De pakhuizen op het Prinseneiland van Neeltje Pater

Prinseneiland 61-73 ca 1940; Pakhuizen Justina en Catherina, Mars, Broek in Waterland, De Gouden Kop, D’Korenbeurs en D’Schelvis. Beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Aan de westzijde van het Prinseneiland, tegenover de Nieuwe Teertuinen, staat een rij van vijf aaneengesloten pakhuizen. Op basis van notariële akten en andere archiefstukken zijn er aanwijzingen dat ten minste drie van deze panden in de achttiende eeuw in verband kunnen worden gebracht met de familie Pater uit Broek in Waterland. Dit onderzoek richt zich op de rol van vastgoed van Neeltje Pater en Cornelis Schoon.

Achtergrond

Rond 1611/1612 werd de Spaarndammerdijk verlegd. Omstreeks 1614 begon men enkele kleine walen aan te plempen en zo ontstonden er drie eilanden. In 1615 is Hendrik de Keyser begonnen met de bouw van de Nieuwe Haarlemmerpoort, die in 1618 gereed kwam.

Met name de rol die Bartholt Cromhout en zijn zwager Frans Hendriksz Oetgens hebben gespeeld als burgemeesters van Amsterdam ten tijde van de grote stadsuitbreidingen, heeft hun geen windeieren gelegd. Bij de uitbreiding van de stad handelden Oetgens en Cromhout met voorkennis, speculeerden met de aangekochte grond en weigerden de Melioratie (voor de aanleg van straten en kades) te betalen over hun nieuwe stukken land.1 In de tussenliggende jaren waren de braakliggende eilanden verworden tot een wildernis.

Met Oetgens en Cromhout is een akkoord bereikt. Hun erven zouden worden overgenomen door de stad. In januari 1622 werd een concept-akkoord voorgelegd aan de raad.2 Op 27 januari 1623 begon de verkoop van de erven op het Midden- of Middelste Eiland in twee parken A & B.3

Beschrijving: T Middelste Eylant Kaart 75 van Kaartboek C, afkomstig uit het archief van Thesaurieren Ordinaris (toegangsnummer 5039/529) met gemeten en genummerde kavels op het Prinseneiland (Middelste Eylant) in Parken A en B ter weerzijde van de (huidige) Galgenstraat. Getekend door Cornelis Dankerts de Rij rond 1623-1624. Schaal 1:530. Met een opgeplakte windroos. Oriëntatie: noord boven. Kaart 76 van Kaartboek C, afkomstig uit het archief van Thesaurieren Ordinaris met het gebied ten oosten van de noorwestlijke stadswal en ten noorden van de Brouwersgracht zijnde het westelijk deel van de Haarlemmerstraat en de Westelijke Eilanden. Getekend door Lucas Jansz Sinck. Schaal ca. 1:2.000. In groen de stadsbezittingen aangegeven. De overige kavels werden in 1622 gekocht van particulieren, met name van Frans Hendricksz. Oetgens. Oriëntatie: noord boven.

Onduidelijk is wanneer de oorspronkelijke verkaveling van het Prinseneiland is aangepast, waarbij onder meer een geplande noord-zuidverbinding over het eiland werd opgegeven ten gunste van grotere bouwpercelen. Deze ontwikkeling maakte de aanleg van omvangrijke pakhuizen mogelijk van 125 voet  =  35 m diep. “Smaldelen tot slopjes en steegjes” werd verboden, maar de indruk wordt gewekt, dat de aanvankelijke breedte van 32 voet (9 meter) is opgegeven, ten gunste van erven van slechts 24 voet (6,75 meter) breed. De thesaurieren en de burgemeesters mochten naar eigen inzicht erven van 32 of 16 voet breed uitgeven; indien men koos voor 16 voet moesten kopers de mogelijkheid krijgen om het naastgelegen erf voor dezelfde prijs te kopen.4

Het Prinseneiland was 400 voet (112m) breed.5  Voor ieder pakhuis lag een straat van 20 voet (5,5 meter) en een wal van 55 voet (15,5 meter). Op de overtuinen verschenen in veel gevallen loodsen en naar het zich laat aanzien enkel twee scheepswerven: de Schol en Koning William. Smederijen waren niet toegestaan.

Veiling en verkoop van de bouwpercelen in 1623 in Park B

Erf nr. 22, 21×39 voet; Gerrit Wiggersz. Duysentdaelders, een projectontwikkelaar in de Jordaan, betaalde f 700 voor het hoekerf aan de NW-zijde, Prinseneiland 59.

Erf nr. 23, 32×125; Coert Danielsz. Backer, stroman?, 55 voet wal, betaalde f 1025, achter nr. 9, eigenaar Jan Baerts, vermillioenmaker, f 1104. Het erf werd in 23 januari 1631 gekocht door Cornelis Bicker van Henrick Laurensz. Spiegel dus nog voor de veiling?

Erf nr. 24; 32×125; dezelfde Coert Danielsz. Backer, speculant, betaalde f 1118, achter erf nr. 8, eigenaar Abr. Boom, f 1215. Het erf werd in 1631 gekocht door Abraham Anthonisz Regt, vermoedelijk een chirurgijn, van Henrick Laurensz Spiegel, dus nog voor de veiling? De kleinkinderen verkochten het dubbele erf met huis in 1711 voor 1400 gulden aan Jan Verweij. De erfgenamen verkochten het erf in 1729 aan Gerrit Mozes Pietersz korendrager. Een latere verkoop is nog niet gevonden.

Erf nr. 25; 32×125 voet; Nicolaes Lenertsz. Verwer, betaalde f 950, achter erf nr. 7, eigenaar Abr. Boom, f 1215. Dit is een van de pakhuizen van het Korendragersgilde.

Erf nr. 26; 32×125 voet; Dirck Claesz. van Sanen, betaalde f 950, achter erf nr. 6, eigenaar Engel Jansz. Metselaer, betaalde f 1167.

In februari 1624 werd het kleine erf 24 in park A doorverkocht; in 1629 de erven 35, 36 en 37 in de Galgenstraat, park B; de laatste akte is tamelijk onduidelijk vanwege de vele doorhalingen. De daarop volgende kwijtscheldingen dateren van 1632/1633. Dat betekent dat de verkoop van bouwpercelen meteen begon nadat de crisis was opgelost.[J.E. Abrahamse, p. 94, 110]

Een van de eigenaren aan de oostzijde was burgemeester Tulp, maar twee panden stonden op naam van zijn vrouw, Margreta de Vlaming van Oudtshoorn; een derde stond op naam van zijn zoon, Dirk Tulp.8 Zij zijn gebruikt voor de opslag van blauwsteen en marmer (en verwerkt door A. Quellinus of P. de Keyser, steenkoper en architect (o.a. van de Noorderkerk)  voor de verfraaiing van gebouwen. Deze panden, waaronder de erven nr. 7, 8 en 9, waren afkomstig van Abraham Boom, burgemeester van 1625 tot 1639.

In februari 1655 trouwde Wendela Bicker met raadpenionaris Johan de Witt. Het feest vond plaats op het Bickereiland op een werf. Omdat het een pestjaar was mochten er van burgemeester Tulp maar 55 gasten worden uitgenodigd.9

In de tweede helft van de 17e eeuw ontwikkelde op het Prinseneiland de haringpakkerij zich op redelijk grote schaal.10 In mei 1661 kocht de haringkoper Hendrik Jacobsz Gijsen zijn erf en getimmerte op de zuidoosthoek van Park A. De burgemeesters waren uiteraard beducht voor brandgevaar, met de opslag van zoveel hout en teer aan de overkant.11 In 1663 had een eigenaar op het Prinseneiland een deel van de houten beschoeiing afgezaagd om die te gebruiken als scheepshelling.12

Inmiddels was er op het Bickerseiland een kerk verschenen en is er tussen de twee eilanden een brug gebouwd op verzoek van bewoners. Op het Realeneiland had zich inmiddels een brandewijnstoker ín 'de drie gecroonde haringen' gevestigd.

Het korendragersgilde beschikte rond 1690 twee dubbele pakhuizen met drie woningen op het Prinseneiland. Het eerste pakhuis droeg de naam de ‘Korendrager’ en het tweede de ‘Korendragerszak’. Zowel de huizen als het grote aantal opslagruimten in de pakhuizen werden verhuurd, veelal aan korenfactors.13

Familie Pater

Het vastgoed van de familie Pater betreft met name de pakhuizen met de namen Broek in Waterland, Mars en De Gouden Kop. De naamgeving alleen al wijst op mogelijke verbanden met de herkomst en familiebanden van de eigenaars. Zo verwijst Broek in Waterland direct naar het dorp waar Neeltje Pater en haar echtgenoot Cornelis Schoon een belangrijke rol speelden. Enkele pakhuizen komen uit de familie Mars, eveneens woonachtig in Broek-in-Waterland.

Het bezit van de familie Pater concentreerde zich niet in afzonderlijke panden, maar in twee aaneengesloten clusters op het Prinseneiland: een rij pakhuizen aan de zuidzijde tegenover de Haarlemmer Houttuinen en een tweede reeks aan de westzijde, die samen een samenhangend opslagcomplex vormden. Bovendien beschikten zij over een dubbel pakhuis aan de noordzijde, gelegen tegenover de Drieharingenbrug.

File:Amsterdam Prinseneiland gezien vanaf Nieuwe Teertuinen.JPG

Neeltje Pater (1730-1789) was de dochter van Cornelis Dirksz. Pater (1685-1762), reder, en Annetje Muus Mars (1698-1730); haar moeder overleed 12 dagen na de kraam. (Het echtpaar was in 1717 getrouwd.) Neeltje Pater was erfgename van:

1. Gerrit Cornelisz Pater 1672-1741? (oud-oom) x Maritje Bouman (kinderloos)
2. Claas Dircksz Pater (oom) 1683-1744 x Aaltje Gerrits Mars
3. Trijntje Muusdr Mars 1702-1741 x Jan Dircksz Pater (oom), (kinderloos)
4. Cornelis Dirksz. Pater (1685-1762) vader
5. Eegje Cornelisdr Pater (zuster) 1721-1770 x Jacob Gerrits Mars (kinderloos)
6. Geertje Claasdr Pols (nicht) 1726 – 1785 x Jacob Cornelisz Ploeger 14

Het huis en erf van Cornelis Schoon aan Roomeinde in Broek in Waterland. Titelblad, acht tekeningen, vier plattegronden en legenda van het huis en erf, gedaan in 1755 en 1762. Collectie 359 – prenten en tekeningen van de Provinciale Atlas Noord-Holland,

In 1766 trouwde Neeltje Pater onder huwelijkse voorwaarden met Cornelis Schoon. “Winst en verlies […] zal half en half gedragen worden”. Dus geen gemeenschap van kapitaal, ieder behoudt zijn/haar eigen vermogen, bij overlijden of scheiding blijft dat gescheiden, maar wel gedeelde opbrengst van het huwelijk.

Dat is een interessant compromis: → scheiding van vermogen, maar samenwerking in inkomen. Haar vermogen was groot: 4.092.781 toenmalige Hollandse guldens volgens de taxatie, inclusief:

    • Bank of England (BoE): Theodore Jacobsen & Diderick Jacob Hane, bankiers in Londen
    • Wisselbank in Amsterdam; het kapitaal omvatte banksaldo’s ter waarde van zeshonderdduizend gulden?
    • VOC-kamer Middelburg (Boursse de Superville & Smith) kooplieden op China.
    • Engelse East India Company in Londen
    • vastgoed; drie huizen in Broek in Waterland,  elf pakhuizen op het Prinseneiland
    • effecten/obligaties op Zeeland en ook elders (Utrecht, Friesland)

Stukken betreffende de nalatenschap van Claas Dirksz. Pater (1629-1692) waarvan het vruchtgebruik berustte bij Neeltje Pater en bestaande uit 80.000 Engelse ponden op de Engelse Bank en een aantal pakhuizen in Amsterdam, 1885, 1886, 1888. 1 omslag https://proxy.archieven.nl/0/EDA857B6F53747838E23C4137644D24A

 

In 1767, een jaar na hun huwelijk, woonde het echtpaar gescheiden: Neeltje Pater in Amsterdam en Cornelis Schoon in Broek-in-Waterland. Uit notariële akten blijkt dat Neeltje Pater actief participeerde in financiële transacties, onder meer met betrekking tot VOC-aandelen en internationale handel. Zij trad daarbij op als comparante en verleende zelfstandig volmachten, zij het formeel met assistentie van haar echtgenoot.

Tijdens haar huwelijk met Cornelis Schoon werd dit bezit door hem beheerd, terwijl zij juridisch gerechtigd bleef.15 In een akte van 1771 verleende Neeltje hem bovendien volmacht om haar buitenlandse vermogensbestanddelen te administreren, hetgeen wijst op een gestructureerde verdeling tussen eigendom en beheer.

De ligging van de Mirakelhuizen en het pakhuis Noordwijk zijn mij nog niet duidelijk, vermoedelijk de nr. 105-109, links op de foto

Het vermogen van het echtpaar manifesteerde zich enerzijds in onroerend goed op het Prinseneiland, en anderzijds in tegoeden bij de Amsterdamse Wisselbank, die een centrale rol speelden in hun financiële transacties.

  • Park A:
  • Flora (1722), dubbel pakhuis met erven en loods; de erven nr. 12 en 13, met een houtwal van 20 voeten.
  • Mirakelhuizen (1733), twee pakhuizen naast elkaar, erven, tuin en wal, tegenover de Haarlemmer Houttuinen, met daarnaast de
  • Noordwijk (1742), ZZ, met gang, tegenover de Haarlemmer Houttuinen,
  • Park B:
  • Gele Pakhuis (1744), erf nr 2, oostzijde, dubbel pakhuis erven en loods voor 11.000 gulden, Claes en Cornelis Pater
  • Meermin (1744), westzijde, zowel een huis, als pakhuis met 4 loodsen, erven, gang en steiger, gekocht voor 11.000 gulden van Erven Aagje Claas Mars wed. Claas Timmerman. Voor 1734 in het bezit van Erven Joan Graafland
  • Gouden kop (1755), westzijde, sinds 1670 in de familie Mars, Erven Marten Gerritsz Mars
  • Broek in Waterland, westzijde
  • Mars, westzijde
  • Zandvoort (1755), noordzijde Prinseneiland bij de “vliegende brug”, sinds 1708 in de familie Mars, gekocht voor 2.500 gulden van Erven Marten Gerritsz Mars
  • Alphen (1751) Pater-erfenis (nog niet gelocaliseerd)

File:Prinseneiland te Amsterdam, Bestanddeelnr 918-6005.jpg

Het overlijden van Eegje Pater (1721-1770), weduwe van Jacob Gerritsz Mars, vormt een keerpunt, waarna Neeltje Pater als enig erfgename een aanzienlijk pakket aan effecten en aandelen, waaronder VOC-participaties, in handen kreeg. In de jaren daarna treedt zij zichtbaar op in financiële transacties, zowel binnen de Republiek als in internationale context.

  • 1771–1774 → actieve transacties (VOC / Londen): gelden te innen uit een VOC-aandeel (± 3.000 gulden). Dat aandeel staat op haar naam van Dirk Cornelisz. Pater, haar grootvader.
  • 1773 Cornelis Schoon behoort tot de top vijf inleggers bij de Wisselbank; debiteurennr. 67.
  • 1779 → Neeltje als weduwe onder haar eigen naam bij de Wisselbank?
  • Transport van vijftien obligaties, samen 16.000 gulden?
  • 1779 Verkocht en over te dragen vijf obligaties?

Na het overlijden van Cornelis Schoon (1719-1778) verkreeg zijn weduwe Neeltje Pater, overeenkomstig de huwelijkse voorwaarden, het recht om zelfstandig over de bij de Wisselbank berustende tegoeden te beschikken. Deze overgang markeert haar optreden als juridisch en economisch zelfstandig handelende partij.

File:Stadsarchief Amsterdam, Afb OSIM00008003977.jpg
Prinseneiland ca 1905

In de Republiek: vrouwen waren in principe handelingsbekwaam, maar in het huwelijk vaak: → onder voogdij / vertegenwoordiging van de man. Dus: haar bevoegdheid wordt niet “gegeven”, maar komt vrij na zijn overlijden.

Na haar overlijden in 1789 werd haar vermogen geschat op het voor die tijd astronomische bedrag van ruim 4 miljoen gulden

Atlas van de gemeente Amsterdam bevattende de grondteekening van alle gebouwen met de tegenwoordige nommering, en onderscheiding van gemeente-eigendommen, publieke en bijzondere gebouwen, woon- en pakhuizen

Overige pakhuizen van de familie Pater

Cornelis Pater bezat ook een pakhuis op het Realeneiland (De Duif in de gevel, pakhuis en erf),  op de Oudeschans (De Reaal, pakhuis en erf) en de Achtergracht (Februari), bovendien bezaten meerdere familieleden pakhuizen op de Brouwersgracht, namelijk:

De Timmerman, pakhuis en erf, tussen Binnen Dommersstraat. Albert en Claas Timmerman uit Monnikendam verkochten het aan Corn. Pater in Broek. Eegje en Neeltje Pater erfden van hen tweeën, familie. 
De Eerste Sleutel, pakhuis en erf, tussen Binnen Oranjestraat (Eerste Haarlemmerdwarsstraat) en Mouthaansteeg, afkomstig van Gerrit Pater
De Tweede Sleutel, pakhuis en erf, tussen Binnen Oranjestraat (Eerste Haarlemmerdwarsstraat) en Mouthaansteeg, afkomstig van Dirck Pater
De Kameel, tussen eerste en tweede Haarlemmerkruisstraat en ten westen Pakhuis Cort Beraat en ten oosten Pakhuis De Ezel; afkomstig van Corn. Pater in Broek-in-Waterland.
De Middellandse Zee in de gevel, pakhuis en erf, beoosten hoekhuis Baanbrugsteeg, afkomstig van Corn. Pater.
De Fortuin, pakhuis en erf, hoekhuis, oosthoek Baanbrugsteeg, verkocht aan Corn. Pater uit Broek. Brouwersgracht 244.
Het Wapen van Aalsmeer, pakhuis en erf, belend aan de OZ het Stadsmagazijn, afkomstig van Corn. Pater in Broek
De Wolf, pakhuis en erf, over de Palmgracht (Braak), verkocht aan Claes Pater in Broek, oom van Neeltje.

Dit is een eerste verkenning. Nadere studie van eigendomsakten en belastingregisters kan mogelijk meer duidelijkheid geven over de precieze toedeling van de panden.

  • Het huis van Cornelis Schoon te Broek in Waterland / J.W. Niemeijer; H. Jansse. – in: Spiegel der historie. – jrg. 1 (1966) p. 259-266;
  • Waterland, getekend door Cornelis Schoon (1719-1778) / A.P. Bruigom. – Alphen a/d Rijn, 1979, p. 183-210; cat.ten
  • Tekeningen door C. Schoon in Broek en Waterland.
  1. THIJS BOERS Puissant rijk aan de gracht GA-2016 Jaarboek Amstelodamum, 2016; p. 116
  2. Abrahamse, p. 94
  3. Archief van de Thesaurieren: 37 erven in park A 5039-553, f. 18 – 36 en 40 erven in park B f. 36v – 56
  4. Abrahamse, p. 94 ; SAA 5025-12 (Vroedschap) 158vo (13 januari 1623).
  5. J.E. Abrahamse, p. 89
  6. J.G. van Dillen (1929) Bronnen tot de geschiedenis van het bedrijfsleven en het gildewezen van Amsterdam, deel II p. 744.
  7. NA 5075inventarisnummer 950Aaktenummer 619557; inventarisnummer 950B, aktenummer 632041; 624200
  8. Dat zijn de huidige panden Prinseneiland 17-21; detail R. Koopman, Zaandam
  9. https://johandewitt.nl/?p=846
  10. Abrahamse, p. 229; SAA 5039-2 (Thesaurieren) f. 70 (25 februari 1661).
  11. In 1644, kochten vijf teerkoopers voor ƒ 15.000 van de stad zes erven aan de Sloterdijksgracht. Daar werden nu vijf teerkoperijen gevestigd, terwijl op de erven een servituut werd gelegd, dat er geen andere nering mocht worden uitgeoefend, en dat de kopers er zelf moesten gaan wonen.
  12. Abrahamse, p. 251; SAA 5039-2 (Thesaurieren) f. 122vo (14 april 1663). [https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/5039/1.1.1.1.2/start/120/limit/10/highlight/10
  13. https://www.zeegeschiedenis.nl/wp-content/uploads/2019/11/2012_1_klein.pdf
  14. Extra informatie
  15. Hij machtigde namens haar een vertegenwoordiger in een geschil met de wed. van Albert Schuyt.

Loading