De Amsterdamse en Dordtse familie Trip

 

Trip is de achternaam van een roemrucht geslacht van Amsterdamse kooplieden “in wapenen, geschut, cogels & amonitie van oorloge“. Ze maakten naam met het vervoer van ijzer via de Maas en Zweeds koper uit de mijnen die werden geëxploiteerd door Louis de Geer. In de 18e eeuw had de handel afgedaan en behoorden leden tot invloedrijke regenten en bankiers.  Na 1800 raakte de familie bijna uitgestorven; evenwel niet in Dordrecht en Groningen.

Inhoud

Geschiedenis

De stamreeks begint met Gerrit Jansz. Trip die zich in 1495 in Zaltbommel vestigde.[2] Zijn oudste zoon Mattheus Trip, ijzerhandelaar vestigde zich in Dordrecht; zijn broer Cornelis in Tiel. Twee neven, de gebroeders Elias  en Jacob Trip, vestigden zich vanuit Dordrecht in Amsterdam en vormden een handelsfirma die haar fortuin maakte met  wapenhandel. Hun compagnon was neef Pieter Trip. De Trippen waren sterk betrokken bij de ijzer- en graanhandel, de Straatvaart naar de Middellandse Zee, een compagnie op Guinee, de Noordsche Compagnie, de VOC en de WIC. Veel gegevens over de familie Trip komen uit de Collectie ‘t Hart, een kaartsysteem op de notariële akten.1

In d’Ark (links), en de Trippen (rechts), Zaltbommel 

Telgen

  • Cornelis Trip (1556?-1609) was de zoon van Jacob Jansz. Trip, een schoenmaker- of klompenmaker en Jacoba de Cock.[Portret van een straat] Cornelis was betrokken bij de handel op de grote rivieren; kwartiermeester in 1583, stadsrentmeester in Zaltbommel.
    • Pieter Trip (1597-1655) werd geboren in Zaltbommel; hij had twee broers Jan, en Gerard, die in Den Haag woonde, later burgemeester van Zaltbommel. Andries de Witt, de opvolger van Van Oldenbarneveldt, die in 1619 werd onthoofd, was hun neef. In 1619 werd hij een compagnon van Elias Trip, en aanvankelijk inwonend. Pieter trouwde in 1628  met Sara van der Straten uit Hamburg;  de winst uit de huwelijk zou gelijkelijk verdeeld worden. Kleding en juwelen bleven buiten de gemeenschap van goederen. Trip woonde aanvankelijk op Rokin 64, maar verhuisde naar de Herengracht. Hij was commissaris van de Wisselbank. In 1642 kocht hij 3685 parels, aangeboden door de katholieke Henriette Marie, de echtgenote van Karel I van Engeland, die in Den Haag geld bleek in te zamelen voor de Royalisten en de kroonjuwelen probeerde te verkopen. Pieter Trip betaalde 100.000 gulden voor 3,5 kg aan parels.2 Het verschaffen van kapitaal werd als riskant gezien, omdat het Engelse parlement de juwelen kon terugeisen.  Het meeste leende zij bij de burgemeesters van Rotterdam, de prins van Oranje en de Haagse juwelier Thomas Cletcher. Trip hertrouwde in 1648 met Christina de Graeff (1601-1679), de weduwe van Jacob Bicker. In 1648 voerden hij en de weduwe van Elias Trip een proces tegen de erfgenamen van Gommer Spranger, koopman op Rusland. In 1654 werd hij hoofdingeland van de Beemster. Hij kocht in 1654 de buitenplaats ‘Valkenburg’. Pieter Trip overleed kinderloos. Zijn nalatenschap is in 1655 geschat op 666.160 gulden.
  • Elias Trip (1570-1636), geboren in Zaltbommel, was een groothandelaar in ijzer, dat via de Maas uit Luik werd aangevoerd. Rond 1590 verhuisde hij naar Dordrecht. Hij trouwde in 1593 met Maria de Geer (1574-1609) uit Luik; haar halfzuster trouwde met zijn jongere broer Jacob; Louis de Geer was hun (half)broer. Over de negen kinderen uit zijn eerste huwelijk valt niet veel te melden. 3 Elias Trip handelde in zout uit Frankrijk,  in goud uit West-Afrika, stoffen en indigo uit de Coromandel, maar ontwikkelde zich steeds meer tot reder. In 1606 stuurde hij een schip naar  Kaap-Verdië. In 1607 fungeerde de boekanier Melchior van den Kerckhove, geboren op Tenerife, als tolk tussen een koopman uit Madeira en Elias Trip, die toen een schip naar Angola uitreedde.[5] Uit de akte blijkt dat de schipper een vijfde van lading voor zichzelf mocht behouden.  In 1609 kreeg Trip van de VOC zijn winst in peper uitgekeerd. Trip was mogelijk gepikeerd; hij verkocht zijn aandeel in de  Amsterdamse VOC en stak zijn geld in de kamer van Enkhuizen.  In 1609 werd zijn schip gekaapt voor de kust van West-Afrika; een deel van de bemanningsleden is onthoofd, de rest voer in een sloep naar Lissabon. Pas in 1611 kwam de bemanning in Amsterdam aan. Vervolgens leverde Trip wapens aan de kamer van Hoorn en Enkhuizen. Voor zijn diensten ontving hij 1% van al het geld dat werd besteed aan de uitrusting van de schepen. In 1611 trouwde hij met Alijdt Adriaensdr (1589-1656), een burgemeestersdochter uit Dordrecht. Vanaf 1612 leverde hij wapens aan de Admiraliteit van De Maze en Amsterdam; in datzelfde jaar kocht hij opnieuw aandelen in VOC-kamer van Amsterdam. Vervolgens richtte hij zijn blik op het noorden. Amsterdamse graankooplieden waren niet alleen geïnteresseerd in de aankoop van Russisch graan, maar vooral in de aankoop van ruwe Perzische zijde en edelstenen, die via Archangelsk konden worden uitgevoerd. In 1615 vestigde hij zich in Amsterdam toen hij voor Dordrecht werd benoemd als bewindhebber van de Vereenigde Oostindische Compagnie;  hij huurde een huis met twee aangrenzende pakhuizen, de voormalige brouwerij “De Sleutel”,
    Rembrandt_van_Rijn_189
    Rembrandt van Rijn. Gezicht op de Grimnessesluis te Amsterdam. De pakhuizen rechts aan het eind, toebehorend aan Hillebrand den Otter, werden op 29 april 1641 verkocht voor de bouw van het O.Z. Heerenlogement, een ontwerp van P. Vingboons

    aan de Grimburgwal van Jacob Poppe en Hillebrandt den Otter. Trip handelde ook in salpeter, afkomstig uit Krakow, Lotharingen of van eilanden uit de Congo-rivier. In 1616 verzocht hij om een monopolie, een octrooi voor twaalf jaar om de grondstof voor salpeter, guano, te verhandelen. In 1617 kocht hij wapens in Engeland en leverde hij buskruit aan de Admiraliteit van Zeeland. In 1618 begon hij een samenwerkingsverband in de handel van Zweeds koper. In 1618/1619 leverde hij acht schepen en Engels geschut aan de Republiek Venetië, vanwege de oorlog tegen Spanje, de Habsburgers en de Uskokken. Samen met Jacques Nicquet, wierf hij in 1619 een bemanning aan van veelal nog kinderen uit Engeland. Ook schipper Dirk Hartog, die drie jaar eerder de westkust van Australië had verkend, kwam in dienst. Louis de Geer en Elias Trip sponnen garen bij de internationale wapenhandel, [8] maar diverse malen bleken de kanonnen niet te deugen; ze waren gebarsten of beschadigd. In 1619 sloeg hij een andere koopman in salpeter met zijn vuist en zijn gezicht. Trip zou zich enige tijd koest kunnen hebben gehouden, want zijn neef Pieter Trip werd zijn belangrijkste vertegenwoordiger en compagnon; ook Pieter gaf de koopman een kaakslag.  In 1620 wisten Elias Trip, Cornelis Bicker en Hans van Loon alle nootmuskaat, die onderweg was naar Amsterdam, in hun handen te krijgen. In 1622 voerden de participanten oppositie tegen de bedrijfsvoering van de VOC. De winst die Geurt van Beuningen, Cornelis en Jacob Bicker, Elias Trip en anderen had gemaakt, door de hele voorraad op te kopen die onderweg was, ging sommigen te ver. De aandeelhouders beschuldigden de bewindhebbers in een pamflet van mismanagement, persoonlijke verrijking, belangenconflicten en een gebrek aan openheid in de financiële situatie van de VOC. Bij de vernieuwing van het octrooi in 1623 werd de macht van de bewindhebbers enigszins beperkt. Trip werd de belangrijkste importeur van koper uit Japan, toen de handel met Zweden werd bemoeilijkt door allerlei belastingen en tolheffingen. Trip en De Geer onderhandelden daarover met de rijkskanselier Axel Oxenstierna.  Elias Trip was een van de initiatiefnemers van de regulering van de handel op de Levant (1625) en werd directeur. In 1626 verscheen Elias Trip ter vergadering met het verzoek om een richtlijn ten aanzien van de op Texel aangekomen ambassadeur van de Perzische sjah. Hij leverde stadhouder Frederik Hendrik buskruit voor de belegering van ‘s Hertogenbosch.  Het kapitaal van de firma werd uitgebreid. In 1628  werd door Albert Burgh, Samuel Godin, Hans van Loon en Trip bij de Staten-Generaal een voorstel ingediend alle schepen verplicht te laten verzekeren; Albert Burg stemde tegen. Trip gaf opdracht graan te kopen in Rusland; hij werkte samen met Gommer Spranger  en nam zijn neef Matthijs Paes in dienst. De concurrentie tussen Coenraad van Klenck, Spranger, Isaac Massa en Trip, allen kooplieden op Archangelsk was bikkelhard. In 1631 werd hij aangeslagen voor 24.000 gulden. In dat zelfde jaar kreeg hij onenigheid met zijn partner De Geer, betreffende een contract in Zweden, dat in 1629 werd opgesteld. In 1632 was de Zweedse kroon hem een miljoen gulden schuldig. De ruzie tussen Trip en De Geer is in 1634 is opgelost. Zijn weduwe verhuisde na zijn overlijden, op 5 januari 1636, naar Herengracht 54, een stadspaleis met koetshuis op de Keizersgracht, nu het partijbureau van de PvdA. Zijn dochters uit zijn tweede huwelijk trouwden allen met een lid van de familie Coymans.

    • Sophia Trip in 1645 door Bartholomeus van der Helst

      Sophia Trip (1614-1679) trouwde in 1634 met Johannes Coymans (1601-1657) en woonde na het overlijden van haar vader op de Grimburgwal. Zij kreeg in 1638 Amalia van Solms te logeren, en verhuisde vervolgens naar de Keizersgracht over de Westerkerk.  Het echtpaar woonde in de Coymanshuizen en kreeg zestien kinderen; bewoonde in de zomer Westerhout. In 1657 nam zij de leiding van de firma Coymans over. Balthasar, Joan (1645-1703) en Aletta Coymans en haar schoonzoon Carel Voet waren betrokken bij het Asiento, het vervoer van slaven van Afrika naar Amerika.[5] In 1674 werd het vermogen van Sophia Trip op een half miljoen gulden geschat. Zij kocht in 1677 de hofstede Cruytberg in Santpoort.

    • Maria Trip (1619-1683) trouwde in 1641 met Balthasar Coymans (1589-1657), die 30 jaar ouder was, en in 1662 met Pieter Ruysch. Zij woonde op Herengracht 40 en 54, en bij haar schoonzoon Jacob Boreel op Herengracht 507.
    • Jan Lievens - Portrait of Adriaen Trip
      Adriaen Trip door Jan Lievens

      Adriaan Trip (1621-1684) was een koopman in ijzer, koper en geschut. Hij trouwde in 1645 met zijn nicht Adriana de Geer, telg uit de familie De Geer. Hij is in 1646 verhuisd zijn naar de Zweedse stad Norrköping. In 1650 onderhandelde hij met Boris Caerloff, een Finse koopman, in dienst van de Zweden die voor de kust van West-Afrika die WIC concurrentie aandeed.  Sinds 1653 was deze Trip Zweeds burger en is daar in de adelstand verheven.[3] Het lukte Adriaan de omvangrijke schuld van de Zweedse staat aan het handelshuis Trip te regelen; deze schuld werd omgezet in grondbezit. In het jaar van zijn terugreis naar Nederland ontving hij een schenking van enige boerderijen in het noorden van Halland. Hij raakte in 1667 betrokken bij de turfexploitatie in Wildervank, Oost-Groningen, zie verder Tripscompagnie. Hij had twaalf kinderen, vijf zijn in Beverwijk gedoopt.

      De geschutgieterij Julita Bruk van de familie Trip door Allart van Everdingen[1]
      • Louis Trip, heer van Warfumborg (1654-1698), trouwde in 1679 met Johanna Margaretha de Geer (1648-1680), en in 1682 met Christina Trip. In 1695 kocht hij samen met de jurist Michiel van Bolhuis, het eiland Rottumeroog. Het eiland werd in 1706 verkocht aan Donough MacCarthy.[4]
      • Joseph Trip (Norrköping, 1656-1716) werd in 1675 student in Groningen. Hij trouwde met Beerta Elisabeth Gockinga (1657-1711), en was de stichter van de Groningse tak.[5] Hij woonde in Wildervanck en was secretaris en raadsheer te Groningen, lid van de  Amsterdamse en van de Friese Admiraliteit in Harlingen.
      • Laurens Trip (1663-) verhuisde evenals zijn broers naar Groningen.
    • Jacomina Trip (1622-1678) trouwde met Joseph Coymans (1621-1677)
    • Jacobus Trip

      Jacobus Trip (1627-1670), wapenhandelaar en advocaat; woonde op de Keizersgracht, trouwde met in 1652 met Elisabeth Bicker en in 1663 met Margaretha Munter (1639-1711); verloor in 1660 het jachtrecht in de duinen nabij Heemstede. Hij is geportretteerd door Bartholomeus van der Helst. Uit zijn eerste huwelijk had hij zes kinderen: Jan (1653-), (Aletta) Maria (1654-1711) trouwde in 1684 met Stephan Wolters, Elias (1656-), Agneta (1657-Malacca, 1697), trouwde met Aernout Aertsz van Alsem, Jacobus (1658-) en Christina (1659-1713) met Louis Trip, Adriaensz. Uit zijn tweede huwelijk:

      • Jan Trip (1664- Velsen, 1732), studeerde rechten in Leiden, vijftien keer burgemeester van Amsterdam en directeur van de Sociëteit van Suriname. Hij trouwde in 1690 met Margaretha Cecilia Nijs (1671-1699), en hertrouwde in 1713 met de schatrijke Elisabeth Thielens (1652-1724), vrouwe van Berkenrode. In 1721 kocht hij de Koekoeksduinen. Na haar overlijden ging haar geld naar neef Mattheus Lestevenon en de nichten, maar Trip bleef heer van Berkenrode.[6] Hij bewoonde Herengracht 52, Keizersgracht 29 en vanaf 1714 Singel 292.
        • Jan Trip de Jonge (1691-1721) ; trouwde in 1715 met de schatrijke Petronella van Hoorn, dochter van Joan van Hoorn. Sinds 1716 eigenaar Herengracht 493, van Woestduin onder Heemstede, en van Beeckestijn onder Velsen. In 1720 werd hij bewindhebber van de West-Indische Compagnie. Het echtpaar had een zoon:
          • Jan Willem Trip (1716-1738) schaakte in 1735 Catharine Grey (Bradgate House, 1711- Velsen 1748), de dochter van de graaf van Stamford uit Leicester. Zij vluchtten van Leiden naar Luik; gingen in januari in ondertrouw in Amsterdam, trouwden in maart 1736 in Leiden; haar broer Harry, een parlementarier was getuige. Al in juli werd Petronella Johanna Wilhelmina geboren, maar zij is op jonge leeftijd (na 1740) overleden. De weduwe hertrouwde in 1740 Gilles van Bempden, koopman op Italie, burgemeester van Amsterdam. Hij stierf in 1748 en liet zijn vrouw Lady Grey een vermogen van 200.000 gulden na, maar kort daarna zelf overleden.[Eigenaren van de hofstede boekenrode] [Schandaal rond lady Grey]
        • Sara Maria Trip (1693-1721) trouwde in 1713 met de weduwnaar Jan Corver (1688-1719). Zij waren de stichters van het Corvershof.
        • Jacobus Trip (1695-1729) promoveerde in 1715 in Leiden, trouwde in 1715 met Maria Jacoba Six en in 1718 met Agatha Maria Pancras.  Hij was schepen in Amsterdam; bewoonde Keizersgracht 29; zijn weduwe hertrouwde Pieter Rendorp
          • Johanna Elisabeth Trip (1719-1750) trouwde in 1738 met Pieter Clifford, bewoonde Singel 60 en sinds 1760 eigenaar van de Hartekamp
          • Jan Corver Trip (1720-1739) was op zijn 5e postmeester
      • Lucas Trip (1666-1734) was koopman op de Levant, samen met Cornelis Calkoen; trouwde in 1690 Elisabeth Calkoen, de dochter van zijn compagnon. Hij was burgemeester van Amsterdam in 1720, 1732, 1734; raad van de admiraliteit; bewoonde Herengracht 56. Eigenaar van de buitenplaats Meervliet bij Velsen
        • Dirck Trip (1691-1748) trouwde in 1712 met Christina Eijgels, bewoonde het Bartolottihuis, en vanaf 1723 Herengracht 539; hertrouwde in 1729 Agatha Levina Geelvinck. Sinds 1730 heer van Groet, en raad bij de Admiraliteit van Amsterdam op voorspraak van zijn schoonvader Lieve Geelvinck. In 1735, 1742 en 1748 burgemeester van Amsterdam. In 1742 was hij de rijkste man in Amsterdam; eigenaar van het Landgoed Waterland.[7] Bij zijn overlijden bleek 1.392.000 gulden te verdelen
          • Catharina Elisabeth Trip (1715-1757) was een dochter uit zijn eerste huwelijk, zij trouwde in 1752 met Abraham van Hagen, een arts; bewoonde Keizersgracht 674, nu Museum van Loon.4
          • Lucas Trip (1720-1762); woonde op de Keizersgracht; liet een vermogen van 558.000 na. Zijn weduwe Clara Magdalena du Peyrou trouwde in 1765 met Bernhard Siegfried Albinus, professor in de anatomie te Leiden
          • Pieter (1724-1786) bewindhebber VOC, opperboekhouder wisselbank; liet een vermogen van een miljoen na; woonde op de Herengracht, in 1746 getrouwd met Agatha Sophia Buys; eigenaar Vredenhoff aan de Vecht.[De zomerresidenties van het geslacht Trip in Heemstede en omgeving (1636-1735) Deel 1]
          • Dirck Trip (1734-1763) was een zoon uit zijn tweede huwelijk; kocht Waterland van zijn vader; trouwde in 1760 met Jacoba Elisabeth van Strijen (1741-1816); hij bewoonde Herengracht 516 en 518; zijn weduwe hertrouwde Carel George van Wassenaer Obdam
            • Geertrui Trip (1763-1793) trouwde in 1787 met Edouard Jacques de Lesné-Harel van (baron de) Kessel (1757-na 1828?)
        • Cornelis Trip (1695-1753), heer van Goudriaan en Langerak, vroedschap en burgemeester van Amsterdam in 1748, 1750 en 1753, tussen 1733-1748 directeur van de Sociëteit van Suriname; hij trouwde in 1716 met Maria le Seutre, woonde op Herengracht 52, 54, 56, 97 en op Keizersgracht 71, 73 en op 127
          • Lucas Trip (1720-1752), schepen en directeur van de Sociëteit van Suriname (1749-1751); hij trouwde in 1746 met Jacoba Margaretha van Hoven; woonde op de Herengracht over de Korsjessteeg, Herengracht 539, 609 en Keizersgracht “over de Gouden Ketting
            • Maria Trip (1750-1813) trouwde in 1766 met Willem Boreel (1744-1796), eigenaars van Herengracht 54 en Beeckestein
  • Posthuum portret van Jacob Trip door Rembrandt

    Jacob Trip (1575-1661) verhuisde rond 1599 van Zalbommel naar Dordrecht. Daar trouwde in 1603 met Margaretha de Geer. De beide echtgenoten zijn geschilderd door Rembrandt. Jacob en Margaretha lieten zeven kinderen dopen, waarvan vijf ook in Dordrecht trouwden. Hij woonde in de Wijnstraat en importeerde allerlei soorten ijzer, zowel via de rivierhandel als overzee, en was verder actief in de handel in uiteenlopende producten als kolen, kalk, kaas, slijpstenen, aluin, wijn, hout en graan. In 1634 besloten zijn zonen Jacob, Louis en Hendrik samen te werken als een firma. In 1649 kocht hij het pand aan de Wolwevershaven 8. In 1657 droeg hij de exploitatie van de Zwijndrechtse zoutziederij aan zijn zoons Louis en Hendrick.5

    • Jacob Trip de jonge (1604-1670), koopman en reder was rond 1645 hoofdparticipant van de WIC,6 participeerde in Nederlands-Brazilië in de mijn- en landbouw rond fort Schoonenbergh en de Weststellingwerfse Veencompagnie. Hij trouwde in 1634 met Johanna Godin (1606-1648); zij woonden eerst in de Sint Antoniesbreestraat, toen op de Keizersgracht. Hij raakte in financiele problemen en is in 1651 als firmant door zijn broers Louis en Hendrik uitgekocht voor 200.000 gulden; vanaf 1652 woonde hij op de Oude Turfmarkt of Nieuwe Doelenstraat, maar verhuisde naar Dordrecht
      • Jacoba Trip (1642-1664) is in 1660 getrouwd met Jacob de Marez
    • Louis Trip (1605-1684) trouwde in 1631 in Dordrecht met Emerentia Hoefslager (1614-1673). Hij woonde eerst in de Sint Anthoniesbreestraat; in 1644 verkocht hij zijn huis aan de Portugees Joodse gemeente voor de bouw van een synagoge. Rond 1645 was hij hoofdparticipant van de WIC; in 1659 kocht hij samen met zijn broer vier erven op de noordhoek van Uilenburg voor opslag van hun geschut. Hij kocht in 1662 “de grote Paauw“, Singel 200 bij de Driekoningenstraat. Vanaf 1660 samen met zijn broer Hendrik; opdrachtgever/bewoner van het Trippenhuis, gebouwd door mr timmerman Leendert Hendrix Kortenhoeff, dat twee/vijf jaar later kon worden betrokken. Nadat zijn broer was overleden, beperkte hij zich tot de ijzerhandel. In 1674, 1677 en 1679 was hij burgemeester. Bij zijn overlijden had hij een kapitaal van 913.000 gulden; onterfde zijn schoonzoons.7
      • Jacob Trip (1636-1664) trouwde in 1658 met Margaretha Trip (1637-1711); woonde op de Oude Turfmarkt
      • Louis Trip?

        Louis Trip (1638-1655) is vermoedelijk geportretteerd door Ferdinand Bol.[8]

      • Margaretha (1640-1714), geschilderd in 1663 door Bartholomeus van der Helst, en samen met haar zus door Ferdinand Bol. Zij trouwde in 1659 met Samuel de Marez (1632-1691) heer van Maarsbergen; vluchtte in 1672 uit Utecht; het schatrijke echtpaar woonde in het Trippenhuis en had negen kinderen.
      • Anna Maria Trip (1652-1681), samen met haar zus geschilderd door Ferdinand Bol, trouwde in 1670 met Wouter Valckenier (1650-1707).
    • Hendrik Trip

      Hendrik Trip (1607-1666) woonde tussen 1628 en 1630 in Zweden. Hij trouwde in 1633 met Cecilia Godin (1607-1637) en in 1646 (in Zweden) met Johanna de Geer (1629-1691), enige dochter van Matthieu de Geer. Hij leverde wapens en ammunitie aan Richelieu, handelde in tabak en leverde twee suikerketels naar Brazilië. Hij was hoofdparticipant van de WIC; sinds 1636 eigenaar “Meervliet” bij Velsen. Vanaf 1650 verkocht hij teer. Hij woonde eerst op de Keizersgracht en sinds 1644 op de Oude Turfmarkt en was samen met zijn broer Louis opdrachtgever en vanaf 1662 bewoner van het Trippenhuis. In dat zelfde jaar werd de teerhandel overgedaan aan Joseph Deutz. Het echtpaar, maar ook de kinderen Matthias, Jacob en Louis zijn geschilderd door Ferdinand Bol. Hij had een dochter Anna die vroeg gestorven is. Zijn weduwe en zonen Matthias en Jacob zetten de firma voort.

      • Margaretha Trip (1637-1711) trouwde in 1658 met Jacob Trip (1636-1664) en hertrouwde in 1674 Jan Munter (1634-1713)
      • Matthias Trip (1648-1695) bewoonde het Trippenhuis tot 1683 en trouwde in dat jaar met Margaretha Trip, afkomstig uit Dordrecht[9]; ze bewoonden Keizersgracht 641 en 643 bij de Reguliersgracht (ook Keizersgracht 649?). Hij handelde in ijzer en had een pakhuis op de Rechtboomsloot. Volgens “de Elias” en P.W. Klein was hij in 1689 directeur van de Sociëteit van Suriname, maar hield het mogelijk snel voor gezien. Zijn weduwe hertrouwde Roelof Eelbo
        • Hendrik Trip (1685-1737), bewindhebber van de VOC, bewoonde Reguliersgracht 26. Hij was sinds 1723 eigenaar van Saxenburg in Bloemendaal; bleef ongehuwd
        • Maria Trip (1687-1732) trouwde in 1711 met de weduwnaar Gerard Bicker (II) van Swieten (1687-1753)
        • Johanna Trip (1689-1710) trouwde in 1709 met Joan Corver (1688-1719), broer van Gerrit Corver. Hij trouwde in 1713 met haar nicht Sara Maria Trip
        • Cecilia Trip (  -1728) liet boeken, en schilderijen van Breughel, Van der Helst en Rembrandt na
      • Jacob Trip (1650-1695), handelde samen met zijn broer Jacob; hij was bewindhebber van de VOC, bleef ongehuwd; bewoonde het Trippenhuis. In 1681 eigenaar van Meervliet, sinds 1685 eigenaar van Meer en Berg in Heemstede[10] 
      • Louis Trip, Hendriksz. (1653-1707) trouwde in 1676 met Anna Nuyts (1652-1719) en woonde op de Reguliersgracht. Eigenaar van Vredenhof. Hij werd in de Westerkerk begraven; zij in de Oosterkerk. Hendrik Trip, hun zoon verhuisde naar Kolham in Groningen
      • Laurens Trip (1662-?)
      • Margaretha Trip (1665-1726) trouwde in 1691 met Nicolaes Calkoen en 1708 met Jan Walraven, juwelier op de Keizersgracht; bewoonde zomers Over-Nes onder Weesperkaspel.
    • Elisabeth Trip (1615-1669) trouwde in 1634 met Jean van Neurenburch (1613-1685), in 1674 burgemeester van Dordrecht
    • Maria Trip (1617-1672) was hoofdparticipant van de WIC; zij trouwde in 1644 met de weduwnaar Jacob Reepmaker de Jonge, een domineeszoon uit Heemstede, bewindhebber van de Westindische Compagnie kamer Amsterdam; hij participeerde ook in de Weststellingwerfse Veencompagnie. Zij hadden twee zoons Jacob en Antonie (en een Johan?[Dordrecht Monumenteel]) 
    • Samuel Trip (Dordrecht 1622-1668) trouwde in 1652 met Maria Boccardt
      • Margerita Trip (1656-1729/1730) trouwde in 1683 met Matthias Trip (1648-1695). Zij handelde in ijzer; hertrouwde in 1697 de weduwnaar Roelof Eelbo (1645-1705), burgemeester van Dordrecht en bewindhebber VOC 
      • Jacob Trip (1663-1694) was raad en vroedschap van Den Briel.[11]
    • Margaretha Trip (1626-1675) trouwde in 1653 met Pieter Anthonisz de Sondt

Literatuur

De nog ongehuwde Maria Trip is in 1639 geportretteerd door Rembrandt
  • Joh. E Elias, De vroedschap van Amsterdam 1578-1795. 1903-1905
  • P.M. Fischer (2005) Ignatius en Jan van Logteren. Beeldhouwers en stuckunstenaars in het Amsterdam van de 18de eeuw
  • Peter Wolfgang Klein, De Trippen in de 17e eeuw. Een studie over het ondernemersgedrag op de Hollandse stapelmarkt. Assen, 1965
  • S.A.C. Dudok van Heel (2008) Van Amsterdamse burgers tot Europese aristocraten.
  • Het dagboek van Jacob Bicker Raije (1732-1772)
  • Kopstukken. Amsterdammers geportretteerd. 1600-1800.
  • Historische Gids van Amsterdam, opnieuw bewerkt door H.F. Wijnman (1974).
  • Staat van oorlog: wapenbedrijf en militaire hervorming in de Republiek der … Door M. A. G. de Jong

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

  1. http://www.geheugenvannederland.nl/?/nl/items/OHR01:216
  2. P.W. Klein vond geen bewijzen dat de familie, zoals vaak is beweerd, uit Luik (stad) stamt.
  3. https://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/overzicht/533.nl.html
  4. Groninger Archieven, OVCG: Families van Bolhuis, Arkema en van Zeeburgh, 1603 – 1927. De familie Van Bolhuis en aanverwanten te Warffum
  5. (en) The Trip Family Tree
  6. Archiefinventaris heerlijkheid Berkenrode
  7. Buitenplaatsen in Kennemerland
  8. [1]
  9. [2]
  10. Meer en Berg
  11. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg
 
  1. Inv. 30452-225 en 226#
  2. Stadsarchief Amsterdam. 3 september 1642, NA 686, f. 198, Not. J. Warnaertz.
  3. Zijn zoon Jacob, een scheepschirurgijn, zou in 1622 vergiftigd zijn op de Rode Zee; Cornelis (-na 1635) was koopman in Archangelsk.
  4. Keizersgracht 672
  5. http://www.regionaalarchiefdordrecht.nl/biografisch-woordenboek/elias-jacob-trip/
  6. Klein, P.W. (1965) De Trippen in de 17e eeuw, p. 181
  7. J. Elias, p. 557.

One thought on “De Amsterdamse en Dordtse familie Trip

  1. Dit artikel is jaren geleden door mij aangemaakt, en ik heb maandenlang steeds kleine toevoegingen gemaakt. Voor mij was destijds belangrijk de link tussen de verschillende telgen met de Societeit van Suriname. Het artikel is op zekere dag opgeheven door een Wikipediaan, als slecht zijnde. Niettemin heeft hij de inhoud van het artikel gekaapt en in een nieuw lemma geplaatst om daar via de vrouwelijke lijn wijdlopige zijtakken aan toe te voegen.

    Ondertussen veel nieuwe details toegevoegd, tevens omdat ik nog steeds nieuwe telgen tegenkom.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *