandig over deze gelden te beschikken, conform de huwelijkse voorwaarden. Na overlijden Schoon verkrijgt Neeltje beschikking over Wisselbanktegoeden.

In de Republiek: vrouwen waren in principe handelingsbekwaam, maar in het huwelijk vaak: → onder voogdij / vertegenwoordiging van de man. Dus: haar bevoegdheid wordt niet “gegeven”, maar komt vrij na zijn overlijden.

Dit is een eerste verkenning. Nadere studie van eigendomsakten en belastingregisters kan mogelijk meer duidelijkheid geven over de precieze toedeling van de panden.

In 1691/1695 bevrachtten Cornelis Jansz Pater en Jacob Heijn (of Jacob van Heijningen), in compagnie schepen naar Kopenhagen, waar een van de schepen is gearresteerd. De tocht ging verder naar Stralsund, Dantzig, Riga en Königsbergen. Op de heenweg zout uit Portugal, op de terugweg graan, hennep- en lijnzaad, etc. Nog niet uitgewerkt, het gaat m.i. om familie en een naamgenoot.
Cornelis Pater bezat ook een pakhuis op het Realeneiland (De Duif in de gevel, pakhuis en erf),  op de Oudeschans (De Reaal, pakhuis en erf) en de Achtergracht (Februari), bovendien meerdere pakhuizen op de Brouwersgracht:

De Timmerman, pakhuis en erf, tussen Binnen Dommersstraat. Albert en Claas Timmerman waren familie, Eegje en Neeltje Pater erfden van hen tweeen.
De Eerste Sleutel, pakhuis en erf, tussen Binnen Oranjestraat (Eerste Haarlemmerdwarsstraat) en Mouthaansteeg
De Tweede Sleutel, pakhuis en erf, tussen Binnen Oranjestraat (Eerste Haarlemmerdwarsstraat) en Mouthaansteeg
De Kameel, tussen eerste en tweede Haarlemmerkruisstraat en ten westen Pakhuis Cort Beraat en ten oosten Pakhuis De Ezel.
De Middellandse Zee in de gevel, pakhuis en erf, beoosten hoekhuis Baanbrugsteeg.
De Fortuin, pakhuis en erf, oosthoek Baanbrugsteeg
Het Wapen van Aalsmeer, pakhuis en erf, belend aan de OZ het Stadsmagazijn
De Wolf, pakhuis en erf, over de Palmgracht (Braak)

Loading