De schilder J.F.R. Roosdorp en het station Willemspoort

O.Z. Voorburgwal met het poortje naar het Atheneum en het O.Z. Heerenlogement op de achtergrond door F. Roosdorp, die twee panden heeft weggelaten en gevels gewijzigd.

Jacob Fredrik Roelof Roosdorp werd op 9 oktober 1838 op de Bakenessergracht in Haarlem geboren.1 Zijn ouders, Sietse Johannes Roosdorp en Johanna Catharina Willers, de dochter van zijn hospes, waren een maand eerder in het huwelijk getreden.2 Bij de volkstelling van 1839 werd S.J. Roosdorp nog zonder beroep geregistreerd. In 1842 trad hij in dienst van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij, waar hij opklom van schrijver, opzichter tot stationschef.

Amsterdam

S.J. Roosdorp werd in 1849 bevorderd tot stationschef bij de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij. Het gezin, inmiddels bestaande uit vijf kinderen, verhuisde naar het Amsterdamse eindstation, Station Hollandsche Spoor. Volgens het bevolkingsregister van 1853, toen een nieuwe huisnummering werd ingevoerd, woonde het gezin op nummer 49 van het stationscomplex. Naar het zich laat aanzien bevond de woning zich in de linkervleugel van het station, met uitzicht op de Willemspoort, een pleintje, een koffiehuis, genaamd Belvédère en iets verder weg de korenmolen De Koe en de waterscheiding de Westerbeer.

In oktober 1842 is tegenover de Haarlemmerpoort het station Willemspoort geopend; een kopstation in neoclassicistische stijl.3 Het ontwerp wordt doorgaans toegeschreven aan Cornelis Outshoorn, toen ingenieur bij de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij, hoewel ook zijn superieur Frederik Willem Conrad een belangrijke rol bij de totstandkoming zal hebben gespeeld. Uit het verslag van ingenieur-directeur Conrad bleek dat bij het spoor nergens verzakkingen of afschuivingen waren opgetreden. Outshoorn ontwierp later onder meer het Paleis voor Volksvlijt (1864) en het Amstel Hotel (1867).

De Eenhonderd Roe

Het Station Amsterdam, gelegen aan de Haarlemmerweg – ter hoogte van de Westergasfabriek – werd op vrijdag 20 september 1839 geopend als eindpunt van de eerste spoorlijn van Nederland tussen Amsterdam en Haarlem. Het station wordt soms aangeduid als “d’Eenhonderd Roe“, een benaming die onder meer door het Spoorwegmuseum en diverse spoorweghistorische websites wordt gebruikt. In de geraadpleegde spoorwegbronnen uit 1839–1842 wordt het station zelf aangeduid als Station Amsterdam. Op de Haarlemmerweg, halverwege het station, bevond zich een herberg met de naam de Eenhonderd Roe; bovendien zat er – volgens het Bevolkingsregister – een koffiehuis, een bakker en een stal met koetsier en palfrenier.

De historicus en bibliothecaris J.C. Breen merkte in 1917 op dat het eerste station “ongeveer tegenover de Eenhonderd Roe” had gestaan. Hij zal de situatie goed gekend hebben, want hij woonde op het Haarlemmerplein. Echter, de herberg lag op circa honderd roeden van de Haarlemmerpoort; het station zelf bevond zich verder westwaarts, namelijk 720 meter buiten de Haarlemmerpoort. De naam “d’Eenhonderd Roe” verwijst daarom naar de herberg en niet naar de werkelijke afstand van het station tot de stad.

De belangstelling voor de nieuwe spoorweg was enorm. Volgens een krantenbericht van 8 oktober 1839 maakten op één zondag meer dan 4.000 reizigers gebruik van de trein tussen Amsterdam en Haarlem. Sinds de opening zouden reeds meer dan 20.000 personen zijn vervoerd. De trein reed gemiddeld 30 km/per uur want ze legde de afstand van 15km af in ongeveer een half uur.

Het houten station lag op direct aan de grens van Amsterdam en de gemeente Sloten, langs de huidige Polonceaukade, waar een knik was in de grens, zodat het station deels onder Amsterdam viel, maar de spoorlijn en de twee bijgebouwen onder de gemeente Sloten.4 5 Het station, een “eenvoudig rechthoekig gebouw met zadeldak” lag dichter bij Van Limburg Stirumstraat dan de bij de Van Hallstraat, zoals vaak wordt vermeld, en was via een vlotbrug bereikbaar (later brug 193), want de doorvaart moest gemakkelijk zijn voor de trekschuit of andere scheepvaart. Aanvankelijk werkte de gemeente niet mee.[6 Het oude hulpstation van 1839 bleef na de opening van Willemspoort bestaan en werd gebruikt als: magazijn; bergplaats; werkplaats.

De oude Haarlemmerpoort werd tussen 1837 en 1840 vervangen door de Willemspoort. Op 3 maart 1841 deed de HIJSM een verzoek het station “…tot zeer nabij de Willemspoort te mogen verleggen…” Bij Halfweg werd een tweede spoor aangelegd zodat treinen elkaar konden passeren. Reeds het jaar daarop, op 4 oktober 1842 werd de verlenging van het spoor  in gebruik genomen; het station Willemspoort kwam in december 1843 gereed. Na de aanleg van het Noordzeekanaal (1876) en de spoorverbinding via een viaduct naar het Centraal Station (1889) verloor het zijn functie en werd in 1878 gesloopt; een tiental jaren later werd het terrein opgenomen in de aanleg van het Westerpark.

Station Willemspoort van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, getekent door C. Springer, ca 1845. Op de achtergrond de molen De Koe, afgebroken in 1865.

Het stationgebouw

Het station Willemspoort was ontworpen in een laat-neoclassicistische stijl met kenmerken van de Biedermeierperiode. De lage, symmetrische gevel met centraal fronton sloot aan bij de burgerlijke architectuur van de jaren 1830–1840 en week af van de monumentale tempelachtige stationsgebouwen die in dezelfde periode in Engeland werden gebouwd. Het stationgebouw, blijkbaar zonder overkapping, was niet alleen het Amsterdamse eindpunt van de HIJSM, maar ook een belangrijk communicatiecentrum. Reeds in 1845 werd langs de spoorlijn Amsterdam–Den Haag de eerste Nederlandse telegraaflijn aangelegd, gebouwd door Siemens. Aanvankelijk was deze uitsluitend bestemd voor het spoorwegbedrijf; vanaf 1847 kon ook het publiek van de telegraaf gebruikmaken. De aanwezigheid van een telegrafist onder de bewoners van het stationscomplex weerspiegelt deze vroege verwevenheid van spoorweg en telecommunicatie. Dat was in de jaren 1840–1850 misschien wel een van de technologisch meest vooruitstrevende plekken van Nederland.

Uit het bevolkingsregister blijkt dat het adres “Hollandsche Spoorweg Station nr. 49” een omvangrijk stationscomplex was waarin meerdere spoorwegbeambten, zoals de stationschef en een machinist, een telegrafist, een buffethoudster, soms met hun gezinnen woonden.7

Zandvliet vermeldt dat de familie Roosdorp binnen het stationsgebouw in een driekamerwoning woonde.8

Bewerking van het origineel op https://img.hetutrechtsarchief.nl/download/hua/archiefbank/_Projecten2015/BatchNS3_T959_Objecten/A186147?h=Zm4ybWF0PXppcCZrZXk4NTJGMjYDOERBNEA1QUIDNzI1NEdEQTY1NU95QTV9RT9mbWlhZHQ4MzkmbWlhaGQ4NjQ1MEI3MzI1Jm1pdmFzdE0zOSZyZHQ4MjAxNTADMjkmZG43bmxvYWQ4N9NBNEYmc2Vzc2lvbl4pZE1tZjhsb3BrZ2k0M2UxMnA0bW8wcXVyMHQ0NiZsaXN0PTYwOUM1QzcDRTM1NzQ2NEJFMEUzNEcwMTAwM99xN0Z9

In 1854 werd hij stationchef Ie klas in Amsterdam.9 Roosdorp werkte in Rotterdam tussen 1856 en 1858.10 In 1856 was hij betrokken bij de oprichting en uitbreiding van de Rotterdamse diergaarde Blijdorp, grenzende aan het emplacement.11 In 1858 is hij overgeplaatst naar Haarlem.9 In 1860 is hij opnieuw stationchef in Amsterdam. In 1862 stelde hij voor de schotten in de trein te vervangen door glazen, zodat de conducteur door de hele trein kon zien. In 1863 was een ijzeren overkapping aangebracht.

Vader Roosdorp: stationschef en verzamelaar

In 1857 werd S.J. Roosdorp benoemd in het bestuur van Arti en Amicitiae, opgericht in 1839 en in 1863 lid van de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten. Roosdorp had zodoende gemakkelijk toegang tot vele kunstenaars (o.a. Cornelis Kruseman) en prominente Nederlanders. Hij is bekend vanwege zijn verzameling vaandels en wapens uit de veldtocht van 1830, waarvan hij sommige had opgehangen in de wachtkamer van het station ter gelegenheid van koninklijk bezoek. De collectie is in 1869 tentoongesteld in het gebouw van Arti aan het Rokin.8 In 1871 werd hij ziek en ging met pensioen. Hij is in 1872 overleden in de Baljuwlaan te Haarlem, 55 jaar oud. Een jaar later verkocht de weduwe zijn omvangrijke collectie aan het rijk (KMA).14

Fredrik Roosdorp

De schilder groeide op aan de westelijke stadsrand van Amsterdam, tegenover de Willemspoort. Het station van de HIJSM stond langs de Haarlemmertrekvaart tussen diverse molens en het stationskoffiehuis, genaamd Belvédère. In 1856 is Fredrik opgeroepen voor militaire dienst in Rotterdam; het is niet duidelijk waar hij was gelegerd. In 1860 vervaardigde hij een lithografie met een voorstelling van het gemaskerde bal.

Societeit “Vereeniging”, Bal-Masqué, 13 februari 1860 door J.F.R. Roosdorp. Datering 1861 Collectie 1100 – Beeldcollectie van de gemeente Haarlem

De kunstenaar overleed op 3 mei 1865 op 26-jarige leeftijd in de dienstwoning bij het station.15 Mogelijk is hij naar de Westerbegraafplaats in de Spaarndammerstraat gebracht, dat in 1860 was geopend en op loopafstand lag.

Zijn bekende werk bestaat voornamelijk uit romantische stadsgezichten en architecturale fantasieën (capriccio’s), gesitueerd in onder meer Amsterdam, Delft, Den Haag, Utrecht en Enkhuizen. De schilderijen combineren bestaande gebouwen met gefantaseerde elementen en sluiten aan bij de traditie van negentiende-eeuwse Nederlandse stadsgezichten.

Zijn broer Johannes Martinus trad in de voetsporen van zijn vader. Waarschijnlijk werkte hij eerst in Brummen, Zutphen, en Tilburg als employee.16 Kort na de opening van de Staatsspoorweg Leeuwarden–Harlingen in 1863 werd hij stationschef te Dronrijp (1865–1866) en vervolgens te Franeker (1866). In 1880 is hij veroordeeld wegens landloperij en tien maanden ondergebracht in Ommerschans. De gang van zaken is vreemd, want hij werd maar voor veroordeeld voor twee weken. Vervolgens woonde hij bij zijn broer Willem in de Marnixstraat.  De twee (ongehuwde broers) zijn kort na elkaar overleden in 1882.17“>5268 Archief van de Gemeenteziekenhuizen]

  1. https://www.openarchieven.nl/nha:6ae16f5c-aaae-4545-966b-64b645f08d02
  2. Kees Zandvliet, “Roosdorps militaire trofee ter herinnering aan de volksgeest van 1830/’31”, Bulletin van het Rijksmuseum 47 (1999), nr. 4, p. 291–315.
  3. Algemeen Handelsblad 1-10-1842
  4. Maandblad Amstelodamum, 1940; p. 53
  5. Volgens meerdere bronnen werd de plaquette bij Polonceaukade 13 de voormalige locatie van station d’Eenhonderd Roe in 2009 onthuld op initiatief van reizigersvereniging Rover. Sommige bronnen voegen eraan toe dat dit gebeurde in samenwerking met het toenmalige Stadsdeel Westerpark.
  6. Er staat n.b. een replica van dit station in het Spoorwegmuseum te Utrecht.
  7. https://archief.amsterdam/archief/5000/971 Bevolkingsregister 1853-1863, archiefnummer 5000, inventarisnummer 971
  8. Kees Zandvliet, “Roosdorps militaire trofee ter herinnering aan de volksgeest van 1830/’31”, Bulletin van het Rijksmuseum 47 (1999), nr. 4, p. 291–315.
  9. https://hetutrechtsarchief.nl/onderzoek/resultaten/archieven?mivast=39&mizig=253&miadt=39&miview=tbl&milang=nl&mizk_alle=roosdorp
  10. Dat station Delftsche poort, ontworpen door F.W. Conrad en C.Outshoorn, in Neo-Gotische stijl was in 1848 gereed gekomen.
  11. Op zondag 8 augustus 1656 ging Roosdorp ‘s avond laat op onderzoek uit, vanwege de eerste treinbotsing in Nederland waarbij drie doden vielen.
  12. https://hetutrechtsarchief.nl/onderzoek/resultaten/archieven?mivast=39&mizig=253&miadt=39&miview=tbl&milang=nl&mizk_alle=roosdorp
  13. Kees Zandvliet, “Roosdorps militaire trofee ter herinnering aan de volksgeest van 1830/’31”, Bulletin van het Rijksmuseum 47 (1999), nr. 4, p. 291–315.
  14. Financiële staten en correspondentie betreffende de aankoop van een nagelaten wapenverzameling van S.J. Roosdorp ten behoeve van de Koninklijke Militaire Akademie in Breda. Met lijst.
  15. https://www.openarchieven.nl/transcripties/zoek.php?q=Jacob+Fredrik+Roelof+Roosdorp
  16. https://www.openarchieven.nl/szu:d7208332-0e85-11e0-bd00-21973653728c?six=1&name=%25%22geemployeerde+aan+de+staatsspoorwegen%22

Loading