De protestantse familie De Neufville ontstond in Artois, Noord-Frankrijk, en verspreidde zich via Antwerpen, Frankfurt (1578), Oudenaarde, Bastogne, Leuven, Luik, Namen, Hulst, Zierikzee en Londen over Europa. Een deel trok naar Amsterdam en Haarlem.1 2 Daar hield de familie zich bezig met de zijdehandel en maakte zij deel uit van de Vlaams-doopsgezinde gemeente.3 Verschillende leden vestigden zich in Amsterdam.4
Daniel en Balthasar de Neufville
Daniel de Neufville, geboren in Emden (1544-) vestigde zich rond 1589 in Frankfurt en rond 1595 in Haarlem? Balthasar I de Neufville (Antwerpen, ca 1540-1614) trouwde met Elisabeth van Armelen. Hun kinderen waren Daniel II de Neufville (1574-1661), Balthasar II (Antwerpen, 1575-Haarlem 1663) en David (Antwerpen 1577-Leiden 1623? ).[1477-552. Schematisch overzicht van de stamboom van de afstammelingen van Daniel de Neufville (1574-1657), zoon van Balthasar de Neufville (1540-1614) en Elisabeth van Armelen, met later toegevoegde aantekeningen, 1910-2007] Balthasar II betrok het huis “het Land van Beloften” in de Grote Houtstraat in Haarlem.5 Jannetje trouwde in 1646, David en Anthonie in 1649, allen afkomstig uit Haarlem. Isaak de Neufville (1627-) woonde in 1661 bij zijn ondertrouw op de Egelantiersgracht, eveneens afkomstig uit Haarlem. Hij was actief in de Jordaan als makelaar. Ook Maaike de Neufville kwam uit Haarlem toen zij in 1657 in Amsterdam trouwde.
Amsterdamse tak
Stamvader van de Amsterdamse tak is de zijdewinkelier Balthasar III de Neufville (Haarlem, 1616-1678), gehuwd met Trijntje van den Bogaerd (1620-1673) van de Lauriergracht. Zij trouwden in januari 1640 in het doopsgezinde hofje de Hoeksteen in de Jordaan, maar vestigden zich op Warmoesstraat 125.6 Het echtpaar kreeg acht kinderen : Daniel de Neufville (1643-1708); Mattheus de Neufville (1646-Heemstede, 1711); Maria de Neufville (1647-1692); Balthazar IV (1649-1692); Jan de Neufville (1652-1724), David (1654-Heemstede 1729),7 Abraham (1656-1721), Isaak (1658-1710).
De drie broers Mattheus, David en Abraham trouwden met volle nichten, dochters van David de Neufville (1618-1667), woonachtig op ‘t Singel. David en Mattheus waren sinds 1696 de eigenaren van Meer en Berg in Heemstede. David liet een half miljoen na aan legaten aan zijn kinderen en kleinkinderen.
De twee broers Balthasar IV en Jan met twee zussen Van Beeck. Isaak de Neufville trouwde met Maria Grijspeert (1667-1726) in 1685. Dat echtpaar kreeg zes kinderen; Mattheus,8 Isaak, Pieter, Anna, Catharina. Hun dochter, Maria de Neufville (1699-1779) was de schrijfster van een autobiografie.9 Hun zoon Isaak trouwde in 1723 met zijn nicht Petronella de Neufville.
Verbinding met de familie Van Beeck

Jan trouwde in 1690 met Joanna van Beek. Kinderen: Jan (1692) David (1694) Leendert (1698) Pieter (1699).10 Balthasar IV trouwde in 1675 met Christina van Beeck, haar zuster. Zij waren afkomstig van Singel 138, een pand dat sinds 1657 in het bezit van de familie was.11 Via hun vader, Lenard van Beeck, kwam de voornaam Leendert in de familie De Neufville. Zijn kleinzoon Leendert de Neufville (1677-1755) trouwde in 1701 met 17-jarige Alida (of Aletta) Oosterling. Hun zoon, de 22-jarige Pieter Leendert de Neufville (1707-1759) huwde in 1728 jonkvrouw Catharina de Wolff (1708-1760).12 Hun dochter was Christina Leonora, filosofe en dichteres.13
Handelsconflict
Aan het begin van de achttiende eeuw ontstond er onenigheid tussen Jacob George Roeters en Isaac (1692-1738) en Pieter (1694-1740) de Neufville. Roeters bootste zonder toestemming het gebloemde fluweel na van de firma De Neufville. Hij had een van De Neufvilles wevers in dienst genomen, het betreffende patrooon goed gekend moet hebben. Helaas is niet bekend hoe deze affaire afliep.14

Pieter Leendert de Neufville
Pieter Leendert kwam van Singel 138; Catharina de Wolff van Herengracht 174 (over de Driekoningenstraat). Zij kregen vier kinderen Leendert Pieter, Pieter Leendert (1730-Wageningen na 1807?), David (1732-1796) en Balthasar (1733-1796). De beide families maakten deel uit van de doopsgezinde gemeente van Lam en Toren eveneens op het Singel voorbij de Bergstraat. In 1730 erfde zijn vrouw een 1/4 part van de 1,4 miljoen gulden na het overlijden van haar moeder Catharina de Neufville, in 1701 getrouwd met Pieter de Wolff (en in 1716 met Dirk van Lennep). Haar zus Petronella was in 1711 ook met een Van Lennep getrouwd).
Op 1 februari 1735 ging Pieter L. de Neufville, koopman in rogge en zijde, failliet. Hij verkocht zijn aandeel in een tiental schepen, het pand Warmoesstraat 125 en een pand dat precies achter zijn woning Herengracht 123 lag,15 maar ook zijn buiten bij Mijnden. Zijn vrouw bleek zijn belangrijkste crediteur.16 Rond 1739 verhuisde De Neufville naar Keizersgracht 15.17 18
In 1750 volgens een advertentie27, in 1751 volgens de grootboeken van de Wisselbank nam Leendert samen met zijn broers het handels- en bankiershuis De Neufville van zijn vader over.28 De mate waarin zijn drie jongere broers Pieter de Neufville, David de Wolff de Neufville en Balthasar de Wolff de Neufville bij het faillissement van Leendert betrokken waren – er zijn bijna geen individuele of gezamelijke akten op hun naam bewaard gebleven in het Stadsarchief – is beperkt.90 Op 8 oktober 1763 verklaren Pieter, David en Balthasar ten overstaan van de curatoren Rietveld en Jolles en notaris Dorfling nooit een compagieschap zijn aangegaan met hun broer Leendert die handelde onder de naam Gebroeders de Neufville!19

Jean de Neufville
Hij was de zoon van Leendert de Neufville Jansz (1698-1762) en Agneta de Wolff (1703-1750); ook Agneta erfde een 1/4 van de 1,4 miljoen van haar moeder Catharina de Neufville. De doopsgezinde Jean (1729-1796) trouwde in 1753 met Cornelia de Neufville (-1777) uit Haarlem.
In 1765 kocht De Neufville Keizersgracht 224 dat hij geheel liet verbouwen.[4] In 1776 kocht hij Wester-Amstel. De Neufville handelde op de West-Indies: St. Eustatius, St. Croix en St. John. Al in 1761 deed hij zaken in Amerika.[5] In 1769 begon hij in compagnonschap een katoendrukkerij. In 1773 tijdens een economische crisis kocht hij een aantal plantages in Suriname; hij verkocht zijn aandeel in 1778.
Op 4 september 1778 had Jean de Neufville in Aken een ontmoeting met de Amerikaanse gezant William Lee en zegde daarbij steun toe aan de opstandelingen. In 1779 begon hij met het rechtstreeks verschepen van goederen (o.a. wapens) naar de V.S. Hij kocht 29km² land in Zuid-Carolina; zijn zoon in Albany County. De Neufville was destijds woonachtig in het pand Saxenburg op Keizersgracht 224. Eén van de gasten die hij in zijn huis ontving, was Paul Jones, een vooraanstaande figuur tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. In september 1780 werd het schip de Mercury op de terugweg bij New Foundland door de Engelsen in beslag genomen en het concept-verdrag, opgeborgen in een loden kist, dat door koopman Henry Laurens overboord was gegooid, uit de wateren opgevist. De geheime overeenkomst tussen de heren Lee en De Neufville gaf op 20 december aanleiding tot het verbreken van de banden tussen Engeland en de Republiek en de Vierde Engelse Zeeoorlog.
Op 1 maart 1781 kreeg De Neufville van John Adams opdracht voor rekening van het Congres een lening van ƒ 1.000.000 te openen.20 In 1782 verkocht hij het pand Saxenburg en het pakhuis daarachter op de Prinsengracht. In 1783 hertrouwde Jean met Anna Margaretha Langma(r)k, beide woonachtig in Neerlangbroek en vestigde zich naar verluidt in Bonn. De firma ging in 1783 failliet en Leendert (1755-) emigreerde naar Boston om een nieuw bestaan op te bouwen. Zijn vader en stiefmoeder volgden in 1785. Samen met zijn zoon, die nog met George Washington zou corresponderen,21 zou hij een glasblazerij beginnen die in 1793 failliet ging. De weduwe kreeg na 1796 een uitkering van het Amerikaanse Congres.22
Jan de Neufville (1613-1663)
Hij was de jongste zoon van baron Sebastian de Neufville, een koopman en bankier in Frankfurt en is drie keer getrouwd geweest; in 1638 met Susanne Becq of Becx ; in 1651 met Elisabeth Brouwers en in 1655 met Elisabet van der Waeijen. Hij woonde in de Warmoesstraat, op de Heren- en Keizersgracht 107, maar is begraven vanuit een pand op ‘t Singel. Hij was de vader van Johannes (Jan), Anna, Barbara, Susanna, en uit de latere huwelijken Sebastian, en Catharina, Jacobus en Elisabeth. In 1666 was Jan (Juan of Gio) de Neufville (1613-1663) nog steeds (?) de grootste rekeninghouder bij de Wisselbank; mogelijk handelde hij in opdracht van de hertog van Lotharingen. In 1674 woonden de kinderen Catharina (1656-) en Jacob (1658-1682) op Herengracht 537 tussen de Reguliersgracht en de Vijzelstraat. Catharina trouwde in 1676 met Caspar Tersmitten.
Voetnoten
- Wezen en weldoen: 375 jaar Doopsgezinde wezenzorg in Haarlem edited by Piet Visser ↩
- Histoire généalogique de la Maison de Neufville d’après d’anciennes chartes … par A. C. de Neufville ↩
- Global Anabaptist Mennonite Encyclopedia Online ↩
- Veluwenkamp, J.W. (1981) Ondernemersgedrag op de Hollandse stapelmarkt in de tijd van de Republiek. ↩
- Jan Isaac de Neufville ↩
- Genealogische gegevens betreffende het geslacht De Neufville over de periode 1593-1704 ↩
- https://www.greetsgenealogie.nl/gezinskaart-van-david-de-neufville-1654-1729/ ↩
- https://www.greetsgenealogie.nl/gezinskaart-van-mattheus-de-neufville-1686-1743/ ↩
- Verhaal van myn droevig leeven door Maria de Neufville ↩
- Genealogische gegevens betreffende het geslacht De Neufville over de periode 1593-1704 ↩
- Transporten Stadsarchief ↩
- Huwlijkszangen, ter bruilofte van den heere Pieter Leendert de Neufville, en jonkvrouwe Catharina de Wolff ↩
- https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/NeufvilleChristina ↩
- S. Colenbrander (1991) Van cocon tot zijden stof. In: Ons Amsterdam, 43 jrg, p. 304 ↩
- Kwijtscheldingen Stadsarchief Amsterdam ↩
- Leonie van Nierop (1936) Het dagboek van Jacob Bicker Raye (1732-1772), p. 200. Jaarboek Amstelodamum ↩
- Amsterdamse grachtenhuizen ↩
- Het Nederlandsch Magazijn ↩
- Insinuatie Not. archief ↩
- NNWB, p. 1213 ↩
- Letters from George Washington ↩
- Diary entry: 12 June 1785 ↩
![]()