De pakhuizen op het Prinseneiland van Neeltje Pater

Aan de westzijde van het Prinseneiland, tegenover de Nieuwe Teertuinen, staat een rij van vijf aaneengesloten pakhuizen. Op basis van notariële akten en andere archiefstukken zijn er aanwijzingen dat drie van deze panden in de achttiende eeuw in verband kunnen worden gebracht met Neeltje Pater uit Broek in Waterland. Dit onderzoek richt zich op de rol van vastgoed van Neeltje Pater en Cornelis Schoon.

Het bezit van de familie Pater concentreerde zich in aantal afzonderlijke panden, maar ook in een aantal samenhangende opslagcomplexen op het Prinseneiland. De combinatie van familie-erfenissen, internationale beleggingen en logistiek vastgoed wijst op een kapitaalkrachtig netwerk van kooplieden en investeerders met wortels in Broek in Waterland. In de loop van de achttiende eeuw lijkt het zwaartepunt van de familieactiviteiten zich geleidelijk te hebben verplaatst van bulkhandel en scheepvaart naar kredietverlening, obligaties en internationale beleggingen.

Achtergrond

Rond 1611/1612 werd de Spaarndammerdijk verlegd. Omstreeks 1614 begon men enkele kleine walen aan te plempen, waarna er drie eilanden ontstonden.

Tijdens de grote stadsuitbreidingen aan het begin van de zeventiende eeuw speelden Bartholt Cromhout en zijn zwager Frans Hendriksz. Oetgens, fabrieksmeester belast met stadsontwikkeling en publieke werken, een belangrijke rol bij de verwerving van buitendijkse gronden ten westen van de Haarlemmerpoort. Vermoedelijk had Witsen rond 1608/1609 zijn schoonmoeder, de weduwe Neel Pieters, geïnstrueerd rietland bij de Haarlemmerdijk aan Oetgens te verkopen.1

In 1611 werden hij en zijn zwager Bartholt Cromhout door een commissie, voorgezeten door Cornelis Hooft en Jacob Dircksz de Graeff, beschuldigd van onoorbare praktijken aangaande de Derde Uitleg.[3] Zij hadden ongeveer tien hectare grond — vergelijkbaar met het huidige Java-eiland — in bezit, maar verzetten zich tegen de Melioratie, de heffing voor de aanleg van straten, kades en beschoeiingen.2 De familie Cromhout was op grote schaal betrokken bij inpolderingen in Noord-Holland.3

Nadat Oetgens en Cromhout in 1615 dreigden de kwestie voor de Hoge Raad te brengen, trof de stad in 1622 een schikking: de gronden werden onteigend en de eigenaren ruim gecompenseerd.4 Onderstaande kaarten uit 1622/1623 tonen welke kavels de stad uiteindelijk van Oetgens en Jonas Cornelisz. Witsen overnam.

Beschrijving: T Middelste Eylant Kaart 75 van Kaartboek C, afkomstig uit het archief van Thesaurieren Ordinaris (toegangsnummer 5039/529) met gemeten en genummerde kavels op het Prinseneiland (Middelste Eylant) in Parken A en B ter weerzijde van de (huidige) Galgenstraat. Getekend door Cornelis Dankerts de Rij rond 1623-1624. Schaal 1:530. Met een opgeplakte windroos. Oriëntatie: noord boven. Kaart 76 van Kaartboek C, afkomstig uit het archief van Thesaurieren Ordinaris met het gebied ten oosten van de noorwestlijke stadswal en ten noorden van de Brouwersgracht zijnde het westelijk deel van de Haarlemmerstraat en de Westelijke Eilanden. Getekend door Lucas Jansz Sinck. Schaal ca. 1:2.000. In groen de stadsbezittingen aangegeven. Oriëntatie: noord boven.

Op 27 januari 1623 begon de verkoop van de erven op het Midden- of Middelste Eiland in twee parken A & B.5

Naar het zich laat aanzien is voor 1622 de oorspronkelijke verkaveling van het Prinseneiland  aangepast, waarbij onder meer een geplande noord-zuidverbinding over het eiland werd opgegeven ten gunste van grotere bouwpercelen. Deze ontwikkeling maakte de aanleg van omvangrijke pakhuizen in sommige gevallen 25 tot 35 m diep. “Smaldelen tot slopjes en steegjes” werd verboden, maar de indruk wordt gewekt, dat de aanvankelijke breedte van 32 voet (9 meter) in veel gevallen is opgegeven, ten gunste van erven van 24 voet (6,75 meter) of 16 voet breed.

Het Prinseneiland zou 400 voet (112m) breed zijn.6  Voor ieder pakhuis lag een straat van 20 voet (5,5 meter) en een wal van 55 voet (15,5 meter). Feitelijk is het Prinseneiland 127 m breed (412 voet), de overtuinen 20 m (65-80 voet), en de straat 7m (24 voet). De overtuinen zijn gebruikt voor houtopslag zoals op de kaart uit 1625 van Balthasar Floris van Berckenrode is te zien. Smederijen waren niet toegestaan. Later verschenen er loodsen en scheepswerven.

Plattegrond van Amsterdam door Balthasar Florisz. van Berckenrode, 1625. Dit is het blad rechtsonder met de Westelijke eilanden. Om onduidelijke redenen ligt het Bickerseiland nog braak.

Alleen op de percelen die in handen van de stad of de burgemeesters waren gekomen, kon direct worden gebouwd. De daarop volgende kwijtscheldingen dateren van 1632/1633. Dat betekent dat de verkoop van bouwpercelen meteen begon nadat de crisis was opgelost.[J.E. Abrahamse, p. 94, 110] Cornelis Bicker was een van de eersten. Hij kocht erf nr. 24 in park B op 23 januari 1631 en betaalde op 10 juli 1632.

Een van de eigenaren aan de oostzijde van het Prinseneiland was burgemeester Nicolaas Tulp, maar twee panden stonden op naam van zijn vrouw, Margreta de Vlaming van Oudtshoorn; een derde stond op naam van zijn zoon, Dirk Tulp.11 Zij zijn gebruikt voor de opslag van blauwsteen en marmer en verwerkt door A. Quellinus of P. de Keyser, steenkoper en architect (o.a. van de Noorderkerk)  voor de verfraaiing van gebouwen. Deze panden, op de erven nr. 7, 8 en 9, waren afkomstig van Abraham Boom, burgemeester van 1625 tot 1639.12

In februari 1655 trouwde Wendela Bicker met raadpenionaris Johan de Witt. Het feest vond plaats op het Bickereiland op een scheepswerf, eigendom van haar vader. Omdat het een pestjaar was mochten er van burgemeester Tulp niet meer dan 55 gasten worden uitgenodigd.13

In de tweede helft van de 17e eeuw ontwikkelde op het Prinseneiland de haringpakkerij zich op redelijk grote schaal.14 In mei 1661 kocht de haringkoper Hendrik Jacobsz Gijsen zijn erf en getimmerte op de zuidoosthoek van Park A. De burgemeesters waren uiteraard beducht voor brandgevaar, met de opslag van zoveel hout en teer aan de overkant.15 In 1742 werd de Galgenstraat bewoond door drie relatief rijke teerkopers volgens het Kohier op de Personeele Quotisatie, een impopulaire inkomstenbelasting.

Familie Pater

Het vastgoed van de familie Pater betreft met name de pakhuizen  met de namen Broek in Waterland, Mars en De Gouden Kop. De naamgeving alleen al wijst op verbanden met de herkomst en familiebanden van de eigenaars. Zo verwijst Broek in Waterland direct naar het dorp waar Neeltje Pater en haar echtgenoot Cornelis Schoon, een van de vier plaatselijke burgemeesters, een belangrijke rol speelden.

Enkele pakhuizen waren afkomstig uit de familie Mars en Timmerman, die in het laatste kwart van de zeventiende eeuw actief waren in de handel in zout uit Bourgneuf, La Rochelle en Setúbal in Portugal. Ook deze families waren gevestigd in Broek in Waterland. Uit notariële akten blijkt dat hun handelsnetwerken zich niet beperkten tot de Atlantische zoutvaart. Het ligt voor de hand dat hun schepen op de terugreis vanuit West-Frankrijk of Portugal graan en andere bulkgoederen laadden in Oostzeehavens als Stettin, Danzig, Riga en Koningsbergen. In de akten worden onder meer rogge, tarwe, gerst, lijnzaad en hennep genoemd.

  • Aankoop aandeel VOC in 1733 door Claas en Cornelis Pater (f 3.000), afkomstig van Stephanus Laurentius Neale de Gouverneur van Suriname.[Notariële archievenarchiefnummer 5075inventarisnummer 9570aktenummer 657540]
Bickers- en Eilandsgracht in 1918 door Jacobus van Eck 16
  •  wijk 54, verpondingsnr. 2461. Prinseneiland 393-395. Cornelis Graafland Jansz, schepen, en directeur van de Societeit, bezat de erven 1-4 op de ZO-hoek van park A, bij de aankoop nog steeds onbebouwd. Hij was in 1683 de opdrachtgever tot de bouw van twee pakhuizen de Meermin en het Zeepaard (1683) en vier loodsen. In 1733 vond een boedelscheiding plaats. Cornelis Opmeer, een makelaar, werd de nieuwe eigenaar. Cornelis Pater bezat sinds 1740 dit pakhuis samen met Ferdinand van Collen, burgemeester en directeur van de Societeit van Suriname, de langstzittende directeur ooit.17 Merkwaardigerwijze is Eegje Pater opnieuw de volgende eigenaar, alhoewel zij al in 1770 was gestorven. De kohieren zijn niet altijd goed bijgehouden en ook niet altijd bewaard gebleven om het verloop na te gaan.
  • nr. 2473. Prinseneiland 7. Cornelis Pater bezat sinds 1744 het Gele Pers bij de Galgenstraat aan de oostzijde. Het dubbele pakhuis met loods  kwam in handen van Geertje Pols uit Broek tot 1786; verponding 36 gulden.18 Na het overlijden aan Neeltje Pater?
  • nr 2487 Prinseneiland 29 en nr 2500. De familie Mars samen met Jan, Corn. & Claas Pater; Corn. Pater verkreeg het aandeel van Mars. Verponding bedroeg 3×15=45 gulden en 5×27=135 gulden.
  • nr 2536, 2537, en 2538; verponding 2×19+21=59 gulden. Prinseneiland 65 (Mars), 67 (Broek in Waterland) en 69 (de Gouden Kop). In 1758 kwamen al deze panden in handen van Neeltje en/of Eegje Pater, evenals:
  •  nr 2539. Aanvankelijk van de drie gebroeders Timmerman uit Monnikendam samen met Corn. Pater. Ieder beschikte over een verdieping?[N.A. 5044-324] verponding 3×36=108 gulden. Eegje beschikte uiteindelijk over 1/5 deel. Dit is Prinseneiland 63.
  • nr 2543 Prinseneiland 41 en 43 is in 1757 in handen van Claas Roos; verponding 33 gulden. De achterhuizen 45 en 47 zijn volbouwd in 1740.

Het bezit van de familie Mars en Pater op het Prinseneiland bestond uit vier afzonderlijke panden en twee clusters : een rij pakhuizen aan de zuidzijde tegenover de Haarlemmer Houttuinen en een tweede reeks aan de westzijde, die samen een samenhangend opslagcomplex vormden, de Alphen, Santvoort en Watergang. Bovendien beschikten zij over een dubbel maar ondiep pand aan de noordzijde, gelegen bij de Drieharingenbrug. De familie Mars was sinds 1670 actief op het Prinseneiland als bouwheren van de Schelvis, de Koornbeurs, de Gouden Kop, Broek-in-Waterland, Mars op het Prinseneiland.

File:Amsterdam Prinseneiland gezien vanaf Nieuwe Teertuinen.JPG
Prinseneiland 61-85, Atlas, Vrede, de Witte Engel, Pelicaan, Gele pakhuis, Roode pakhuis

Neeltje Pater (1730-1789) was de dochter van Cornelis Dirksz. Pater (1685-1762), reder, en Annetje Muus Mars (1698-1730). Het echtpaar was in 1717 getrouwd; haar moeder overleed 12 dagen na de kraam. Neeltje Pater was erfgename van:

1. Gerrit Cornelisz Pater 1672-1741? (oud-oom) x Maritje Bouman (kinderloos).
2. Claas Dircksz Pater (oom) 1683-1744 x Aaltje Gerrits Mars
3. Trijntje Muusdr Mars (tante) 1702-1741 x Jan Dircksz Pater (oom), (kinderloos)
4. Cornelis Dirksz. Pater (1685-1762) haar vader; in 12 akten komt Suriname voor, 10 gaan over obligaties, 4 over zout. Cornelis Pater participeerde bovendien in negotiatiefondsen die verband hielden met de Surinaamse plantage-economie. Hij investeerde onder meer in de plannen van Willem Gideon Deutz, die hypotheekleningen verstrekte aan planters in Suriname. Daarmee raakte het familiekapitaal niet alleen verbonden met de Europese bulkhandel, maar ook met de Atlantische krediet- en plantage-economie van de achttiende eeuw.
5. Eegje Cornelisdr Pater (zuster) 1721-1770 x Jacob Gerritsz Mars (-1758) (kinderloos)
6. Geertje Claasdr Pols (nicht) 1726 – 1785 x Jacob Cornelisz Ploeger 19

Het huis en erf van Cornelis Schoon aan Roomeinde in Broek in Waterland. Titelblad, acht tekeningen, vier plattegronden en legenda van het huis en erf, gedaan in 1755 en 1762. Collectie 359 – prenten en tekeningen van de Provinciale Atlas Noord-Holland,

In 1766 trouwde Neeltje Pater onder huwelijkse voorwaarden met Cornelis Schoon. “Winst en verlies […] zal half en half gedragen worden”. Dus geen gemeenschap van kapitaal, ieder behoudt zijn/haar eigen vermogen, bij overlijden of scheiding blijft dat gescheiden, maar wel gedeelde opbrengst van het huwelijk.

Dat is een interessant compromis: → scheiding van vermogen, maar samenwerking in inkomen. Haar vermogen was groot: 4.092.781 toenmalige Hollandse guldens volgens de taxatie, inclusief:

    • Bank of England (BoE): Theodore Jacobsen & Diderick Jacob Hane, bankiers in Londen
    • Wisselbank in Amsterdam; het kapitaal omvatte banksaldo’s ter waarde van zeshonderdduizend gulden? Ik vermoed dat het veel meer was.
    • VOC-kamer Middelburg; in samenwerking met Boursse de Superville & Smith, kooplieden op China.
    • Engelse East India Company in Londen
    • vastgoed op haar naam; drie huizen in Broek in Waterland,  elf pakhuizen op het Prinseneiland; Schoon bezat een eigen huis.
    • obligaties op Zeeland en ook elders (Holland, Utrecht, West-Friesland), nog uit te zoeken. Bij Neeltje Pater gaat het in de helft van de gevallen waarbij zij in een akte voorkomt om de aankoop van obligaties.

Stukken betreffende de nalatenschap van Claas Dirksz. Pater (1629-1692) waarvan het vruchtgebruik berustte bij Neeltje Pater en bestaande uit 80.000 Engelse ponden op de Engelse Bank en een aantal pakhuizen in Amsterdam, 1885, 1886, 1888. 1 omslag https://proxy.archieven.nl/0/EDA857B6F53747838E23C4137644D24A

 

Prinseneiland 61-71

In 1767, een jaar na hun huwelijk, woonde het echtpaar gescheiden: Neeltje Pater in Amsterdam en Cornelis Schoon in Broek-in-Waterland. Uit notariële akten blijkt dat Neeltje Pater actief participeerde in financiële transacties, onder meer met betrekking tot VOC-aandelen en internationale handel. Zij trad daarbij op als comparante en verleende zelfstandig volmachten, zij het formeel met assistentie van haar echtgenoot.

Tijdens haar huwelijk met Cornelis Schoon werd dit bezit door hem beheerd, terwijl zij juridisch gerechtigd bleef.20 In een akte van 1771 verleende Neeltje hem bovendien volmacht om haar buitenlandse vermogensbestanddelen te administreren, hetgeen wijst op een gestructureerde verdeling tussen eigendom en beheer.

De ligging van de Mirakelhuizen en het pakhuis Noordwijk zijn mij nog niet duidelijk, vermoedelijk de nr. 105-109, links op de foto.

De grote hoeveelheid notariële transacties wijst erop dat Gerrit en Marten Mars, handelend in compagnie, op aanzienlijke schaal actief waren in de internationale bulkhandel. Vermoedelijk werd in deze periode een belangrijk deel van het familiekapitaal opgebouwd dat later, via vererving en huwelijksverbindingen, terechtkwam bij Neeltje Pater. Het omvangrijke vastgoedbezit op het Prinseneiland en de beleggingen bij de Wisselbank, de VOC en buitenlandse fondsen lijken daarvan het resultaat.

  • Park A:
  • Flora (1722), dubbel pakhuis met erven en loods op de ZO-hoek van de Galgenstraat; de erven nr. 12 en 13, met een houtwal van 20 voeten; huurwaarde 438 gulden, verponding 36 gulden.21
  • Noordwijk (1742), ZZ, gekocht door Cornelis Pater.
  • Mirakelhuisjes (1733), twee pakhuizen naast elkaar, met gang, erven, tuin en wal, Prinseneiland 101-103?
  • Park B:
  • Gele Pakhuis (1744), erf nr 2, oostzijde, dubbel pakhuis erven en loods voor 11.000 gulden, verworven door Claes en Cornelis Pater
  • De Korenbeurs en de Schelvis westzijde, van Corn. G. Mars en Neeltje C. Muus met loods.
  • Gouden kop (1755), westzijde, sinds 1670 in handen van Pieter en Muus Mars en van Corn. G. Mars en Neeltje C. Muus, half pakhuis verkocht door de Erven Marten Gerritsz Mars met loods aan Corn. Pater.
  • Broek in Waterland, westzijde van Corn. G. Mars en Neeltje C. Muus, met loods
  • Mars, westzijde van Corn. G. Mars en Neeltje C. Muus, met loods
  • Alphen (1751)  noordzijde, afkomstig uit de familie Van Aken, etc, woonachtig te Alphen, Gouda, etc. Gekocht door  Cornelis Pater in 1755. Ingewikkelde akte.
  • Zandvoort (1755), noordzijde Prinseneiland bij de “vliegende brug”, sinds 1708 in handen van Muus en Marten Mars; half pakhuis verkocht voor 2.450 gulden door de Erven Marten Gerritsz Mars aan Corn. Pater
  • De familie Mars was eigenaar van twee voorhuizen met wal, Prinseneiland 41-43, op erf nr. 15 (en de Nieuwe Mars in de Vierwindenstraat op het Realeneiland).
File:Prinseneiland te Amsterdam, Bestanddeelnr 918-6005.jpg
Prinseneiland 16, 59-73, Beeldbank

Het overlijden van Eegje Pater (1721-1770), weduwe van Jacob Gerritsz Mars, vormt een keerpunt, waarna Neeltje Pater als enig erfgename een aanzienlijk pakket aan effecten en aandelen, waaronder VOC-participaties, in handen kreeg. In de jaren daarna treedt zij zichtbaar op in financiële transacties, zowel binnen de Republiek als in internationale context.

  • 1771–1774 → actieve transacties (VOC / Londen): gelden te innen uit een VOC-aandeel (± 3.000 gulden). Dat aandeel stond op haar naam van Dirk Cornelisz. Pater, haar grootvader.
  • 1773 Cornelis Schoon behoort tot de top vijf inleggers bij de Wisselbank; debiteurennr. 67. De grootboeken van de Wisselbank zijn nog niet allemaal gescand; het antwoord laat op zich wachten22.
  • 1779 → Neeltje als weduwe onder haar eigen naam bij de Wisselbank? Ja en nee, ze houdt de naam van Eegje Pater aan bij het vastgoed.

Na het overlijden van Cornelis Schoon (1719-1778) verkreeg zijn weduwe Neeltje Pater, overeenkomstig de huwelijkse voorwaarden, het recht om zelfstandig over de bij de Wisselbank berustende tegoeden te beschikken. Deze overgang markeert haar optreden als juridisch en economisch zelfstandig handelende partij.

File:Stadsarchief Amsterdam, Afb OSIM00008003977.jpg
Prinseneiland 59-85, ca 1905

In de Republiek: vrouwen waren in principe handelingsbekwaam, maar in het huwelijk vaak: → onder voogdij / vertegenwoordiging van de man. Dus: haar bevoegdheid wordt niet “gegeven”, maar komt vrij na zijn overlijden.

Na haar overlijden in 1789 werd haar vermogen geschat op het voor die tijd astronomische bedrag van ruim 4 miljoen gulden.

Atlas van de gemeente Amsterdam bevattende de grondteekening van alle gebouwen met de tegenwoordige nommering, en onderscheiding van gemeente-eigendommen, publieke en bijzondere gebouwen, woon- en pakhuizen

Overige pakhuizen van de familie Pater

Cornelis Pater bezat ook een pakhuis op het Realeneiland (De Duif in de gevel, pakhuis en erf),  op de Oudeschans (De Reaal, pakhuis en erf) en de Achtergracht (Februari). De samenwerking tussen de families Pater en Mars begon ca 1660; die tussen Pater en Timmerman in 1697. Meerdere familieleden bezaten pakhuizen op de Brouwersgracht, namelijk:

De Timmerman, pakhuis en erf, tussen Binnen Dommersstraat. Albert en Claas Timmerman uit Monnikendam verkochten het aan Corn. Pater uit Broek. Eegje en Neeltje Pater erfden van hen tweeën, familie. 
De Eerste Sleutel, pakhuis en erf, tussen Binnen Oranjestraat (Eerste Haarlemmerdwarsstraat) en Mouthaansteeg, afkomstig van Gerrit Pater, Brouwersgracht 252.
De Tweede Sleutel, pakhuis en erf, tussen Binnen Oranjestraat (Eerste Haarlemmerdwarsstraat) en Mouthaansteeg, afkomstig van Dirck Pater
De Kameel, tussen eerste en tweede Haarlemmerkruisstraat en ten westen pakhuis Cort Beraat en ten oosten pakhuis De (blinde) Ezel; afkomstig van Corn. Pater uit Broek-in-Waterland. N.B. bij de Korte Prinsengracht.
De Middellandse Zee in de gevel, pakhuis en erf, beoosten hoekhuis Baanbrugsteeg, afkomstig van Corn. Pater.
De Fortuin, pakhuis en erf, hoekhuis, oosthoek Baanbrugsteeg, verkocht aan Corn. Pater uit Broek. Brouwersgracht 244.
Het Wapen van Aalsmeer, pakhuis en erf, belend aan de OZ het Stadsmagazijn (aan de Lijnbaansgracht), afkomstig van Corn. Pater uit Broek
De Wolf, pakhuis en erf, over de Palmgracht, verkocht aan Claes Pater uit Broek, oom van Neeltje.
  • Elisabeth van de Schepper, dochter van de gouverneur van Suriname, trouwde in 1710 met Gerrit Pater (-1744), afkomstig uit Beverwijk.  Gerrit Pater vertrok in 1705 naar Suriname om zich daar te vestigen. Hij werd in 1721 lid van het Hof van Politie en rechter voor criminele zaken in Paramaribo. Zijn broer Cornelis Pater (-1745) trouwde met de jongere dochter Catharina van Gerard van den Schepper. In 1723 was Gerrit eigenaar van de plantage Beekhuizen in Suriname.23. Hij werd de rijkste ingezetene van Suriname en eigenaar van de plantages: La Jalousie, Beekhuizen, nabij Paramaribo en een plantage aan de Cottica, Berg en Dal, Lieftenshoek en Mijn Hoop. Erfgenaam was zijn zoon Gerrit Pater. Een relatie is totaal onduidelijk.

Dit is een eerste verkenning. Nadere studie van eigendomsakten en belastingregisters kan mogelijk meer duidelijkheid geven over de precieze toedeling van de panden.

  • DAillyHistorische gids van Amsterdam, bewerking van mr. H.F. Wijnman, uitg. Allert de Lange, Amsterdam 1974
  • Het huis van Cornelis Schoon te Broek in Waterland / J.W. Niemeijer; H. Jansse. – in: Spiegel der historie. – jrg. 1 (1966) p. 259-266;
  • Waterland, getekend door Cornelis Schoon (1719-1778) / A.P. Bruigom. – Alphen a/d Rijn, 1979, p. 183-210; cat.ten
  • Tekeningen door Cornelis Schoon in Broek en Waterland.
  1. Neel Pieters door E. Couvret op Geneanet
  2. Abrahamse, J.E. (2010), De Grote Uitleg van Amsterdam, p. 84-89
  3. Boers, T. (2016) Puissant rijk aan de gracht, p. 116. In: Jaarboek Amstelodamum
  4. Abrahamse, J.E. (2010), De Grote Uitleg van Amsterdam, p. 84-89, 94
  5. Archief van de Thesaurieren: 37 erven in park A 5039-553, f. 18 – 36 en 40 erven in park B f. 36v – 56
  6. J.E. Abrahamse, p. 89
  7. J.G. van Dillen (1929) Bronnen tot de geschiedenis van het bedrijfsleven en het gildewezen van Amsterdam, deel II p. 744.
  8. NA 5075inv.nr 950Aaktenummer 619557; inv.nr. 950B, aktenummer 632041; 624200
  9. NA 5075inv.nr  950B, aktenummer 624200
  10. Zij vertrok op 5 september 1638, tevens de geboortedag van Lodewijk XIV, haar kleinzoon.
  11. Dat zijn de huidige panden Prinseneiland 17-21; 19 de Steenhouwer geheten; detail R. Koopman, Zaandam
  12. N.B. Prinseneiland 23 heette ooit de Metselaar.
  13. https://johandewitt.nl/?p=846
  14. Abrahamse, p. 229; SAA 5039-2 (Thesaurieren) f. 70 (25 februari 1661).
  15. In 1644, kochten vijf teerkoopers voor ƒ 15.000 van de stad zes erven aan de Sloterdijksgracht. Daar werden nu vijf teerkoperijen gevestigd, terwijl op de erven een servituut werd gelegd, dat er geen andere nering mocht worden uitgeoefend en dat de kopers er zelf moesten gaan wonen.
  16. http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/A01634000533
  17. NA 5044-317) Het pakhuis lag op de ZO-hoek bij  de brug naar de Buiten Dommerstraat. De verponding bedroeg 2×58 gulden.
  18. Meermin, oostzijde. Eertijds in het bezit van Erven Joan Graafland, burgemeester. In 1734 verloot en verkocht aan Cornelis Timmerman en de weduwe van Claas Timmerman.  De twee pakhuizen Meermin en Zeepaard zijn van elkaar gescheiden door de tussendeuren dicht te metselen.
  19. Erven Aagje Claas Mars wed. Claas Timmerman uit Broek verkochten in april 1744 aan Claas Pater zowel een woon-, als pakhuis met vier loodsen, erven, gang en steiger, voor 11.000 gulden.
  20. Na een boedelscheiding of erfenis werden Eegje Pater, samen met de onbekende Cornelis Roos, de nieuwe eigenaren. Waarschijnlijk is Roos een handelsnaam van haar echtgenoot, Cornelis Schoon, want daarna, tussen 1785 en 1792, was het pand in handen van zijn zuster Trijntje Schoon.[99. NA 5044-373
  21. NA 5044-
  22. Extra informatie
  23. Hij machtigde namens haar een vertegenwoordiger in een geschil met de wed. van Albert Schuyt, waarschijnlijk over de loodsen.
  24. NA 4045-257
  25. https://projetos.dhlab.fcsh.unl.pt/s/wsdroadmap/item/54374
  26. https://www.fam-org-pater.nl/getperson.php?personID=I1&tree=patersurinamegerrit

Loading